Home

Rechtbank Oost-Brabant, 07-10-2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:6691, C-01-416777 - KG ZA 25-316

Rechtbank Oost-Brabant, 07-10-2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:6691, C-01-416777 - KG ZA 25-316

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
7 oktober 2025
Datum publicatie
29 oktober 2025
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2025:6691
Zaaknummer
C-01-416777 - KG ZA 25-316

Inhoudsindicatie

Kort geding verbod verkoop/levering landbouwperceel door provincie. Didam-problematiek. Eisende partij stelt dat provincie ten onrechte geen mogelijkheid heeft geboden om het perceel via een openbare selectieprocedure te verwerven. Te beperkte uitleg Didam-arrest met betrekking tot ‘voornemen tot verkoop’. Mocht provincie ervan uitgaan dat er slecht één serieuze gegadigde in aanmerking kwam voor de verkoop. Beleidsvrijheid provincie. Belangenafweging.

Uitspraak

Civiel recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Zaaknummer: C/01/416777 / KG ZA 25-316

Vonnis in kort geding van 7 oktober 2025

in de zaak van

[eiser] ,

vertegenwoordigd door haar maten:

  1. [maat 1] ,

  2. [maat 2] en

  3. [maat 3] ,

te [plaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

advocaten: mr. B. Kaya en mr. E.C.M. Braun,

tegen

DE PROVINCIE NOORD-BRABANT,

te 's-Hertogenbosch,

gedaagde partij,

hierna te noemen: de provincie,

advocaat: mr. E. Aerts.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de inleidende dagvaarding

- het herstelexploot van 25 augustus 2025 met 6 producties

- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 21b- de mondelinge behandeling van 11 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt- de spreekaantekeningen van mr. Kaya en mr. Braun

- de pleitaantekeningen van mr. Aerts.

2 De feiten

2.1.

Landgoed [naam landgoed] (hierna te noemen: het landgoed) gelegen nabij Budel is aangewezen als Natura-2000 gebied met de bedoeling het gebied om te vormen tot natuurgebied.

2.2.

Vereniging Natuurmonumenten vervult daarbij de zogenaamde trekkersrol.

2.3.

Het landgoed is eigendom van de familie [A] (hierna te noemen: de landeigenaar).

2.4.

Een deel van het landgoed werd tot voor kort door de landeigenaar verpacht aan een vijftal agrariërs op basis van langjarige pachtovereenkomsten.

2.5.

[eiser] is één van die agrariërs.

2.6.

Natuurmonumenten heeft rentmeester mevrouw [B] (hierna te noemen: [B] ) eind 2020 opdracht gegeven om te komen tot beëindiging van de pachtovereenkomsten.

2.7.

[B] heeft in dat kader onder meer gesprekken gevoerd met de landeigenaar en de agrariërs. Aanvankelijk was de inzet daarbij om te komen tot pachtverplaatsing, waarbij de agrariërs vervangende pachtgronden tot hun beschikking zouden krijgen gelegen buiten het ontwikkelgebied.

2.8.

[eiser] heeft zich in de onderhandelingen laten bijstaan door een adviseur, de heer [C] (hierna te noemen: [C] ).

2.9.

Nabij het landgoed liggen twee landbouwpercelen die eigendom zijn van de provincie en die bedoeld zijn om te worden ingezet als ruilperceel. Het gaat om de percelen [kadastrale aanduiding 1] en [kadastrale aanduiding 2] .

2.10.

[eiser] heeft beide percelen van 1 april 2022 tot 1 januari 2024 geliberaliseerd gepacht van de provincie.

2.11.

[C] heeft in april en juli 2022 namens [eiser] verzocht aan [B] of pachtafkoop in plaats van pachtverplaatsing ook mogelijk is.

2.12.` In 2023 heeft in dat kader een taxatie plaatsgevonden van de door [eiser] gepachte gronden.

2.13.

[C] heeft in de gesprekken met [B] medio 2023 te kennen gegeven dat [eiser] de kwaliteit van de percelen [kadastrale aanduiding 1] en [kadastrale aanduiding 2] niet goed genoeg vindt als ruilpercelen. Om perceel [kadastrale aanduiding 2] daarvoor geschikt te maken zouden verbeterwerkzaamheden moeten plaatsvinden in de vorm van het egaliseren en verbeteren van de grond en het aanbrengen van een beregeningsinstallatie.

2.14.

In een e-mail van 15 augustus 2023 heeft [C] aan [B] onder meer het volgende geschreven:

Hierbij de analoog aan de taxatie [D] hierbij de doorrekening van de verschillende varianten:

Variant 1: Volledige pachtafkoop: € 565.351,-- en Provincie behoudt 4.87.90 ha ten behoeve van verkoop of gebruik voor andere pachtverplaatsingen.

