Home

Rechtbank Overijssel, 25-08-2017, ECLI:NL:RBOVE:2017:3362, ak_ 16 _ 2186

Rechtbank Overijssel, 25-08-2017, ECLI:NL:RBOVE:2017:3362, ak_ 16 _ 2186

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
25 augustus 2017
Datum publicatie
28 augustus 2017
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2017:3362
Zaaknummer
ak_ 16 _ 2186

Inhoudsindicatie

Aanslag forensenbelasting 2015 opgelegd; hoewel tariefsverhoging fors is leiden de in de Verordening vastgelegde tarieven niet tot een onwillekeurige of onredelijke belastingheffing; vergelijk met OZB slaagt verder niet; beroep ongegrond.

Uitspraak

Bestuursrecht

Zittingsplaats Zwolle

Registratienummer: Awb 16/2186

uitspraak van de meervoudige belastingkamer in het geschil tussen

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] , eiser,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Ommen, verweerder,

gemachtigde: H. Kamphuis-Schra.

16/2186

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1

Met dagtekening 31 januari 2016 heeft verweerder eiser voor de onroerende zaak [adres] te [plaats] een aanslag forensenbelasting 2015 ten bedrage van

€ 1.320,- opgelegd.

1.2

Bij uitspraak op bezwaar van 29 juli 2016 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

1.3

Tegen deze uitspraak op bezwaar is beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

1.4

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 mei 2017. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door

E. Idema-Westerhof en A. Lam. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek ter zitting gesloten.

2 De feiten

2.1

Eiser is eigenaar van de recreatiewoning [adres] , staande en gelegen op Bungalowpark ‘t Giethmenseveld te Giethmen. Eiser had in 2015 zijn hoofdverblijf buiten de gemeente Ommen.

2.2

De raad van de gemeente Ommen (hierna: de raad) heeft in de openbare vergadering van 4 december 2014 de Verordening forensenbelasting 2015 (hierna: de Verordening) vastgesteld.

De Verordening is bekend gemaakt in het Gemeenteblad van de gemeente Ommen van

15 december 2014, nr. 73938. De Verordening is in werking getreden op 23 december 2014; de datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.

2.3

Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Verordening wordt onder de naam ‘forensenbelasting’ een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.

Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de Verordening wordt de belasting geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen (hierna: OZB) zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld.

Ingevolge het vierde lid, aanhef en onder b, bedraagt de forensenbelasting per jaar voor een in artikel 1 bedoelde gemeubileerde woning en waarvan de waarde in het economisch verkeer niet is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken met een waarde in het economisch verkeer en waarvan de waarde in het economisch verkeer:

  1. minder is dan € 60.000,- € 755,-

  2. € 60.000,- of meer, maar minder dan € 100.000,- € 1.025,-

  3. € 100.000,- of meer, maar minder dan € 140.000,- € 1.320,-

  4. € 140.000,- of meer € 1.620,-

3 Het geschil

3.1

In geschil is of de aanslag terecht is opgelegd.

3.2

Eiser heeft zich gemotiveerd op het standpunt gesteld dat de Verordening onzorgvuldig tot stand is gekomen. Zo heeft de gemeente de eigenaren van de bungalows, waarop de buitensporige verhoging van toepassing is, niet uitgenodigd voor een overleg en heeft de gemeente niet onderzocht welke gevolgen de verhoging van de forensenbelasting voor deze eigenaren heeft. Eiser meent verder dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden. Zo betalen de mensen die al dan niet met een gedoogbeschikking permanent op het park wonen geen forensenbelasting en worden zij ook niet met de exorbitante verhoging geconfronteerd. Ook stijgt voor eiser de forensenbelasting met 109 %, terwijl de niet-forensen met een stijging van de onroerendezaakbelasting van 8 % te maken hebben.

3.3

Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de aanslag terecht is opgelegd.

3.4

Voor een meer uitvoerige weergave van de standpunten van partijen verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.

4 Beoordeling van het geschil

5 Beslissing