Rechtbank Overijssel, 18-12-2019, ECLI:NL:RBOVE:2019:4803, C/08/239294 / KG ZA 19-283
Rechtbank Overijssel, 18-12-2019, ECLI:NL:RBOVE:2019:4803, C/08/239294 / KG ZA 19-283
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 18 december 2019
- Datum publicatie
- 19 december 2019
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2019:4803
- Zaaknummer
- C/08/239294 / KG ZA 19-283
Inhoudsindicatie
Aanbestedingsrecht. Ongeldige inschrijving.
Uitspraak
vonnis
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
zaaknummer / rolnummer: C/08/239294 / KG ZA 19-283
Vonnis in kort geding van 18 december 2019
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eiseres,
advocaten mr. A. ter Mors en mr. J.J. Huisman te Deventer,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
WATERSCHAP DRENTS OVERIJSSELSE DELTA,
zetelend te Zwolle,
gedaagde,
advocaat mr. M.J. Mutsaers te Zwolle.
Partijen zullen hierna [eiseres] en het Waterschap genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van 31 oktober 2019 met producties 1 t/m 9,
- -
-
producties A t/m C aan de zijde van het Waterschap,
- -
-
de akte overlegging producties tevens akte eiswijziging met producties 10 t/m 15 aan de
zijde van [eiseres] ,
- -
-
de mondelinge behandeling op 29 november 2019,
- -
-
de pleitnota van [eiseres] ,
- -
-
de pleitnota van het Waterschap.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Op 9 juli 2019 ontving [eiseres] een uitnodiging van het Waterschap om deel te nemen aan een meervoudig onderhandse aanbesteding voor: “Tender 124111: Project Marswetering Fase II”.
De aanbestedingsstukken bestaan uit:
- de gunningsleidraad Meervoudig Onderhandse Aanbesteding Project “Marswetering Fase
II” (hierna te noemen: de gunningsleidraad);
- het bestek “Project Marswetering fase 2 DOD00518” d.d. 09-07-2019 (hierna te noemen:
het bestek);
- tekeningen en bijlagen behoren bij het bestek, waaronder de BLVC-tekening van 8 juli
2019, die op 22 juli 2019 op een klein onderdeel is gewijzigd (hierna te noemen: De BLVC-tekening) en
- de Nota van Inlichtingen 1 Inschrijvingsfase van 15 augustus 2019 (hierna te noemen: de
Nota van Inlichtingen 1) en de Nota van Inlichtingen 2 Inschrijvingsfase van 30 augustus 2019 (hierna te noemen: de Nota van Inlichtingen 2).
Uit artikel 1.1. van de Gunningsleidraad blijkt dat de aanbesteding betrekking heeft op de verbetering van de Marswetering tussen gemaal Linterzijl en het Aalshorsterpad en een gedeelte nabij de Vlierhoek (hierna te noemen: het werk).
Artikel 1.3 van de Gunningsleidraad luidt als volgt:
“Door uitvoering van dit werk komt er veel grond/zand vrij. Hiervoor is in het bestek (grotendeels) een bestemming opgenomen.
De uitdaging die bij aannemer ligt is om op een veilige wijze, met zo min mogelijk hinderoverlast de grond af te voeren. Verder vraagt de aanbesteder aandacht voor de communicatie met de (grond)eigenaren in het invloedssfeer van het gebied.
Opgemerkt wordt dat de Hagenweg niet beschikbaar is voor transport. Dit vanwege de functie als fietsverbinding voor schoolgaande jeugd van en naar Zwolle”.
Uit artikel 2.2 van de Gunningsleidraad blijkt dat het doel van de aanbesteding is het verkrijgen van de economisch meest voordelige inschrijving. Het werk wordt gegund aan de inschrijver met de beste prijs kwaliteitsverhouding.
In artikel 2.7 van de Gunningsleidraad is bepaald dat bij de inschrijving een inschrijfbiljet, een inschrijfstaat en een Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatieplan (hierna te noemen: BLVC-plan) moeten zijn gevoegd.
In artikel 2.5 van de Gunningsleidraad is bepaald dat op 12 juli 2019 om 8.30 uur een aanwijs op de locaties is. Doel van dit locatiebezoek is om de beoogde opdracht aan de mogelijke inschrijvers toe te lichten. Ook kunnen mogelijke inschrijvers zich dan een beeld vormen van de werkzaamheden en de terreinomstandigheden. Vragen die mogelijke inschrijvers stellen tijdens deze aanwijs en waarop een schriftelijk antwoord is gewenst, dienen eveneens schriftelijk te worden ingediend voor de Nota van Inlichtingen.
Op de BLVC-tekening is onderstaande transportroute aangegeven. Bij de rode route staat: ‘Hagenweg verboden voor transport’. Bij de blauwe route staat: ‘Transportroute zand naar derden’.

In de Nota van Inlichtingen 1 is -voor zover van belang- de volgende vraag en het antwoord daarop opgenomen:
“Vraag 8: 1187602. Transportroute
Is de aangegeven transportroute op de BLVC tekening 110 juist, naar onze mening is er tijdens de aanwijs een andere route besproken.
ANTWOORD 8:
De route op de tekening is juist. De aannemer dient rekening te houden met de transportroute zoals weergegeven op de BLVC-tekening.”
[eiseres] heeft tijdig een inschrijving ingediend.
Op 1 oktober 2019 heeft het Waterschap het aanbestedingsresultaat aan de inschrijvers bekend gemaakt. [eiseres] heeft de laagst fictieve inschrijvingssom en daarmee de meest economische inschrijving ingediend. De inschrijving van [eiseres] is hoog gewaardeerd, omdat hij zijn BLVC-plan verregaand heeft uitgewerkt en de betrokken stakeholders daarin heeft meegenomen. Het Waterschap kon echter nog niet overgaan tot een voornemen van gunning aan [eiseres] , omdat door externe factoren (onder meer PAS discussie) het door het bestuur beschikbaar gestelde budget werd overschreden.
