Home

Rechtbank Overijssel, 10-03-2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:1097, C/08/258428 / KG ZA 20-284

Rechtbank Overijssel, 10-03-2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:1097, C/08/258428 / KG ZA 20-284

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
10 maart 2021
Datum publicatie
22 maart 2021
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2021:1097
Zaaknummer
C/08/258428 / KG ZA 20-284

Inhoudsindicatie

Eiseres vordert medewerking verkoop woning.

Toegewezen.

Uitspraak

vonnis

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/258428 / KG ZA 20-284

Vonnis in kort geding van 10 maart 2021

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres,

advocaat: mr. L. Stam te Vught,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

advocaat: mr. E.G. Blankestijn te Almelo.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 11 december 2020,

-

de aanvullende producties van de zijde van [eiseres] ,

-

de mondelinge behandeling van 22 december 2020,

-

de pleitnota van [gedaagde] ,

-

de aanhouding ten behoeve van het verzamelen van informatie door [gedaagde] ,

-

de aanvullende producties van de zijde van [gedaagde] ,

-

de aanvullende productie 13 van de zijde van [eiseres] ,

-

de voortzetting van de mondelinge behandeling van 16 februari 2021.

1.2.

Ten slotte is bij vervroeging vonnis bepaald. Partijen hebben ter zitting meegedeeld daartegen geen bezwaar te hebben.

2 De feiten

2.1.

Partijen zijn eigenaar van de woning gelegen aan [het adres] te [woonplaats] . Zij zijn gehuwd geweest. Het huwelijk is in 2016 beëindigd door echtscheiding en deze is ingeschreven op 7 september 2016.

2.2.

[eiseres] heeft de voormalige echtelijke woning verlaten. [gedaagde] is daar blijven wonen vanaf mei 2015. [gedaagde] is de eigenaarslasten van de woning blijven voldoen.

2.3.

Op de woning rust een schuld uit hoofde van een hypothecaire geldlening, aangegaan bij BLG Hypotheekbank NV, ten bedrage van een totaalbedrag van d.d. 5 november 2020 € 675.000,--.

2.4.

In 2016, 2017 en 2018 zijn er achterstanden ontstaan in de betaling van de hypotheekrente, die uiteindelijk weer zijn ingelopen door [gedaagde] . Op dit moment zijn er geen achterstanden bij de hypotheekverstrekker.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis in kort geding:

I. zal bepalen dat het vonnis, na betekening aan [gedaagde] primair binnen één dag na de uitspraak, subsidiair binnen zeven dagen na de uitspraak, in de plaats zal kunnen treden van de door [gedaagde] te verrichten formaliteiten en te verlenen toestemming en/of wilsverklaring voor de verkoop van de woning, zijnde onder meer het sluiten van een onderhandse koopovereenkomst, notariële levering resp. voor de te verlijden notariële akte, een ander op de voet van artikel 3:300 lid 1 en 2 BW;

II. [gedaagde] veroordeelt zijn medewerking te verlenen de makelaar toegang te verschaffen om de woning te kunnen bekijken ter voorbereiding van de verkoop procedure en [gedaagde] de sleutels van de woning aan het [makelaarskantoor] in [woonplaats] afgeeft, binnen twee dagen nadat het vonnis aan hem is betekend en als [gedaagde] een van deze handelingen nalaat of weigert zijn medewerking te verlenen een dwangsom verbeurt van € 5.000,00 per dag of dagdeel dat [gedaagde] in gebreke blijft met een maximum van € 100.000,00 en;

III. tevens te gedogen dat de makelaar nadat deze heeft aangekondigd de woning met kopers te bezoeken, de woning te hebben verlaten en in opgeruimde staat achter te laten voor de duur dat de kopers met de makelaar in de woning verblijven en dat onder verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per keer dat [gedaagde] dit nalaat met een maximum van

€ 100.000,00;

IV. [gedaagde] veroordeelt om mee te werken aan de door de kopers gewenste leveringsdatum en uiterlijk binnen twee dagen na betekening van het vonnis de woning in goede staat en tijdig voor notarieel transport, uiterlijk 13 september 2020, op te leveren en de woning te verlaten en te ontruimen, op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 per dag of dagdeel dat hij in gebreke blijft te voldoen aan het te wijzen vonnis, met een maximum van € 100.000,00, zo nodig door inschakeling van de deurwaarder en sterke arm van politie en justitie;

V. [gedaagde] primair veroordeelt in de reële proceskosten van deze procedure waaronder het salaris van de advocaat, verschotten, explootkosten en het griffierecht, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in 6:119 BW, over deze proceskosten vanaf de veertiende dag na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis tot de dag van volledige betaling, dan wel [gedaagde] subsidiair veroordeelt in de proceskosten aan de zijde van de vrouw, conform het liquidatietarief, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in 6:119 BW.

3.2.

[eiseres] voert daartoe aan dat de hypotheekverstrekker BLG voornemens is om de woning openbaar te gaan verkopen, vanwege de achterstand in de betaling van de hypotheekrente. Verder vreest [eiseres] dat deze situatie zich zal blijven herhalen. Ook drukt de onverdeeldheid als een zware last op haar schouders en meent ze dat zij niet hoeft te gedogen dat deze onverdeeldheid langer zal blijven voortduren.

3.3.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] voert aan dat verkoop van de woning geen optie is, gezien de te verwachten restschuld. Hij wil de woning op zijn eigen naam zetten. Verder bestrijdt [gedaagde] dat [eiseres] spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen nu de achterstand is ingelopen.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing