Home

Rechtbank Overijssel, 09-10-2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:5216, C/08/309413 / HA ZA 24-46

Rechtbank Overijssel, 09-10-2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:5216, C/08/309413 / HA ZA 24-46

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
9 oktober 2024
Datum publicatie
11 oktober 2024
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2024:5216
Zaaknummer
C/08/309413 / HA ZA 24-46

Inhoudsindicatie

De curator stelt dat gedaagden, als ((in)direct) bestuurder van eiser, te lichtvaardig en met onvoldoende middelen de onderneming zijn gestart en daarbij onvoldoende oog hebben gehad voor de belangen van de schuldeisers. Volgens de curator hebben gedaagden hun taak als bestuurder daardoor (kennelijk) onbehoorlijk vervuld en zijn zij aansprakelijk voor het boedeltekort.

[gedaagden] betwisten dat zij de onderneming te lichtvaardig zijn gestart en dat zij geen oog hebben gehad voor de schuldeisers van [eiser] B.V. Van een (kennelijk) onbehoorlijke taakvervulling is volgens gedaagde 1 geen sprake en gedaagden zijn niet gehouden tot betaling van het boedeltekort.

De rechtbank is van oordeel dat gedaagden hun taak als bestuurder niet (kennelijk) onbehoorlijk hebben vervuld en wijst de vorderingen van de curator af.

Uitspraak

Civiel recht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: C/08/309413 / HA ZA 24-46

Vonnis van 9 oktober 2024

in de zaak van

MR. [curator] Q.Q.,

in hoedanigheid van curator in het faillissement van [eiser] B.V.,

kantoorhoudende te [kantoorplaats 1],

eisende partij,

hierna te noemen: curator,

advocaat: mr. K. Fuselier,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde 1] B.V.,

kantoorhoudende te [kantoorplaats 2],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde 2] B.V.,

kantoorhoudende te [kantoorplaats 3],

wonende zonder bekende woon- of verblijfplaats,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde 4] B.V.,

kantoorhoudende te [kantoorplaats 4],

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde 5] B.V.,

kantoorhoudende te [kantoorplaats 5],

wonende te [woonplaats],

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen: [gedaagden],

advocaat: mr. P.F. Schepel.

1 Samenvatting

1.1.

De curator stelt dat [gedaagden], als ((in)direct) bestuurder van [eiser] B.V., te lichtvaardig en met onvoldoende middelen de onderneming zijn gestart en daarbij onvoldoende oog hebben gehad voor de belangen van de schuldeisers. Volgens de curator hebben [gedaagden] hun taak als bestuurder daardoor (kennelijk) onbehoorlijk vervuld en zijn zij aansprakelijk voor het boedeltekort.

[gedaagden] betwisten dat zij de onderneming te lichtvaardig zijn gestart en dat zij geen oog hebben gehad voor de schuldeisers van [eiser] B.V. Van een (kennelijk) onbehoorlijke taakvervulling is volgens [gedaagde 1] geen sprake en [gedaagden] zijn niet gehouden tot betaling van het boedeltekort.

1.2.

De rechtbank is van oordeel dat [gedaagden] hun taak als bestuurder niet (kennelijk) onbehoorlijk hebben vervuld en wijst de vorderingen van de curator af. De rechtbank licht haar beslissing hieronder toe.

2 De procedure

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 26 januari 2024;

- de akte overlegging producties namens de curator met producties 1 tot en met 26; - de conclusie van antwoord met producties 1 en 2; - de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald;

- de akte indienen producties namens de curator met producties 27 en 28;

- de e-mail namens [gedaagden] met drie bijlagen;

- de spreekaantekeningen namens de curator;

- de mondelinge behandeling van 17 juli 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

2.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3 De feiten

3.1.

Bij vonnis van 4 mei 2021 is [eiser] B.V. door de rechtbank Overijssel in staat van faillissement verklaard met aanstelling van mr. [curator] tot curator.

3.2.

Vanaf de oprichting van [eiser] B.V., op 26 februari 2018, zijn [gedaagde 1] B.V. en [gedaagde 4] B.V. bestuurder van [eiser] B.V.

3.3.

Vanaf dezelfde datum is [gedaagde 2] B.V. bestuurder van [gedaagde 1] B.V. en de heer [gedaagde 3] is bestuurder van [gedaagde 2] B.V.

3.4.

Vanaf 26 februari 2018 is [gedaagde 5] B.V. bestuurder van [gedaagde 4] B.V. en de heer [gedaagde 6] is bestuurder van [gedaagde 5] B.V.

3.5.

[eiser] B.V. is een zogenaamde start-up. De activiteiten van [eiser] B.V. richten zich volgens het businessplan van 1 februari 2018 (verder: het businessplan) op het ontwikkelen van een prepaid/loyaliteitskaart (verder: loyaliteitskaart). Het doel is dat met de loyaliteitskaart onder meer punten kunnen worden gespaard met aankopen bij aangesloten partners en de kaarthouder met die punten wereldwijd kan betalen.

3.6.

In het businessplan is ook een financieel plan opgenomen, omdat [eiser] B.V. aangewezen is op externe financiering. De financieringsbehoefte is in totaal € 200.000,00 en is verdeeld over € 50.000,00 opstartkosten, € 35.000,00 huisvesting, € 50.000,00 marketing, € 45.000,00 personeel en € 20.000,00 financiering.

3.7.

[eiser] B.V. heeft op 18 april 2018 twee geldleningsovereenkomsten gesloten en op 9 mei 2018 één geldleningsovereenkomst. In totaal is aan [eiser] B.V. door drie investeerders een bedrag van € 75.000,00 geleend. Door de investeerders is in februari en maart 2019 in totaal nog een aanvullende financiering verstrekt van € 25.000,00.

3.8.

Kort na de oprichting heeft [eiser] B.V. enkele overeenkomsten gesloten, waaronder een overeenkomst voor de huur van een pand in Deventer. [eiser] B.V. heeft ook een mondelinge overeenkomst gesloten met [bedrijf] B.V. voor het verrichten van marketingwerkzaamheden en de inhuur van personeel.

3.9.

Het ontwikkelen van de loyaliteitskaart en het in de markt zetten daarvan is niet van de grond gekomen.

3.10.

Op verzoek van één van de investeerders is [eiser] B.V. op 4 mei 2021 in staat van faillissement verklaard.

3.11.

De curator heeft onderzoek gedaan naar het faillissement. Op basis daarvan verwijt de curator [gedaagden] dat zij veel te lichtvaardig en met onvoldoende financiële middelen de onderneming zijn gestart die door [eiser] B.V. werd gedreven. Daarbij hebben [gedaagden] geen of onvoldoende oog heeft gehad voor de belangen van de schuldeisers van [eiser] B.V.

3.12.

De curator heeft [gedaagden] aansprakelijk gesteld voor het tekort in het faillissement wegens (kennelijk) onbehoorlijke taakvervulling en aan [gedaagden] verzocht de aansprakelijkheid te erkennen en een bedrag van € 140.000,00 als voorschot op het tekort in het faillissement te betalen.

3.13.

[gedaagden] hebben de aansprakelijkheid niet erkend en hebben het gevraagde voorschot niet betaald.

4 Het geschil

5 De beoordeling

6 De beslissing