Rechtbank Overijssel, 22-07-2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:2491, C/08/283711 / KG ZA 22/148
Rechtbank Overijssel, 22-07-2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:2491, C/08/283711 / KG ZA 22/148
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 22 juli 2022
- Datum publicatie
- 2 september 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2022:2491
- Zaaknummer
- C/08/283711 / KG ZA 22/148
Inhoudsindicatie
De curator vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: hem machtigt tot het te gelde maken van de villa;
bepaalt dat de curator alleen en zelfstandig bevoegd is al datgene te doen dat nodig is voor de verdere verkoop en levering van de villa, waaronder het sluiten van de voorlopige koopovereenkomst en het leveren van de villa door ondertekening van de leveringsakte;
Uitspraak
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer : C/08/283711 / KG ZA 22/148
Vonnis in kort geding van 22 juli 2022
in de zaak van
mr. M. Samsen q.q.,
in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de heer [A] ,
kantoorhoudende te Deventer,
eiser, hierna te noemen de curator,
advocaat: mr. M. Loef te Deventer,
tegen
[gedaagde] ,wonende te [woonplaats] ,
gedaagde, hierna te noemen [gedaagde] ,
advocaat: mr. A.A. Dooijeweerd te Zutphen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 15 juli 2022 met producties,
- de e-mail van mr. Dooijeweerd van 18 juli 2022 houdende overlegging producties,
- de akte indiening producties tevens wijziging van eis van mr. Loef.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 21 juli 2022, waar zijn verschenen de curator, vergezeld van mr. Loef, [gedaagde] , vergezeld van mr. Dooijeweerd en [B] van Stichting Hypotheekobligaties Vrienden (hierna: SHV). Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
De heer [A] (hierna: [A] ) is op [datum] in gemeenschap van goederen gehuwd met [gedaagde] . Hij was toen reeds eigenaar van [de villa] , gelegen aan [het adres] , kadastraal bekend [commune] , désignation cadastrale [1] . Op de villa rust een recht van hypotheek van SHV in verband met een aan [A] verstrekte hypothecaire geldlening van € 1.600.000,- in hoofdsom.
[gedaagde] heeft de rechtbank Overijssel op 18 december 2019 verzocht de echtscheiding uit te spreken, welk verzoek op 24 december 2019 is ingeschreven in het huwelijksregister.
[A] is bij vonnis van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo van [datum] in staat van faillissement verklaard, met benoeming van mr. M.M. Verhoeven tot rechter-commissaris en aanstelling van mr. Samsen tot curator.
[A] is vanaf januari 2019 in gebreke met de betaling van de rente op de hypothecaire geldlening. SHV heeft, na aanvankelijk geprobeerd te hebben de villa te verkopen in overleg met [A] en [gedaagde] , op 17 september 2021 de executoriale verkoop opgestart. SHV en de curator hebben inmiddels afgesproken dat de curator zal proberen de villa onderhands te verkopen.
De villa is in mei 2022 in opdracht van SHV getaxeerd en gewaardeerd op € 2.115.257,-.
Makelaar [C] heeft de curator eind juni 2022 bericht dat hij een koper heeft gevonden voor de villa, te weten de heer [D] (hierna: [D] ). [D] heeft € 2.050.000,- geboden, geen financieringsvoorbehoud gemaakt en verklaard de makelaarscourtage (van circa € 100.000,-) voor zijn rekening te zullen nemen. SHV en de rechter-commissaris in het faillissement van [A] hebben ingestemd met het bod van [D] . De curator heeft daarop het bod aanvaard. In het bod is bepaald dat het voorlopig koopcontract (compromis de vente) uiterlijk op 30 juli 2022 moet zijn opgesteld en de leveringsakte (acte authentique) uiterlijk op 30 september 2022 moet worden gepasseerd. De curator verkeerde hierbij in de veronderstelling dat hij op grond van artikel 63 Faillissementswet (Fw) beschikkingsbevoegd was de villa te verkopen, zonder medewerking van [gedaagde] .
