Home

Rechtbank Overijssel, 14-02-2017, ECLI:NL:RBOVE:2017:514, 5390051 \ CV EXPL 16-7006

Rechtbank Overijssel, 14-02-2017, ECLI:NL:RBOVE:2017:514, 5390051 \ CV EXPL 16-7006

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
14 februari 2017
Datum publicatie
23 februari 2017
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2017:514
Zaaknummer
5390051 \ CV EXPL 16-7006

Inhoudsindicatie

Huurecht. Vordering van één van de twee (contractuele) huurders tot vaststelling van de einde van zijn verplichtingen jegens verhuurder, na eerder vergeefse opzegging. Nu verhuurder niet instemt met die opzegging en de andere huurder de huur en het gebruik van het gehuurde voortzet, is de vordering vanwege de hoofdelijke verbondenheid tussen de huurders niet toewijsbaar. Niet gesteld dat die afwijzing naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is te achten.

Uitspraak

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer : 5390051 \ CV EXPL 16-7006

Vonnis van 14 februari 2017

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats],

eisende partij, hierna te noemen [eiser],

gemachtigde: mr. F. Huisman, verbonden aan DAS Rechtsbijstand,

tegen

de besloten vennootschap VESTEDA INVESTMENT MANAGEMENT B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,

gedaagde partij, hierna te noemen Vesteda,

gemachtigde: mr. K.J. van Bergenhenegouwen, advocaat te Rotterdam.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 21 september 2016

- de conclusie van antwoord

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Met ingang van 1 december 2013 heeft [eiser], samen met zijn toenmalige partner [X], de woning aan [adres] te [plaats] gehuurd van Vesteda. De overeenkomst is op 5 november 2013 schriftelijk vastgelegd in een Huurovereenkomst Woning, die op iedere pagina is voorzien van de parafen van [eiser] en [X] als huurder. [A] heeft geparafeerd en getekend als verhuurder. De overeengekomen huur bedraagt momenteel € 830,00 per maand.

2.2.

In artikel 10 van de huurovereenkomst is het volgende bepaald: ‘(...) Op deze overeenkomst zijn voorts van toepassing de hierna volgende Algemene Bepalingen. Huurder heeft hiervan een exemplaar ontvangen’.

2.3.

In artikel 17 van de Algemene Bepalingen Huurovereenkomst Woonruimte is het volgende bepaald:

‘1. Indien meerdere personen zich als huurder hebben verbonden, zijn deze steeds hoofdelijk en ieder voor het geheel jegens verhuurder aansprakelijk voor alle uit de huurovereenkomst voortvloeiende verbintenissen.

2. Iemand die samen met een of meer anderen de huurovereenkomst met verhuurder is aangegaan en heeft ondertekend, zonder dat er sprake is van wettelijk medehuurderschap, verliest zijn huurderschap niet door het gehuurde definitief te verlaten. Ook dan blijft hij hoofdelijk aansprakelijk voor de verplichtingen uit de huurovereenkomst. Een contractuele medehuurder (samenhuurder) kan slechts samen met de andere huurder(s) de huurovereenkomst door opzegging beëindigen’.

2.4.

Bij brief van 21 juni 2015 heeft [eiser] Vesteda verzocht hem te ontslaan uit de verplichtingen uit hoofde van de huurovereenkomst. Redengevend daartoe is de beëindiging van zijn relatie met [X]. [eiser] legt Vesteda voor dat [X] in de woning zal blijven wonen zolang er geen woning in de sociale sector voor haar beschikbaar komt, waarbij [eiser] desnoods financieel bij zal springen. Vesteda heeft per e-mailbericht van 3 november 2015 dit verzoek afgewezen, omdat de achterblijvende huurster, [X], niet aan de door Vesteda gestelde inkomenseisen voldoet. Ook op de brief van de gemachtigde van [eiser] van 20 juli 2016, waarin het verzoek van [eiser] is herhaald, heeft Vesteda, bij brief van 26 juli 2016, afwijzend gereageerd.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, voor recht verklaart dat de huurovereenkomst tussen [eiser] en Vesteda ter zake van de woning aan [adres] te [plaats] is geëindigd:

  1. primair per 1 oktober 2015;

  2. subsidiair per datum dagvaarding (21 september 2016);

  3. meer subsidiair dat de huurovereenkomst eindigt per een in goede justitie te bepalen datum.

Bij een en ander vordert [eiser] dat Vesteda wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure.

3.2.

[eiser] heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat hij zonder meer wettelijk bevoegd is de huurovereenkomst, met in achtneming van de wettelijke opzegtermijn, op te zeggen. Dat de achterblijvende huurder niet aan de inkomenstoets van Vesteda voldoet, raakt [eiser] niet. Bovendien heeft [eiser] de woning verlaten, zodat volgens artikel 7:267, vijfde lid, BW de uit de huurovereenkomst voortvloeiende verplichtingen zijn geëindigd.

3.3.

Vesteda heeft tot afwijzing van de vordering geconcludeerd. [eiser] en [X] zijn contractuele medehuurders, geen wettelijke medehuurders. Zij zijn dan ook hoofdelijk verbonden tot nakoming van de verplichtingen die voortvloeien uit de huurovereenkomst. [eiser] kan zich niet eenzijdig uit die verplichtingen onttrekken door opzegging zonder de hier ontbrekende instemming van de wederpartij. Vesteda beroept zich daartoe op artikel 17 van de Algemene Bepalingen. Vesteda heeft belang bij het ongewijzigd laten voortbestaan van de huurovereenkomst tussen haar en zowel [eiser] als [X] met het oog op haar regresrechten. [X] kan naar objectieve maatstaven de huurlast, gelet op haar inkomen, niet dragen.

4 De beoordeling

5 De beslissing