Home

Rechtbank Overijssel, 21-01-2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:290, C/08/323553 / KG ZA 24-231

Rechtbank Overijssel, 21-01-2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:290, C/08/323553 / KG ZA 24-231

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
21 januari 2025
Datum publicatie
21 januari 2025
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2025:290
Zaaknummer
C/08/323553 / KG ZA 24-231

Inhoudsindicatie

Eiser heeft ingeschreven op de aanbesteding "Architect renovatie Stadhuis Kampen". De Gemeente is van plan de opdracht te gunnen aan BRT. Eiser is als tweede inschrijver geëindigd en is het niet eens met de voorlopige gunningsbeslissing. Zij meent dat de inschrijving van bedrijf die als derde is geëindigd, een abnormaal laag, althans irreëel karakter heeft en terzijde geschoven moet worden. Verder stelt eiser dat de Gemeente niet voldoende onderzoek heeft verricht naar dit karakter van de inschrijving van het bedrijf en dat de Gemeente de beslissing dat de inschrijving van het bedrijf haalbaar is, niet voldoende heeft gemotiveerd. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van eiser af.

Uitspraak

Civiel recht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: C/08/323553 / KG ZA 24-231

Vonnis in kort geding van 21 januari 2025

in de zaak van

[eiser] ,

te [vestigingsplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

advocaat: mr. P.F.M. Verstegen,

tegen

GEMEENTE KAMPEN,

te Kampen,

gedaagde partij,

hierna te noemen: de Gemeente,

advocaat: mr. J.H.C.A. Kok-Muller.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met de producties 1 tot en met 5- de mondelinge behandeling van 7 januari 2025- de pleitnota van [eiser]- de pleitnota van de Gemeente.

2 De kern van de zaak

2.1.

[eiser] heeft ingeschreven op de aanbesteding "Architect renovatie Stadhuis Kampen". De Gemeente is van plan de opdracht te gunnen aan BRT. [eiser] is als tweede inschrijver geëindigd en is het niet eens met de voorlopige gunningsbeslissing. Zij meent dat de inschrijving van [bedrijf 1] , die als derde is geëindigd, een abnormaal laag, althans irreëel karakter heeft en terzijde geschoven moet worden. Verder stelt [eiser] dat de Gemeente niet voldoende onderzoek heeft verricht naar dit karakter van de inschrijving van [bedrijf 1] en dat de Gemeente de beslissing dat de inschrijving van [bedrijf 1] haalbaar is, niet voldoende heeft gemotiveerd. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van [eiser] af en zal zijn beslissing hieronder toelichten.

3 De achtergrond van het geschil

3.1.

De Gemeente heeft een Niet Openbare Europese aanbesteding "Architect renovatie Stadhuis Kampen" uitgeschreven. Doel van de aan te besteden opdracht is het vinden van een architect die in de eerste plaats het schetsontwerp van [bedrijf 2] ( [bedrijf 2] ) (verder) uitwerkt tot een Voorlopig Ontwerp “light” (hierna: VO light).

3.2.

Het schetsontwerp is opgenomen in het Beschrijvend document, dat samen met de Nota van Inlichtingen de aanbesteding beschrijft.

3.3.

In het VO light moeten de ‘need to haves’ en ‘nice to haves’ van de renovatie duidelijk worden gemaakt en zijn afgeprijsd. Op basis van het VO light wordt door de

projectmanager een renovatiebegroting opgesteld. De gemeenteraad kan op basis van

deze documenten in het tweede kwartaal van 2025 een gefundeerde beslissing nemen over de projectopdracht en het benodigde budget hiervoor beschikbaar stellen. Als de

gemeenteraad instemt, zal het VO light verder worden uitgewerkt naar een Voorlopig

Ontwerp (hierna: VO) en neemt de architect plaats in het bouwteam. In het bouwteam

zal gezamenlijk en in afstemming met de stakeholder (in diverse fases) worden

toegewerkt naar een Definitief Ontwerp (DO).

3.4.

Gunning vindt plaats aan de Inschrijver met de economisch meest voordelige

inschrijving op basis van de beste prijs/kwaliteit verhouding.

3.5.

