Rechtbank Overijssel, 08-11-2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:4175, 08-997032-18 (P)
Rechtbank Overijssel, 08-11-2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:4175, 08-997032-18 (P)
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 8 november 2021
- Datum publicatie
- 8 november 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2021:4175
- Zaaknummer
- 08-997032-18 (P)
Inhoudsindicatie
Een veehouderij uit Oudemirdum krijgt een boete van 10.000 euro omdat het bijna 3 miljoen kilo aan vervuild tomatenloof illegaal had opgeslagen. De boete is voor de helft voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.
Het uit België afkomstige afval was volgens de veehouder bedoeld als strooisel voor in de stal, maar bleek ernstig vervuild met nylondraad, plastic clipjes en klemmetjes. Hoewel dit bij de eerste vrachten al duidelijk was ging het bedrijf toch door. In totaal werden er zeker 85 vrachten naar de veehouderij gebracht. Het bedrijf verdiende ruim 42.000 euro aan de illegale opslag en moet dat aan de Staat betalen.
Uitspraak
Team Strafrecht
Meervoudige economische kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08-997032-18 (P)
Datum vonnis: 8 november 2021
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdacht bedrijf] ,
gevestigd aan de [adres] .
1 Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 25 oktober 2021.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. S. Buist en van wat namens verdachte door de wettelijk vertegenwoordiger de heer [naam] en de raadsman mr. J. van Groningen, advocaat te Middelharnis, naar voren is gebracht.
2 De tenlastelegging
De verdenking komt er, na wijziging van de tenlastelegging van 25 oktober 2021, kort en zakelijk weergegeven op neer dat verdachte, zonder daartoe bevoegd te zijn en zonder bodembeschermende voorzieningen te treffen, 2.897 ton afval, te weten vervuild tomatenloof, heeft opgeslagen.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
1.
zij in of omstreeks de periode van 1 juli 2017 tot en met 28 februari 2018, te Oudemirdum, in de gemeente de Fryske Marren, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, al dan niet opzettelijk, zonder omgevingsvergunning een project heeft uitgevoerd, dat geheel of gedeeltelijk bestond uit het veranderen en/of veranderen van de werking, van een inrichting en/of het - na veranderingen te hebben aangebracht of de werking te hebben veranderd - in werking hebben van die inrichting ten aanzien van die veranderingen en/of die veranderde werking zijnde genoemde inrichting een inrichting, als bedoeld in Onderdeel C, categorie 8 van bijlage I van het
Besluit omgevingsrecht, in elk geval als bedoeld in bijlage I van het Besluit omgevingsrecht, die was gelegen aan de [adres] , bestaande die veranderingen en/of die veranderde werking uit het zonder bodembeschermende voorzieningen binnen die inrichting (vanuit België laten aanvoeren en) opslaan van een partij (van ongeveer 2.897 ton) tomatenloof, welke partij verontreinigd was met kunststoffen zoals nylondraad en/of plastic clipjes en/of klemmetjes, althans voorwerpen (al dan niet geheel) bestaande uit plastic;
2.
zij in of omstreeks de periode van 1 juli 2017 tot en met 28 februari 2018 te Oudemirdum, in de gemeente De Fryske Marren, meermalen, althans eenmaal, al dan niet opzettelijk, zich heeft ontdaan van afvalstoffen door deze - al dan niet in verpakking - buiten een inrichting te storten en/of anderszins op of in de bodem te brengen en/of te verbranden, immers heeft/hebben zij, verdachte en/of haar mededader(s) toen aldaar - zakelijk weergegeven - een
partij (van ongeveer 2.897 ton) tomatenloof, welke partij verontreinigd was met kunststoffen, zoals nylondraad en/of plastic clipjes en/of klemmetjes, althans voorwerpen (al dan niet geheel) bestaande uit plastic, zonder bodembeschermende voorzieningen gestort en/of achtergelaten en/of anderszins op of in de bodem gebracht van/nabij het perceel [adres] ;
3.
zij in of omstreeks de periode van 1 juli 2017 tot en met 28 februari 2018 te Oudemirdum, in de gemeente De Fryske Marren, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, al dan niet opzettelijk, op of in de bodem handelingen heeft verricht als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 van de Wet bodembescherming, door - zakelijk weergegeven - een partij (van ongeveer 2.897 ton) tomatenloof, welke partij verontreinigd was met kunststoffen, zoals nylondraad en/of plastic clipjes en/of klemmetjes, althans voorwerpen (al dan niet geheel) bestaande uit plastic, op te slaan op de bodem, zonder een bodembeschermende laag onder dat tomatenloof aan te brengen en/of die tomatenloof (voldoende) af te dekken, terwijl zij en/of haar mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs had(den) kunnen vermoeden dat door die handelingen de bodem kon worden verontreinigd en/of aangetast en zij en/of haar mededader(s), hoewel daartoe verplicht, niet alle maatregelen heeft/hebben genomen die redelijkerwijs van haar/hen konden worden gevergd, teneinde die verontreiniging en/of aantasting te voorkomen en/of op
het moment dat die verontreiniging en/of aantasting zich voordeed, de verontreiniging en/of de aantasting en de directe gevolgen daarvan niet heeft beperkt en/of zoveel mogelijk ongedaan heeft gemaakt.
3 De voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.