Rechtbank Oost-Brabant, 06-08-2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5381, C/01/396931 / HA ZA 23-613
Rechtbank Oost-Brabant, 06-08-2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5381, C/01/396931 / HA ZA 23-613
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 6 augustus 2025
- Datum publicatie
- 29 augustus 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2025:5381
- Zaaknummer
- C/01/396931 / HA ZA 23-613
Inhoudsindicatie
Aan het publiek aangeboden vastgoedbeleggingen in Thailand. Curator besluit geen actie te ondernemen tegen bestuurders van failliete vennootschappen. Geen schending Maclou-norm.
Uitspraak
Civiel recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: C/01/396931 / HA ZA 23-613
Vonnis van 6 augustus 2025
in de zaak van
1 [eiser 1] B.V.,
te [plaats] ,2. [eiser 2] B.V.,
te [plaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers] ,
advocaat: mr. K.S. Loilargosain,
tegen
[gedaagde] (PRO SE),
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de curator,
advocaat: mr. V. Terlouw.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 17 april 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt, waarbij:* [eisers] producties 21-24 (inclusief een videobestand) hebben overgelegd* de curator producties 9-12 heeft overgelegd* de advocaten spreekaantekeningen hebben overgelegd.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[eisers] hebben door tussenkomst van vennootschappen geparticipeerd in een project van het ECC-concern (hierna: ECC).
ECC hield zich vanaf 2008 bezig met het ontwikkelen van een shopping & entertainment mall onder de naam PROMENADA® in Chiang Mai te Thailand. Dit project (hierna: het project) had ongeveer 80.000 m2 bruto vloeroppervlakte.
De organisatie van ECC was voor zover relevant als volgt:
* ECC Chiang Mai Project 1 Ltd. (“ECC-CMP”): de werkmaatschappij, die de bouwgrond en de daarop te realiseren opstallen in eigendom heeft verkregen,
* ECCIP Holding B.V. (ECCIP): de moedermaatschappij van ECC-CMP, die de gewone aandelen in ECC-CMP hield,
* ECC Investment Management B.V. (“ECC-IM”) en haar twee dochtermaatschappijen ECC Southeast Asia Retail Bonds B.V. (“ECC-SARB”) en Promenada CNX Invest B.V. (het fonds): deze vennootschappen faciliteerden de investeringen en ECCIP heeft 10% van de aandelen in ECC-CMP overgedragen aan het fonds.
De vereiste financiering voor het project was ongeveer € 70 miljoen:* € 40 miljoen via hypothecaire financiering,
* ongeveer € 15 miljoen vanuit ECCIP,* ongeveer € 15 miljoen via (nog te vinden) (externe) investeerders.
Investeerders verstrekten obligatieleningen aan (onder andere) ECC-SARB. ECC-SARB wendde deze leningen aan om aandelen van het fonds te kopen, zodat ECC-SARB indirect rechthebbende werd van ECC-CMP.
Een recht van tweede hypotheek zou ter zekerheid voor de terugbetaling van de obligatieleningen worden gevestigd op het vastgoed dat ECC-CMP in eigendom had, maar deze tweede hypotheek is niet gevestigd. De gelden, die het fonds ontving van ECC-SARB bij de verkoop van aandelen in haar kapitaal aan ECC-SARB, zouden door het fonds worden aangewend om kapitaal en leningen te verstrekken aan ECC-CMP.
In strijd met mededelingen aan de investeerders zijn er meerdere emissies geplaatst. Verwatering is opgetreden. Een tweede fonds (Promenada CNX Invest II B.V.) en een derde fonds (Promenade BD Invest B.V.) hebben financieringen gefaciliteerd.
[eiser 1] / [eiser 2] heeft voor € 520.000,00 in het project geparticipeerd:* een obligatielening van € 200.000,00 door [eiser 2] aan ECC-SARB (emissie III),
* aankoop van aandelen voor € 170.000,00 door [eiser 1] in het tweede fonds,
* een obligatielening van € 150.000,00 door [eiser 1] aan ECC-SARB (emissie I).
De Nederlandsche Bank (DNB) heeft bepaald dat ECC-SARB de Wft heeft overtreden bij “emissie III” (de obligatielening van € 200.000,00 door [eiser 2] aan ECC-SARB) door zonder vergunning het bedrijf van bank uit te oefenen. DNB heeft een officiële waarschuwing gegeven. ECC heeft tegenover investeerders de indruk gewekt dat de problemen waren opgelost, maar dat was niet het geval. DNB heeft een boete opgelegd aan ECC-SARB en aan de bestuurders van ECC-SARB. De boete voor de bestuurders was gebaseerd op de vaststelling dat de bestuurders feitelijk leiding geven aan de overtreding.
[eiser 1] / [eiser 2] heeft openstaande vorderingen op ECC-SARB respectievelijk het tweede fonds (2.8 hiervoor). ECC-SARB en ECC-IM zijn failliet verklaard en de curator is in beide faillissementen benoemd in die hoedanigheid. Het tweede fonds is niet failliet en de curator heeft geen taak wat betreft het tweede fonds.
In de faillissementen van ECC-SARB en ECC-IM zijn vragen gerezen over de nakoming van de administratieplicht en de publicatieplicht over verschillende jaren. De kwestie met DNB (2.9 hiervoor) is (door de curator) benoemd als belangrijke oorzaak van de faillissementen.
