Rechtbank Overijssel, 09-12-2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:4947, 274062 FT RK 21/677/21
Rechtbank Overijssel, 09-12-2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:4947, 274062 FT RK 21/677/21
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 9 december 2021
- Datum publicatie
- 27 januari 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2021:4947
- Formele relaties
- Einduitspraak: ECLI:NL:RBOVE:2021:4948
- Zaaknummer
- 274062 FT RK 21/677/21
Inhoudsindicatie
Art. 88 Fw. Verzoek tot opheffing dan wel schorsing verzekerde bewaring afgewezen. Betrokkene voldoet nog altijd onvoldoende aan de op hem op grond van artikel 105 van de Faillissementswet rustende informatieverplichting.
Uitspraak
Team Toezicht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 274062 FT RK 21/677/21
Faillissementsnummer: F.08/20/38
datum beschikking: 9 december 2021
Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, meervoudige kamer voor burgerlijke zaken.
Gelet op het vonnis van deze rechtbank van 10 december 2019 waarbij in staat van faillissement is verklaard:
geboren [1962] te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] , [adres] ,
met benoeming van mr. A.H. Margadant, lid dezer rechtbank, tot rechter-commissaris, en met aanstelling van mr. S. Volk, advocaat te Enschede, tot curator.
Gezien de beschikking van deze rechtbank van 26 oktober 2021 waarbij mr. N.J.H. Leferink, advocaat te Enschede tot medecurator is aangesteld.
Het procesverloop
Bij beschikking van 8 juni 2021 heeft de rechtbank bevolen dat [X] in verzekerde bewaring zal worden gesteld. Dat bevel is op 24 september 2021 ten uitvoer gelegd.
Bij beschikking van 14 oktober 2021 heeft deze rechtbank het verzoek van [X] tot primair ontslag uit de bewaring, subsidiair schorsing van de bewaring afgewezen en eveneens een verzoek van de curator tot verlenging van de bewaring afgewezen.
Bij beschikking van 21 oktober 2021 heeft deze rechtbank de termijn gedurende welke het bevel tot in verzekerde bewaringstelling van [X] van kracht is met dertig dagen verlengd.
Bij beschikking van 10 november 2021 heeft deze rechtbank een door [X] ingediend verzoek tot opheffing dan wel schorsing van de bewaring afgewezen en [X] niet ontvankelijk verklaard in zijn subsidiaire verzoek tot opheffing van de bewaring zodra een nieuwe termijn van de bewaring aanvangt.
Bij beschikking van 22 november 2021 heeft deze rechtbank de termijn gedurende welke het bevel tot in verzekerde bewaringstelling van [X] van kracht is opnieuw met dertig dagen verlengd en een verzoek van [X] tot opheffing dan wel schorsing van de bewaring afgewezen.
Bij verzoekschrift van 30 november 2021 heeft [X] primair verzocht om opheffing van de verzekerde bewaring per 10 december 2021 en subsidiair om deze bewaring per 10 december 2021 te schorsen. Bij brief met bijlagen van 6 december 2021 heeft [X] zijn verzoek nader onderbouwd.
De curatoren hebben op 6 december 2021 per e-mail voorzien van bijlagen gereageerd op het verzoekschrift van [X] .
De rechter-commissaris heeft haar standpunt ten aanzien van het verzoek schriftelijk op 6 december 2021 kenbaar gemaakt.
Op 7 december 2021 is het verzoek ter zitting met gesloten deuren behandeld en zijn de curatoren en [X] gehoord.
Van hetgeen ter zitting is verhandeld zijn door de griffier aantekeningen gemaakt.
Het verzoek van [X] .
Door [X] is verzocht om de verzekerde bewaring per 10 december 2021 op te heffen, dan wel deze, eventueel onder voorwaarden, per die datum te schorsen. [X] heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat hij binnen zijn mogelijkheden alle vragen van de curatoren heeft beantwoord. Tot een verdere onderbouwing van zijn antwoorden is [X] gedurende zijn verblijf in het Huis van Bewaring niet in staat.
Daarnaast is [X] van mening dat de maatregel van bewaring disproportioneel is nu het tijdens de bewaring aanmerkelijk meer tijd en moeite kost om de gevraagde informatie, voor zover deze beschikbaar is, te verzamelen. [X] zegt bereid te zijn om zich 24/7 beschikbaar te houden voor de curatoren om vragen te beantwoorden.
Tenslotte is door [X] aangevoerd dat hij zich wil voorbereiden op het hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Den Haag van 8 oktober 2021 en daarvoor digitale bestanden moet herstellen en moet zoeken in de materialen die zich in de bezittingen van wijlen de heer Kepel bevinden. Door de bewaring wordt [X] sterk gehinderd in die voorbereiding en worden zijn rechten geschaad.
Het standpunt van de curatoren
De curatoren verweren zich tegen het verzoek van [X] en stellen zich op het standpunt dat de gronden voor de verzekerde bewaring nog onverkort aanwezig zijn. Na de vorige zitting is door [X] nauwelijks informatie aangeleverd en daarmee is de vragenlijst van 4 november 2021 nog altijd niet beantwoord. Slechts ten aanzien van de opslaglocaties in Duitsland heeft [X] meer informatie gegeven, maar daarmee zijn zelfs de vragen over dat onderwerp nog altijd niet beantwoord. Zo ontbreken de desbetreffende documenten en verwijst [X] naar getuigen, maar blijft het allemaal geenszins verifieerbaar, uitermate vaag en roept hetgeen wat wél wordt aangeleverd nieuwe vragen op, die vervolgens ook worden gesteld door de curatoren, maar eveneens onbeantwoord blijven.
Hoewel de informatieplicht niet op hen, maar op [X] rust, hebben de curatoren zelf contact gezocht met de door [X] genoemde Rechtsanwalt en een deurwaarder. Ook anderszins doen de curatoren -onverplicht- het nodige om de van [X] verlangde informatie op andere wijze te verkrijgen. Niet alle informatie kán door derden worden verstrekt. Wanneer er door [X] een serieus begin wordt gemaakt met het verstrekken van informatie kan het zo zijn dat er goede afspraken kunnen worden gemaakt en daarmee opheffing van de bewaring aan de orde komt. Die situatie is er echter nog niet, nu [X] meer moet (kunnen) verklaren en dat nog altijd nalaat. Daarbij wordt opgemerkt dat een deel van de vragen door [X] vanuit eigen wetenschap, zonder gebruik van andere bronnen, moet kunnen worden beantwoord. Ook dat laat [X] na.