Home

Rechtbank Overijssel, 02-07-2019, ECLI:NL:RBOVE:2019:2222, C/08/233525 / KG ZA 19-145

Rechtbank Overijssel, 02-07-2019, ECLI:NL:RBOVE:2019:2222, C/08/233525 / KG ZA 19-145

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
2 juli 2019
Datum publicatie
2 juli 2019
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2019:2222
Zaaknummer
C/08/233525 / KG ZA 19-145

Inhoudsindicatie

Afgifte roerende zaken. Beroep op retentierecht naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

Uitspraak

vonnis

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/233525 / KG ZA 19-145

Vonnis in kort geding van 2 juli 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AIRBUS DEFENCE AND SPACE NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Leiden,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

advocaten: mr. E.C. Netten en mr. J.E.S. Hamster te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PM AEROTEC B.V.,

gevestigd te Hengelo,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PM B.V.,

gevestigd te Dedemsvaart,

gedaagden in conventie, eiseressen in reconventie,

advocaat: mr. J.T. Stekelenburg te Holten.

Partijen zullen hierna Airbus en PM c.s. genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding met producties d.d. 11 juni 2019

-

de akte houdende eis in reconventie, ingekomen op 14 juni 2019

-

de door PM c.s. overgelegde producties 1 t/m 20

-

de mondelinge behandeling op 18 juni 2019

-

de pleitnota van Airbus

-

de pleitnota van PM c.s..

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Airbus ontwerpt en bouwt onderdelen van raketten voor de lancering van satellieten. Zij is op dit moment een belangrijke toeleverancier van onderdelen voor de Ariane 6 raket en zij heeft in dat verband een overeenkomst gesloten met ArianeGroup SAS in Frankrijk, die verantwoordelijk is voor de algehele realisatie van de Ariane 6 raket. De Ariane 6 raket moet het Europese antwoord vormen op de Amerikaanse projecten van SpaceX en Blue Origin. Medio 2020 en voor 70 miljoen euro moet de Ariane 6 raket haar eerste ruimtevlucht maken.

2.2.

Airbus speelt een cruciale rol in de realisatie van het Ariane 6 project; andere onderdelen van de raket kunnen pas worden geïntegreerd als de onderdelen van Airbus gereed zijn.

Er is in het Ariane 6 project sprake van een “top-down” prijsstructuur in de supply chain, waarbij maximum prijzen (ceiling prices) met de leveranciers worden afgesproken.

2.3.

In de overeenkomst tussen ArianeGroup en Airbus zijn strikte prijs- en leveringsafspraken met Airbus gemaakt en zijn er boetes verbonden aan het niet nakomen van leveringsafspraken (10% van de contractswaarden) en in bepaalde gevallen zelfs een recht om de overeenkomst te beëindigen (en bij ontbinding wegens het niet nakomen van leveringsafspraken is ArianeGroup bevoegd van Airbus de totale contractswaarde te vorderen van ongeveer 50 miljoen euro).

2.4.

Airbus heeft op haar beurt de productie van enkele raketonderdelen uitbesteed. Zij heeft op 1 augustus 2017 een overeenkomst gesloten met Spacetec B.V. gevestigd te Hengelo (destijds in oprichting, hierna te noemen: Spacetec).

De bepalingen in de overeenkomst tussen ArianeGroup en Airbus hebben een evenknie in de overeenkomst tussen Airbus en Spacetec.

In artikel 1.1 van de overeenkomst staan de doelstellingen van het Ariane 6 project en de artikelen 9.1 t/m 9.3 van de overeenkomst bevatten afspraken omtrent de ceiling prices voor de Development Phase.

2.5.

De artikelen 18.4 en 18.5 bepalen het volgende:

18.4

Our Goods and information

Goods and information delivered by or on behalf of us remain the property of us or a third party.

If the delivered Goods are incorporated in new Goods, the new Goods will have been made for us, whereby you will be the custodian of the Goods.

You will clearly mark the Goods and information as the property of us or this third party and after receipt will bear the risk of loss, theft and damage.

You are not permitted to use the Goods and information for purposes other than those agreed. You are therefore not entitled to pledge the Goods or encumber the Goods or to (improperly) merge or bind the Goods. You are also not permitted to make arrangements that infringe the ownership right of us and you waive any right of retention (“retentierecht”).

18.5

Our right of acces to remove our Goods

We are permitted on first request to gain acces to the locations where the Goods concerned are situated and to take back, or disassemble or remove these Goods.

2.6.

Artikel 21 bepaalt:

21 Transfer and engagement of third parties

21.1

Transferring this Contract to third parties

You are only permitted to transfer rights and obligations under the Contract to third parties and/or your Employees following our approval in writing.

We can attach conditions to this approval.

21.2

Continuing responsibility after transfer of the Contract

If you transfer rights and obligations to a third party (as described in 18.1) you remain fully responsible for the correct performance of the Contract after transfer, and you indemnify us against all costs, damage and claimsrelated thereto.

