Home

Rechtbank Overijssel, 19-10-2018, ECLI:NL:RBOVE:2018:4385, C/08/223005 / KG ZA 18-280

Rechtbank Overijssel, 19-10-2018, ECLI:NL:RBOVE:2018:4385, C/08/223005 / KG ZA 18-280

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
19 oktober 2018
Datum publicatie
15 november 2018
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2018:4385
Zaaknummer
C/08/223005 / KG ZA 18-280

Inhoudsindicatie

Uitleg arbitraal beding. Voorzieningenrechter onbevoegd.

Uitspraak

vonnis

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer / rolnummer: C/08/223005 / KG ZA 18-280

Vonnis in kort geding van 19 oktober 2018

in de zaak van

[A] ,

wonende te [plaats 1] , hierna te noemen [A] ,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. P.J.G. van der Donck te Maarn,

tegen

1 [X] ,

wonende te [plaats 2] , hierna te noemen [X] ,

2. [Y],

wonende te [plaats 3] , hierna te noemen [Y] ,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. H.P. van der Veen te Zwolle.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 2 oktober 2018 met 17 producties

-

de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie met 13 producties

-

de aanvullend van de zijde van [A] toegezonden producties 18 tot en met 33

-

de eiswijziging van de zijde van [A]

-

de aanvullend van de zijde van [X] en [Y] toegezonden productie 14

-

de mondelinge behandeling van 10 oktober 2018

-

de pleitnota van de zijde van [A]

-

de pleitnota van de zijde van [X] en [Y]

-

de faxberichten d.d. 17 oktober 2018 van beide partijen.

1.2.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Partijen zijn broers en maten van de maatschap Visserijbedrijf en Vishandel [maatschap] ). Deze maatschap handelt in vis en visproducten.

2.2.

Partijen hebben de tussen hen geldende afspraken vastgelegd in een maatschapsakte d.d. 22 december 1999. In deze akte staat, voor zover van belang, het volgende vermeld:

ARBEIDSONGESCHIKTHEID

Artikel 8

(...)

6. Alleen indien één van de maten langer dan twee jaar onafgebroken tachtig procent (80 %) of

meer arbeidsongeschikt is in de zin van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet kan de andere

maat de maatschap opzeggen met gebruikmaking van het recht tot voortzetting als hierna

vermeld.

(...)

ONTBINDING MAATSCHAP.

Artikel 9.

1. De maatschap wordt ontbonden:

(...)

b. door opzegging door een maat

(...)

2. a. Opzegging moet schriftelijk plaatsvinden aan de andere maat tegen het einde van een

boekjaar en uiterlijk zes maanden voor het einde.

b. In afwijking van het hiervoor sub a bepaalde kan een maat de maatschap met

onmiddellijke ingang opzeggen, wanneer - op grond van handelingen, gedragingen,

overtreding(en) van de maatschapsbepalingen of verzuimen van de andere maat op grond

van wettige redenen als bedoeld in artikel 7A: 1684 van het Burgerlijk Wetboek - van

hem redelijkerwijs niet verlangd kan worden, dat hij de maatschap met de andere maat

voortzet.

c. Ingeval van arbeidsongeschiktheid van één van de maten kan alleen dan opzegging

plaatsvinden, indien het bepaalde in artikel 8 lid 6 zich voordoet, in welk geval

opzegging de maatschap onmiddellijk doet eindigen.

(...)

VOORTZETTING EN OVERNAME.

artikel 10

(...)

2. a. Ingeval de maatschap wordt opgezegd conform het bepaalde in artikel 9 lid 2 sub b bepaalde

zal die opzegging worden aangemerkt als een geschil als bedoeld in artikel 16.

b. Elk van de partijen zal alsdan binnen één maand na de opzegging een scheidsman benoemen,

welke scheidsmannen gezamenlijk een derde benoemen. (...)

c. Binnen twee weken na de benoeming van de laatste scheidsman zullen de scheidslieden een

uitspraak doen over ondermeer de volgende kwesties:

1. de datum waarop de maatschap als gevolg van de opzegging is geëindigd;

2. de bevoegdheid tot voortzetting;

3. de wijze waarop en de termijn waarbinnen de voortzettende maat gehouden is de niet

voortzettende maat diens aandeel in het maatschapsvermogen uit te keren.

(...)

GESCHILLEN.

Artikel 16.

1. Als arbitraal beding wordt tussen de maten overeengekomen, dat alle geschillen die tussen

hen of hun rechtverkrijgenden mochten ontstaan naar aanleiding van deze overeenkomst of

nadere overeenkomsten die daarvan het gevolg mochten zijn in hoogste ressort met

uitsluiting van de gewone rechter, door drie arbiters zullen worden beslist, met uitzondering

slechts van de zaken bedoeld in artikel 1022 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke

Rechtsvordering, waarvoor het “hoogste ressort” niet geldt.

2. Een geschil is aanwezig wanneer één van de partijen tegenover de ander verklaart dat dit het

geval is, waarbij hij aanduidt wat hij aan de arbitrage wenst te onderwerpen.

3. Indien partijen niet binnen drie weken nadat het geschil ontstaan is hieromtrent tot

overeenstemming kunnen komen, zal elk van de partijen binnen één week daarna een

arbiter benoemen, welke arbiters gezamenlijk een derde benoemen als voorzitter van

het scheidsgerecht. Voor het geval één van de partijen in gebreke blijft een arbiter te

benoemen binnen de gestelde termijn kan de wederpartij zich tot de President van de

Arrondissementsrechtbank te Zwolle wenden als in artikel 1027 lid 3 van het

Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is bepaald.

(...)”

2.3.

Op 8 maart 2018 heeft [X] in de WhatsApp-groep van partijen [A] een berichtje gestuurd met de volgende inhoud:

“ [A] , je hoeft voor eerst niet meer bij ons aan de zaak te komen ook niet privé willen wij niks meer met je te maken hebben [A] . De zaak wordt uit elkaar gemaakt!!! [X] en [Y] ”

2.4.

[A] heeft zich op 29 maart 2018 ziek gemeld bij de maatschap.

2.5.

In een brief van Klaverblad Schadeverzekeringsmaatschappij N.V. aan [A] d.d. 24 mei 2018 staat onder meer het volgende vermeld:

“(...) De medisch adviseur adviseert volledige arbeidsongeschiktheid aan te houden; wij volgen dit advies.

Uitkering

Vanaf 5 maart kunt u uw werk niet doen. U ontvangt van ons een uitkering. (...)”

2.6.

Per brief van 31 mei 2018 heeft de toenmalige juridisch adviseur van [X] en [Y] aan [A] kenbaar gemaakt dat [X] en [Y] de maatschap met onmiddellijke ingang als opgezegd wensen te beschouwen, dat zij menen dat sprake is van een geschil als bedoeld in artikel 16 lid 2 van de maatschapsakte en dat zij de verdeling en voortzetting van de maatschap willen onderwerpen aan arbitrage. In deze brief wordt [A] verzocht aan te geven wie hij als scheidsman zal aanwijzen.

2.7.

Bij brief van 20 juni 2018 heeft de raadsman van [A] zich in reactie op laatstgenoemde brief op het standpunt gesteld dat de opzegging van de maatschap onrechtmatig c.q. onregelmatig is.

2.8.

Per brief van 28 juni 2018 heeft de raadsman van [X] en [Y] [A] verzocht een arbiter te benoemen, aan welk verzoek [A] geen gehoor heeft gegeven.

3 Het geschil in conventie

4 Het geschil in reconventie

5 De beoordeling in conventie

6 De beoordeling in reconventie

7 De beslissing