De financiële situatie van de werkmaatschappij was nijpend. De
waarde van het winkelcentrum (het te ontwikkelen vastgoed) was (veel) lager dan de vordering van de bank (eerste hypotheekhouder). De werkmaatschappij had een negatief eigen vermogen van vele miljoenen euro's en in de achterliggende jaren was er ieder jaar verlies geleden. Op 30 september 2018 liet het bestuur van de ECC-groep aan de curator weten dat de financiële situatie van de werkmaatschappij nog nijpender was geworden en dat de enige optie om de boel te redden (volgens dat bestuur) nog zou zijn om akkoord te gaan met een voorstel van een anonieme investeerder die alle aandelenbelangen in de werkmaatschappij zou willen overnemen alvorens een forse investering te doen (dit plan wordt hierna “het voorstel” genoemd). Aandeelhoudersvergaderingen van de vennootschappen, waarin ECC-SARB en ECC-IM aandelen houden, zijn gehouden. Daarbij heeft de curator tegen het voorstel gestemd, maar de vergadering heeft het voorstel toch aangenomen. De curator heeft met toestemming van de rechter-commissaris een cijfermatige onderbouwing laten opmaken door een accountant en de curator heeft onderhandeld over een minnelijke oplossing. Dit overleg heeft geleid tot een overeenkomst voor de onderhandse verkoop van door de failliete vennootschappen (ECC-SARB en ECC-IM) gehouden aandelen voor € 140.000,00. Dit bedrag valt binnen de bandbreedte van de cijfermatige onderbouwing door de accountant. De curator heeft activa (aandelen) uit de boedels van ECC-SARB en ECC-IM overgedragen aan een persoon die gelieerd was aan ECC-SARB en ECC-IM. Daarna hadden de boedels geen banden meer met het project van de ECC-groep in Thailand.
Investeerders hebben in een brief van 26 februari 2019 gewezen op de volgende in hun visie onrechtmatige handelingen van bestuurders (niet alleen van de failliete vennootschappen, maar ook van de groep, in ruime zin; de rechtbank gebruikt de term “bestuurder” hierna in deze zin):
* de rol, het handelen en niet nagekomen toezeggingen van de heer
[A] , die bij verschillende vennootschappen binnen het ECC-concern als
(feitelijk) bestuurder/beleidsbepaler en/of commissaris betrokken is geweest,
* de door het bestuur verstrekte onjuiste/valse informatie over de bezettingsgraden en
gesloten huurcontracten met betrekking tot het project,
* de in de prospectus opgenomen onjuiste informatie,
* het in strijd met de afspraken niet vestigen van een 2e recht van hypotheek,* de duidelijke aanwezigheid van kenmerken van Ponzifraude.
De curator en [eiser 1] hebben op 13 maart 2019 gesproken over de situatie en [eiser 1] heeft daarbij een video getoond over (a) het project en (b) de fouten, de rijkdom en de levensstijl van de bestuurders. [eiser 1] heeft deze video overgelegd in dit geding.
In het faillissementsverslag van 17 september 2019 (ECC SARB) staat onder onderdeel 7.5 Onbehoorlijk bestuur het volgende:
“In de periode 2011 — 2012 heeft ECC SARB obligatieovereenkomsten gesloten met andere dan professionele marktpartijen zonder over de vereiste vergunningen te beschikken. ECC SARB heeft daarbij het bankverbod overtreden. De overtreding van het bankverbod is na ingrijpen van de DNB gestaakt, wel heeft het College van Beroep voor het Bedrijfsleven ECC SARB veroordeeld tot het betalen van een boete (€ 200.000,00). Ook de heer [B]
werd veroordeeld tot het betalen van een boete (€ 100.000,00), mevrouw [C] en de heer [D] werden veroordeeld tot betaling van een (aanzienlijk) lagere boete.
In het faillissement van ECC Investment Management B.V, werd een regeling getroffen ter afkoop van (mogelijke) bestuurdersaansprakelijkheid. Op verzoek van de curator heeft een externe accountant in het onderhavige faillissement een onderzoek ingesteld naar de betalingsstromen en deze gerecapituleerd. Bestudering van de vele bankmutaties van het gefailleerde ECC SARB Iaat zien
dat er sprake is van grote bedragen welke door gefailleerde in 2011/2012 zijn ontvangen van Stichting Bewaarder en vervolgens zijn aangewend om (indirecte) belangen te verwerven in ECC Chiang Mal Project I Ltd., de entiteit waarin het winkelcentrum is ondergebracht. Uit het uitgevoerde onderzoek zijn geen bijzonderheden naar voren gekomen. De verkregen gelden lijken correct te zijn aangewend.
Ernst & Young Accountants LLP heeft in 2013 in verband met de problemen welke er op dat moment bestonden met De Nederlandsche bank, onderzoek verricht naar de financiële prognose voor emissies van ECC SARB. Het onderzoek zag op een update van de financiële prognoses over de periode 1
januari 2013 t/m 31 december 2015. Er zijn daarbij geen bijzonderheden geconstateerd op basis waarvan de uitgangspunten op dat moment geen redelijke basis vormden voor de cashflowprognose.
De curator heeft enkele overige vraagpunten aan de orde gesteld, waaronder onder meer de informatievoorziening jegens de obligatiehouders. Besloten is om geen nadere rechtsmaatregelen te treffen en het onderzoek naar onbehoorlijk bestuur als afgerond te beschouwen.”
Investeerders zoals [eisers] hebben de rechter-commissaris in de faillissementen benaderd met verzoeken om meer actie vanuit de curator te bevelen, maar zonder succes.
De curator heeft een regeling (vaststellingsovereenkomst) getroffen met de bestuurder(s) van ECC-SARB en ECC-IM.
Aan de concurrente crediteuren in deze faillissementen is slechts een zeer beperkte uitkering gedaan.
ECCIP is in staat van faillissement verklaard en mr. [E] is aangesteld tot curator. Mr. [E] doet onderzoek naar mogelijke bestuurdersaansprakelijkheid.