Rechtbank Rotterdam, 02-03-2016, ECLI:NL:RBROT:2016:1676, C/10/468553 / HA ZA 15-91
Rechtbank Rotterdam, 02-03-2016, ECLI:NL:RBROT:2016:1676, C/10/468553 / HA ZA 15-91
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 2 maart 2016
- Datum publicatie
- 4 maart 2016
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2016:1676
- Zaaknummer
- C/10/468553 / HA ZA 15-91
Inhoudsindicatie
Aanbesteding. Gedaagde (een speciale-sector bedrijf) schrijft in 2013 een aanbesteding uit voor herstelwerkzaamheden in een windmolenpark door middel van een onderhandelingsprocedure zonder aankondiging wegens dwingende spoed. Gedaagde doet een aanbieding, maar de opdracht wordt niet aan haar gegund. Eind 2013 beëindigt gedaagde de overeenkomst met de partij aan wie zij de opdracht had gegund wegens wanprestatie. Eiser doet begin 2014 opnieuw een aanbieding om het werk af te maken/te herstellen. De opdracht wordt aan een andere partij gegund. In deze procedure maakt eiser in conventie bezwaar tegen de aanbesteding in 2013. Deze bezwaren zijn te laat. Het beroep op rechtsverwerking slaagt. Ten aanzien van de aanbesteding wordt overwogen dat gedaagde ook in 2014 over mocht gaan tot een onderhandelingsprocedure zonder aankondiging op grond van dwingende spoed. Gedaagde beroept zich voorts op rechtsverwerking. Gedaagde wordt opgedragen te bewijzen feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat eiser in februari 2014 wist, althans redelijkerwijs moet hebben geweten, dat de in het geding zijnde opdracht in volle omvang was gegund aan een derde.
Eiser komt voorts geen beroep op artikel 3:35 lid 2 BW toe. De regeling van artikel 3:53 lid 2 BW strekt niet zo ver dat deze als alternatief voor schadevergoeding op grond van artikel 6:162 BW heeft te gelden.
Uitspraak
vonnis
Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/10/468553 / HA ZA 15-91
Vonnis van 2 maart 2016
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
TECMACON STRUCTURES B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. A.H. Klein Hofmeijer,
tegen
1. de naamloze vennootschap
ENECO HOLDING N.V.,
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. M.B. Klijn,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ENECO WINDMOLENS OFFSHORE B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. M.B. Klijn,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ENECO WIND B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. M.B. Klijn,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FABRICOM B.V.,
gevestigd te Moerdijk,
gedaagde,
advocaat mr. L.Ph.J. Baron van Utenhove,
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FABRICOM OFFSHORE SERVICES B.V.,
gevestigd te Beverwijk,
gedaagde,
advocaat mr. L.Ph.J. Baron van Utenhove,
6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FABRICOM NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Moerdijk,
gedaagde,
advocaat mr. L.Ph.J. Baron van Utenhove.
Eiseres zal hierna worden aangeduid als Tecmacon. Gedaagden 1 tot en met 3 zullen hierna worden aangeduid als Eneco Holding, Eneco WO en Eneco Wind en gezamenlijk als Eneco c.s. Gedaagden 4 tot en met 6 zullen hierna worden aangeduid als Fabricom, Fabricom OS en Fabricom Nederland en gezamenlijk als Fabricom c.s.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van 15 januari 2015, met producties 1 tot en met 10,
- -
-
de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, met producties 1 tot en met 28,
- -
-
het tussenvonnis van 3 juni 2015,
- -
-
de conclusie van repliek in conventie, akte vermeerdering van eis in conventie, conclusie van antwoord in reconventie, met producties 11 tot en met 26,
- -
-
de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie, met producties 29 tot en met 35,
- -
-
de conclusie van dupliek in reconventie, met producties 27 tot en met 34,
- -
-
de brief van de rechtbank aan partijen van 5 november 2015, waarbij een zittingsagenda aan partijen is gestuurd,
- -
-
de akte van Eneco WO, met producties 36 tot en met 39,
- -
-
de akte van Tecmacon, met producties 35 tot en met 39,
- -
-
de akte van Eneco WO, met productie 40,
- -
-
het proces-verbaal van comparitie van 9 december 2015,
- -
-
het faxbericht van mr. Klein Hofmeijer van 10 december 2015,
- -
-
het faxbericht van mr. Klein Hofmeijer van 11 januari 2016 met opmerkingen over het proces-verbaal,
- -
-
de brief van mr. Klijn van 18 januari 2016 in reactie op bovenvermeld faxbericht van 11 januari 2016.