Op 26 juni 2022 heeft de curator een e-mail ontvangen van [E] (hierna: [E] ), die daarin een bod op de villa heeft gedaan van € 2.000.000,-. De curator heeft [E] bericht dat hij al een bod op de villa had aanvaard. Op 29 juni 2022 heeft [E] een bod uitgebracht bij SHV van € 2.100.000,-, welk bod op 7 juli 2022 is herhaald (ook aan de curator). [E] heeft bij zijn biedingen verklaard dat [gedaagde] tot eind 2022, en eventueel langer, in de villa mag blijven wonen.
[gedaagde] weigert mee te werken aan onderhandse verkoop van de villa aan [D] en wil dat de villa wordt verkocht aan [E] . SHV stemt in met verkoop van de villa aan [D] . Om het eventuele nadeel dat voor [gedaagde] ontstaat door de lagere verkoopprijs weg te nemen, is SHV bereid € 50.000,- van de restvordering op [gedaagde] kwijt te schelden. De vordering uit hoofde van de hypothecaire geldlening bedraagt € 2.505.673,- per januari 2022.
3 Het geschil
De curator vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
-
hem machtigt tot het te gelde maken van de villa;
-
bepaalt dat de curator alleen en zelfstandig bevoegd is al datgene te doen dat nodig is voor de verdere verkoop en levering van de villa, waaronder het sluiten van de voorlopige koopovereenkomst en het leveren van de villa door ondertekening van de leveringsakte;
-
[gedaagde] beveelt de villa uiterlijk op 31 augustus 2022 te ontruimen en ontruimd te houden en te hebben schoongemaakt en in behoorlijke staat te hebben achtergelaten onder afgifte van alle sleutels aan notaris [F] , op straffe van verbeurte van een dwangsom;
-
bepaalt dat de curator, als [gedaagde] de villa niet uiterlijk op voormelde datum heeft verlaten, gerechtigd is de villa op kosten van [gedaagde] te ontruimen met behulp van de sterke arm van de Franse politie en justitie;
-
bepaalt dat de curator gerechtigd is de sloten/cilinders van de villa te vervangen zodra [gedaagde] de villa heeft verlaten;
-
bepaalt dat, indien de machtiging en bepaling als onder a. en b. in Frankrijk niet worden erkend, dit vonnis in de plaats treedt van de handtekening van [gedaagde] onder de compromis de vente, de acte authentique en alle andere met betrekking tot de verkoop en levering van de villa noodzakelijk te ondertekenen stukken;
-
[gedaagde] beveelt, indien én de gevraagde machtiging én de bepaling dat het vonnis in de plaats treedt van de handtekening van [gedaagde] niet dan wel niet tijdig in Frankrijk wordt erkend voor de uiterste datum voor het sluiten van de compromis de vente, en/of niet, dan wel niet tijdig in Frankrijk wordt erkend voor de uiterste datum voor het tekenen van de acte authentique, de compromis de vente en de acte authentique, elk op eerste verzoek van de notaris, binnen twee werkdagen na het eerste verzoek op het kantoor van de notaris te ondertekenen, dan wel in overleg met de notaris een gelegaliseerde volmacht te ondertekenen, op straffe van verbeurte van een dwangsom;
-
bepaalt dat een mededeling van notaris [F] aan beide partijen dat de gevraagde machtiging en de bepaling dat het vonnis in de plaats treedt van de hand-tekening van [gedaagde] niet tijdig in Frankrijk wordt erkend en dat de handtekening van [gedaagde] noodzakelijk is, voor partijen bindend is;
-
bij het te wijzen vonnis een certificaat betreffende een beslissing in burgerlijke en handelszaken ex artikel 53 Verordening (EU) Nr. 1215/2012 (EEX verordening Brussel I-bis) afgeeft;
-
[gedaagde] veroordeelt in de proceskosten en de nakosten.
De curator heeft gesteld dat de hypotheek is afgesloten naar Frans recht, hetgeen meebrengt dat SHV in Nederland geen verzoek tot onderhandse verkoop van de villa kan doen, terwijl de mogelijkheid van onderhandse executoriale verkoop niet bestaat. De curator heeft wel mogelijkheden om een onderhandse verkoop af te dwingen. Nu artikel 63 Fw in dit geval niet van toepassing is, anders dan de curator aanvankelijk dacht, heeft hij de medewerking van mederechthebbende [gedaagde] nodig.
