Home

Rechtbank Overijssel, 01-02-2016, ECLI:NL:RBOVE:2016:384, 08/995271-14

Rechtbank Overijssel, 01-02-2016, ECLI:NL:RBOVE:2016:384, 08/995271-14

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
1 februari 2016
Datum publicatie
8 februari 2016
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2016:384
Zaaknummer
08/995271-14
Relevante informatie
Asbestverwijderingsbesluit 2005 [Tekst geldig vanaf 01-08-2024], Asbestverwijderingsbesluit 2005 [Tekst geldig vanaf 01-08-2024] art. 9

Inhoudsindicatie

Verdachte heeft als feitelijk leidinggevende van zijn aannemingsbedrijf zijn medewerkers werkzaamheden laten verrichten aan een bouwwerk waar eerder asbesthoudende producten zijn verwijderd, terwijl er geen “asbestvrij-verklaring” aanwezig was.

De rechtbank acht oplegging van een geheel voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 80 uren, bij niet voldoen te vervangen door 40 dagen hechtenis, passend en geboden. Daarnaast zal de rechtbank, als bijzondere voorwaarde opleggen dat verdachte een bedrag van € 5.000,- zal storten op de rekening van het instituut Asbestslachtoffers.

Uitspraak

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer (P): 08/995271-14

Datum vonnis: 1 februari 2016

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige economische kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1961 in [geboorteplaats] ,

wonende in [woonplaats] , [adres] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 18 januari 2016. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. D. van Ieperen en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. K. Kok, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: als directeur leiding heeft gegeven aan een aannemingsbedrijf dat als werkgever niet heeft gezorgd voor voldoende bescherming van de gezondheid en veiligheid van de werknemers, terwijl men bij het bedrijf wist of moest weten dat er levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van die werknemers ontstond of te verwachten was;

feit 2: als directeur leiding heeft gegeven aan een aannemingsbedrijf dat werkzaamheden heeft verricht aan een bouwwerk terwijl de volgens het Asbestverwijderingsbesluit vereiste eindbeoordeling niet was uitgevoerd of terwijl er op de bouwplaats nog visueel waarneembaar asbest of asbeststof in de lucht aanwezig was.

Voluit luidt de (ter terechtzitting gewijzigde) tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

[medeverdachte 1] B.V. op een of meer tijdstippen in of

omstreeks de periode van 22 maart 2013 tot en met 29 maart 2013, te Beemte-

Broekland, in de gemeente Apeldoorn, als werkgever in de zin van artikel 1 van

de Arbeidsomstandighedenwet, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, handelingen heeft/hebben verricht en/of nagelaten in

strijd met de Arbeidsomstandighedenwet of de daarop berustende bepalingen,

immers heeft/hebben zij verdachte en/of haar mededader(s), toen daar in een

ligboxstal, gelegen aan of nabij de [adres] , zijnde een arbeidsplaats

als bedoeld in artikel 1, derde lid onder g van de Arbeidsomstandighedenwet,

door een of meer van haar werknemer(s) in de zin van artikel 1 van de

Arbeidsomstandighedenwet, te weten [werknemer 1] en/of [werknemer 2] , arbeid doen

verrichten, bestaande uit het verwijderen van Dupanelplaten, terwijl niet

was/werd voldaan aan

- artikel 4.1b lid 1 van het Arbeidsomstandighedenbesluit, immers heeft

verdachte niet gezorgd voor een doeltreffende bescherming van de gezondheid en

veiligheid van de hiervoor bedoelde werknemer(s) die werden of konden worden

blootgesteld aan gevaarlijke stoffen (te weten asbest en/of asbesthoudende

producten)

en/of

- 4.51 a lid 1 en/of lid 3 van het Arbeidsomstandighedenbesluit, immers heeft verdachte werkzaamheden aan laten vangen op een arbeidsplaats voordat na werkzaamheden met asbest de arbeidsplaats werd/was gereinigd en/of voordat er een eindbeoordeling en/of visuele inspectie werd/was verricht

terwijl daardoor, naar verdachte wist of redelijkerwijs moest weten,

levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van een of meer werknemers

ontstond of te verwachten was,

zulks terwijl hij, verdachte, toen en daar (als directeur van die

rechtspersoon) tot het hiervoor omschreven strafbare feit opdracht heeft

gegeven en/of aan die verboden gedraging feitelijk leiding heeft gegeven;

2.

[medeverdachte 1] B.V. in of omstreeks de periode van 22

maart 2013 tot en met 29 maart 2013, te Beemte-Broekland, in de gemeente

Apeldoorn, opzettelijk, andere werkzaamheden, te weten het verwijderen van

Dupanelplaten, in een binnenruimte heeft verricht of heeft doen verrichten met

betrekking tot een bouwwerk of object, te weten een ligboxstaal gelegen aan of

nabij de [adres] , ten aanzien waarvan een handeling als bedoeld in

artikel 6, eerste lid, van het Asbestverwijderingsbesluit 2005 was verricht,

terwijl niet een eindbeoordeling bedoeld in het eerste lid en/of tweede lid

van artikel 9 van genoemd besluit was uitgevoerd of, terwijl uit de

eindbeoordeling, bedoeld in het eerste lid en/of tweede lid van artikel 9 van

genoemd besluit volgde dat er op de plaats van handeling nog visueel

waarneembaar asbest aanwezig was en/of de concentratie asbeststof in de lucht,

als bedoeld in artikel 4.51a, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit

werd overschreden,

zulks terwijl hij, verdachte, toen en daar (als directeur van die

rechtspersoon) tot het hiervoor omschreven strafbare feit opdracht heeft

gegeven en/of aan die verboden gedraging feitelijk leiding heeft gegeven;

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, ter zake het onder 1 en 2 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 180 uur, te vervangen door 90 dagen vervangende hechtenis, waarvan 80 uur voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Ter zake het onder 2 tenlastegelegde heeft de officier van justitie tevens gevorderd dat de onderneming van verdachte voorwaardelijk wordt stilgelegd met een proeftijd van twee jaar.

4 De voorvragen

5 De beoordeling van het bewijs

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

7 De strafbaarheid van de verdachte

8 De op te leggen straf of maatregel

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

10 De beslissing