Rechtbank Overijssel, 15-01-2014, ECLI:NL:RBOVE:2014:242, C-08-139664 - HA ZA 13-232
Rechtbank Overijssel, 15-01-2014, ECLI:NL:RBOVE:2014:242, C-08-139664 - HA ZA 13-232
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 15 januari 2014
- Datum publicatie
- 22 januari 2014
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2014:242
- Formele relaties
- Einduitspraak: ECLI:NL:RBOVE:2014:6236
- Zaaknummer
- C-08-139664 - HA ZA 13-232
- Relevante informatie
- Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025], Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025] art. 230, Burgerlijk Wetboek Boek 7 [Tekst geldig vanaf 12-02-2025 tot 01-07-2025], Burgerlijk Wetboek Boek 7 [Tekst geldig vanaf 12-02-2025 tot 01-07-2025] art. 17
Inhoudsindicatie
Heeft wethouder geweten van aanwezigheid stortgat (hoge kosten sanering), toen hij boerderij met ondergrond aan gemeente verkocht?
Non-conformiteit, dwaling, schending mededelingsplicht. Exoneratie clausule, uitleg clausule. Mededelingsplicht ook geschonden indien informatie verzwegen, ook al spreekt clausule over "onjuiste informatie verstrekken".
Bewijslevering omtrent wetenschap verkoper. Geen aanleiding voor omkering bewijslast. Door opnemen exoneratieclausule faalt beroep gemeente op wederwijdse dwaling
Uitspraak
vonnis
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle
zaaknummer / rolnummer: C/08/139664 / HA ZA 13-232
Vonnis van 15 januari 2014
in de zaak van
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE RAALTE,
zetelende te Raalte,
eiseres,
advocaat mr. W.E.M. Klostermann te Zwolle,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats],
gedaagde,
advocaat mr. J.T.A.M. van Mierlo te Zwolle.
Partijen zullen hierna de gemeente en [gedaagde] genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het tussenvonnis van 28 augustus 2013
- -
-
het proces-verbaal van comparitie van 25 september 2013
- -
-
de akte van de zijde van de gemeente
- -
-
de antwoordakte van de zijde van [gedaagde].
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Tussen de gemeente, als koper, en [gedaagde], als verkoper, is d.d. 23 januari 2006 een koopovereenkomst gesloten ter zake van een boerderij met ondergrond gelegen aan de [adres] te Raalte (hierna kortweg te noemen: de onroerende zaak) ten behoeve van de uitbereiding van het bedrijventerrein De Zegge te Raalte, voor een koopprijs van
€ 2.382.375,--. In verband met de verkoopvoorwaarden is van de zijde van de gemeente de notitie d.d. 13 januari 2006 rondgestuurd waarin – voor zover van belang – staat:
“(...) Het risico dat achteraf blijkt dat nog niet ten tijde van de overdracht bekende, in de rapportage gesignaleerde, verontreiniging in het verkochte aanwezig is, welke – gezien het aan beide partijen voorgenomen gebruik van het verkochte – redelijkerwijs niet voor koper aanvaardbaar is, is voor rekening van koper tenzij verkoper onjuiste informatie heeft verstrekt en met dien verstande dat vervuiling die aantoonbaar tijdens het voortgezet gebruik is veroorzaakt voor rekening en risico van verkoper komt.”
[gedaagde] is geboren en getogen op de verkochte boerderij met ondergrond. [gedaagde] heeft daar vanaf 1981 tot 2012 een agrarisch bedrijf uitgeoefend; eerst met zijn vader en nadien (vanaf 1990) alleen.
Artikel 10 lid 7 van de koopovereenkomst luidt:
“Na de juridische levering van het verkochte wordt elke aansprakelijkheid voor eventuele verontreiniging als vorenbedoeld van de verkoper jegens de koper uitgesloten, tenzij de verkoper onjuiste informatie heeft verstrekt en met dien verstande dat vervuiling die aantoonbaar tijdens het voorgezet gebruik is veroorzaakt voor rekening en risico van de verkoper komt.”
In opdracht en voor rekening van de gemeente is door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV een verkennend bodem- en grondwateronderzoek uitgevoerd d.d. maart 2006 en een nader onderzoek d.d. mei 2006. In verband met de uitkomsten van dit onderzoek zijn partijen aanvullend overeengekomen dat op de oorspronkelijke koopprijs een bedrag van
€ 17.604,-- in mindering wordt gebracht in verband met saneringswerkzaamheden. Het verkennend bodem- en grondwateronderzoek is gebaseerd op de hypothese van aanwezige verontreiniging op basis van historisch onderzoek en mededelingen van de eigenaar.
