Home

Rechtbank Overijssel, 13-11-2017, ECLI:NL:RBOVE:2017:4206, 08/994531-16 (P)

Rechtbank Overijssel, 13-11-2017, ECLI:NL:RBOVE:2017:4206, 08/994531-16 (P)

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
13 november 2017
Datum publicatie
13 november 2017
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2017:4206
Zaaknummer
08/994531-16 (P)

Inhoudsindicatie

Eigenaar van een composteringsbedrijf is veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur. Het bedrijf is veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van 20.000 euro met een proeftijd van 2 jaar. De man heeft op zijn bedrijf in strijd met de geldende regelgeving gehandeld ter zake afvalstoffen. Door het drijven van een composteerinrichting, zonder inachtneming van de in wet- en regelgeving gestelde eisen, heeft hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat er nadelige gevolgen voor het milieu konden ontstaan.

Doordat er geulen zijn gegraven kwam vervuild terreinwater onbeschermd in aanraking met de bodem van het terrein en kon dit terreinwater afstromen naar greppels of een sloot die zich in de nabijheid van het bedrijfsterrein bevond.

Uitspraak

Afdeling Strafrecht

Meervoudige economische kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/994531-16 (P)

Datum vonnis: 13 november 2017

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1962 in [geboorteplaats] ,

wonende in [woonplaats] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 30 oktober 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. S. Buist en van hetgeen door verdachte en diens raadsvrouw mr. J.U. Kruidhof-Stam, advocaat te Hattem, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 11 mei 2016 tot en met 5 juli 2016 feitelijk leiding heeft gegeven aan [verdacht bedrijf] BV terzake van het bedrijfsmatig verrichten van handelingen met afvalstoffen, terwijl die BV wist of kon weten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu konden ontstaan,

danwel dat hij in de periode van 11 mei 2016 tot en met 5 juli 2016 feitelijk leiding heeft gegeven aan [verdacht bedrijf] BV terzake van handelingen waarvan die BV wist of kon weten dat daardoor de bodem werd verontreinigd of aangetast of – terwijl die verontreiniging zich voordeed – die BV niet alle handelingen heeft verricht om de verontreiniging of aantasting en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken;

feit 2: op 11 mei 2016 feitelijk leiding heeft gegeven aan [verdacht bedrijf] BV terzake van het opzettelijk lozen van vervuild terreinwater in oppervlaktewater, terwijl daarvoor geen vergunning was verleend door het waterschap en geen vrijstelling was verleend bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

[verdacht bedrijf] B.V. op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de

periode van 11 mei 2016 tot en met 5 juli 2016 te Dalerpeel, in de gemeente

Coevorden,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, danwel alleen,

al dan niet opzettelijk,

in strijd met artikel 10.1 lid 3 van de Wet milieubeheer bedrijfsmatig en/of

in omvang en/of op een wijze alsof deze bedrijfsmatig was, één of meer

handeling(en) met betrekking tot afvalstoffen heeft vericht, terwijl daardoor

naar zij, en/of haar mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs had(den) kunnen

weten, nadelige gevolgen voor het milieu ontstonden of konden ontstaan, immers

heeft [verdacht bedrijf] B.V. en/of haar mededader(s), alstoen, op een

bedrijfsterrein gelegen aan de [adres] te Dalerpeel, een

composteerinrichting voor de verwerking van groenafval aanwezíg gehad, en/of

was/waren op of omstreeks 11 mei 2016,

- een greppel/sloot, - evenwijdíg gelegen langs (de noordzijde) van dat

bedrijfsterrein -, met daarin een slibachtige substantie, aanwezig,(foto 2 pag

663), en/of

-een verharding op dat bedrijfsterrein aanwezig die (deels) uit stelconplaten

en/of (deels) uit (beton)klinkers bestond, en/of waar percolaatwater

afstroomde en/of kon afstromen naar de onbeschermde bodem en/of naar de

greppel (foto's 4,16 en 17 pagina 669) en/of

-op dat bedrijfsterrein afvalstoffen (groenafval) naast de verharde ondergrond

opgeslagen en/of op de onbeschermde bodem opgeslagen en/of waarvan

percolaatwater afstroomde naar de onbeschermde bodem (Foto 4 pag 664 en foto

18 en 19 pag 670), en/of

-op dat bedrijfsterrein, tussen hopen groenafval en/of composteringsmateriaal

een gang aanwezig waar percolaatwater afstroomde op de onbeschermde bodem

(foto 5 pag 665) en/of

een natuurlijke geul aanwezig waardoor dat percolaatwater afstroomde en/of kon

afstromen richting een greppel/sloot (gelegen aan de noordzijde van dat

bedrijfsterrein), (foto 6 pag 665 en foto 15 pag 669), en/of

-naast een zeefinstallatie, op dat bedrijfsterrein een geul aanwezig, waardoor

percolaatwater afstroomde en/of kon afstromen richting een greppel/sloot,

(gelegen aan de noordzijde van dat bedrijfsterrein) (foto 7 pag 666), en/of

-op dat bedrijfsterrein (ongeveer 20) oude autobanden op de onbeschermde bodem

opgeslagen (foto 8 pag 666), en/of

-op dat bedrijfsterrein (circa 30 m3) plastic en/of banden en/of metaal en/of

puinresten op de onbeschermde bodem opgeslagen (foto 9 pag 666), en/of

-op dat bedrijfsterrein een afwateringsgeul aanwezig (die liep naar een

opvangbassin aan de zuidwestzijde van dat bedrijfsterrein), die was gevuld met

(percolaat)water en/of op sommige plaatsen vol zat met slib (foto 11 pag 667),

en/of

was op of omstreeks 5 juli 2016

percolaatwater (afkomstig uit een aarden wal) op de onbeschermde bodem van dat

bedrijfsterrein aanwezig (foto 3 pag 677);

zulks terwijl verdachte, samen en in vereniging met anderen of een ander,

danwel alleen, tot vorenomschreven feit(en) opdracht heeft gegeven en/of aan

die verboden gedraging(en) feitelijk leiding heeft gegeven;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

