Home

Rechtbank Overijssel, 09-04-2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:2740, C/08/304647 / HA ZA 23-410

Rechtbank Overijssel, 09-04-2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:2740, C/08/304647 / HA ZA 23-410

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
9 april 2025
Datum publicatie
2 mei 2025
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2025:2740
Zaaknummer
C/08/304647 / HA ZA 23-410

Inhoudsindicatie

Oplichters hebben de voormalig bestuurder van bedrijf, ertoe bewogen om € 1.326.396,53 vanaf de rekening van de bedrijf bij ING over te maken naar verschillende buitenlandse rekeningen. Vervolgens is bedrijf op 5 februari 2020 failliet verklaard. Deze zaak draait in de kern om de vraag of ING haar zorgplichten tegenover de gezamenlijke schuldeisers van bedrijf heeft geschonden door niet (eerder) in te grijpen toen bestuurder grote bedragen vanaf de rekening van bedrijf naar het buitenland overmaakte, en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld. De rechtbank oordeelt dat dit het geval is. Volgens de rechtbank heeft ING niet tijdig en adequaat ingegrepen, terwijl dat wel van haar verwacht mocht worden. Het is aannemelijk dat de gezamenlijke crediteuren van bedrijf daardoor schade hebben geleden. Dit betekent dat de vorderingen van de curator grotendeels zullen worden toegewezen. De rechtbank licht haar beslissing hierna verder toe.

Uitspraak

Civiel recht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: C/08/304647 / HA ZA 23-410

Vonnis van 9 april 2025

in de zaak van

GERARD WOUTER WEENINK Q.Q.,

in hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [bedrijf 1] B.V.,

te Almelo,

eisende partij,

hierna te noemen: de curator,

advocaat: mr. G.W. Weenink te Almelo,

tegen

de naamloze vennootschap ING BANK N.V.,

te Amsterdam,

gedaagde partij,

hierna te noemen: ING,

advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer en mr. A.L. de Vogel, beiden te Amsterdam.

1 De kern van de zaak

1.1.

Oplichters hebben de voormalig bestuurder van [bedrijf 1] B.V., de heer [naam 1] , ertoe bewogen om € 1.326.396,53 vanaf de rekening van [bedrijf 1] bij ING over te maken naar verschillende buitenlandse rekeningen. Vervolgens is [bedrijf 1] op 5 februari 2020 failliet verklaard. Deze zaak draait in de kern om de vraag of ING haar zorgplichten tegenover de gezamenlijke schuldeisers van [bedrijf 1] heeft geschonden door niet (eerder) in te grijpen toen [naam 1] grote bedragen vanaf de rekening van [bedrijf 1] naar het buitenland overmaakte, en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld. De rechtbank oordeelt dat dit het geval is. Volgens de rechtbank heeft ING niet tijdig en adequaat ingegrepen, terwijl dat wel van haar verwacht mocht worden. Het is aannemelijk dat de gezamenlijke crediteuren van [bedrijf 1] daardoor schade hebben geleden. Dit betekent dat de vorderingen van de curator grotendeels zullen worden toegewezen. De rechtbank licht haar beslissing hierna verder toe.

2 De procedure

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het vonnis in incident van 6 maart 2024,

- de e-mail van 26 juni 2024 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,

- de mondelinge behandeling van 11 november 2024, waar door de curator en ING spreekaantekeningen zijn overgelegd en waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

2.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3 De feiten

3.1.

De heer [naam 1] (hierna: [naam 1] ) was in 2018 bestuurder van [bedrijf 1] B.V. (hierna: [bedrijf 1] ). Hij was op dat moment ook bestuurder en enig aandeelhouder van [bedrijf 2] B.V. (hierna: [bedrijf 2] ), [bedrijf 3] B.V. (hierna: [bedrijf 3] ), [bedrijf 4] B.V. (hierna: [bedrijf 4] ) en [bedrijf 5] B.V. (hierna: [bedrijf 5] ), hierna ook samen te noemen: [bedrijven] -vennootschappen.

3.2.

Zowel [bedrijf 1] als [bedrijven] -vennootschappen waren klant bij ING. [bedrijf 1] , [bedrijf 4] en [bedrijf 5] hielden alleen een zakelijke rekening (rekening-courant) aan bij ING. [bedrijf 2] en [bedrijf 3] hadden daarnaast ook een krediet in rekening-courant van ING ontvangen, ten behoeve waarvan ING onder andere een pandrecht had gevestigd op de bedrijfsactiva van [bedrijf 2] en [bedrijf 3] .

3.3.

In de periode september 2018 tot en met december 2019 heeft [naam 1] in totaal € 1.326.396,43 overgemaakt vanaf de rekening van [bedrijf 1] naar buitenlandse bankrekeningen in onder meer Nigeria, Turkije en Finland.

3.4.

