Rechtbank Overijssel, 18-07-2017, ECLI:NL:RBOVE:2017:2880, ak_17_244
Rechtbank Overijssel, 18-07-2017, ECLI:NL:RBOVE:2017:2880, ak_17_244
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 18 juli 2017
- Datum publicatie
- 19 juli 2017
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2017:2880
- Zaaknummer
- ak_17_244
Inhoudsindicatie
WOZ: geen enkele aanleiding om van een gemiddelde risico-opslag van drie regio's uit te gaan; bij de in de Taxatiewijzer weergegeven NAR per regio al rekening gehouden met de ligging binnen Nederland.
Uitspraak
Bestuursrecht
Zittingsplaats Zwolle
Registratienummer: Awb 17/244
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer in de zaak tussen
[eiseres] ,
gevestigd te Groningen, eiseres,gemachtigde: M.R. van Yperen,
en
de heffingsambtenaar van het Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus-Tricijn (GBLT), verweerder.
[jw.sys.1.proc_jaar]/[jw.sys.1.proc_vnr]
1 Ontstaan en loop van het geding
Ingevolge de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) heeft verweerder
de waarde van de onroerende zaak [adres 1] te Zwolle vastgesteld bij beschikking van 29 februari 2016. Daarbij is de waarde vastgesteld op € 5.937.000,00 per waardepeildatum
1 januari 2015 voor het belastingjaar 2016. Tegelijk met deze beschikking heeft verweerder eiseres voor het belastingjaar 2016 een aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) niet-woning opgelegd van € 18.855,91.
Bij uitspraak op bezwaar van 3 januari 2017 heeft verweerder het tegen de beschikking gemaakte bezwaar gegrond verklaard en de waarde van de onroerende zaak verminderd tot
€ 5.237.000,00. De aanslag OZB niet-woning is dienovereenkomstig verlaagd. Verweerder heeft eiseres hierbij een tegemoetkoming in de proceskosten toegekend van € 649,30.
Tegen deze uitspraak op bezwaar is beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 juni 2017. Eiseres is verschenen, vertegenwoordigd door A. Oosters.
Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door G. Knol, vergezeld door
ing. P.J.G. Jansen, taxateur.
De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten.
2 De feiten
Eiseres is eigenaar van de onroerende zaak [adres 1] te Zwolle (hierna: de onroerende zaak). Deze onroerende zaak betreft een kantoorpand, bouwjaar 1992, met een bruto vloeroppervlakte van 4.320 m2. Bij de onroerende zaak hoort een fietsenstalling en er zijn 76 parkeerplaatsen.
Van deze onroerende zaak is geen op of rond de peildatum gerealiseerde verkoopprijs bekend.
3 Het geschil
In geschil is de waarde van de onroerende zaak per waardepeildatum 1 januari 2015.
Eiseres heeft aangevoerd dat op basis van het door haar overgelegde taxatierapport de waarde van de onroerende zaak niet hoger kan zijn dan € 3.839.000,00.
Door verweerder wordt in de uitspraak op bezwaar verwezen naar een naburig pand waarbij een huur gerealiseerd zou zijn van € 107,00 per vierkante meter, maar er is niet aangegeven welk pand dit is. Daarbij is het opvallend dat verweerder totaal voorbij gaat aan de eigen vraaghuur van de onroerende zaak. Het pand wordt ondertussen al verschillende jaren op de vrije markt aangeboden, maar bij gebrek aan interesse is de vraagprijs inmiddels bijgesteld tot € 95,00 per vierkante meter. Het pand staat echter nog steeds leeg, waaruit blijkt dat de vraagprijs nog steeds te hoog is.
De kapitalisatiefactor kan niet hoger zijn dan 8,41. Dit is onderbouwd met een drietal marktgegevens die gezamenlijk een kapitalisatiefactor geven van 8,41.
Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de waarde niet te hoog is. Ter onderbouwing heeft verweerder bij het verweerschrift een taxatierapport overgelegd.
Voor een meer uitvoerige weergave van de standpunten van partijen verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.