Rechtbank Overijssel, 05-11-2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6402, C/08/329559 / HA ZA 25-69
Rechtbank Overijssel, 05-11-2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6402, C/08/329559 / HA ZA 25-69
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 5 november 2025
- Datum publicatie
- 7 november 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2025:6402
- Zaaknummer
- C/08/329559 / HA ZA 25-69
Inhoudsindicatie
Gedaagde was enig bestuurder en aandeelhouder van meerdere vennootschappen. In 2024 zijn tien van deze vennootschappen failliet verklaard. De curator spreekt gedaagde aan op grond van een onbehoorlijke taakvervulling als bestuurder van deze vennootschappen. Hij vordert onder andere verklaringen voor recht, vergoeding van het boedeltekort met een voorschot daarop en een bestuursverbod voor gedaagde. Gedaagde voert verweer.
Uitspraak
Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/329559 / HA ZA 25-69
Vonnis van 5 november 2025
in de zaak van
ADRIANUS CORNELIS BLANKESTIJN Q.Q.,
in hoedanigheid van curator in het faillissement van:- [bedrijf 1] B.V., - [bedrijf 2] B.V.,- [bedrijf 3] B.V. (voorheen [bedrijf 3] B.V.),- [bedrijf 4] B.V.,- [bedrijf 5] B.V.,- [bedrijf 6] B.V.,- [bedrijf 7] B.V., - [bedrijf 8] B.V.,- [bedrijf 9] B.V., - [bedrijf 10] B.V., gevestigd te Hengelo,
eisende partij,
hierna te noemen: de curator,
advocaat: mr. A.C. Blankestijn,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
advocaat: mr. L. Hennink.
1 De procedure
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 30 juli 2025,- akte houdende eiswijziging/vermeerdering van eis alsmede akte overlegging producties van 2 september 2025 van de curator,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 19 september 2025.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De zaak in het kort [gedaagde] was enig bestuurder en aandeelhouder van meerdere vennootschappen. In 2024 zijn tien van deze vennootschappen failliet verklaard. De curator spreekt [gedaagde] aan op grond van een onbehoorlijke taakvervulling als bestuurder van deze vennootschappen. Hij vordert onder andere verklaringen voor recht, vergoeding van het boedeltekort met een voorschot daarop en een bestuursverbod voor [gedaagde]. [gedaagde] voert verweer.
De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde] zijn taak als bestuurder van de failliete vennootschappen kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld. [gedaagde] heeft leaseovereenkomsten afgesloten voor machines die niet bestaan. Het is aannemelijk dat dit een belangrijke oorzaak is van de faillissementen van de vennootschappen. [gedaagde] is daarom aansprakelijk voor het boedeltekort in die faillissementen. Daarnaast wordt aan [gedaagde] een bestuursverbod van vijf jaren opgelegd. Hierna wordt toegelicht hoe de rechtbank tot deze beslissing is gekomen. 3. De feiten
[gedaagde] is enig bestuurder en aandeelhouder geweest van de vennootschappen: [bedrijf 1] B.V., [bedrijf 2] B.V., [bedrijf 3] B.V. (voorheen [bedrijf 3] B.V.),
[bedrijf 4] B.V., [bedrijf 5] B.V., [bedrijf 6] B.V., [bedrijf 7] B.V.,
[bedrijf 8] B.V., [bedrijf 9] B.V. en [bedrijf 10] B.V.
In de periode van september 2018 tot eind september 2023 heeft [gedaagde] via de hiervoor genoemde vennootschappen, met behulp van twee leveranciers, bij verschillende leasemaatschappijen meer dan vijftig leaseovereenkomsten afgesloten voor de aankoop van metaalbewerkingsmachines.
Tussen de vennootschappen van [gedaagde] werden onderling ongespecificeerde facturen verstuurd van hoge bedragen voor onder andere ‘advieskosten’, ‘onderhoud’ en ‘huur machine’.
In 2024 heeft de rechtbank Overijssel de onder 3.1. genoemde vennootschappen in staat van faillissement verklaard. In de faillissementen is mr. A.E. Zweers benoemd tot rechter-commissaris. Mr. A.C. Blankestijn is benoemd tot curator in de faillissementen.
In de periode van 21 mei 2024 tot 15 juli 2024 is [gedaagde] op grond van artikel 87 Faillissementswet door de rechtbank Overijssel in verzekerde bewaring gesteld (faillissementsgijzeling). In rechterlijke uitspraken is daartoe op last van de rechter-commissaris besloten, omdat [gedaagde] niet de informatie verstrekt die de curator nodig heeft voor de afwikkeling van de faillissementen.
4 4. Het geschil
De curator vordert, na wijziging en vermeerdering van eis, dat de rechtbank, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, verkort weergegeven:PrimairI. - voor recht verklaart dat [gedaagde] zich schuldig heeft gemaakt aan een kennelijk onbehoorlijke taakvervulling ex artikel 2:248 BW welke onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement van de vennootschappen,en bij bevestiging van de verklaring voor recht:- [gedaagde] veroordeelt om aan de curator te betalen een bedrag gelijk aan het bedrag van het boedeltekort na verificatie van de gefailleerde vennootschappen van de [gedaagde]-groep, te vermeerderen met de wettelijke rente,- [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 1.000.000,- ten titel van voorschot op het faillissementstekort, te voldoen binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis,II.- voor recht verklaart dat [gedaagde] ex artikel 2:9 BW geen behoorlijke taakvervulling heeft gepleegd ten opzichte van de failliete vennootschappen, en bij bevestiging van de verklaring voor recht:- [gedaagde] veroordeelt om aan de curator te voldoen de schade, op te maken bij Staat, die de failliete leden van de [gedaagde]-groep als gevolg van de onbehoorlijke taakvervulling hebben geleden, III.- voor recht verklaart dat de rechtshandelingen die [gedaagde] heeft gepleegd onrechtmatig zijn, - [gedaagde] veroordeelt om aan de curator te betalen € 1.881.512,85, vermeerderd met de wettelijke rente,IV.voor recht verklaart dat [gedaagde] als (voormalig) bestuurder van de failliete leden van de [gedaagde]-groep aansprakelijk is voor zijn handelen of nalaten als bedoeld in artikel 2:248 BW,
Subsidiair wordt gevorderd gelijk aan de primaire vorderingen met dien verstande dat deze betrekking hebben op de onder rechtsoverweging 3.1. vermelde vennootschappen afzonderlijk,
Zowel primair als subsidiair V.[gedaagde] een bestuursverbod oplegt voor de duur van vijf jaar, nadat deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. VI.verstaat dat de griffier deze uitspraak zodra deze onherroepelijk is geworden met bekwame spoed aan de Kamer van Koophandel zal aanbieden met het verzoek terstond tot uitschrijving van de betrokken bestuurder uit het handelsregister over te gaan en het bestuursverbod voor de duur waarvoor het is opgelegd te registreren,VII.verstaat dat de rechtbank zo nodig alle overige gevolgen van dit bestuursverbod zal regelen als bedoeld in artikel 106b lid 4 Fw, VIII.althans zodanige uitspraak doet als de rechtbank juist acht,alles met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.
De curator legt aan zijn vordering ten grondslag dat [gedaagde] zich heeft schuldig gemaakt aan grootschalige leasefraude en jarenlang zijn administratie/boekhouding heeft gemanipuleerd om de fraude te maskeren. Volgens de curator heeft [gedaagde] met behulp van twee leveranciers jarenlang leaseovereenkomsten afgesloten voor niet bestaande machines.
[gedaagde] verweert zich tegen de vordering van de curator en concludeert tot afwijzing daarvan, met veroordeling van de curator in de kosten van het geding.
[gedaagde] voert aan dat de curator zijn schade onvoldoende heeft onderbouwd en dat de vorderingen van de curator innerlijk tegenstrijdig zijn.