Rechtbank Overijssel, 30-12-2020, ECLI:NL:RBOVE:2020:4598, C/08/240720 HA ZA 19-534
Rechtbank Overijssel, 30-12-2020, ECLI:NL:RBOVE:2020:4598, C/08/240720 HA ZA 19-534
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 30 december 2020
- Datum publicatie
- 30 december 2020
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2020:4598
- Formele relaties
- Einduitspraak: ECLI:NL:RBOVE:2024:2004
- Zaaknummer
- C/08/240720 HA ZA 19-534
Inhoudsindicatie
Onrechtmatig handelen in groepsverband (art. 6:106 BW). Installatiebedrijf verwijt haar voormalig statutair bestuurder en twee tapijtgroothandels en hun bestuurders dat zij het installatiebedrijf jarenlang gelden afhandig hebben gemaakt via facturen voor niet bestaande tapijtleveringen (‘spookfacturen’). Het installatiebedrijf eist schadevergoeding: zij wil de onttrokken gelden terug en vordert vergoeding van haar onderzoekskosten.
De rechtbank stelt vast dat sprake is van het (laten) verzenden en (laten) betalen van valse facturen en acht dat jegens het installatiebedrijf onrechtmatig. Zijn alle gedaagden daarvoor als een groep aan te spreken? Nee. De rechtbank onderscheidt binnen de bij de malversaties betrokken gedaagden twee van elkaar te onderscheiden groepen, waarbinnen de deelnemers hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door hun circuit veroorzaakte schade.
Het verweer dat de voormalig statutair bestuurder handelde als onderdeel van een binnen het installatiebedrijf bestaande bedrijfscultuur (zwart geld-circuit) kan hem niet baten. En gelet op de kenbare valsheid van de facturen kunnen de andere betrokkenen zich niet achter zijn instemming of opdracht verschuilen.
Voor het bepalen van de omvang van de schade heeft de rechtbank meer informatie nodig. Het gaat dan om de vraag in hoeverre het gewraakte handelen het installatiebedrijf naast schade ook voordelen heeft opgeleverd die op grond van art. 6:100 BW op de schade in mindering moeten komen. Partijen mogen zich daarover nog uitlaten.
Uitspraak
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle
Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 30 december 2020
in de hoofdzaak met zaaknummer/rolnummer C/08/240720 HA ZA 19-534 van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
INSTALLATIEBEDRIJF [familienaam] B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Genemuiden,
eisende partij,
advocaat: mr. H.G. Pomper,
tegen
1 [gedaagde 1] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
2. [gedaagde 2],
wonende te [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. F.B.A.M. van Oss,
en
3 de besloten vennootschap TAPIJTWERELD INTERNATIONAL B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Genemuiden, alsmede haar bestuurder
4. [gedaagde 3],
wonende te [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. B.A.M. Hampsink,
en
5 de besloten vennootschap INTERNATIONAL BUSINESS GENEMUIDEN B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Genemuiden, alsmede haar bestuurders
6. [gedaagde 4], en
7. [gedaagde 5],
beiden wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
advocaat: mr. J.F. Hoff,
en in de vrijwaringszaak met zaaknummer/rolnummer C/08/244840 HA ZA 19-563 van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TAPIJTWERELD INTERNATIONAL B.V.,
gevestigd te Genemuiden, alsmede haar bestuurder
2. [gedaagde 3],
wonende te [woonplaats 2] ,
eisende partij in vrijwaring,
advocaat: mr. B.A.M. Hampsink,
tegen
[gedaagde 1] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
gedaagde partij in vrijwaring,
advocaat: mr. F.B.A.M. van Oss.
Partijen zullen hierna achtereenvolgens Installatiebedrijf [familienaam] , [gedaagde 1] , [gedaagde 2] , Tapijtwereld, [gedaagde 3] , IBG, [gedaagde 4] en [gedaagde 5] worden genoemd. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden gezamenlijk aangeduid als [gedaagde 1] c.s., Tapijtwereld en [gedaagde 3] als Tapijtwereld c.s. en IBG, [gedaagde 4] en [gedaagde 5] als IBG c.s.