De onverdeelde helft van de villa valt in de boedel van [A] . Aangezien de hypothecaire verplichtingen niet worden nagekomen, blijft de vordering van SHV oplopen zolang de villa niet is verkocht. De hypotheekschuld komt voor rekening van de gemeenschap: de boedel en [gedaagde] . Nu noch de boedel, noch [gedaagde] de schuld kan voldoen, moet de villa worden verkocht ten behoeve van de voldoening van die schuld. De curator vraagt daarom om een machtiging om de villa zelf te gelde te maken. De bieding van [D] is voor alle partijen de beste bieding: hij betaalt, rekening houdend met het feit dat hij de makelaarscourtage voor zijn rekening neemt, de taxatiewaarde, heeft geen financieringsvoorbehoud gemaakt en kent de (zichtbare) gebreken aan de villa. Het bod van [E] is pas gekomen toen de bieding van [D] al was aanvaard. Het bod is in korte tijd enkele keren veranderd en onvoldoende geloofwaardig. De curator krijgt geen toestemming van de rechter-commissaris om de villa nogmaals te verkopen, nu aan [E] . Daar komt bij dat [E] de villa niet heeft bezichtigd, en dus niet op de hoogte is van de gebreken, en niet weet wat er komt kijken bij het Franse verkooptraject. Het risico dat [E] de koop vanwege gebreken ontbindt binnen de wettelijke bedenktijd is veel groter dan dat [D] dat doet, omdat die de villa heeft bezichtigd met een bouwkundige. [gedaagde] lijdt geen schade door verkoop aan [D] . Mocht dat anders blijken te zijn, dan is SHV bereid om € 50.000,- van de restvordering op [gedaagde] kwijt te schelden.
[gedaagde] dient mee te werken aan de verkoop van de villa aan [D] en de villa uiterlijk eind augustus 2022 te ontruimen. Het te wijzen vonnis dient in Frankrijk ten uitvoer te worden gelegd, vandaar de vordering onder i.
Omdat nog niet zeker is dat de compromis de vente en de acte authentique kunnen worden gesloten en gepasseerd met de machtiging aan de curator van de rechtbank, heeft de curator de vorderingen onder f. tot en met h. geformuleerd.
[gedaagde] heeft de stellingen en vorderingen van de curator gemotiveerd betwist. In dat kader is onder meer het volgende aangevoerd.
De curator heeft, in de onterechte veronderstelling dat hij daartoe bevoegd was, de villa aan [D] verkocht zonder medeweten en medewerking van [gedaagde] . [gedaagde] is echter mede gerechtigd tot de onverdeelde gemeenschap van haar en [A] , waartoe de villa behoort. De curator kan dus niet beschikken over de villa zonder haar toestemming en was niet tot verkoop aan [D] bevoegd.
[gedaagde] realiseert zich dat de villa verkocht moet worden en wil daaraan ook wel meewerken. Zij stemt echter niet in met verkoop van de villa aan [D] , maar wil dat deze aan [E] wordt verkocht. Zij is niet gebonden aan de aanvaarding van het bod van [D] door de curator. De curator heeft niet aannemelijk gemaakt dat de verkoop aan [D] niet ongedaan kan worden gemaakt. Een eventuele schadeclaim van [D] mag niet op haar of de boedel worden afgewenteld.
Het bod van [E] is voor [gedaagde] beter dan het bod van [D] . [E] biedt € 50.000,- meer dan [D] , heeft de middelen om de koopsom te betalen, wil afnemen op korte termijn en heeft toegezegd dat [gedaagde] voor langere tijd in de villa mag blijven wonen. De curator heeft dit bod echter nooit serieus genomen en nooit aan [E] gevraagd zijn bod te specificeren: er is vooral geprobeerd om [E] van koop af te houden. Als de rechter-commissaris de curator toestemming heeft gegeven voor verkoop voor € 2.050.000,- zal hij, als die verkoop niet zal doorgaan, ook wel toestemming geven voor verkoop van € 2.100.000,-.
[gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de curator. Verder is het opleggen van dwangsommen niet nodig en rust de verplichting tot ontruiming niet alleen op haar, maar ook op de boedel: hierover dienen afspraken te worden gemaakt. De gevorderde datum van ontruiming van 31 augustus 2022 is niet onderbouwd.