Rechtbank Overijssel, 07-07-2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:3266, C/08/171239 / KG ZA 15-154
Rechtbank Overijssel, 07-07-2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:3266, C/08/171239 / KG ZA 15-154
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 7 juli 2015
- Datum publicatie
- 9 juli 2015
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2015:3266
- Zaaknummer
- C/08/171239 / KG ZA 15-154
- Relevante informatie
- Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering [Tekst geldig vanaf 08-03-2025 tot 01-07-2025], Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering [Tekst geldig vanaf 08-03-2025 tot 01-07-2025] art. 438, Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025], Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025] art. 162
Inhoudsindicatie
De kort gedingrechter schorst de executie van een vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, dat gaat over de overdracht van een tankstation in Staphorst, totdat partijen daarover een overeenkomst hebben bereikt.
Uitspraak
vonnis
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle
zaaknummer / rolnummer: C/08/171239 / KG ZA 15-154
Vonnis in kort geding van 7 juli 2015
in de zaak van
[eiseres] ,
wonende te Staphorst,
eiser in conventie,
verweerder in reconventie,
advocaat mr. A.A. Vogelsang te Meppel,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te De Wijk,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. E. Blokzijl te Meppel.
Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding
- -
-
de brief van 4 juni 2015 met productie 18 van [eiseres]
- -
-
de eis in reconventie
- -
-
de mondelinge behandeling
- -
-
de aanhouding ten behoeve van minnelijk overleg
- -
-
de brief van [eiseres] van 30 juni 2015.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Bij beschikking van 27 maart 2013 is door de rechtbank Noord-Nederland, Locatie Assen, de echtscheiding uitgesproken tussen [eiseres] en [gedaagde], die op [datum 1] 1990 op huwelijkse voorwaarden waren gehuwd. De echtscheiding is op [datum 2] 2013 ingeschreven in het registers van de burgerlijke stand van de gemeente Staphorst.
Bij beschikking van 10 september 2014, zaaknummer C/19/98087, van voornoemde rechtbank is een beslissing gegeven ter zake van de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden.
Deze beschikking bepaalt onder meer:
“1.2 De man tegen genoemde verzoeken van de vrouw verweer gevoerd en heeft bij het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek onder meer verzocht: “3. Dat het de rechtbank moge behagen bij uitspraak, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [de vrouw] na betaling door de man aan haar van het bedrag ad f 33.750,--/€ 15.045,81 te veroordelen tot levering [aan de man] van het bij haar in eigendom zijnde onroerend goed (de woning met showroom, magazijn, ondergrond, erf en verdere aanhorigheden, staande en gelegen aan de [adres] te Staphorst, kadastraal bekend gemeente Staphorst, [kadastrale gegevens], en primair te bepalen dat de ter zake door de rechtbank te wijzen uitspraak dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte
(transport-)akte van voormelde onroerende zaak, dit op de voet van art. 3:300 lid 2 BW, zodat de uitspraak ten effecte rechtens in de daartoe bestemde openbare registers overgeschreven zal (kunnen) worden, (...)”
“2.5 Het door de man in dit verband primair verzochte zal worden toegewezen, met dien verstande dat de man aan de vrouw fl. 33.156,60 ofwel € 15.046,-- dient te betalen. Daarmee zal het sub 5 door de vrouw verzochte eveneens worden toegewezen. De rechtbank zal het in dit verband gedane primaire accessoire verzoek afwijzen, omdat de notariële expertise bij de levering van registergoederen slecht gemist kan worden, zoals algemeen bekend is.”
“BESLISSING
De rechtbank:
veroordeelt de vrouw tot levering van de onroerende zaak, staande en gelegen aan de [adres] te Staphorst, kadastraal bekend gemeente Staphorst [kadastrale gegevens], aan de man;
veroordeelt de man tot betaling van € 15.046,-- aan de vrouw;”
De onroerende zaak omvat een woning met showroom, magazijn, erf en verdere aanhorigheden. Op de onroerende zaak is in het verleden, laatstelijk door de ouders van [gedaagde], een benzinepompstation geëxploiteerd geweest. In 1986 heeft [gedaagde] de economische eigendom aan [eiseres] geleverd. Bedoelde exploitatie was toen al niet meer aan de orde en is door [eiseres] niet hernomen.