Variant 2: Gedeeltelijke pachtafkoop i.cm. pachtruil van 3.10.90 ha : € 411.498,-- en Provincie behoudt 1.77.00 ha ten behoeve van verkoop of gebruik voor andere pachtverplaatsingen.

Variant 3: Gehele pacht afkoop [naam landgoed] i.c.m. pachtruil 1.36.00 ha en extra reguliere pacht 3.51.90 ha: € 498.085,--

2.15.

[C] heeft in daarop volgende gesprekken aangegeven dat de voorkeur van [eiser] uitgaat naar variant 1, dus pachtafkoop.

2.16.

In augustus 2024 wordt de pachtgrond van [eiser] opnieuw getaxeerd in het kader van een pachtafkoop.

2.17.

Op 5 november 2024 hebben [eiser] en de landeigenaar pachtbeëindigingsovereenkomsten ondertekend. De overeenkomsten zijn geaccordeerd door de grondkamer.

2.18.

Ook met drie van de vier andere agrariërs is overeenstemming bereikt over pachtafkoop.

2.19.

De andere agrariër, [E] , is niet akkoord gegaan met een volledige pachtafkoop. [E] heeft meegedeeld dat zij de mogelijkheid wil om een vervangend perceel te verwerven in combinatie met een lagere pachtafkoopsom.

[E] heeft in dat kader aangegeven geïnteresseerd te zijn in het verwerven van perceel [kadastrale aanduiding 2] .

2.20.

De provincie heeft in een e-mail van 20 november 2024 aan [B] bericht dat zij bereid is om [kadastrale aanduiding 2] te verkopen als onderdeel van de pachtbeëindiging binnen het landgoed.

2.21.

Op 30 januari 2025 heeft de provincie in het Provinciaal blad van Noord-Brabant het voornemen bekendgemaakt tot verkoop van perceel [kadastrale aanduiding 2] aan [E] en perceel [kadastrale aanduiding 1] aan de landeigenaar.

In het bericht wordt ieder die meent ook als een serieuze gegadigde in aanmerking te komen voor de koop van de percelen verzocht dat binnen 20 dagen gemotiveerd kenbaar kan maken.

2.22.

Bij e-mail van 17 februari 2025 heeft [eiser] aan de provincie kenbaar gemaakt dat zij meent in aanmerking te komen voor het verwerven van perceel [kadastrale aanduiding 2] .

[eiser] geeft daarbij aan dat zij tegenover [B] meermaals zou hebben aangegeven open te staan voor de aankoop van het perceel maar dat hen die optie nooit is geboden.

[eiser] verzoekt de provincie daarom het voorgenomen besluit te herzien en [eiser] ook de mogelijkheid tot aankoop van het perceel te bieden.

2.23.

Op 12 maart 2025 heeft [eiser] haar zienwijze tijdens een gesprek met de provincie toegelicht.

2.24.

Bij brief van 28 mei 2025 heeft de provincie aan [eiser] bericht dat zij bij haar standpunt blijft dat voor de verkoop van het perceel geen openbare selectieprocedure hoeft te worden gehouden, omdat kort gezegd de beoogd koper ( [E] ) als enige serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de aankoop.

2.25.

Op 5 juni 2025 heeft de provincie in het Provinciaal Blad bekend gemaakt dat zij perceel [kadastrale aanduiding 2] heeft verkocht aan [E] .

2.26.

De provincie heeft met [E] inmiddels een tweetal overeenkomsten gesloten: een koopovereenkomst voor perceel [kadastrale aanduiding 2] onder de opschortende voorwaarde dat de transactie de “Didam-toets” doorstaat en een pachtbeëindigingsovereenkomst met de keuze voor ofwel een volledige pachtafkoop of pachtafkoop in combinatie met de aankoop van perceel [kadastrale aanduiding 2] .

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert - samengevat – om bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. de provincie te verbieden om perceel [kadastrale aanduiding 2] te verkopen en/of leveren aan [E] zo lang er geen openbare selectieprocedure heeft plaatsgevonden waaruit blijkt dat [E] de aangewezen koper is van het perceel, op straffe van een dwangsom van € 100.000,--;

II. de provincie te veroordelen in de proceskosten.

3.2.

[eiser] legt aan de vordering -samengevat- het volgende ten grondslag.

