Rechtbank Overijssel, 10-06-2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:3765, C/08/329894 / KG ZA 25-39
Rechtbank Overijssel, 10-06-2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:3765, C/08/329894 / KG ZA 25-39
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 10 juni 2025
- Datum publicatie
- 12 juni 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2025:3765
- Zaaknummer
- C/08/329894 / KG ZA 25-39
Inhoudsindicatie
De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af.
Eiser vorderde om gemachtigd te worden om bedrijf 2 in haar plaats te stellen als huurder van de bedrijfsruimte, daaraan ten grondslag leggende dat zij haar bedrijf (bedrijf 2) wil overdragen, waarover al afspraken zijn gemaakt, maar gedaagde wil niet meewerken aan de verzochte huurindeplaatstelling. Volgens eiser heeft gedaagde geen gegronde redenen om de indeplaatsstelling in de weg te staan.
Uitspraak
Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/329894 / KG ZA 25-39
Vonnis in kort geding van 10 juni 2025
in de zaak van
[eiser] , handelend onder de naam [bedrijf 1],
te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. R.J.H. van der Wal,
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [vestigingsplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
advocaat: mr. D.B. Dubach.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties van [eiser]- de producties van [gedaagde]- de mondelinge behandeling van 27 mei 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en aan de zijde van [eiser] en [gedaagde] pleitaantekeningen zijn overgelegd.
2 De feiten
[eiser] huurt van [gedaagde] een bedrijfsruimte met de functie horeca aan de [adres]. De huurovereenkomst is gesloten op
1 december 2017 en op 30 november 2022 met vijf jaar verlengd, waardoor deze loopt tot
1 december 2027.
[eiser] heeft de bedrijfsruimte per 1 januari 2023 onderverhuurd aan een besloten vennootschap in oprichting. Dit volgt uit een huurovereenkomst die op 30 december 2022 is getekend door [eiser] en drie andere personen.
Bij brief van 13 december 2024 heeft [eiser] aan [gedaagde] verzocht om [bedrijf 2] B.V. (hierna: [bedrijf 2]) in haar plaats te stellen als huurder, in die zin dat de bestaande huurovereenkomst met [gedaagde] door [bedrijf 2] wordt voortgezet. [gedaagde] heeft dit verzoek afgewezen.
3 Het geschil
[eiser] vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, dat zij wordt gemachtigd om [bedrijf 2] in haar plaats te stellen als huurder van de bedrijfsruimte, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
[eiser] legt aan deze vordering, kort samengevat, het volgende ten grondslag. Zij wil haar bedrijf aan [bedrijf 2] overdragen, waarover al afspraken zijn gemaakt. [gedaagde] wil niet meewerken aan de verzochte huurindeplaatsstelling en alleen akkoord gaan met een beëindiging van de huurovereenkomst, zodat zij vervolgens zelf met [bedrijf 2] kan onderhandelen over een nieuwe huurovereenkomst. Volgens [eiser] heeft [gedaagde] geen gegronde redenen om de indeplaatsstelling en daarmee de bedrijfsoverdracht in de weg te staan. [eiser] stelt een spoedeisend en zwaarwegend belang te hebben bij de overdracht van haar bedrijf aan [bedrijf 2], omdat zij haar bedrijfsactiviteiten wil staken zodat zij aanspraak kan maken op een IOAZ-uitkering. [bedrijf 2] biedt volgens [eiser] voldoende financiële waarborgen voor volledige nakoming van de huurovereenkomst en voor een behoorlijke bedrijfsvoering.
[gedaagde] voert gemotiveerd verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.