Rechtbank Overijssel, 30-03-2018, ECLI:NL:RBOVE:2018:1039, ak_zwo_17_1590
Rechtbank Overijssel, 30-03-2018, ECLI:NL:RBOVE:2018:1039, ak_zwo_17_1590
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 30 maart 2018
- Datum publicatie
- 10 april 2018
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2018:1039
- Zaaknummer
- ak_zwo_17_1590
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek om handhavend op te treden tegen grindwasbedrijf wegens (vermeende) milieuovertredingen en handelen in strijd met ruimtelijke voorschriften en kappen boswallen op het bedrijfsterrein.
Uitspraak
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 17/1590
gemachtigde: mr. H. Post, te Balkbrug,
en
verweerder.
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen:
[naam] , te [woonplaats] ,
gemachtigde: drs. ing. A.D. Hol, te Tiel.
Procesverloop
Bij besluit van 8 december 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder geweigerd om handhavend op te treden tegen de inrichting van [naam] , aan [adres] te [woonplaats] (hierna te noemen: [naam] ). Tegen dat besluit hebben eisers bezwaar gemaakt.
Bij besluit van 18 oktober 2016 heeft verweerder het bezwaar van eisers gegrond verklaard.
Daarnaast heeft verweerder bij besluit van 18 oktober 2016 aan [naam] een last onder dwangsom opgelegd.
De beroepen van eisers en [naam] tegen de besluiten van 18 oktober 2016 zijn door de rechtbank gevoegd behandeld. Na afloop van de zitting is het onderzoek gesloten en zijn de zaken weer gesplitst voor het doen van uitspraak.
Het beroep van eisers met zaaknummer AWB 16/2786, is door de rechtbank bij uitspraak van 14 maart 2017, ECLI:NL:RBOVE:2017:1122, gegrond verklaard, het besluit is vernietigd en bepaald is dat verweerder binnen drie maanden na verzending van die uitspraak opnieuw op het bezwaar moet beslissen en deze beslissing aan eisers bekend moet maken.
Het beroep van [naam] , met zaaknummer AWB 16/2889, is door de rechtbank bij uitspraak
van 14 maart 2017, ECLI:NL:RBOVE:2017:1120, ongegrond verklaard.
Tegen de uitspraken van 14 maart 2017 is geen hoger beroep ingesteld.
Verweerder heeft op 6 juni 2017 een nieuw besluit op bezwaar genomen. Daarbij is het bezwaar van eisers gegrond verklaard. Verweerder is echter niet overgegaan tot inhoudelijke herroeping van het besluit van 6 december 2015. De afwijzing van het handhavingsverzoek van eisers is in stand gelaten.
Tegen dit besluit hebben eisers beroep ingesteld.
De rechtbank heeft [naam] in de gelegenheid gesteld om als derde-partij deel te nemen aan dit geding. [naam] heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 februari 2018. Eisers [naam] en
[naam] zijn verschenen, bijgestaan door mr. H. Post. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door E.J. Greving en mr. M.R. Kruisselbrink. Voor [naam] is verschenen [naam] , bijgestaan door drs. ing. A.D. Hol.
Overwegingen
Ontvankelijkheid eisers/belanghebbende
In haar uitspraak van 14 maart 2017 heeft de rechtbank, op grond van de daarin genoemde overwegingen die hier als herhaald en ingelast worden beschouwd, geoordeeld
dat eisers allen als belanghebbenden bij het besluit van 18 oktober 2016 konden worden aangemerkt. De rechtbank ziet geen aanleiding daar thans anders over te oordelen. Het beroep van eisers is daarom ontvankelijk.