[verdacht bedrijf] B.V.op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de

periode van 11 mei 2016 tot en met 5 juli 2016 te Dalerpeel, in de gemeente

Coevorden,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, danwel alleen,

op of in de bodem één of meer handeling(en) heeft verricht,

terwijl zij en/of haar mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs had

kunnen vermoeden, dat door die handeling(en) de bodem kon worden verontreinigd

en/of aangetast, en al dan niet opzettelijk niet aan haar verplichting heeft

voldaan alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van haar en/of haar

mededader(s) konden/kunnen worden gevergd, teneinde die verontreiniging en/of

aantasting te voorkomen dan wel, terwijl die verontreiniging en/of aantasting

zich voordeed, de verontreiniging of de aantasting en de directe gevolgen

daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken, immers

heeft [verdacht bedrijf] B.V. en/of haar mededader(s), alstoen, op een

bedrijfsterrein gelegen aan de [adres] te Dalerpeel, een

composteerinrichting voor de verwerking van groenafval aanwezig gehad, en/of

was/waren op of omstreeks 11 mei 2016,

- een greppel/sloot, - evenwijdig gelegen langs (de noordzijde) van dat

bedrijfsterrein, met daarin een slibachtige substantíe, aanwezig, (foto 2 pag

663), en/of

-een verharding op dat bedrijfsterrein aanwezig die (deels) uit stelconp1aten

en/of (deels) uit (beton)klinkers bestond, en/of waar percolaatwater

afstroomde en/of kon afstromen naar de onbeschermde bodem en/of naar de

greppel (foto's 4,16 en 17 pagina 669) en/of

-op dat bedríjfsterrein afvalstoffen (groenafval) naast de verharde ondergrond

opgeslagen en/of op de onbeschermde bodem opgeslagen en/of waarvan

percolaatwater afstroomde naar de onbeschermde bodem (Foto 4 pag 664 en foto

18 en 19 pag 670), en/of

-op dat bedrijfsterrein, tussen hopen groenafval en/of composteringsmateriaal

een gang aanwezig waar percolaatwater afstroomde op de onbeschermde bodem

(foto 5 pag 665) en/of

een natuurlijke geul aanwezig waardoor dat percolaatwater afstroomde en/of kon

afstromen richting een greppel/sloot (gelegen aan de noordzijde van dat

bedrijfsterrein), (foto 6 pag 665 en foto 15 pag 669), en/of

-naast een zeefinstallatie, op dat bedríjfsterrein een geul aanwezig, waardoor

percolaatwater afstroomde en/of kon afstromen richting een greppel/sloot,

(gelegen aan de noordzijde van dat bedrijfsterrein) (foto 7 pag 666), en/of

-op dat bedrijfsterrein (ongeveer 20) oude autobanden op de onbeschermde bodem

opgeslagen (foto 8 pag 666), en/of

-op dat bedrijfsterrein (circa 30 m3) plastic en/of banden en/of metaal en/of

puinresten op de onbeschermde bodem opgeslagen (foto 9 pag 666), en/of

-op dat bedrijfsterrein een afwateringsgeul aanwezig (die liep naar een

opvangbassin aan de zuidwestzijde van dat bedrijfsterrein), die was gevuld met

(percolaat)water en/of op sommige plaatsen vol zat met slib (foto 11 pag 667),

en/of

was op of omstreeks 5 juli 2016

percolaatwater (afkomstig uit een aarden wal) op de onbeschermde bodem van dat

bedrijfsterrein aanwezig (foto 3 pag 677);

zulks terwij1 verdachte, samen en in vereniging met anderen of een ander,

danwel alleen, tot vorenomschreven feit(en) opdracht heeft gegeven en/of aan

die verboden gedraging(en) feitelijk leiding heeft gegeven;

2.

[verdacht bedrijf] B.V. op of omstreeks 11 mei 2016 te Dalerpeel, gemeente

Coevorden

tezamen en in vereniging met een ander of anderen danwel alleen,

al dan niet opzettelijk,

voor de afvoer van (vervuild) terreinwater afkomstig van een

composteerinrichting voor groenafval gelegen aan de [adres] , aldaar,

-aan de oostzijde van dat terrein één (gegraven) geul aanwezig heeft gehad,

en/of

-aan de noordzijde van dat terrein twee, althans één of meer (gegraven)

geul(en) aanwezig heeft gehad,

waardoor dat (vervuilde) terreinwater werd gebracht, althans kon worden

gebracht, in één of meer perceelslo(o)t(en), zijnde een

oppervlaktewaterlichaam, terwijl

daartoe geen strekkende vergunning was verleend door het bestuur van het

waterschap Vechtstromen, en/of

daarvoor geen vrijstelling was verleend bij of krachtens algemene maatregel van

bestuur, en/of

artikel 6.3 van de Waterwet niet van toepassing was,

zulks terwijl verdachte, samen en in vereniging met anderen of een ander,

danwel alleen, tot vorenomschreven feit(en) opdracht heeft gegeven en/of aan

die verboden gedraging(en) feitelijk leiding heeft gegeven;

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

6 De strafbaarheid van verdachte

7 De op te leggen straf of maatregel

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

9 De beslissing