Rechtbank Overijssel, 03-07-2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:3611, C/08/260235 / HA ZA 21-15
Rechtbank Overijssel, 03-07-2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:3611, C/08/260235 / HA ZA 21-15
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 3 juli 2024
- Datum publicatie
- 9 juli 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2024:3611
- Zaaknummer
- C/08/260235 / HA ZA 21-15
Inhoudsindicatie
Deze zaak draait om een vordering die schuldeisers stellen te hebben op de restant-executieopbrengst van een pand van een inmiddels gefailleerd restaurant. De Rabobank had als eerste hypotheekhouder het pand executoriaal verkocht en eisers stellen als tweede hypotheekhouders recht te hebben op het restant van de opbrengst.
Na een arrest van het Hof is duidelijk dat de curator in het faillissement van het restaurant, tegenspraak kan doen en dus ook belanghebbende is in deze renvooiprocedure.
Inhoudelijk komt de rechtbank tot het oordeel dat de vordering jegens Rabobank, inhoudende dat zij teveel uit de executieopbrengst heeft ontvangen, moet worden afgewezen.
De curator voerde als verweer dat de geldleningsovereenkomsten waar eisers hun vorderingen op baseren, nietig zijn omdat de bestuurder die deze overeenkomsten sloot, een tegenstrijdig belang had (artikel 2:239, lid 5 en 6 BW). De curator draagt de bewijslast van deze stelling. De rechtbank komt tot het oordeel dat de curator onvoldoende heeft gesteld om tot bewijslevering te worden toegelaten.
Dat betekent dat de geldleningsovereenkomsten geldig zijn en eisers recht hebben op het restant van de executie-opbrengst. Omdat de hoofdvordering en de rente al het hele bedrag opsouperen komt de rechtbank niet meer toe aan beoordeling van de overige vorderingen, zoals die gebaseerd op boetes en kosten.
Uitspraak
Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/260235 / HA ZA 21-15
Vonnis van 3 juli 2024
in de zaak van
1 [eiser 1] B.V.,
te [vestigingsplaats 1],
hierna te noemen: [eiser 1],
2. [eiser 2] B.V.,
te [vestigingsplaats 2],
hierna te noemen: [eiser 2],
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers],
advocaat: mr. A.W. Tieman te Enschede,
tegen
1 COOPERATIEVE RABOBANK U.A.,
te Utrecht,
advocaat: mr. W. Mollema te Leeuwarden,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Rabobank
2 MR. [gedaagde],
te [woonplaats],
advocaat: thans mr. E.H. Geertman te Enschede,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de curator.