Home

Rechtbank Overijssel, 02-09-2020, ECLI:NL:RBOVE:2020:3055, C/08/251145 / KG ZA 20-140

Rechtbank Overijssel, 02-09-2020, ECLI:NL:RBOVE:2020:3055, C/08/251145 / KG ZA 20-140

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
2 september 2020
Datum publicatie
22 september 2020
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2020:3055
Zaaknummer
C/08/251145 / KG ZA 20-140

Inhoudsindicatie

Aanbesteding. Vorderingen afgewezen. De inschrijving is op goede gronden terzijde gelegd omdat de prijsaanbieding niet duidelijk en niet representatief is.

Uitspraak

vonnis

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/251145 / KG ZA 20-140

Vonnis in kort geding van 2 september 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SWECO NEDERLAND B.V.,

gevestigd te De Bilt,

eiseres, verder te noemen Sweco,

advocaten: de mrs. M.M.J.M van Helvoirt en T. van Wijk en te Arnhem,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

WATERSCHAP DRENTS OVERIJSSELSE DELTA,

zetelend te Zwolle,

gedaagde, verder te noemen het Waterschap,

advocaten: de mrs. M.J. Mutsaers en V. Jasarevic te Zwolle.

1 De procedure

1.1.

Sweco heeft in kort geding gesteld en gevorderd zoals staat te lezen in de op 10 juli 2020 uitgebrachte dagvaarding (met producties). Het Waterschap heeft voor de zitting producties toegezonden. Daarnaast hebben partijen in verband met de getroffen maatregelen vanwege het Corona-virus ook reeds voor de zitting pleitaantekeningen toegezonden.

1.2.

De behandeling ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 25 augustus 2020 via een Skypeverbinding vanwege de geldende maatregelen in verband met het Corona-virus. Bij die gelegenheid zijn verschenen:

- namens Sweco de heren [A] , [B] , [C] , en [D] ,

bijgestaan door de mrs. Van Helvoirt en Van Wijk;

- namens het Waterschap mevrouw [X] en de heer [Y] , bijgestaan door de mrs. Mutsaers en Jasarevic.

1.3.

Tijdens de zitting is namens Sweco een eiswijziging dan wel -vermeerdering gedaan. Van de zijde van het Waterschap is hiertegen bezwaar gemaakt. De voorzieningenrechter heeft daarop aan partijen meegedeeld dat hij in het vonnis zal beslissen over de (toelaatbaarheid van de) eiswijziging dan wel -vermeerdering.

1.4.

Na verder debat is vonnis gevraagd, waarvan de uitspraak is bepaald op 9 september 2020. Het vonnis wordt vandaag bij vervroeging uitgesproken.

2 Waarvan kan worden uitgegaan

2.1.

Op 6 mei 2020 heeft het Waterschap een nadere offerteaanvraag (hierna: NO) voor een nadere opdracht, getiteld “Voorbereiding persleidingen 2020” (hierna: de Opdracht), verzonden. Deze NO heeft betrekking op de voorbereiding van de renovatie van tenminste één persleiding (Balkbrug - RWZI Dedemsvaart (hierna ook: persleiding Balkbrug)) en maximaal vier persleidingen (de persleidingen Oosterboer- RWZI Meppel, Wittelte - RWZI Dieverbrug en Blauwe Hand - RWZI Steenwijk betreffen opties).

2.2.

In de NO staat, voor zover van belang, het volgende vermeld:

“(...)

1.2

Doel aanbesteding

(...)

De Opdrachtnemer van de voorbereiding van persleiding van Balkbrug - RWZI Dedemsvaart, zal tevens in de gelegenheid worden gesteld een aanbieding te doen

voor de opdracht van de overige opties.

Voorwaarden om in aanmerking te komen voor de opties:

1. Indien de aanbieding voor de eerstvolgende optie door het waterschap als marktconform wordt beoordeeld, kan zij besluiten om de optie daadwerkelijk op te dragen. Hierbij dienen de ureninzet en uurtarieven uit de gespecificeerde prijsonderbouwing als uitgangspunten voor de eventuele vervolgopdrachten.

(...)

