Home

Rechtbank Overijssel, 02-05-2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:2742, ak_24_2922

Rechtbank Overijssel, 02-05-2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:2742, ak_24_2922

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
2 mei 2025
Datum publicatie
6 mei 2025
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2025:2742
Zaaknummer
ak_24_2922

Inhoudsindicatie

Beslissing op AVG-verzoek. Beroep gegrond; het college dient opnieuw op het bezwaar te beslissen. Het college heeft het begrip ‘persoonsgegevens’ te beperkt opgevat en heeft miskend dat ook subjectieve persoonsgegevens hieronder vallen. Onder subjectieve persoonsgegevens valt bovendien niet enkel indirecte informatie die op een bepaalde persoon kunnen wijzen, maar ook meningen en beoordelingen over een persoon die reeds met naam en toenaam (objectieve persoonsgegevens) is benoemd. Het college heeft onvoldoende onderzocht of naast de objectieve persoonsgegevens ook sprake is van subjectieve persoonsgegevens van eiser in de systemen die het college heeft doorzocht.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: ZWO 24/2922

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. B.N. van Hoek),

en

het college van burgemeester en wethouders van Enschede, het college

(gemachtigde: mr. M. Ichoh).

Inleiding

1. Bij brief van 13 januari 2023 heeft eiser met een beroep op de artikelen 12 en 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) bij het college verzocht om inzage in de verwerking van zijn persoonsgegevens in het kader van het Regionale Informatie- en Expertisecentrum (RIEC). Meer specifiek heeft eiser gevraagd welke persoonsgegevens en informatie van hem zijn gebruikt, in welke context, wat de herkomst is en met welke instanties deze zijn gedeeld alsmede welke feiten en overwegingen tot de beslissing hebben geleid om hem en/of zijn bedrijf Stichting Humaan Overijssel aan te merken als een RIEC-casus.

1.1.

Bij besluit van 12 mei 2023 heeft het college op het AVG-verzoek van eiser beslist en de persoonsgegevens van eiser verstrekt die met het RIEC zijn gedeeld.

1.2.

Eiser heeft op 14 juni 2023 bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Wegens het uitblijven van een beslissing op zijn bezwaar heeft eiser het college op 17 november 2023 in gebreke gesteld.

1.3.

Op 22 april 2024 heeft eiser bij het college een verzoek ingediend op grond van de Wet open overheid (Woo). Bij besluit van 14 juni 2024 heeft het college beslist op het Woo-verzoek van eiser en daarbij 42 documenten (gedeeltelijk) openbaar gemaakt.

1.4.

Met het bestreden besluit van 23 mei 2024 heeft het college het door eiser gemaakte bezwaar tegen het AVG-besluit ongegrond verklaard.

1.5.

Eiser heeft op 20 juni 2024 beroep ingesteld en op 9 maart 2025 en 13 maart 2025 zijn beroepsgronden aangevuld. Het college heeft op 17 maart 2025 op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.6.

De rechtbank heeft het beroep op 27 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van eiser, vergezeld door [naam], en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep