Home

Rechtbank Overijssel, 18-02-2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:911, C/08/325969 / KG ZA 24-257

Rechtbank Overijssel, 18-02-2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:911, C/08/325969 / KG ZA 24-257

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
18 februari 2025
Datum publicatie
25 februari 2025
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2025:911
Zaaknummer
C/08/325969 / KG ZA 24-257

Inhoudsindicatie

Phinion heeft ingeschreven op de aanbesteding Data-engineering ‘Slimme Kraan’ van WDOD. Haar inschrijving is aanvankelijk als beste uit de bus gekomen. De inschrijving van Haskoning is ter zijde gelegd om formele redenen. Naar aanleiding van bezwaar van de kant van (onder meer) Haskoning heeft WDOD de eerste gunningsbeslissing ingetrokken en op 27 november 2024 een tweede gunningsbeslissing genomen. Daarbij is de inschrijving van Phinion als tweede geëindigd en die van Haskoning als eerste. Phinion stelt zich op het standpunt dat de inschrijving van Haskoning in eerste instantie terecht ter zijde was gelegd en dat Haskoning ook bij inhoudelijke beoordeling van haar inschrijving niet voor gunning in aanmerking komt, omdat zij niet aan de ervaringseis voldoet. Phinion vordert onder meer dat de beslissing tot gunning aan Haskoning wordt ingetrokken en dat de opdracht alsnog aan haar wordt gegund. Voor het geval de voorzieningenrechter hierin niet meegaat, vordert Phinion verstrekking van aan de inschrijving van Haskoning ten gronde liggende stukken in een ex artikel 843a Rv opgeworpen incident. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de vorderingen van Phinion dienen te worden afgewezen.

Uitspraak

Civiel recht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: C/08/325969 / KG ZA 24-257

Vonnis in kort geding van 18 februari 2025

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PHINION B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eisende partij in de hoofdzaak en in het artikel 843a Rv-incident, verwerende partij in het incident tot tussenkomst/voeging,

hierna te noemen: Phinion,

advocaat: mr. A. Stellingwerff Beintema,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

WATERSCHAP DRENTS OVERIJSSELSE DELTA,

zetelend te Zwolle,

gedaagde partij in de hoofdzaak en in het artikel 843a Rv-incident, verwerende partij in het incident tot tussenkomst/voeging,

hierna te noemen: WDOD,

advocaten: mr. V. Jasarevic en mr. S.A.M. van de Meent,

waarin heeft gevorderd als partij te mogen tussenkomen, subsidiair zich te mogen voegen aan de zijde van WDOD:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

eiseres in het incident tot tussenkomst, althans voeging,

hierna te noemen: Haskoning,

advocaat: mr. L.C. van den Berg.

1 De procedure

In deze procedure zijn de volgende stukken uitgebracht/gewisseld:

- de dagvaarding met de producties 1-11,

- de producties A, B1 en B2, op 27 januari 2025 ingediend door WDOD,

- de incidentele conclusie tot tussenkomst, subsidiair voeging van Haskoning,- de schriftelijke reactie van 31 januari 2025 van WDOD,

- de wijziging van eis van Phinion van 31 januari 2025 met de producties 12-14.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 februari 2025. De advocaten van partijen hebben gebruik gemaakt van pleitnota’s, die zijn overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat is besproken. Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2 Samenvatting van de beslissing

Phinion heeft ingeschreven op de aanbesteding Data-engineering ‘Slimme Kraan’ van WDOD. Haar inschrijving is aanvankelijk als beste uit de bus gekomen. De inschrijving van Haskoning is ter zijde gelegd om formele redenen. Naar aanleiding van bezwaar van de kant van (onder meer) Haskoning heeft WDOD de eerste gunningsbeslissing ingetrokken en op 27 november 2024 een tweede gunningsbeslissing genomen. Daarbij is de inschrijving van Phinion als tweede geëindigd en die van Haskoning als eerste. Phinion stelt zich op het standpunt dat de inschrijving van Haskoning in eerste instantie terecht ter zijde was gelegd en dat Haskoning ook bij inhoudelijke beoordeling van haar inschrijving niet voor gunning in aanmerking komt, omdat zij niet aan de ervaringseis voldoet. Phinion vordert onder meer dat de beslissing tot gunning aan Haskoning wordt ingetrokken en dat de opdracht alsnog aan haar wordt gegund. Voor het geval de voorzieningenrechter hierin niet meegaat, vordert Phinion verstrekking van aan de inschrijving van Haskoning ten gronde liggende stukken in een ex artikel 843a Rv opgeworpen incident. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de vorderingen van Phinion dienen te worden afgewezen en licht hieronder toe waarom.

3 De achtergrond

3.1.

Op 17 januari 2024 is WDOD een Europese openbare aanbesteding gestart voor het sluiten van een dienstverleningsovereenkomst met één opdrachtnemer voor de zogenaamde Data-Engineering Slimme Kraan.

3.2.

Voor zover hier relevant staat in de aanbestedingsstukken dat bij het gunnen van de opdracht uitgangspunt is dat wordt gegund aan degene met de economisch meest voordelige inschrijving op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding. Als gunningscriteria zijn de in de stukken beschreven kwaliteitscriteria gehanteerd.

3.3.

Het in deze zaak relevante kwaliteitscriterium is de geschiktheidseis, en met name de navolgende, daarvan deel uitmakende ervaringseis:

“Ervaring in het opslaan van ruwe data, het valideren en structureren van ruwe data naar opgewerkte data, alsmede het ontwikkelen van diverse gegevensservices en informatieproducten op basis van de verwerkte data. Inschrijver heeft in de periode van drie jaar voorafgaande aan de datum van de uitnodiging tot inschrijving minimaal één opdracht uitgevoerd en opgeleverd.”

3.4.

Over de procedure en de voorwaarden staat in de aanbestedingsstukken:

[afbeeldingen]

(...)

(...)

(...)

3.5.

Phinion heeft op de aanbesteding ingeschreven via Mercell. Bij brief van 8 juli 2024 heeft WDOD Phinion medegedeeld dat haar inschrijving als economisch meest voordelige inschrijving is aangemerkt en dat zij het voornemen heeft de opdracht aan haar te gunnen. De inschrijving van Haskoning is in eerste instantie ter zijde gelegd omdat zij informatie over de referentieopdracht in het Engels (in plaats van in het Nederlands) en niet conform het voorgeschreven format had ingediend. Na ontvangst van bezwaren tegen de beslissing van WDOD van (onder meer) Haskoning heeft WDOD op 12 september 2024 een nieuwe beslissing genomen, waarbij het voornemen tot gunning aan Phinion is ingetrokken en het voornemen wordt geuit om de opdracht te gunnen aan Haskoning. WDOD heeft bij brief aan Phinion van 27 november 2024 herhaald voornemens te zijn de opdracht aan Haskoning te gunnen en onder meer geschreven:

“WDODelta is gebleken dat twee inschrijvers geen gebruik hadden gemaakt van het format inzake de referentieopdracht. Na zorgvuldige beoordeling is WDODelta tot de conclusie gekomen dat hiermee sprake was van een kennelijke materiële fout die voor herstel in aanmerking kwam, nu de benodigde informatie in de inschrijving reeds besloten lag. Bij het herstel werd dezelfde informatie aangeleverd als in de oorspronkelijke inschrijvingen van de inschrijvers was opgenomen, maar dan conform het voorgeschreven format.”

4 Het geschil

5 De beoordeling

6 De beslissing