2.1

Algemeen

De binnengekomen Inschrijvingen worden op de genoemde datum door Opdrachtgever geopend en wordt beoordeeld of de Inschrijving voldoet aan de gestelde vormvereisten. Indien de Inschrijving daaraan voldoet, wordt de Inschrijving beoordeeld op basis van de bij de Inschrijving ingeleverde documenten. Vervolgens wordt de Inschrijving, indien deze als besteksconform is aangemerkt beoordeeld op basis van de in dit hoofdstuk genoemde Gunningscriterium.

De inschrijfsom dient realistisch en voor inschrijver ten minste kostendekkend te zijn voor de in te zetten capaciteit voor de uitvoering van de ontwerpfase. Inschrijver dient op verzoek van de Opdrachtgever aannemelijk te kunnen maken dat de inschrijfsom kostendekkend is. Voor het indienen van de inschrijfsom dient u gebruik te maken van het inschrijfbiljet dat als Bijlage 3: Inschrijfbiljet’ is bijgevoegd. Daarnaast dient u een gespecificeerde onderbouwing van deelopdrachten te geven. Hieruit moet duidelijk te herleiden zijn welke specialisten er worden ingezet, ureninzet en uurtarief.

(...)

3.6

Overzicht van in te dienen documenten bij inschrijving

De inschrijver dient de volgende documenten te verstrekken:

1. Een ingevuld en door bevoegd vertegenwoordiger ondertekend Inschrijfbiljet (Bijlage 3);

2. Daarnaast dient u een gespecificeerde onderbouwing van de deelopdrachten te

overleggen. (...)”

2.3.

Op het Inschrijfbiljet (Bijlage 3) staat (bovenaan) vermeld: "Ondergetekende doet hierbij voor het project Balkbrug-RWZI Dedemsvaart een prijsaanbieding als volgt die representatief is voor de overige drie persleidingen:”.

2.4.

Sweco heeft, naast twee andere uitgenodigde partijen, begin juni 2020 een inschrijving ingediend voor de Opdracht.

2.5.

Op 11 juni 2020 heeft het Waterschap verduidelijkingsvragen, onder andere over de uurtarieven en de door Sweco genoemde efficiëntiekorting en vermelde verrekentarieven, gesteld aan Sweco. Sweco heeft deze vragen beantwoord op 15 juni 2020.

2.6.

Op 16 juni 2020 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen partijen.

2.7.

Naar aanleiding van voornoemd gesprek heeft het Waterschap op 17 juni 2020 opnieuw verduidelijkingsvragen gesteld aan Sweco. Op 19 juni 2020 heeft Sweco deze beantwoord.

2.8.

Op 3 juli 2020 heeft het Waterschap Sweco bericht dat haar inschrijving niet voldoet aan de in de aanbestedingsdocumenten gestelde eisen en dat daarom haar inschrijving terzijde wordt gelegd en zij van verdere deelname wordt uitgesloten.

Volgens het Waterschap is, onder verwijzing naar (onder meer) het vermelde in de paragrafen 1.2 en 2.1 van de NO en het daarbij behorende inschrijfbiljet (bijlage 3), de inschrijving van Sweco - kort gezegd - niet representatief en niet duidelijk.

2.9.

Op 7 juli 2020 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen Sweco en het Waterschap. Nadien heeft het Waterschap bij bericht van 7 juli 2020 meegedeeld dat de bezwaartermijn wordt verlengd tot 10 juli 2020 12.00 uur.

3 Het geschil

3.1.

Het bij dagvaarding gevorderde door Sweco strekt in de kern tot een gebod tot intrekking van de beslissing van 3 juli 2020 en een gebod tot (definitieve) gunning van de Opdracht aan Sweco.

3.2.

