Home

Rechtbank Overijssel, 18-04-2018, ECLI:NL:RBOVE:2018:1297, Awb 17/346

Rechtbank Overijssel, 18-04-2018, ECLI:NL:RBOVE:2018:1297, Awb 17/346

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
18 april 2018
Datum publicatie
20 april 2018
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2018:1297
Zaaknummer
Awb 17/346

Inhoudsindicatie

WOZ; waardering geldautomaat; huurwaarde niet inzichtelijk gemaakt; beroep gegrond; rechtbank stelt waarde schattenderwijs vast op € 20.000,00.

Uitspraak

Bestuursrecht

Zittingsplaats Zwolle

Registratienummer: Awb 17/346

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer in de zaak tussen

[eiseres 1] .,

gevestigd te Amsterdam, eiseres,gemachtigde: G. Gieben

en

de heffingsambtenaar van het gemeenschappelijk belastingkantoor Lococensus-Tricijn (GBLT), verweerder,

gemachtigde: G. Knol.

17/346

1 Ontstaan en loop van het geding

Ingevolge de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) heeft verweerder de waarde van de onroerende zaak [adres onroerende zaak] te Zwolle vastgesteld bij beschikking van 29 februari 2016. Daarbij is de waarde vastgesteld op € 40.000,- per waardepeildatum

1 januari 2015 voor het belastingjaar 2016. Tegelijk met deze beschikking heeft verweerder eiseres voor het belastingjaar 2016 een aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) gebruiker niet-woning opgelegd van € 102,76.

Bij uitspraak op bezwaar van 27 december 2016 heeft verweerder het tegen de beschikking gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak op bezwaar is beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 februari 2018. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door A. van den Dool, kantoorgenoot van haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door ing. P.J.G. Jansen, taxateur.

De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten.

2 De feiten

Eiseres is gebruiker van de onroerende zaak [adres onroerende zaak] te Zwolle (hierna: de onroerende zaak). Deze onroerende zaak betreft een geldautomaat.

3 Het geschil

In geschil is de waarde van de onroerende zaak per waardepeildatum 1 januari 2015.

Eiseres heeft aangevoerd dat de waarde van de geldautomaat niet hoger kan zijn dan

€ 15.000,-. Bij de waardering is een te hoge huurwaarde en een te hoge kapitalisatiefactor gehanteerd. Voor wat betreft de huurwaarde dient aansluiting te worden gezocht bij de huurwaarde per m2 voor de winkelruimte, nu een dergelijk object bij leegstand bij de winkelruimte zal worden betrokken. De kapitalisatiefactor is met behulp van de bottom up methode op 8 bepaald. Daarbij is rekening gehouden met een hoog leegstandsrisico, hogere onderhoudskosten, hogere beheerskosten en een relatief hoog opslagrisico.

Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de waarde niet te hoog is. Ter onderbouwing heeft verweerder bij het verweerschrift een taxatierapport overgelegd.

Voor een meer uitvoerige weergave van de standpunten van partijen verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.

4 Beoordeling van het geschil

5 Proceskosten

6 Beslissing