Op 2 oktober 2019 heeft het Waterschap een aanvullende gemotiveerde beoordeling van de eigen inschrijving van [eiseres] aan [eiseres] verstrekt.
Op 16 oktober 2019 heeft Het Waterschap aan [eiseres] -voor zover van belang- het volgende bericht:
“..
Aanbesteder is gewezen op een mogelijke discrepantie tussen uw inschrijving en de contractseisen.
Vraag 8 van de Nota van Inlichtingen luidt: “Is de aangegeven transportroute op de BLVC tekening 110 juist? Naar onze mening is er tijdens de aanwijs een andere route besproken.”
Het antwoord luidt: “De route op de tekening is juist. De aannemer dient rekening te houden met de transportroute zoals weergegeven op de BLVC tekening.”
In de door u aangeboden BLVC plan wordt een afwijkende transportroute aangeboden.
Verzoek tot verduidelijking: Kan u onderbouwen dat uw inschrijving voldoet aan de contractseisen?”
Op 17 oktober 2019 heeft [eiseres] een onderbouwing aan het Waterschap verstuurd.
Bij brief van 24 oktober 2019 heeft het Waterschap -voor zover van belang- het volgende aan [eiseres] medegedeeld:
“De reden voor het nader onderzoek is dat inschrijvers mogelijk uit zijn gegaan van een andere transportroute dan de blauw aangegeven transportroute zoals deze in de BLVC tekening behorend bij het Bestek is aangegeven. Ook in uw inschrijving leek dit aan de orde. Reden waarom het Waterschap u op 16 oktober jl. om een verduidelijking heeft gevraagd. U heeft hier op 17 oktober jl. op gereageerd.
Het Waterschap heeft op basis van haar eigen onderzoek en na inwinning van een onafhankelijk extern juridisch advies geconcludeerd dat uw inschrijving inderdaad ongeldig is. Ook u blijkt een andere route te hebben gehanteerd. Uw antwoord d.d. 17 oktober jl. heeft dit oordeel niet anders gemaakt.
Op basis van de volgende passages uit de aanbestedingsstukken in onderlinge samenhang bezien komt het Waterschap tot de beslissing uw inschrijving ongeldig te verklaren:
(...)
Gelet op het bepaalde in artikel 7.21.1 ARW 2016 is uw inschrijving ongeldig. Het Waterschap legt uw inschrijving daarom alsnog terzijde: uw inschrijving is dus ten onrechte eerder inhoudelijk op de gunningscriteria Hinderbeperking en Communicatie beoordeeld.
(...)”.
Op 24 oktober 2019 heeft het Waterschap het werk voorlopig gegund aan [X] .
3 Het geschil
[eiseres] vordert -na wijziging van eis- bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
Primair – gunning:
I. het Waterschap, voor zover zij de opdracht wenst te gunnen, te verbieden de opdracht te gunnen aan een ander dan [eiseres] ;
Subsidiair (1) – herbeoordeling:
II. het Waterschap te gebieden, voor zover zij de opdracht wenst te gunnen, de inschrijving(en) ten aanzien van de puntentoekenning verband houdend met de transportroute opnieuw te laten beoordelen door een beoordelingsteam bestaande uit onafhankelijke, externe deskundigen die niet reeds bij de huidige beoordeling betrokken zijn geweest, althans door andere beoordelaars dan de beoordelaars die betrokken zijn geweest bij de huidige beoordeling, althans door het bestaande beoordelingsteam, een en ander conform de aanbestedingsstukken en dit vonnis;
III. indien het Waterschap op grond van de herbeoordeling niet voornemens zou zijn de opdracht aan [eiseres] te gunnen, het Waterschap te verbieden de opdracht te gunnen voordat een nieuwe termijn voor het aanhangig maken van een kort geding van 20 dagen na ontvangst van de uitslag van de herbeoordeling inclusief deugdelijke motivering, ongebruikt is verstreken en hangende een eventueel door [eiseres] aanhangig te maken kort geding;
Subsidiair (2) – motivering:
IV. het Waterschap te gebieden om [eiseres] te voorzien van voldoende schriftelijke motivering van het gunningsvoornemen conform dit vonnis;
V. het Waterschap te verbieden de opdracht te gunnen voordat een nieuwe termijn voor het aanhangig maken van een kort geding van 20 dagen na ontvangst van voldoende schriftelijke motivering ongebruikt is verstreken en hangende een eventueel door [eiseres] aanhangig te maken kort geding.
Meer subsidiair – heraanbesteding:
VI. het Waterschap te gebieden de aanbestedingsprocedure te staken en gestaakt te houden;
VII. het Waterschap te verbieden de opdracht te gunnen anders dan na heraanbesteding conform dit vonnis;
Uiterst subsidiair:
VIII. het Waterschap te gebieden de maatregelen te treffen die de voorzieningenrechter noodzakelijk c.q. geschikt acht;
Zowel primair, subsidiair, meer subsidiair als uiterst subsidiair:
IX. alles op straffe van een dwangsom van € 250.000,00 ineens aan [eiseres] , mocht het Waterschap niet aan dit vonnis voldoen, althans een door de voorzieningenrechter te bepalen dwangsom, tenzij het Waterschap ter zitting zal (doen) verklaren dat zij, als publiekrechtelijke rechtspersoon dit vonnis stipt en onvoorwaardelijk zal nakomen;
X. alles met veroordeling van het Waterschap in de kosten van deze procedure en de nakosten.
Het Waterschap voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.