Agreements with third parties involved will correspond with the provisions of the Contract.

21.3

Guarantee

You provide the guarantee attached in Appendix 2 to secure that if you are not performing your obligations under this Contract, PM Tec Holding will fulfil your obligations under the Contract.

2.7.

In geval van een geschil bepaalt artikel 22.2 voorts:

Arbitration

If we cannot reach agreement, any disputes between Parties will be settled in accordance with the most recent Rules of Arbitration of the International Chamber of Commerce. The location of arbitration is The Hague.

Parties will continue with the performance of the Contract in anticipation of the decision.

2.8.

Spacetec, niet betrokken in de procedure, is ten behoeve van het Ariane 6 project opgericht. Zij heeft de onderdelen deels laten produceren door PM c.s.

Spacetec en PM c.s. behoren tot hetzelfde concern.

2.9.

Spacetec heeft zich eind 2018 op het standpunt gesteld dat Airbus meerkosten aan haar is verschuldigd, en heeft op deze grond geweigerd raketonderdelen en (verpakkings-) materialen aan Airbus af te geven. Een (aanzienlijk) deel van deze zaken bevonden zich bij PM c.s.

2.10.

Airbus, die vreesde in de knel te komen met de nakoming van haar verplichtingen jegens ArianeGroup SAS, heeft na daartoe verkregen verlof, conservatoir (derden-) beslag tot afgifte laten leggen onder Spacetec en PM c.s., met aanstelling van een bewaarder. De goederen bevinden zich thans in handen van de bewaarder het Nederlands Taxatie- en Adviesbureau. Er is beslag gelegd in Dedemsvaart en in Hengelo.

2.11.

Airbus heeft op 4 juni 2019 de overeenkomst met Spacetec gedeeltelijk ontbonden, ten aanzien van alle toekomstige verplichtingen van partijen. Zij heeft als grondslag voor die ontbinding kort gezegd vermeld continue en ernstige schendingen van de overeenkomst door Spacetec.

2.12.

Uit een e-mail van 5 juni 2019 blijkt dat de zaken waarover Spacetec ten tijde van het beslag de feitelijke macht uitoefende zijn vrijgegeven en ter beschikking van Airbus zijn gesteld.

De e-mail vermeldt verder dat dit niet geldt voor de zaken waarover PM c.s. ten tijde van het beslag de feitelijke macht uitoefende, omdat PM c.s. meent daarop betere rechten te hebben dan Airbus.

3 Het geschil

3.1.

Airbus vordert samengevat - PM c.s. te veroordelen:

A: tot afgifte van de onderdelen, zoals weergegeven in productie 5;

B: tot betaling van een dwangsom van € 50.000,00 per dag of dagdeel dat niet of niet volledig aan bovenstaande verplichting onder A wordt voldaan, met een maximum van

€ 5.000.000,00;

C: in de kosten van het geding, waaronder inbegrepen buitengerechtelijke kosten, de kosten van de conservatoire beslagen en de proceskosten, te vermeerderen met de nakosten in geval van betekening van het vonnis.

3.2.

Airbus heeft het volgende hiertoe aangevoerd, kort samengevat.

De ongefundeerde claim voor meerkosten van Spacetec van € 650.000,00 is de reden voor de onderhavige procedure. Gelet op de uitgangspunten van het Ariane 6 project zijn kwesties als leveringsafspraken met deadlines en plafondprijzen contractueel strak geregeld. Er zijn ernstige consequenties verbonden aan het schenden van die deadlines. Gelet op het prijsplafond is de claim van Spacetec voor meerkosten, die het prijsplafond met

€ 650.000,00 overstijgt, ongefundeerd. Door de ontbinding van de overeenkomst per 4 juni jl. heeft Airbus een vordering op Spacetec van € 935.000,00 uit hoofde van schadevergoeding en een vordering van € 252.575,00 uit hoofde van onverschuldigde vooruitbetalingen.

Airbus is met Spacetec overeengekomen dat Spacetec de onderdelen zou produceren en leveren, met materialen afkomstig van Airbus. Spacetec mocht niet uit eigen beweging derden inschakelen gelet op artikel 21 van de overeenkomst. Dat past ook in de structuur van het project; hele onderdelen van de overeenkomst zouden waardeloos worden als Spacetec naar eigen behoefte onderaannemers kan inschakelen, gelet op de bepalingen over de kwalitatieve eisen waaraan moet worden voldaan, dat Airbus de productiemethode en organisatie mag inspecteren, en de bepaling over het niet mogen beroepen op een retentierecht. Pas eind mei 2019 werd plotseling gesteld dat PM c.s. op grote schaal was ingeschakeld bij de productie van de onderdelen voor Airbus. Airbus heeft hiervoor geen toestemming gegeven. De contracten van (onder)aanneming zijn ook nooit met Airbus gedeeld. Ook PM c.s. kan geen beroep doen op een retentierecht:

- de vordering waarvoor retentierecht wordt ingeroepen is onvoldoende onderbouwd;

- er is niet voldaan aan het samenhangvereiste;

- er is geen retentierecht uitgeoefend;

- Airbus heeft een ouder recht en Spacetec was niet bevoegd overeenkomsten met PM c.s. aan te gaan;

- een beroep op een retentierecht is in de gegeven omstandigheden in strijd met de redelijkheid en billijkheid.

