Rechtbank Overijssel, 30-09-2019, ECLI:NL:RBOVE:2019:3432, 08/950463-14 (P)
Rechtbank Overijssel, 30-09-2019, ECLI:NL:RBOVE:2019:3432, 08/950463-14 (P)
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 30 september 2019
- Datum publicatie
- 30 september 2019
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2019:3432
- Zaaknummer
- 08/950463-14 (P)
Inhoudsindicatie
De rechtbank Overijssel veroordeelt een 69-jarige man uit Griekenland tot een gevangenisstraf van 24 maanden voor valsheid in geschrifte. Door het handelen van de man is een bedrijf ernstig in de financiële en economische belangen benadeeld.
De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van bijna 12,5 miljoen euro af. Het dossier bevat naar het oordeel van de rechtbank wel aanwijzingen dat de man wederrechtelijk voordeel zou kunnen hebben verkregen uit het bewezenverklaarde feit, maar het dossier en het verhandelde ter terechtzitting bieden onvoldoende gegevens om vast te stellen of, en zo ja in welke mate, dat daadwerkelijk ook zo is geweest.
Uitspraak
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer 08/950463-14 (P)
Datum vonnis: 30 september 2019
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1950 in [geboorteplaats] ,
verblijvende te [adres] .
1 Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 12 december 2016, 29 mei 2017, 25 juni 2018, 18 februari 2019 en 16 september 2019.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. J.M. Mul en van hetgeen door verdachte en diens raadsvrouw mr. A.M. de Koning, advocaat te 's-Gravenhage, naar voren is gebracht.
2 De tenlastelegging
Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging op de terechtzitting van 16 september 2019 – ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 15 juni 2010 in de gemeente Kampen, althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer andere(n), althans alleen, een brief gericht aan [bedrijf 1] en afkomstig van [bedrijf 2] B.V. (D-004c)
- zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen –
valselijk heeft opgemaakt of vervalst,
immers heeft/hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) valselijk en/of in strijd met de waarheid, in deze brief vermeld/opgenomen of laten vermelden/opnemen dat [bedrijf 3] Inc. (verder [bedrijf 3] ) een bedrag heeft betaald van EUR 12.490.000,00 op de rekening van [bedrijf 2] B.V. en dat dit bedrag bestaat uit:
- de lening van EUR 6.000.000,00 van [bedrijf 3] aan [bedrijf 2] B.V.;
- de lening van EUR 500.000,00 van [bedrijf 4] B.V. aan [bedrijf 2] B.V., welke door [bedrijf 3] namens [bedrijf 4] B.V. is betaald;
- het overbruggingskrediet van EUR 5.990.000,00,
zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;
en/of
hjj, op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 juni 2010 tot en met 28 januari 2011 in de gemeente Kampen, tezamen en in vereniging met één of meer andere(n), althans alleen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals(e) of vervalst(e) brief (D-004c) afkomstig van [bedrijf 2] B.V. en gericht aan [bedrijf 1] ,
- zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen –
als ware dat geschrift echt en onvervalst,
bestaande dat gebruikmaken hierin dat de inhoud van deze brief is gebruikt voor een brief van [bedrijf 1] aan de [bank 1] N.V. (D-004a) en voor het opmaken van de jaarrekening 2010 (D-005),
en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat verdachte en/of zijn mededader(s) valselijk en/of in strijd met de waarheid, in deze brief heeft/hebben vermeld/opgenomen of laten vermelden/opnemen dat [bedrijf 3] Inc. (verder [bedrijf 3] ) een bedrag heeft beaald van EUR 12.490.000,00 op de rekening van [bedrijf 2] B.V. en dat dit bedrag bestaat uit:
- de lening van EUR 6.000.000,00 van [bedrijf 3] aan [bedrijf 2] B.V.;
- de lening van EUR 500.000,00 van [bedrijf 4] B.V. aan [bedrijf 2] B.V., welke door [bedrijf 3] namens [bedrijf 4] B.V. is betaald;
- het overbruggingskrediet van EUR 5.990.000,00;
2.
de besloten vennootschap [bedrijf 2] B.V., op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 mei 2010 tot en met 5 juni 2014 in de gemeente Kampen, althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer andere(n), althans alleen,
terwijl [bedrijf 2] B.V. bij vonnis van de Rechtbank Zwolle-Lelystad van 7 april 2011, in staat van faillissement is verklaard,
ter bedrieglijke verkorting van de rechten van haar schuldeiser(s) een geldbedrag, te weten EUR 5.940.000,00 van de rekening van [bedrijf 2] B.V. heeft/hebben overgemaakt naar de rekening van [bedrijf 5] B.V. en/of [bedrijf 3] Inc, zonder dat hiertoe een rechtsgrond bestond,
tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte, al dan niet tezamen met één of meer andere(n), (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte al dan niet tezamen met één of meer anderen, (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;
3.
hij, als (feitelijk) bestuurder van de besloten vennootschap [bedrijf 2] B.V., welke B.V. op 7 april 2011 in staat van faillissement is verklaard, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 7 april 2011 tot en met 5 juni 2014 in de gemeente Kampen en/of Zwolle, althans elders in Nederland en/of Griekenland,
wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen, zonder geldige reden opzettelijk is weggebleven en/of heeft geweigerd de vereiste inlichtingen te geven en/of de verkeerde inlichtingen heeft gegeven,
immers hebbende verdachte niet gereageerd op diverse oproepen van de curator tot het geven van inlichtingen en/of verzuimd om toegezegde rapportages aan de curator toe te sturen en/of heeft de curator diverse malen getracht in contact te treden en/of te blijven met verdachte en/of zijn raadsman over onder meer de investeringen die in Griekenland zijn gedaan, waarbij een reactie van verdachte uiteindelijk is uitgebleven.
3 De voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.