Home

Rechtbank Oost-Brabant, 31-03-2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:1870, C/01/413199 / KG ZA 25-93

Rechtbank Oost-Brabant, 31-03-2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:1870, C/01/413199 / KG ZA 25-93

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
31 maart 2025
Datum publicatie
31 maart 2025
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2025:1870
Zaaknummer
C/01/413199 / KG ZA 25-93

Inhoudsindicatie

Kort geding, aanbesteding, nietige dagvaarding.

Uitspraak

Civiel recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Zaaknummer: C/01/413199 / KG ZA 25-93

Vonnis in kort geding van 31 maart 2025

in de zaak van

[eiser] h.o.d.n. [bedrijfsnaam eiser],

wonende en gevestigd te [woon- en vestigingsplaats] ,

eisende partij in de hoofdzaak,

gedaagde partij in het incident,

hierna te noemen: [eiser] ,

advocaat: mr. E.C.M. Braun,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE EINDHOVEN,

zetelende te Eindhoven,

gedaagde partij in de hoofdzaak,

gedaagde in het incident,

hierna te noemen: de Gemeente,

advocaten: mrs. F.J.J. Cornelissen en W. van Leeuwen.

in welke zaak heeft verzocht te mogen interveniëren:

de vennootschap onder firma WASBEER EN PAUW,

gevestigd te Rotterdam,

eisende partij in het incident,

hierna te noemen: Wasbeer en Pauw,

advocaat: mr. E.J.M. Vannisselrooij.

1 De procedure

1.1.

Het verloop blijkt uit:

- de dagvaarding van 3 maart met producties 1 tot en met 5;

- de brief van 4 maart 2025 van mr. Cornelissen met een bijlage;

- de conclusie tot tussenkomst van 11 maart 2025 van mr. Vannisselrooij met een productie;

- de akte van 12 maart 2025 van mr. Braun met de grondslag van de vordering en vermindering van eis;

- de conclusie van antwoord van 17 maart 2025 van mrs. Cornelissen en Van Leeuwen met producties 1 tot en met 5;

- mondelinge behandeling van 19 maart 2025 om 9:30 uur;

- de pleitnota van mr. Braun namens [eiser] ;

- de pleitnota van mrs. Cornelissen en Van Leeuwen namens de Gemeente;

- de pleitnota van mr. Vannisselrooij namens Wasbeer en Pauw.

1.2.

Wasbeer en Pauw heeft verzocht te mogen tussenkomen in de procedure tussen [eiser] en de Gemeente, dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van de Gemeente. Ter zitting hebben [eiser] en de Gemeente verklaard geen bezwaar te hebben en de voorzieningenrechter heeft Wasbeer en Pauw vervolgens toegelaten als tussenkomende partij.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De relevante feiten

2.1.

De Gemeente heeft een aanbesteding uitgeschreven voor tijdelijke gemeentelijke opvanglocaties voor asielzoekers. In de leidraad ‘Tijdelijke gemeentelijke opvanglocaties’ Leidraad Europese SAS-procedure met oproep tot mededinging Gemeente Eindhoven (hierna te noemen: de leidraad) is – voor zover hier van belang – in paragraaf 5.2. bepaald dat als de inschrijver bezwaar heeft tegen de gunningsbeslissing, de inschrijver binnen de opschortende termijn van zeven kalenderdagen, te rekenen vanaf verzenddatum van de gunningsbeslissing door de aanbestedende dienst, een kort geding aanhangig dient te maken tegen de gunningsbeslissing.

2.2.

[eiser] heeft op 18 februari 2025 een inschrijving ingediend op de aanbestedingsprocedure.

2.3.

De Gemeente heeft [eiser] bij brief van 24 februari 2025 de gunningsbeslissing medegedeeld. Met de inschrijving is [eiser] op de tweede plaats geëindigd en de Gemeente heeft verder aangegeven voornemens te zijn de opdracht te gunnen aan Wasbeer en Pauw.

2.4.

