Rechtbank Overijssel, 26-02-2016, ECLI:NL:RBOVE:2016:680, ak_15_2081
Rechtbank Overijssel, 26-02-2016, ECLI:NL:RBOVE:2016:680, ak_15_2081
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 26 februari 2016
- Datum publicatie
- 15 maart 2016
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2016:680
- Zaaknummer
- ak_15_2081
Inhoudsindicatie
WOZ-zaak: telefonische hoorzitting; inhoud van hetgeen op die hoorzitting is besproken en de duur van de hoorzitting niet relevant voor beantwoording van de vraag of een vergoeding voor de hoorzitting moet worden gegeven; beroep gegrond.
Uitspraak
Bestuursrecht
Zittingsplaats Zwolle
Registratienummer: Awb 15/2369
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer in de zaak tussen
[eiser] ,
wonende te [plaats] , eiser,gemachtigde: [naam 1] ,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente [naam 2] , verweerder,
gemachtigde:
1 Ontstaan en loop van het geding
Ingevolge de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) heeft verweerder de waarde van de onroerende zaak [adres] te [plaats] vastgesteld bij beschikking van 28 februari 2015. Daarbij is de waarde vastgesteld op € 314.000,00 per waardepeildatum 1 januari 2014 voor het belastingjaar 2015. Tegelijk met deze beschikking heeft verweerder eiser voor het belastingjaar 2015 een aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) opgelegd van € 455,00.
Bij uitspraak op bezwaar van 5 oktober 2015 heeft verweerder het tegen de beschikking gemaakte bezwaar gegrond verklaard en de waarde van de onroerende zaak verminderd tot € 281.000,00. Tevens heeft verweerder een proceskostenvergoeding toegekend van € 244,00.
Tegen deze uitspraak op bezwaar is beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het beroep is op 12 februari 2016 ter zitting behandeld. Eiser is verschenen bij zijn gemachtigde.
Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door [naam 3] , vergezeld door [naam 4] taxateur.
De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten.
2 De feiten
Eiser is eigenaar van de onroerende zaak [adres] te [plaats] (hierna: de onroerende zaak). Deze onroerende zaak betreft een vrijstaande semi-bungalow, bouwjaar 1965, met een inhoud van 722 m3 en een kaveloppervlakte van 996 m2. Bij de onroerende zaak hoort een inpandige garage en een kelder.
Van deze onroerende zaak is geen op of rond de peildatum gerealiseerde verkoopprijs bekend.
3 Het geschil
In geschil is de waarde van de onroerende zaak per waardepeildatum 1 januari 2014.
Eiser heeft aangevoerd dat de onroerende zaak zeer gedateerd is. De verdiepingsvloer is van hout en op de eerste verdieping is geen toilet, douche en afvoer aanwezig. Daarnaast is de onroerende zaak zeer ondoelmatig ingedeeld en is er sprake van achterstallig onderhoud. De onroerende zaak is niet geïsoleerd. Tevens dient rekening te worden gehouden met de ligging van de onroerende zaak naast een basisschool, hetgeen een waardedrukkend effect heeft.
Eiser staat een waarde van € 235.000,00 voor.
Daarnaast heeft eiser aangevoerd dat ten onrechte geen proceskostenvergoeding is toegekend voor de gehouden telefonische hoorzitting.
Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de waarde niet te hoog is. Ter onderbouwing heeft verweerder bij het verweerschrift een taxatierapport overgelegd.
Ten aanzien van de hoogte van de proceskostenvergoeding heeft verweerder aangevoerd dat eiser de kosten voor de hoorzitting redelijkerwijs niet heeft hoeven maken, nu tijdens de telefonische hoorzitting slechts verwezen is naar het bezwaarschrift en geen nieuwe argumenten zijn aangevoerd, dan wel een toelichting is gegeven op de bezwaargronden.
Voor een meer uitvoerige weergave van de standpunten van partijen verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.