Rechtbank Overijssel, 03-12-2014, ECLI:NL:RBOVE:2014:6413, ak_14_1812
Rechtbank Overijssel, 03-12-2014, ECLI:NL:RBOVE:2014:6413, ak_14_1812
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 3 december 2014
- Datum publicatie
- 4 december 2014
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2014:6413
- Zaaknummer
- ak_14_1812
Inhoudsindicatie
WOZ; niet in geschil is dat gemachtigde zowel het bezwaarschrift voor eisers heeft ingediend als het in bezwaar overgelegde taxatierapport heeft opgesteld; aldus naar oordeel rechtbank sprake van vermenging van functies van gemachtigde en deskundige; verweerder heeft daarom van een vergoeding van de kosten van het taxatierapport door een deskundige kunnen afzien.
Uitspraak
Bestuursrecht
Zittingsplaats Zwolle
Registratienummer: Awb 14/1812
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer in de zaak tussen
[naam]
eisers,gemachtigde:[naam]
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Dalfsen, verweerder.
14/1831
1 Ontstaan en loop van het geding
Ingevolge de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) heeft verweerder de waarde van de onroerende zaak [adres 1]te Nieuwleusen vastgesteld bij beschikking van 28 februari 2014. Daarbij is de waarde vastgesteld op € 250.000,-- per waardepeildatum 1 januari 2013 voor het belastingjaar 2014. Tegelijk met deze beschikking heeft verweerder eisers voor het belastingjaar 2014 een aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) opgelegd van € 265,--.
Bij uitspraak op bezwaar van 23 juni 2014 heeft verweerder het tegen de beschikking gemaakte bezwaar gegrond verklaard, de WOZ-waarde nader vastgesteld op € 238.000,-- en aan eisers wegens kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand een proceskostenvergoeding van € 235,-- toegekend.
Tegen deze uitspraak op bezwaar is beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het beroep is op 14 november 2014 ter zitting behandeld. Eisers hebben zich doen vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Verweerder is in de persoon van G. Knol verschenen, bijgestaan door K.G. Troost, taxateur.
De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten.
2 De feiten
Eisers zijn eigenaar van de onroerende zaak [adres 1]te Nieuwleusen (hierna: de onroerende zaak). Deze onroerende zaak betreft een vrijstaande woning, bouwjaar 1962, met een inhoud van ongeveer 309 m3 en een kaveloppervlakte van ongeveer 2.820 m2. Tot de onroerende zaak behoren vier bergingen/schuren met oppervlakten van respectievelijk 57, 43, 16 en 10 m2. Van deze onroerende zaak is geen op of rond de peildatum gerealiseerde verkoopprijs bekend.
3 Het geschil
In geschil is de waarde van de onroerende zaak per waardepeildatum 1 januari 2013 en de hoogte van de toegekende proceskostenvergoeding.
Eisers hebben zich op het standpunt gesteld dat de WOZ-waarde nog altijd te hoog is. Het herleiden van de verkoopcijfers van de vergelijkingsobjecten zal leiden tot een waarde van € 195.000,--. Eisers hebben ter onderbouwing van deze waarde verwezen naar het overgelegde taxatierapport van hun gemachtigde. Het vergelijkingsobject [adres 2] te Nieuwleusen kan niet als zodanig dienen, nu op deze woning een bedrijfsbestemming rust. Verder heeft verweerder onvoldoende rekening gehouden met de ligging van de onroerende zaak van eisers nabij een industrieterrein. Ten aanzien van de proceskostenvergoeding hebben eisers aangevoerd dat verweerder ten onrechte geen vergoeding heeft toegekend voor de telefonische hoorzitting en het taxatierapport.
Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de waarde niet te hoog is. Ter onderbouwing heeft verweerder bij het verweerschrift een taxatiematrix overgelegd.
Met betrekking tot de hoogte van de proceskostenvergoeding heeft verweerder gesteld dat de vermenging van de rollen van gemachtigde en taxateur aan een vergoeding voor het taxatierapport in de weg staat. Ter zitting heeft verweerder daaraan toegevoegd dat, omdat met ingang van 1 januari 2014 de waarde per punt volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht € 243,-- bedraagt, aanvullend een bedrag van € 8,-- aan eisers is uitbetaald.
Voor een meer uitvoerige weergave van de standpunten van partijen verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.