Aan het gevorderde bij dagvaarding heeft Sweco - samengevat weergegeven - het volgende ten grondslag gelegd. Sweco betwist dat haar prijsaanbieding niet representatief zou zijn voor de optionele vervolgopdrachten, omdat zij voor de vervolgopdrachten in haar

beantwoording op de verduidelijkingsvragen van 17 juni 2020 tarieven noemt die afwijken van haar inschrijving voor de persleiding Balkbrug. Sweco heeft in haar beantwoording op de nadere verduidelijkingsvragen het Waterschap louter tegemoet willen komen, nu tijdens het gesprek van 16 juni 2020 was gebleken van een discrepantie tussen de verwachtingen van het Waterschap en de door hem geformuleerde eisen in de Offerteaanvraag alsmede van bezwaren tegen de hoogte van de verrekentarieven. Sweco heeft nimmer op enige wijze afstand gedaan van (een deel van) haar inschrijving of haar inschrijving (qua tarifering) gewijzigd. Voorts stelt Sweco dat het Waterschap de NO verkeerd toepast. In de beslissing van 3 juli 2020 wordt door het Waterschap gesproken over de “inschrijving” voor de persleiding Balkburg die niet representatief zou zijn voor de overige drie persleidingen. De representativiteit moet echter bestaan in de prijsaanbieding (de som) en niet in de specificering die ten grondslag ligt aan de prijsaanbieding. De prijsaanbieding van Sweco voldoet hieraan. Gelet op de definiëring in de Van Dale is in dit geval sprake van representativiteit indien de prijsaanbieding een beeld of een goede indruk geeft van de prijsaanbieding voor een optionele vervolgopdracht. Kortom, indien de optionele vervolgopdrachten van een vergelijkbare omvang zouden zijn, moet de te offreren prijs rond de € 79.875,80 liggen. Sweco kan bevestigen dat de prijs die zij zou offreren bij een of meerdere van de optionele vervolgopdrachten - bij eenzelfde omvang - rond de prijs ligt die zij heeft geoffreerd voor de persleiding Balkbrug. De verklaring hiervoor is gelegen in de aanzienlijke efficiëntievoordelen die (kunnen) worden behaald bij bepaalde werkzaamheden bij vervolgopdrachten. De efficiëntievoordelen vertalen zich in een verlaging van het aantal uren dat de specialisten hoeven te besteden aan bepaalde werkzaamheden. Ter illustratie van de te behalen efficiëntievoordelen heeft Sweco een fictieve prijsaanbieding voor een vervolgopdracht, uitgaande van eenzelfde omvang als persleiding Balkbrug, overgelegd.

Verder heeft Sweco aangevoerd dat haar inschrijving duidelijk is, althans dat de redenen die het Waterschap aanvoert ter staving van de vermeende onduidelijkheid van haar inschrijving onvoldoende zijn te herleiden tot de NO. In haar specificering kan per werkzaamheid worden herleid welke specialisten worden ingezet en wat het urenaantal en de gebruikte uurtarieven zijn. Dat de tarieven waarmee is gerekend voor persleiding Balkbrug niet apart staan vermeld in de specificering, maakt niet dat de tarieven niet te herleiden zijn. Het Waterschap beschikt namelijk over de benodigde informatie om vast te stellen welke uurtarieven in rekening worden gebracht. Voor de eventuele vervolgopdrachten volgt uit de specificering van de prijsaanbieding (voldoende) duidelijk dat er verrekentarieven gelden. Nergens is voorgeschreven dat de prijsaanbieding voor de persleiding Balkburg volgens het principe uurtarief maal urenaantal tot stand moet komen. Uit de specificering van Sweco volgt verder dat zij werkt met een zogeheten ‘efficiëntie-/projectkorting’ die wordt bepaald aan de hand van een percentage van de inschrijfsom. In de beantwoording op de (nadere) verduidelijkingsvragen wordt bevestigd dat de efficiëntiekorting 10% bedraagt en slechts eenmalig, bij de eerste opdracht, wordt verstrekt.

Mocht er toch worden geoordeeld dat er sprake is van enig(e) gebrek(en) in de inschrijving, dan is terzijdelegging van haar inschrijving disproportioneel, aldus Sweco.

3.3.

De tijdens de mondelinge behandeling ter zitting gedane vermeerdering van eis, althans wijziging van eis komt erop neer dat Sweco subsidiair een gebod tot heraanbesteding vordert voor zover het Waterschap nog tot gunning over wenst te gaan.

3.4.

Het Waterschap heeft gemotiveerd inhoudelijk verweer gevoerd. Daarnaast heeft hij processueel bezwaar gemaakt tegen de eisvermeerdering dan wel -eiswijziging. Voor zover nodig zal het verweer van het Waterschap hierna worden besproken.

4 De beoordeling

5 De beslissing