In het beschrijvend document staat over de prijs onder meer:

3.2.4 Gc4 Prijs

Inschrijver geeft het percentage op dat als honorarium gehanteerd wordt. Aangezien de mogelijke scenario’s in kosten variëren dient Inschrijver voor het onderdeel Prijs uit te gaan van een fictieve opdrachtwaarde van € 20.000.000,-. Deze fictieve opdrachtwaarde is alleen vastgesteld om inschrijfprijzen onderling te kunnen vergelijken. Aan deze fictieve opdrachtwaarde zijn geen rechten te ontlenen.

Inschrijver geeft op het prijzenblad aan hoe het totale honorarium over de verschillende fasen wordt verdeeld. Voor dit gunningscriterium zal alleen het totaalbedrag van het VO light en het uitgewerkte VO light als Inschrijfsom worden beoordeeld.

Het percentage, totale honorarium en de overige fasen van de opdracht zijn ter informatie. Het aandeel per fase ten opzichte van het totale honorarium betreft echter wel het aandeel dat bij opdrachtverstrekking ook daadwerkelijk gehanteerd moet worden.

Naast deze informatie vraagt Aanbestedende dienst ook een uurtarief op. Dit dient het uurtarief te betreffen van de uitvoerend architect voor deze opdracht. (...)

Voor de prijs geldt:

(...)

In het geval de Raad akkoord geeft op het VO light en daarmee akkoord op

opdrachtverstrekking van de gehele opdracht dan zijn de prijzen vast en mogen deze tijdens de uitvoering van de opdracht niet geïndexeerd worden.’

3.6.

Voor de Inschrijfprijs kunnen in totaal 20 van het totale aantal punten (100) worden gescoord. De inschrijver met de laagste Inschrijfprijs scoort 20 punten. De scores van de overige inschrijvers worden naar rato vastgesteld. In de Nota van Inlichtingen (in het antwoord op vraag 17) is verduidelijkt dat daarbij de volgende formule wordt gehanteerd:

laagste inschrijfsom / inschrijfsom inschrijver x 20 punten = totaal aantal punten.

Naast de Inschrijfprijs is in de aanbesteding een drietal kwalitatieve gunningcriteria gehanteerd om tot de economisch meest voordelige inschrijving te komen. Dit betreft:

Gcl Samenwerking (max 30 punten);

Gc2 Planning (max 30 punten) en

Gc3 Creativiteit (max 20 punten).

3.7.

[eiser] heeft op 5 oktober 2024 haar inschrijving ingediend. Vervolgens heeft zij vragen gesteld over de beoordelingsmethodiek. Deze (en andere) vragen zijn door de Gemeente beantwoord in de nota van inlichtingen. Een van de vragen/opmerkingen luidt als volgt:

‘Uw berekening voor de score van het honorarium werkt het ‘kopen’ van de opdracht in de

hand. Een onrealistisch honorarium is ook niet in het belang van de aanbestedende dienst. Wij vragen u een ondergrens voor het honorarium aan te geven’.

Daarop heeft de Gemeente als volgt in de nota van inlichtingen gereageerd:

‘Niet akkoord. Aanbestedende dienst heeft voor deze vorm gekozen omdat het gezien de

opdracht en de onzekerheid over de verdere verstrekking van de opdracht dit de meeste eerlijke manier van het beoordelen van de prijs betreft. Wij gaan uit van de professionaliteit en eerlijkheid van de geselecteerde Gegadigden en verwachten eerlijke en realistische prijzen voor de onderdelen waarop beoordeeld wordt alsmede op eerlijke en realistische prijzen (en percentage) voor de overige onderdelen. Tot nu toe is dit nog bij geen enkele andere (eerder) uitgevoerde aanbesteding een issue geweest en is gebleken dat we te maken hebben met een eerlijke en professionele markt. Hier gaan we ook bij deze aanbesteding van uit.’

De Gemeente heeft in de vragen geen aanleiding gezien de beoordelingsmethodiek aan te passen.

3.8.

Op 15 oktober 2024 heeft de Gemeente [eiser] laten weten dat

het werk voorlopig is gegund aan inschrijver BRT en dat [eiser] is als tweede

van de in totaal vijf inschrijvingen geëindigd.

4 Het geschil

5 De beoordeling

6 De beslissing