Bij werkzaamheden tot aanleg van een nieuwe waterleiding is ter plaatse van de onroerende zaak bodemverontreiniging gebleken. Deze bodemverontreiniging is vóór 1986 ontstaan.
Levering van de onroerende zaak heeft niet plaatsgevonden.
Betaling van het bedrag van € 15.046,00 heeft niet plaatsgevonden.
Op 13 oktober 2014 heeft mr. J. Meijerink van Notariaat Ritsma B.V. te Staphorst (hierna te noemen: de notaris) een ontwerp van de leveringsakte voor de levering van de onroerende zaak aan partijen toegezonden, gedateerd 13 oktober 2014. Dit ontwerp voorziet in levering op grond van een koopovereenkomst. Partijen konden zich niet vinden in dit ontwerp.
Op 8 december 2014 heeft de notaris een (gewijzigde) ontwerpakte tot levering, thans op grond van de onder 2.2 genoemde beschikking, aan partijen toegezonden, gedateerd 8 december 2014. [eiseres] heeft in reactie daarop medegedeeld niet met de inhoud daarvan in te kunnen stemmen.
Bij deurwaardersexploot van 10 maart 2015 is onder de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [bedrijf 1] B.V., gevestigd te Staphorst en kantoorhoudende in de onroerende zaak, uit hoofde van de onder 2.2 genoemde beschikking executoriaal beslag gelegd op alle vorderingen die de schuldenaar op de derde-beslagene heeft of uit een ten tijde van het beslag reeds bestaande rechtsverhouding rechtstreeks zal verkrijgen en op de onder de derde-beslagene berustende aan schuldenaar toebehorende roerende zaken die geen registergoederen zijn, meer speciaal op, doch niet beperkt tot, aan schuldenaar uit te keren salaris en emolumenten. Het beslagexploot is op 16 maart 2015 aan [eiseres] betekend.
Bij deurwaardersexploot van 1 mei 2015 is onder [naam], handelende onder de naam [bedrijf 2], wonende en kantoorhoudende te Meppel, eveneens uit kracht van de onder 2.2 genoemde beschikking, executoriaal beslag gelegd op alle vorderingen die de schuldenaar op de derde beslagene heeft of uit een ten tijde van het beslag reeds bestaande rechtsverhouding rechtstreeks zal verkrijgen en op de onder de derde-beslagene berustende aan schuldenaar toebehorende roerende zaken die geen registergoederen zijn, meer speciaal op, doch niet beperkt tot, aan schuldenaar uit te keren salaris en emolumenten. Aangezien dit exploot door [eiseres] is overgelegd, gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat dit beslag aan hem betekend is, nu daarvan geen stuk is overgelegd.
De voorzieningenrechter stelt vast dat minnelijk overleg tussen partijen, met aangeraden consultering van een notaris, waartoe de zaak vier weken is aangehouden, niet tot een oplossing van het geschil heeft geleid en dat [eiseres] na ommekomst van die periode vonnis heeft verzocht.
3 Het geschil in conventie
[eiseres] vordert schorsing van de op basis van de beschikking van 10 september 2014 van de rechtbank Noord-Nederland, Locatie Assen, ingezette executie(maatregelen).
Voorts vordert [eiseres] om [gedaagde] te verbieden nieuwe maatregelen te entameren voordat door haar een schriftelijke verklaring is afgegeven dat zij [eiseres] vrijwaart wat betreft (de opheffing van) alle verontreinigingen welke veroorzaakt en/of annex zijn aan het door de familie [gedaagde] en/of haar rechtsvoorgang(st)ers in/bij de onroerende zaak in het verleden gedreven benzinestation/garagebedrijf (waaronder mede te begrijpen de verwijdering van de twee ondergrondse brandstoftanks c.a. alsook de onderzoekskosten c.a. en aangaande de onroerende zaak zelf de waardevermindering als gevolg van die verontreiniging(en)), dit tenzij [gedaagde] aantoont dat die verontreinigingen door [eiseres] veroorzaakt zijn.
Tenslotte vordert [eiseres] veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
[gedaagde] voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.