De provincie handelt onrechtmatig jegens [eiser] . Door perceel [kadastrale aanduiding 2] te verkopen aan [E] handelt de provincie in strijd met artikel 3:14 BW. De provincie heeft bij de uitoefening van haar privaatrechtelijke bevoegdheid om het perceel te verkopen namelijk niet de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en meer in het bijzonder het gelijkheids-en transparantiebeginsel in acht genomen.

Ut het Didam-arrest van de Hoge Raad volgt dat een overheidslichaam dat een onroerende zaak wenst te vervreemden gelijke kansen moet bieden aan alle (potentiële) gegadigden.

Dat impliceert dat vooraf een selectieprocedure moet worden gehouden.

Alleen in geval er slechts één serieuze gegadigde is mag daarvan worden afgezien.

De provincie heeft niet deugdelijk onderbouwd dat [E] de enige serieuze gegadigde is.

[eiser] is van mening dat ook zij een serieuze gegadigde is.

[eiser] had daarom in de gelegenheid moeten worden gesteld om op basis van vooraf kenbare en objectieve criteria mee te dingen naar verwerving van het perceel. Die mogelijkheid is haar ten onrechte niet geboden..

3.3.

De provincie voert -samengevat- het volgende verweer.

De provincie stelt zich primair op het standpunt dat de regels uit het Didam-arrest in dit geval niet van toepassing zijn.

Die gelden alleen als sprake is van een voornemen tot verkoop door een overheidslichaam. Daarvan is in dit geval geen sprake. De provincie heeft zelf nooit het voornemen gehad om perceel [kadastrale aanduiding 2] te verkopen. Het initiatief tot aankoop kwam van [E] .

Subsidiair stelt de provincie zich op het standpunt dat de Didam-regels niet zijn geschonden.

De provincie mocht [E] in redelijkheid aanmerken als de enige serieuze gegadigde voor de aankoop van het perceel.

[eiser] wist namelijk dat de percelen [kadastrale aanduiding 1] en [kadastrale aanduiding 2] beschikbaar waren maar heeft deze destijds zelf aangemerkt als kwalitatief ondermaats.

[eiser] heeft ook zelf niet het initiatief genomen om de aankoop van vervangende landbouwgrond te betrekken als element in de onderhandelingen, terwijl dat wel van haar had mogen worden verwacht.

[eiser] heeft juist zelf de voorkeur uitgesproken aan algehele pachtafkoop.

[eiser] hebben zich daarbij ook laten bijstaan door een adviseur.

Bovendien was het aanbieden van het perceel aan [E] noodzakelijk om ook met die partij overeenstemming te bereiken. De andere vier pachters waren al akkoord gegaan met pachtafkoop.

Daarbij komt dat de provincie als overheidslichaam beleidsruimte heeft bij het opstellen van selectiecriteria in de zin van het Didam-arrest, waarbij zij zich mag laten leiden door beleidsdoelen. In dit geval was dat doel natuurrealisatie. Daarvoor was nodig dat ook met [E] overeenstemming werd bereikt.

Meer subsidiair stelt de provincie dat [eiser] ook bij een toewijzend vonnis perceel [kadastrale aanduiding 2] niet zal kunnen verwerven. Als het perceel niet aan [E] kan worden verkocht bestaat er voor de provincie namelijk geen aanleiding om het perceel überhaupt te verkopen.

Schending van de Didam-regels leidt ook niet automatisch tot toewijzing van de vordering. Er moet ook sprake zijn van een feitelijke, materiële benadeling aan de zijde van [eiser] . Die is er niet.

Een belangenafweging dient in het voordeel van de provincie uit te vallen.

[eiser] heeft geen rechtens te respecteren belang bij toewijzing van de vorderingen omdat perceel [kadastrale aanduiding 2] ook in dat geval niet aan hen zal worden aangeboden.

Daar staat tegenover het belang van [E] dat zij ervan uit mag gaan dat de provincie de met haar gesloten overeenkomst nakomt.

Toewijzing van de vordering zal bovendien kunnen leiden tot een vergaande belemmering van vergelijkbare gebiedsprocessen.

Van de provincie kan in redelijkheid ook niet worden gevergd dat zij op kosten van de gemeenschap een omvangrijke en arbeidsintensieve verkoopprocedure moet organiseren enkel omdat [eiser] vindt dat het perceel ook aan haar had moeten worden aangeboden.

Indien de vorderingen al zouden worden toegewezen dan is het opleggen van een dwangsom aan de provincie niet nodig, althans dienen deze aanzienlijk te worden gematigd.

De provincie verzoekt ook om in dat geval af te zien van een uitvoerbaar bij voorraad verklaring in elk geval voor het gebod om een openbare verkoopprocedure te houden.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing