Rechtbank Overijssel, 26-06-2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:5309, C/08/332353 / KG ZA 25-82
Rechtbank Overijssel, 26-06-2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:5309, C/08/332353 / KG ZA 25-82
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 26 juni 2025
- Datum publicatie
- 27 augustus 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2025:5309
- Zaaknummer
- C/08/332353 / KG ZA 25-82
Inhoudsindicatie
Kort geding tot opheffing van conservatoir derdenbeslag; beslag op uitkering na inroepen bankgarantie; geen frustratie van doel en strekking bankgarantie; vordering tot opheffing wordt afgewezen.
Uitspraak
Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: C/08/332353 / KG ZA 25-82
Vonnis in kort geding van 26 juni 2025
in de zaak van
WAAG EXPLOITATIE III B.V.,
te Zwolle,
eisende partij,
hierna te noemen: Waag,
advocaten: mrs. A.F.J. Jacobs en E.M.M. Vendrig,
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. A.E. Broesterhuizen.
1 De zaak in het kort
Tussen partijen bestaat een aannemingsovereenkomst met betrekking tot het project [project] te Zwolle. In de zomer van 2023 is een geschil over het herstel van restpunten ontstaan. Met toestemming van de Raad van Arbitrage voor Bouwgeschillen (RvA) heeft Waag de overeengekomen bankgarantie ingeroepen. Na uitkering door de bank heeft [gedaagde] ten laste van Waag conservatoir derdenbeslag laten leggen. De vordering van Waag strekt tot opheffing van het beslag omdat het beslag onrechtmatig zou zijn. Waag stelt onder meer dat het beslag het doel en strekking van de bankgarantie frustreert. De voorzieningenrechter wijst deze vordering af. Dit oordeel zal hieronder worden toegelicht.
2 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 3 juni 2025;
- de akte houdende overlegging (17) producties van Waag;
- de nagezonden productie 18 van Waag;
- de e-mail van [gedaagde] van 11 juni 2025 met 3 producties;- de mondelinge behandeling van 12 juni 2025, ter gelegenheid waarvan door partijen spreekaantekeningen zijn overgelegd en door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Tot slot is vonnis bepaald.
3 De feiten
Op 26 maart 2021 hebben partijen een aannemingsovereenkomst gesloten met betrekking tot het project [project] te Zwolle. In opdracht van Waag heeft [gedaagde] 55 nieuwe appartementen, 28 appartementen in bestaand casco en een op de bovenste verdieping gelegen horecaruimte in/op bestaand vastgoed gerealiseerd. Onderdeel van deze overeenkomst is dat de aannemer zekerheid diende te stellen, gelijk aan 5% van de aanneemsom. Op deze overeenkomst zijn de UAV 2012 van toepassing.
[gedaagde] heeft een bankgarantie gesteld. In de bankgarantie staat onder meer dat Zurich Insurance Europe AG (hierna: Zurich) zich, “onder afstand doening van alle bij de wet aan borgen toegekende verweermiddelen”, tegenover Waag tot borg stelt voor de deugdelijke nakoming door [gedaagde] van haar verplichtingen uit de aannemingsovereenkomst tot een bedrag van € 383.423.
Tussen partijen is een geschil ontstaan over de afwikkeling van de oplevering, meer in het bijzonder over het herstel van gestelde gebreken en restpunten. Eind november 2024 heeft Waag haar vordering tot nakoming omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding.
Bij – uitvoerbaar bij voorraad verklaard – scheidsrechtelijk vonnis van 13 maart 2025 heeft de Raad van Arbitrage in bouwgeschillen (hierna: RvA), voor zover hier van belang, in reconventie beslist dat het Waag als opdrachtgeefster is toegestaan de borgtocht (bankgarantie) in te roepen. Tegen dit arbitrale vonnis is geen hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 25 maart 2025 heeft Waag aan Zurich verzocht om de bankgarantie betaalbaar te stellen. Aan dit verzoek heeft Zurich voldaan.
Bij beschikking van 28 maart 2025 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank aan [gedaagde] verlof verleend tot het leggen van conservatoir derdenbeslag ten laste van Waag onder de Coöperatieve Rabobank U.A, ING Bank N.V. en ABN AMRO Bank N.V., waarbij de vordering is begroot op € 490.107,60 (inclusief rente en kosten). [gedaagde] heeft vervolgens conservatoir derdenbeslag laten leggen. Het beslag onder de Rabobank heeft doel getroffen tot het bedrag van in totaal € 686.661,63. Het bedrag dat is uitgekeerd onder de bankgarantie van € 383.423, is door Waag doorgestort naar een andere rekening.
Bij inleidende dagvaarding van 15 april 2025 heeft [gedaagde] in de bodemprocedure, onder meer, de terugbetaling van dit bedrag gevorderd op grond van primair onverschuldigde betaling en subsidiair ongerechtvaardigde verrijking.