Rechtbank Overijssel, 24-03-2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:1276, C/08/254898 / HA ZA 20-399
Rechtbank Overijssel, 24-03-2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:1276, C/08/254898 / HA ZA 20-399
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 24 maart 2021
- Datum publicatie
- 25 maart 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2021:1276
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2023:1191, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- C/08/254898 / HA ZA 20-399
Inhoudsindicatie
Overeenstemming over medewerking curator aan overdracht (bestaande) order.
Uitspraak
vonnis
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle
zaaknummer / rolnummer: C/08/254898 / HA ZA 20-399
Vonnis van 24 maart 2021
in de zaak van
MR. ALI BEN DAOUED QQ FAIL.BIG WHOLESALE B.V.,
kantoorhoudende te Zwolle,
eiser in conventie,
verweerder in reconventie,
advocaat mr. J. van der Meer te Groningen,
tegen
rechtspersoon naar Hongaars recht
[X] ,
gevestigd te Esztergom (Hongarije),
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. F.M. van Hasselt te Deventer.
Partijen zullen hierna curator en [X] genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het tussenvonnis van 25 november 2020,
- -
-
de conclusie van antwoord in reconventie,
- -
-
de akte indiening producties van de zijde van [X] ,
- -
-
een emailbericht van 25 januari 2021 van de zijde van [X] ,
- -
-
het B-13 formulier van de curator waarbij een USB-stick behorende bij de conclusie van antwoord in reconventie is gedeponeerd,
- -
-
het proces-verbaal van de comparitie van partijen op 5 februari 2021.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Big Wholesale B.V. was actief in de verkoop van fietsen. Op 12 februari 2020 is zij failliet verklaard. De curator is benoemd tot curator in het faillissement.
[X] is indirect aandeelhouder van Big Wholesale en een belangrijk toeleverancier van fietsen aan Big Wholesale.
Big Wholesale had voor haar faillissement overeenkomsten gesloten voor de verkoop van een partij fietsen, te weten met Ahold Delhaize European Sourcing B.V. (de Ahold-order) en met Intergamma B.V. (de Intergamma-order).
Op 14 februari 2020 heeft de curator de Intergamma-order aan [X] verkocht. [X] heeft in dat kader een bedrag van € 50.000,- op de derdengeldenrekening van de curator overgemaakt. Het bedrag zou vrijkomen als boedelactief zodra Intergamma de bestelde fietsen zou afnemen. Dat is niet gebeurd.
Op 27/28 februari 2020 hebben de curator en [X] overeenstemming bereikt over de overdracht van de Ahold-order. De curator schrijft in een emailbericht van 27 februari 2020 aan de heer [A] (bestuurder van [X] ) en zijn gemachtigde mr. Van Hasselt onder meer het volgende:
“Subject to the following conditions, I am prepared to submit your bid to the examining magistrate for approval:
Your client pays -without possibility of setoff and/or compensation- an estate contribution in the amount of EUR 57,500 to the estate for the cooperation in the transfer of Ahold-deal, consisting of 1,200 Hollandia Optima Basic and 1,500 Hollandia Optima Basic e-bikes, parties sufficiently known. I do not vouch for the existence and scope of this order and therefore do not provide any guarantee. Your client is free to conclude a new agreement with Ahold exclusively for the aforementioned order.
(...)
This is subject to the approval of the bankruptcy judge.”
Op 1 maart 2020 schrijft [A] aan de curator het volgende:
“Dear Ali!
I did not hear from you on Friday.
Please confirm that Ahold accepts [X] as contract partner in stead of BIG, for the existing orders. This is the basis for our deal I would like to know tomorrow (2 March), before I make payment.”
Op 2 maart 2020 schrijft [B] , werkzaam bij Ahold, (hierna: [B] ) een emailbericht aan de heer [X] , waaruit volgt dat zij de Ahold-order heeft geannuleerd. Het emailbericht luidt als volgt:
“We cancelled the promotion, due to the fact that last week Wednesday we couldn’t settle the deal including after sales services that was really our deadline to give it a go or no go.
We can discuss another promotion week (fe week 17), but we need to re-discuss and re-negotiate full deal from scratch.”
Op 9 maart 2020 schrijft [B] in een emailbericht aan de heer [X] het volgende:
“Dear [A] ,
I have informed [C] , voormalig bestuurder van Big Wholesale, toevoeging rechtbank] by phone that I cancelled the promotion in wk 13 IF no agreement on Wednesday morning 8.00. On Wednesday morning the 26th I have send [C] a mail in which I confirmed this. Later there were some sms/what’s app messages but I didn’t check my phone and email till Mach 2th. As I was on holidays.
And yes the deal was off.”
Op 10 maart 2020 schrijft mr. Vos, advocaat van [C] , het volgende aan mr. Van Hasselt:
“Amice,
[C] is geen mail aan haar bekend van 26 maart van de zijde [B] . Wel wist [C] dat [B] uiterlijk woensdag duidelijkheid wilde en Ali Ben Daoued wist dat ook. Hoe het ook zij, voldoende helder is dat deal zoals die bij BIG in de boeken stond niet meer de deal is die uw cliënt thans met Albert Heijn kan sluiten. (...)”
[X] heeft het bedrag van € 57.500,- exclusief btw niet aan de curator betaald.
[X] heeft een kort geding gestart en daarin onder meer gevorderd dat de curator opdracht zou geven tot het vrijgeven van het bedrag van € 50.000,- onder last van een dwangsom. De voorzieningenrechter heeft die vordering bij vonnis in kort geding van 8 september 2020 toegewezen.
De curator heeft beslag laten leggen op het bedrag van € 50.000,-.
[X] heeft nieuwe afspraken gemaakt met Ahold en fietsen geleverd aan Ahold.
3 Het geschil
De curator vordert veroordeling van [X] tot betaling van € 69.575,-, inclusief btw (zijnde: € 57.500,- exclusief btw) te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, proceskosten en nakosten. De curator voert daartoe aan dat [X] met hem is overeengekomen dat hij dit bedrag zou betalen als boedelbijdrage voor de medewerking van de curator aan de overdracht van de Ahold-order.
[X] voert verweer. [X] stelt zich op het standpunt dat het in strijd is met de redelijkheid en billijkheid indien zij over zou moeten gaan tot betaling aan de curator omdat de Ahold-order door Ahold was geannuleerd nog vóórdat deze aan [X] was verkocht en de curator wist dat. Subsidiair doet [X] een beroep op dwaling, omdat zij niet wist dat de Ahold-order geannuleerd was, en meer subsidiair op wederzijdse dwaling indien de curator dat ook niet wist. Verder stelt [X] dat de overeenkomst gold onder voorwaarde dat de rechter-commissaris zijn goedkeuring zou geven, en dat deze goedkeuring niet is gegeven.
in reconventie
[X] vordert in reconventie veroordeling van de curator tot (terug)betaling van € 50.000,-, te vermeerderen met rente en kosten. [X] voert daartoe aan dat de curator het bedrag van € 50.000,- had moeten vrijgeven en dat het daarop gelegde beslag onrechtmatig is, zodat de curator het maximale bedrag aan dwangsommen van € 50.000,- heeft verbeurd. Subsidiair voert [X] aan dat zij schade heeft geleden doordat de curator ten onrechte beslag heeft gelegd, en dat deze schade begroot moet worden op € 50.000,-.
De curator voert ten verwere aan dat het beslag niet onrechtmatig is, omdat het dient ter zekerstelling van betaling van het in conventie gevorderde bedrag.
in conventie en in reconventie
Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna nader ingegaan voor zover dat van belang is voor de beoordeling van het geschil.