[eiser] heeft de Gemeente bij brief van 25 februari 2025 enkele vragen ten aanzien van de gunningsbeslissing voorgelegd. Het slot van de brief vermeldt – voor zover hier van belang – het volgende:

“Wij verzoeken u om de ontvangst van deze brief per ommegaande te bevestigen. Daarnaast verzoeken wij u om de opschortende termijn van 7 kalenderdagen te verlengen tot de reguliere 20 kalenderdagen die volgens de AW12 van toepassing is voor Europese procedures. (...) Mocht u geen, onvoldoende of niet voor donderdag 27 februari – uiterlijk 17u00 gehoor geven aan ons verzoek, dan behouden wij onze rechten om een kort geding te starten.”

2.5.

Bij brief van 28 februari 2025 heeft de Gemeente gereageerd op de vragen van [eiser] en ten aanzien van de verzoeken aan het slot van de brief van [eiser] , is – voor zover hier van belang – door de Gemeente gemeld:

“Verzoek verlenging opschortende termijn

Tot slot gaan wij in op uw verzoek om de opschortende termijn van 7 kalenderdagen te verlengen naar 20 kalenderdagen. De gemeente gaat niet mee in dit verzoek. Vanwege de spoedeisendheid van deze aanbesteding gepaard blijft de opschortende termijn van 7 kalenderdagen gehandhaafd. De gemeente er niet toe gehouden om na mededeling van de gunningsbeslissing een opschortende termijn van 20 kalenderdagen in acht te nemen, nu het hier gaat om een zogenoemde SAS-procedure (zie artikel 2.39 lid 2 Aanbestedingswet 2012).”

2.6.

[eiser] heeft na toezending van de conceptdagvaarding aan de voorzieningenrechter van deze rechtbank op 3 maart 2025 een dagbepaling ontvangen, waarin is bepaald dat de mondelinge behandeling zal plaatsvinden op 4 april 2025 om 9:30 uur.

2.7.

Bij brief van 4 maart 2025 heeft de raadsman van de Gemeente aan de voorzieningenrechter het verzoek gedaan om de mondelinge behandeling te vervroegen in verband met het belang van de Gemeente bij een spoedige behandeling.

2.8.

De voorzieningenrechter heeft bij brief van 5 maart 2025 met het verzoek van de Gemeente ingestemd en de mondelinge behandeling bepaald op 19 maart 2025 om 9:30 uur.

2.9.

[eiser] heeft bij akte van 12 maart 2025 de gronden van de vorderingen ingediend, alsmede producties overgelegd en de eis verminderd.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert – na vermindering van eis – bij vonnis in kort geding voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. de Gemeente te bevelen tot gunning van de aanbestedingsprocedure “Tijdelijke gemeentelijke opvanglocaties” met kenmerk SD2024-0070 aan [eiser] ;

II. de Gemeente te verbieden de aanbestedingsprocedure “Tijdelijke gemeentelijke opvanglocaties” met kenmerk SD2024-0070 te gunnen aan Wasbeer en Pauw of een ander dan [eiser] ;

III. de Gemeente te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2.

[eiser] legt daaraan ten grondslag dat de inschrijving van Wasbeer en Pauw ongeldig is, omdat deze niet aan het (volledige) programma van eisen voldoet.

3.3.

De Gemeente heeft verweer gevoerd.

3.4.

Wasbeer en Pauw vordert – na vermindering van eis – bij vonnis in kort geding voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voorwaardelijk (met uitzondering van de vordering inzake de proceskosten) voor het geval het beroep van de Gemeente en Wasbeer en Pauw op nietigheid van de door [eiser] uitgebrachte dagvaarding niet wordt gehonoreerd:

I. de Gemeente te gebieden de opdracht in de aanbestedingsprocedure “Tijdelijke gemeentelijke opvanglocaties” met kenmerk SD2024-0070 te gunnen aan Wasbeer en Pauw, voor zover de Gemeente de opdracht nog altijd wenst te gunnen;

II. [eiser] te veroordelen in de kosten van het geding, te vermeerderen met rente en nakosten.

3.5.

Voor zover nodig zullen de standpunten van partijen hierna worden besproken.

4 De beoordeling

5 De beslissing