De juridische levering van het verkochte vond plaats op 26 juli 2006. Artikel 2 van de leveringsakte bepaalt – voor zover van belang – het navolgende:
“Elke aansprakelijkheid van de verkoper jegens de koper voor verontreiniging van het verkochte en/of het grondwater wordt uitgesloten, tenzij de verkoper onjuiste informatie heeft verstrekt en met dien verstande dat vervuiling die aantoonbaar tijdens het hierna te vermelden voortgezet gebruik is veroorzaakt voor rekening en risico van de verkoper komt.”
Tijdens de sloop / het bouwrijp maken van de grond is een stortgat aangetroffen. In verband hiermee is de sloop op 27 februari 2012 stilgelegd. Door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV is onderzoek uitgevoerd d.d. maart 2012 naar de omvang van de verontreiniging. Door DHV is een historisch onderzoek d.d. 16 april 2012 uitgevoerd.
De sanering is gestart op 2 mei 2012 en afgerond op 15 juni 2012.
[gedaagde] is van 1 mei 1990 tot 15 november 2004 gemeenteraadslid geweest. In verband met de verkoop is hij in 2004 teruggetreden als raadslid. Op 16 maart 2006 is [gedaagde] weer gemeenteraadslid geworden en op 27 april 2006 is hij wethouder geworden. Ten tijde van de sanering in 2012 was [gedaagde] wethouder milieu. Door [naam 1] is [gedaagde] in zijn hoedanigheid van verkoper op de hoogte gesteld van de aangetroffen vervuiling. Op 10 september 2012 is [gedaagde] afgetreden als wethouder.
[gedaagde] is bij brief d.d. 10 september 2012 aansprakelijk gesteld door de gemeente.
Op 5 oktober 2012 heeft er een gesprek plaatsgevonden op het gemeentehuis.
Royal Haskoning DHV heeft een evaluatierapport d.d. 13 december 2012 uitgebracht. Het rapport vermeldt onder “4.3.4 Datering stort” het navolgende:
“De exacte datum van het ontstaan van de stort kon voorafgaand aan de sanering niet vastgesteld worden. Tijdens de uitvoering van de sanering is men alert geweest op vrijkomende materialen die hier eventueel meer duidelijkheid over konden geven.
Tijdens de sanering zijn een PVC-pijp van WAVIN en een PVC-pijp van Omniplast (tegenwoordig Alphacan) gevonden met enkele coderingen erop. De buizen zijn aan de westzijde van de stort aangetroffen in de laag van 0,75 tot ongeveer 2,0 m-mv. In bijlage 8 zijn enkele foto’s van het stortmateriaal en het aangetroffen PVC opgenomen.
Er heeft contact plaatsgevonden met WAVIN over de betekenis van de coderingen, deze zijn als volgt:
-75 x 3,2 :Dit is de diameter met wanddikte.
- 91-01 : - 91-01 :Dit is het machinenummer.
- 327-78 - 327-78 of 327-79 :Dit betreft de productiedatum: 27 maart 1978 of 1979. Het laatste cijfer is moeilijk te lezen.
Voor de Omniplast-buis is na contact met Alphacan gebleken dat deze als volgt zijn:
- 110 - 110 x 4,2 :Dit is de diameter met wanddikte.
- 89-23 : - 89-23 :Dit betreft de productiedatum: week 23 van het jaar 1989.
Verder zijn er geen materialen aangetroffen welke een verdere datering van het ontstaan van de stort kunnen aangeven.
Hiermee is de datum van het ontstaan van de stort niet vast komen te staan. Wel kan worden gesteld dat minimaal een deel van het stort na 1978 en/of 1989 is ontstaan dan wel is aangevuld. Het is niet uitgesloten dat ook een deel voor 1978 is ontstaan.”
3 Het geschil
De gemeente vordert bij – uitvoerbaar bij voorraad verklaard – vonnis veroordeling van [gedaagde] om aan de gemeente te betalen:
- -
-
een bedrag van € 198.767,16 ter zake van onderzoeks- en saneringskosten, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 1 april 2013,
- -
-
een bedrag van € 17.191,94 ter zake van de verkrijging van voldoening buiten rechte en vaststelling van aansprakelijkheid en schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 april 2013,
- -
-
de kosten van deze procedure, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na vonniswijzing, en van de na het vonnis vallende kosten, te begroten op € 131,00 zonder betekening en € 199,00 met betekening, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na vonniswijziging.
[gedaagde] voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.