Op 29 december 2018 heeft het fraudemonitoringssysteem van ING een fraude-alert, ook wel genaamd een Fraude Case Management Alert (hierna: fraude-alert), verwerkt in verband met een poging tot overboeking van € 10.000,00 vanaf de rekening van [bedrijf 1] naar een Finse (tegen)rekening. Omdat deze rekening bij ING bekend stond als een rekening die eerder betrokken was bij een vastgestelde fraude, heeft ING de overboeking tegengehouden en de zakelijke rekening van [bedrijf 1] tijdelijk geblokkeerd. Een medewerker van ING heeft [naam 1] diezelfde dag gebeld en hem medegedeeld dat hij mogelijk met iemand te maken had die hem oplichtte. Na [naam 1] gesproken te hebben, heeft ING de blokkering opgeheven.

3.5.

Eind 2018 is de afdeling Intensief Beheer van ING bij [bedrijf 2] betrokken geraakt vanwege tegenvallende bedrijfsresultaten.

3.6.

Op 21 januari 2019 heeft ING [naam 1] verzocht om vragen te beantwoorden van een buitenlandse (correspondentie)bank over een betaling door [naam 1] van € 20.000,00 op 15 januari 2019. Deze buitenlandse bank heeft onder meer gevraagd naar het doel van deze transactie, de relatie tussen [bedrijf 1] en de ontvangende partij en of de overboeking valt binnen de gebruikelijke bedrijfsactiviteiten.

3.7.

Op 28 maart 2019 heeft [naam 1] gebeld met een medewerker van de klantenservice van ING over een overboeking van € 10.000,00 naar een Nigeriaanse rekening, die op 15 februari 2019 zou hebben plaatsgevonden. [naam 1] heeft aan de telefoon verklaard dat de begunstigde het bedrag nooit zou hebben ontvangen. [naam 1] is daarop doorverbonden met een medewerker van de Fraude Desk van ING. Uit het transcript van dit gesprek blijkt dat de betreffende medewerker op basis van de antwoorden van [naam 1] heeft aangegeven dat zij oplichting in dit geval wel kan uitsluiten.

3.8.

Het post-event transactiemonitoringssysteem van ING, dat signalen afgeeft in verband met onderzoekswaardige transacties met het oog op het voorkomen van witwassen of terrorismefinanciering, heeft op 1 maart 2019, 14 april 2019 en 21 mei 2019 post-event transactiemonitoring alerts (hierna: PTM-alerts) afgegeven in verband met transacties vanaf de zakelijke rekening van [bedrijf 1] .

3.9.

Deze alerts zijn op 5 juni 2019 door INGs Know Your Customer-afdeling (hierna: KYC-afdeling) in behandeling genomen en onderzocht. Op 6 juni 2019 heeft een medewerker van de KYC-afdeling [naam 1] gebeld en hem vragen gesteld over overboekingen die hebben plaatsgevonden vanaf de bankrekening van [bedrijf 1] naar rekeningen in Turkije en Nigeria. Diezelfde dag heeft ING [naam 1] per e-mail haar vragen toegestuurd en [naam 1] verzocht om bewijsstukken te sturen van de daar genoemde betalingen.

3.10.

[naam 1] heeft (een deel van) de vragen schriftelijk beantwoord. Hij heeft aangegeven dat de genoemde betalingen verband hielden met de afwikkeling van erfenissen en dat al het contact via een advocaat verliep. Hij heeft geen bewijsstukken overgelegd.

3.11.

Naar aanleiding van deze antwoorden heeft ING op 17 juni 2019 aanvullende vragen gesteld aan [naam 1] en hem nogmaals verzocht om bewijsstukken aan te leveren.

3.12.

Op 1 juli 2019 heeft [naam 1] de aanvullende vragen beantwoord. Ook heeft hij ter onderbouwing verschillende documenten overgelegd, waaronder een document dat schijnbaar afkomstig was van de Amerikaanse belastingdienst, The Department of the Treasury Internal Revenue Service (hierna: IRS), en een document dat schijnbaar afkomstig was van de Federale Republiek Nigeria. In het document van de IRS staat:

“ 13th May, 2019

UNAPPROVED FUNDS AND GOLD TO LAWYER [naam 2] TO FLY ACROSS

Mr [naam 2] ,

We hereby write to advise you about the progress in flying the funds and Golds across country as duly proposed, but awaiting tax should be paid to approved flying to other country for delivery to the ownership personnel in person by Lawyer [naam 2] .

However, after settling the fee with IRS we have a pending restriction on the Funds and Golds to other country due to the fact that the fees has not yet to be paid by ( [naam 2] ) on behalf of Miss [naam 3] and Mr [naam 1] , instructed that 138,000.00 Euros should be remitted for the IRS fees Tax must be referred to the IRS. (...)”

In het document van de Federale Republiek Nigeria staat:

“Federal Republic of Nigeria

(...)

