Home

Rechtbank Overijssel, 16-01-2019, ECLI:NL:RBOVE:2019:566, C/08/220458 / HA ZA 18-325

Rechtbank Overijssel, 16-01-2019, ECLI:NL:RBOVE:2019:566, C/08/220458 / HA ZA 18-325

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
16 januari 2019
Datum publicatie
18 februari 2019
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2019:566
Zaaknummer
C/08/220458 / HA ZA 18-325

Inhoudsindicatie

Bevoegdheid rechtbank. Europese Insolventieverordening. 2:248 BW, 2:9 BW, 6:162 BW.

Uitspraak

vonnis

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/220458 / HA ZA 18-325

Vonnis van 16 januari 2019

in de zaak van

[eiser]

in hoedanigheid van curator van Chineurrus Import & Export Ltd, wonende te [woonplaats 1],

eiser,

advocaat mr. M.M.M. Rooijen te Weert,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats 2],

gedaagde,

advocaat mr. M.B. Beerentsen te Zwolle.

Partijen zullen hierna curator en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het tussenvonnis van 3 oktober 2018

-

de brief van de curator van 14 november 2018 met productie 17

-

het proces-verbaal van comparitie van 29 november 2018.

1.2.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

Chineurrus Import & Export Ltd (hierna verder: Chineurrus) is een vennootschap naar Engels recht en opgericht op 16 oktober 2009 door Dutch World Wide Import & Export Limited.

2.2.

Chineurrus is blijkens het overgelegde afschrift van de Companies Registration Office uit het Verenigd Koninkrijk, statutair gevestigd te Carcroft Doncaster.

2.3.

Chineurus staat ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel in Nederland onder nummer 62736299, kantoorhoudende te Hardenberg.

2.4.

Wetron Transport & Logistics B.V. (hierna verder: Wetron) en Expeditiebedrijf [A] hebben namens Chineurrus in het verleden vervoersopdrachten uitgevoerd. Hiervoor hebben Wetron en [A] facturen verstuurd.

2.5.

De facturen van Wetron en [A] zijn onbetaald gebleven.

2.6.

[gedaagde] is tot 16 februari 2017 enig statutair bestuurder van Chineurrus. Vanaf 17 februari 2017 is de enig statutair bestuurder de heer M.M. [B] (hierna verder: [B]).

2.7.

Omstreeks dezelfde datum in 2017 heeft [B], (direct of via een door hem gehouden vennootschap), alle aandelen in Chineurrus overgenomen van [gedaagde].

2.8.

Na de overname is er door Chineurrus een vrijwaring verleend aan [gedaagde] als bestuurder van Chineurrus en partijen hebben daarvoor op 23 januari 2017 een ‘deed of indemnity’ ondertekend.

2.9.

Bij vonnis van 25 januari 2017 heeft de rechtbank Overijssel een vordering van Wetron op Chineurrus van € 34.307,37 toegewezen. Chineurrus heeft niet voldaan aan deze vordering.

2.10.

Chineurrus is (mede op het verzoek van Wetron) bij vonnis van de rechtbank Overijssel van 15 augustus 2017 in staat van faillissement verklaard met benoeming van de curator als hierboven vermeld.

2.11.

De curator heeft de (voormalig) bestuurders van Chineurrus verzocht de administratie van Chineurrus ter beschikking van de curator te stellen. Dat is niet gebeurd.

2.12.

Tot het moment van dagvaarding is er - blijkens het laatste overgelegde faillissementsverslag - in het faillissement van Chineurrus voor een bedrag van € 274.155,45 aan vorderingen ter verificatie aangemeld.

2.13.

Tot het moment van dagvaarding staat Chineurrus nog steeds ingeschreven bij de Companies Registration Office in het Verenigd Koninkrijk.

3 Het geschil

3.1.

Curator vordert, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. te verklaren voor recht dat [gedaagde], als bestuurder van Chineurrus, uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW aansprakelijk is voor het boedeltekort;

II. te verklaren voor recht dat [gedaagde], als bestuurder van Chineurrus, uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:9 BW en/of artikel 6:162 BW aansprakelijk is;

III. [gedaagde] te veroordelen tot vergoeding van de schade nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, waaronder de nakosten.

3.2.

De curator legt - zakelijk weergegeven - het volgende aan zijn vordering ten grondslag. [gedaagde] was tot februari 2017 bestuurder van Chineurrus en hij heeft zijn taken in deze periode als bestuurder kennelijk onbehoorlijk vervuld in de zin van artikel 2:248 BW. Deze onbehoorlijke taakvervulling is als belangrijke oorzaak van het faillissement van Chineurrus te beschouwen (artikel 2:248 lid 1 BW). Mocht het beroep op artikel 2:248 BW niet slagen, dan is op grond van alle feiten en omstandigheden in ieder geval de conclusie dat [gedaagde] als bestuurder zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld in de zin van artikel 2:9 BW en/of artikel 6:162 BW.

3.3.

[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de curator, met veroordeling van de curator in de proceskosten.

4 De beoordeling

5 De beslissing