Rechtbank Overijssel, 09-12-2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:4701, C/08/273099 / KG ZA 21-246
Rechtbank Overijssel, 09-12-2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:4701, C/08/273099 / KG ZA 21-246
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 9 december 2021
- Datum publicatie
- 15 december 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2021:4701
- Zaaknummer
- C/08/273099 / KG ZA 21-246
Inhoudsindicatie
Gevorderde machtiging ex artikel 3:174 BW wordt afgewezen. Vordering tot medewerking aan verkoop van de woning wordt, met inachtneming van bepaalde voorwaarden, toegewezen.
Uitspraak
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
zaaknummer / rolnummer : C/08/273099 / KG ZA 21-246
Vonnis in kort geding van 9 december 2021
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eiser in conventie,
verweerder in (voorwaardelijke) reconventie,
hierna te noemen [eiser] ,
advocaat: mr. J.M. Ringerwöle-de Jong te Zwolle,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde in conventie,
eiseres in (voorwaardelijke) reconventie,
hierna te noemen [gedaagde] ,
advocaat: mr. L.J.A. Eshuis-Nijmeijer te Almelo.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van 9 november 2021 met producties,
- -
-
de pleitaantekeningen tevens houdende eis in voorwaardelijke reconventie van 25 november 2021 met producties van de zijde van [gedaagde] ,
de mondelinge behandeling op 25 november 2021, waarbij [eiser] is verschenen, bijgestaan door mr. Ringerwölde-de Jong en [gedaagde] , bijgestaan door mr. Eshuis-Nijmeijer. Tevens is verschenen mevrouw [A] , dochter van partijen,
- de aantekeningen van de griffier van het verhandelde ter zitting.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Partijen zijn gehuwd geweest. Op 21 september 2015 is de echtscheiding tussen hen uitgesproken, die op 22 oktober 2015 is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Het door partijen op 8 september 2015 gesloten echtscheidingsconvenant (hierna: het convenant) maakt deel uit van de echtscheidingsbeschikking.
In het convenant is onder meer overeengekomen dat de woning aan [het adres] (hierna ook: de woning), waarvan partijen gezamenlijk eigenaar zijn, zal worden verkocht. Verder is overeengekomen dat [gedaagde] zo lang de woning nog niet is verkocht in de woning zal blijven wonen, tenzij partijen uitdrukkelijk anders overeenkomen.
Op de woning is een recht van hypotheek ten behoeve van SNS Bank N.V. (thans: Regiobank) gevestigd. Ten aanzien van de betaling van rente en aflossing op de hypothecaire geldlening zijn partijen nog steeds hoofdelijk aansprakelijk.
Op dit moment woont [gedaagde] met [A] , één van de dochters van partijen, in de woning. [gedaagde] betaalt vanaf juni 2020 de hypotheek- en woonlasten. De woning is (nog) niet verkocht/verdeeld.
Er is recent een achterstand ontstaan in de betaling van de hypotheeklasten aan de Regiobank.
3 Het geschil
[eiser] vordert - samengevat - om bij vonnis in kort geding, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. hem een machtiging te verlenen ingevolge artikel 3:174 van het Burgerlijk Wetboek (BW), zodat hij zelfstandig rechtshandelingen kan verrichten om zo de verkoop van de woning te bewerkstelligen;
II. te bepalen dat [B] Makelaars te Almelo wordt belast met de verkoop van de woning;
III. [gedaagde] te veroordelen tot medewerking aan de verkoop en levering van de woning aan een derde tegen elk redelijk en marktconform bod, minimaal gelijk aan € 230.000,00;
IV. bij gebreke van vrijwillige medewerking te bepalen dat dit vonnis op grond van artikel 3:300 jo. 3:301 BW in de plaats komt van de tot levering bestemde akte waarvoor toestemming van [gedaagde] is vereist;
V. [gedaagde] te veroordelen om, zolang de verkoopactiviteiten van [B] Makelaars dan wel de door de voorzieningenrechter aan te wijzen makelaar, gaande zijn, haar volledige medewerking daaraan te verlenen, waartoe (onder meer) behoort het toelaten van aspirant-kopers voor een bezichtiging van de woning en het opgeruimd en schoon hebben van de woning voor een bezichtiging, een en ander tot genoegen van de met de verkoop van de woning belaste makelaar, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom;
VI. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van 50% van de verkoopkosten;
VII. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.
[eiser] legt aan zijn vordering - kort samengevat - ten grondslag dat hij het recht heeft om uit de onverdeelde boedel te geraken en dat hij uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek op de woning ontslagen wil worden. Er is een achterstand ontstaan in de hypotheekbetaling doordat [gedaagde] de hypotheek niet (op tijd) heeft betaald. [eiser] en ook [gedaagde] hebben nu een BKR-registratie, aldus [eiser] . [eiser] brengt verder naar voren dat [gedaagde] niet in staat blijkt, althans lijkt om de woning over te nemen.
[eiser] wil voorkomen dat er een restschuld ontstaat en de woning door de bank te gelde wordt gemaakt. [eiser] heeft zijn eerdere voorstel aan [gedaagde] om de woning over te nemen voor het (resterende) hypotheekbedrag van € 185.000,00 ingetrokken en wil nu dat de woning tegen een reeële marktwaarde wordt verkocht.
[gedaagde] voert gemotiveerd verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
in voorwaardelijke reconventie
[gedaagde] vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, dat indien de vordering van [eiser] wordt toegewezen:
I. de voorzieningenrechter bepaalt dat de woning op een termijn van (minimaal) zes maanden te koop wordt gezet;
II. de voorzieningenrechter een andere makelaar (zijnde een NVM-makelaar naar keuze) aanwijst dan [B] Makelaars.
[gedaagde] legt aan haar vordering - samengevat - ten grondslag dat zij verrast is door het gewijzigde standpunt van [eiser] . Tot augustus 2021 ging zij er vanuit dat hij zou wachten totdat zij in staat was om de woning over te nemen. Zij heeft de afgelopen jaren dan ook niet gezocht naar andere woonruimte. [gedaagde] en [A] hebben afgelopen zomer hun best gedaan om financiering te regelen zodat zij de woning zouden kunnen overnemen, maar dit is niet gelukt binnen de door [eiser] gestelde termijn van enkele weken. [gedaagde] brengt verder naar voren dat [eiser] geen enkel nadeel ondervindt van de huidige situatie en dat gezien de huidige woningmarkt de verwachting is dat de woning snel wordt verkocht, zodat [gedaagde] dan letterlijk op straat komt te staan.
[eiser] voert gemotiveerd verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.