De vordering in conventie dient daarom te worden toegewezen en de vordering in reconventie te worden afgewezen, aldus Airbus.

3.3.

PM c.s. heeft verweer gevoerd en een vordering in reconventie ingesteld.

Zij vordert in reconventie:

A.

Primair:

het in opdracht van Airbus op 28 mei 2019 ten laste van PM c.s. gelegde conservatoire beslag per direct op te heffen;

Subsidiair:

I. Airbus te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis het op 28 mei 2019 ten laste van PM c.s. gelegde conservatoire beslag op te heffen;

II. Airbus te veroordelen om het ertoe te leiden dat de gerechtelijke bewaring binnen genoemde termijn eindigt;

III. met veroordeling van Airbus tot betaling aan PM c.s. van een dwangsom van EUR

50.000 voor iedere dag of dagdeel dat niet of niet volledig aan onder I) en II) genoemde

verplichtingen wordt voldaan, met een maximum van EUR 5.000.000, althans door de

voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen (maximum)bedragen;

B.

Airbus te veroordelen om het ertoe te leiden dat binnen 24 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis de beslagen zaken, die op 28 mei 2019 in haar opdracht zijn afgevoerd, bij PM c.s. worden terugbezorgd, met veroordeling van Airbus tot betaling aan PM c.s. van een dwangsom van EUR 50.000 voor iedere dag of dagdeel dat niet of niet volledig aan bovenstaande verplichting wordt voldaan, met een maximum van EUR 5.000.000,

althans door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen (maximum)bedragen;

C.

In conventie en in reconventie:

Airbus te veroordelen tot betaling van de kosten van dit geding, te vermeerderen met de nakosten, binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis, onder bepaling dat Airbus de wettelijke rente hierover verschuldigd zal zijn tot de dag van algehele voldoening, indien betaling binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis uitblijft.

3.4.

PM c.s. heeft het volgende aangevoerd, kort samengevat.

Spacetec is een project-vennootschap en is exclusief opgericht voor het Ariane 6 project. Zij heeft geen personeel in dienst en geen eigen website. Voor de uitvoering van haar contractuele verplichtingen in relatie tot Airbus is/was Spacetec totaal afhankelijk van derden, te weten PM c.s. (en in hun kielzog: anderen). Airbus weet dat ook en wist dat van aanvang af. Spacetec bezit, behalve één machine, geen productiemiddelen. Airbus heeft van aanvang af rechtstreeks contact gehad met medewerkers van PM c.s. en zij heeft zaken opgehaald op de locaties van PM c.s. in Dedemsvaart en Hengelo (O).

3.5.

Anders dan Airbus stelt heeft PM c.s. een retentierecht dat aan Airbus kan worden tegengeworpen. In deze gaat het niet over het geschil tussen Airbus en Spacetec, Spacetec is geen partij bij het onderhavige geding. De uiteenzetting van Airbus over het niet nagekomen zijn van afspraken door Spacetec dient te worden aangemerkt als zinloze stemmingmakerij. Het gaat slechts om het retentierecht van PM c.s. Wat Airbus heeft gezegd over Spacetec is niet relevant en wordt betwist; uit de overgelegde e-mail van de heer [Y] blijkt al dat de zaak heel anders in elkaar zit dan door Airbus bij dagvaarding wordt beweerd.

Als eenmaal is vastgesteld dat er sprake is van een retentierecht dat aan de derde-eigenaar kan worden tegengeworpen, rest die derde-eigenaar niets anders dan of te berusten in zijn lot of de vordering van de retentor te voldoen om zodoende weer de beschikking te krijgen over de zaak. Aan de elementen voor het uitoefenen van een retentierecht is voldaan. PM c.s. oefende de feitelijke macht uit over de zaak ten aanzien waarvan retentie wordt gepleegd, er bestaat een vordering van de retentor op de schuldenaar, en, omdat er in het onderhavige geval sprake is van een derde met een ouder recht, er is ook voldaan aan de eis dat de vordering van de retentor op de schuldenaar voortspruit uit een overeenkomst die de schuldenaar bevoegd was met betrekking tot de zaak aan te gaan of dat de retentor geen reden had om aan die bevoegdheid te twijfelen. In het contract tussen Airbus en Spacetec staat geen verbod op de inschakeling van derden, waartoe gerekend PM c.s..

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing