Rechtbank Overijssel, 04-10-2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:2953, C/08/285939 / KG ZA 22-202
Rechtbank Overijssel, 04-10-2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:2953, C/08/285939 / KG ZA 22-202
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 4 oktober 2022
- Datum publicatie
- 19 oktober 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2022:2953
- Zaaknummer
- C/08/285939 / KG ZA 22-202
Inhoudsindicatie
Medewerking aan verkoop en levering van een woning aan een derde. Ontruiming.
Uitspraak
vonnis
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
zaaknummer / rolnummer: C/08/285939 / KG ZA 22-202
Vonnis in kort geding van 4 oktober 2022
in de zaak van
[eiseres] ,
wonende te [woonplaats] ,
eiseres, verder te noemen [eiseres] ,
advocaat mr. D. Beuving te [plaats] (Ov),
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde, verder te noemen [gedaagde] ,
verschenen in persoon.
1 De procedure
[eiseres] heeft [gedaagde] op 17 september 2022 in kort geding gedagvaard bij deze rechtbank, locatie Almelo.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 september 2022, waar [eiseres] is verschenen bijgestaan door haar advocaat. [gedaagde] is zonder advocaat verschenen. Partijen hebben hun standpunten toegelicht, waarbij de advocaat van [eiseres] gebruik heeft gemaakt van een pleitnotitie. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van de mondelinge behandeling.
Ten slotte is vonnis bepaald op vandaag.
2 De beslissing samengevat
Partijen zijn in juli 2016 getrouwd onder huwelijkse voorwaarden en zijn op dit moment in een echtscheidingsprocedure verwikkeld. Partijen zijn gezamenlijk eigenaar van een woning. Voor de aankoop van deze woning hebben partijen een hypothecaire geldlening afgesloten. [eiseres] vordert in de kern dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot medewerking aan verkoop en levering van de woning en ontruiming van de woning, omdat er op dit moment een bod is gedaan van € 610.000,-, terwijl er (anders) op korte termijn een executieveiling dreigt, aangezien er een hypotheekachterstand is. [gedaagde] heeft verweer gevoerd.
De beslissing van de voorzieningenrechter
De voorzieningenrechter wijst de gevorderde veroordelingen tot medewerking aan verkoop en levering van de woning en de daarmee samenhangende vorderingen (grotendeels) toe. De voorzieningenrechter legt hieronder uit waarom zij tot deze beslissing is gekomen.
3 Het geschil en wat daaraan vooraf ging
Wat aan het geschil vooraf ging
Partijen zijn op 1 juli 2016 getrouwd onder huwelijkse voorwaarden. Partijen hebben samen twee minderjarige kinderen.
Op 18 augustus 2021 heeft [eiseres] een verzoek tot echtscheiding bij de rechtbank ingediend. Eind mei 2022 hebben partijen, vooruitlopend op de ontbinding van hun huwelijk, afspraken gemaakt over (onder meer) de financiële afwikkeling van hun huwelijk. Deze afspraken zijn opgenomen in een echtscheidingsconvenant. Dit convenant is door [gedaagde] ondertekend op 24 mei 2022 en door [eiseres] op 27 mei 2022. Op 13 december 2022 is er een mondelinge behandeling in de procedures ter zake de echtscheiding en de boedel gepland.
Partijen zijn gezamenlijk eigenaar van de woning aan [het adres] (hierna: de woning). Partijen hebben hiervoor een hypothecaire lening bij NIBC Bank N.V. (hierna: NIBC) afgesloten. De schuld van partijen aan NIBC bedroeg, blijkens artikel 3.3. van het convenant, per 1 oktober 2021 € 519.752,65.
In het convenant hebben partijen (onder meer) afgesproken dat de woning zal worden verkocht aan derden, dat makelaarskantoor [X] (hierna: de makelaar) te [plaats] opdracht wordt gegeven de verkoop van de woning ter hand te nemen en dat de makelaar zelfstandig de vraag- en laatprijs van de woning zal vaststellen, in die zin dat een overeenkomst tot verkoop van de woning binnen vier maanden te voorzien is. Verder hebben partijen afgesproken dat [gedaagde] in de woning zal blijven wonen totdat deze is geleverd aan derden en dat de eigenaarslasten tot de datum van eigendomsoverdracht van de woning aan derden voor rekening van [gedaagde] komen.
Op 25 mei 2022 is het faillissement van twee ondernemingen van [gedaagde] , te weten [Y] en [Z] , uitgesproken. Daarbij is in eerste instantie mr. A.C. Blankestijn tot curator benoemd. Op dit moment is mr. G. Beekman tot curator benoemd.
Op 2 juni 2022 heeft de (toenmalig) curator namens [Y] (conservatoir) beslag gelegd op het aandeel van [gedaagde] in de woning.
Bij e-mailbericht van 9 juni 2022 heeft Wooncollect, een onderdeel van NIBC, partijen - kort gezegd - meegedeeld dat er een betalingsachterstand van € 12.879,94 is ter zake de hypothecaire lening, dat er beslag is gelegd op de woning, dat afspraken niet worden nagekomen, en dat het voornemen bestaat om de hypotheeklening op te eisen en de veiling te starten. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld de achterstand op uiterlijk 13 juni 2022 te voldoen, om openbare verkoop van de woning te voorkomen.
Bij e-mailbericht van 5 juli 2022 heeft Wooncollect partijen meegedeeld dat zij tot 5 augustus 2022 de gelegenheid krijgen de woning tegen de huidige vraagprijs aan te bieden en een verkoop tot stand te laten komen. Indien dat niet mogelijk blijkt te zijn, dan moet de vraagprijs scherper worden gesteld, maximaal € 680.000,-. Dit vanwege een geschatte marktwaarde van € 675.000,-. Indien de woning tegen deze vraagprijs (of een lagere vraagprijs) niet uiterlijk 5 oktober 2022 verkocht is zal het executietraject worden gestart om de geleende gelden, kosten en achterstanden te innen, aldus Wooncollect.
De vraagprijs van de woning is nadien bijgesteld tot € 675.000,-. Er is een bod gedaan van € 610.000,-, met als (ontbindende) voorwaarde dat de eigendomsoverdracht voor 1 november 2022 kan plaatsvinden, de kopers de financiering rondkrijgen en de beslagen op de woning uiterlijk 15 oktober 2022 moeten zijn opgeheven.
De makelaar heeft [eiseres] op of omstreeks 13 september 2022 meegedeeld dat [gedaagde] niet kan instemmen met het bod, omdat dit veel te laag en niet marktconform is.
De makelaar heeft per e-mailbericht van 14 september 2022 aan (de kantoorgenoot van de advocaat van) [eiseres] meegedeeld dat de indicatieve executiewaarde per 14 september 2022 € 540.000,- bedraagt.
Het geschil
[eiseres] vordert samengevat weergegeven - dat de voorzieningenrechter1 bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,
primair
I. [gedaagde] veroordeelt om zijn volledige medewerking te verlenen aan de verkoop en de levering van de woning voor de geboden koopsom van € 610.000,- binnen één week na het te wijzen vonnis, althans voor 5 oktober 2022, althans binnen een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen termijn;
II. [gedaagde] veroordeelt om zijn volledige medewerking te verlenen aan de verkoop en de levering van de woning voor iedere geboden koopsom die boven de executiewaarde van de woning van € 540.000,- ligt, althans een zodanig oordeel velt als zij in goede justitie geraden acht;
III. bepaalt dat, indien [gedaagde] niet dan wel niet tijdig voldoet aan het onder I. en/of II. gevorderde, het te wijzen vonnis op de voet van artikel 3:300 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) in de plaats treedt van de medewerking van [gedaagde] , meer in het bijzonder voor de voor de verkoop en levering van de woning aan een derde vereiste handtekeningen van [gedaagde] onder alle daarvoor benodigde stukken, waaronder in elk geval de voor levering van zijn aandeel in de woning noodzakelijke toestemming en/of wilsverklaring en/of handtekening(en);
IV. [gedaagde] veroordeelt om de woning, met alle zich daarin bevindende personen en niet aan [eiseres] toebehorende roerende zaken, te verlaten en te ontruimen alsmede ontruimd te houden, alsmede (bezem)schoon op te leveren, vóór de met kopers overeengekomen leverdatum onder afgifte van sleutels ter vrije beschikking van kopers dan wel de verkopend makelaar te stellen, met aanzegging dat, indien [gedaagde] daarmee in gebreke mocht blijven, de ontruiming door de deurwaarder zal worden bewerkstelligd en [gedaagde] met alle zich daarin bevindende personen en niet aan [eiseres] toebehorende roerende zaken uit de woning te doen brengen naar de openbare straat, desnoods met behulp van de sterke arm;
V. althans een zodanig oordeel velt als zij, met het oog op de door de NIBC aangezegde executieverkoop van de woning vermeent te behoren;
VI. dit alles met veroordeling van [gedaagde] in de (na)kosten van de procedure, waaronder in ieder geval begrepen de kosten die gemoeid gaan met een eventuele gedwongen ontruiming door de deurwaarder.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat van [eiseres] toegelicht dat het gevorderde onder II. subsidiair wordt gevorderd en dat het gevorderde onder III. tot VI. zowel primair als subsidiair wordt gevorderd. Tevens heeft zij verzocht om met betrekking tot de ontruimingsvordering een termijn van twee dagen voor de leveringsdatum van de woning te hanteren.
[gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.