Descriptions:

Total GOLD: 3500g

Name of the Owner: [naam 4]

Lawyer name: [naam 5]

Next of Kin: [naam 6]

Legal Stand:

It was said, agreed and signed that the above weighed brass of gold to be shipped to [naam 1] . That [naam 1] is now and forever be taking for the tax and all other arrangements and other agreements. (...)”

3.13.

Op 12 juli 2019 heeft ING [naam 1] gebeld en hem aanvullende schriftelijke vragen toegestuurd. Op 19 juli 2019 heeft ING [naam 1] een herinnering gestuurd en daarbij aangegeven de rekening van [bedrijf 1] te zullen blokkeren als [naam 1] haar niet (op tijd) antwoordt.

3.14.

Op 25 juli 2019 heeft [naam 1] de vragen van ING beantwoord. Hij heeft ook verschillende documenten meegestuurd, waaronder een document dat schijnbaar afkomstig was van de IRS en een document dat schijnbaar afkomstig was van de Amerikaanse douane, The U.S. Customs and Border Protection. In het document van de IRS staat:

“IRS.gov Receipt

(...)

Received from [naam 3] the amount of 138,000.00 Euros

For Internal Revenue Service Charges (...)

Current Balance: 138.000.00 Euros

Payment Amount: 138,000.00 Euros

Balance Due: 138.000,00 Euros (...)”

In het document van de Amerikaanse douane staat, voor zover hier van belang:

“(...) forfeiture of the gold, but a fine ranging from $250,000 to $500,000 and jail time from 5 to 10 years. Currently your gold is still under probation and in other to avoid seized & forfeited you have been requested to pay the sum of $ 140,322.70 which is approximately €125,000.00 before due date (15/07/2019) . If a civil money penalty is assessed is not paid an additional 6 years from the date of the failure to report of payment violation will be added to jail time. (...)”

3.15.

Op 29 juli 2019 heeft ING [naam 1] bericht dat zijn verklaringen en de aangeleverde documenten voldoende inzicht hebben gebonden in de transacties van [bedrijf 1] . Het onderzoek is daarmee afgerond.

3.16.

Begin augustus 2019 heeft ING een fraude-alert verwerkt na een op 7 augustus 2019 ontvangen e-mail van [naam 1] waarin hij ING verzocht om een betaling van € 30.000,00 te annuleren in verband met vals opgegeven informatie.

3.17.

In augustus 2019 is [bedrijf 3] onder toezicht van de afdeling

Intensief Beheer van ING komen te staan vanwege een niet-toegestane overschrijding van het kredietlimiet.

3.18.

Op 15 augustus 2019 heeft de afdeling Intensief Beheer van ING [naam 1] gesproken over overboekingen vanaf de rekening van [bedrijven] -vennootschappen naar de rekening van [bedrijf 1] en vervolgens naar een buitenlands rekeningnummer omdat die overboekingen in haar optiek niet direct te relateren waren aan de bedrijfsvoering van [bedrijven] -vennootschappen. Intensief Beheer heeft vervolgens de rekening-courant faciliteit tijdelijk opgeschort. Op 19 augustus 2019 heeft de afdeling Intensief Beheer de Fraud Investigations afdeling van ING verzocht om de zaak te onderzoeken.

3.19.

Op 26 augustus 2019 heeft er op het kantoor van ING in Enschede een gesprek plaatsgevonden tussen [naam 1] , de heer [fraude onderzoeker] (fraude onderzoeker) en de heer [naam 7] (medewerker van de afdeling Intensief Beheer). De medewerkers van ING hebben [naam 1] verteld dat hij waarschijnlijk het slachtoffer is geworden van fraude. Op 27 augustus 2019 heeft ING de tegenrekeningen zo ingesteld dat deze niet zonder meer konden worden begunstigd met gelden afkomstig van ING-rekeningen.

3.20.

Op 2 september 2019 heeft [naam 1] bij de politie aangifte van oplichting gedaan.

3.21.

Op 11 september 2019 zijn [bedrijven] -vennootschappen failliet verklaard, waarbij

de curator is aangesteld.

3.22.

Op 10 december 2019 heeft ING met [naam 1] gesproken over betalingen die in de periode 9 oktober 2019 tot en met 6 december 2019 vanaf de rekening van [bedrijf 1] zijn verricht naar buitenlandse rekeningen, die in een ander fraudeonderzoek naar voren zijn gekomen. ING heeft [naam 1] geadviseerd om geen geld meer over te maken naar deze rekeningen.

3.23.

Op 16 december 2019 heeft ING [naam 1] schriftelijk gewaarschuwd voor oplichting en hem afgeraden om in het kader van de afwikkeling van een erfenis betalingen te verrichten aan Turkse of andere bankrekeningen.

3.24.

Op 5 februari 2020 is [bedrijf 1] failliet verklaard, waarbij de curator is aangesteld. [bedrijf 1] heeft veertien schuldeisers, waaronder ING.

4 Het geschil

5 De beoordeling

6 De beslissing