In bovenvermelde brieven over het proces-verbaal ziet de rechtbank geen aanleiding het proces-verbaal aan te passen; zij zijn in het dossier gevoegd. Voorts wordt verwezen naar 4.1.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Eneco WO (althans haar rechtsvoorgangster, de commanditaire vennootschap Telltale Winderparken C.V.) heeft op 20 kilometer uit de kust van IJmuiden het Prinses Amalia Wind Park laten aanleggen voor de productie van elektriciteit (hierna: het Windpark). Het Windpark is in 2008 opgeleverd en bevat 60 windmolens.
De fundering van de windmolens in het Windpark bestaat uit twee delen: de monopaal (het onderste deel dat in de zeebodem is verankerd) en daarop de toren met de windturbine. Tussen de monopaal en de toren is een transitiestuk geplaatst. Om te zorgen dat het transitiestuk bij de bouw van de windmolens op de juiste wijze werd geplaatst, zijn aan de binnenkant van het transitiestuk zes blokken, zogenaamde temporary supports, geplaatst. Deze supports waren alleen nodig in de installatiefase. Om het transitiestuk blijvend op zijn plek te houden, is bij de bouw de ruimte tussen het transitiestuk en de monopaal opgevuld met grout, een soort cementlijm. Tussen de tijdelijke supports en de monopaal resteert na het uitrichten een kleine ruimte van 20 tot 30 mm.
Het is Eneco WO in 2010 bekend geworden dat de groutverbindingen in de loop van de tijd niet volstaan en loslaten als gevolg waarvan de transitiestukken van de windmolens in het Windpark langzaam (zijn) gaan verzakken.
In 2010 en 2011 heeft Ballast Nedam N.V. (hierna: Ballast Nedam) in opdracht van Eneco WO alle groutverbindingen en mogelijke verzakkingen in het Windpark geïnspecteerd. Vervolgens is een specifieke oplossing voor het probleem ontwikkeld. Deze oplossing is bij wijze van pilot in november 2012 op één windmolen toegepast. Deze oplossing hield in dat stalen steunblokken werden gelast aan de binnenkant van de paal op de onderkant van het transitiestuk (upper supports) en op de bovenkant van de monopaal (lower supports). Tussen deze supports werd een rubberen tussenstuk (bearing) geplaatst.
Na afronding van de onder 2.4 bedoelde pilot heeft Eneco WO voor het toepassen van de betreffende oplossing in de overige 59 windmolens een aanbestedingsprocedure in de vorm van een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking uitgeschreven. Het bestek getiteld “Invitation to Tenderers for the Mitigating Measures Grouted Connections Prinses Amaliawindpark” (hierna: ITT) luidt voor zover hier van belang:
“(...)
THE SCOPE OF SUPPLY
The Tenderer shall provide the installation works and related project management, HSE management and QAQC management for the mitigating measures that are required for preventing further settlements of the WTG foundations.
Tenderer will provide the scope of work, in accordance with minimum specification requirements as indicated in COMPANY’s (Eneco WO; opm Rb) Scope of Work as detailed in the intended Contract for the works (ANNEX A). A brief outline of the scope can be found hereunder.
Typical scopes of works are:
Preparation works for installing 24 spring assembly supports in 59 WTG foundations at the Prinses Amaliawindpark site. Preparation works include but are not limited to:
Set up project management, HSE management, QAQC management structures for managing the project;
Carry out risk assessments and hazard analyses;
Produce method statements, work instructions, procedures, etc. required for executing the offshore installation works.
Offshore installation works for installing 24 spring assembly supports (COMPANY supplies) in 59 WTG foundations at the Prinses Amaliawindpark site. Offshore installation works include but are not limited to:
Installation of all required welding and auxiliary equipment that is required for the safe execution of the welding works in all the 59 WTG foundations;
The execution of all welding works for 24 upper and 24 lower supports in confined spaces; the installation of COMPANY supplied rubber bearings
The inspection and testing of all welds that have been made;
Cleaning and sealing of the foundations after acceptance by COMPANY.
Provision of all documentation that has been produced for preparing, executing and testing of the works, which shall be the evidence that all works have been carried out in compliance with all requirements set by COMPANY.
MILESTONES
(...)
1/7/13 intended start of the offshore installation works;
1/12/13 latest completion of the installation works.
Please be informed that COMPANY is ideally looking for a solution where risks of delays and related cost overrun in the project due to adverse weather are mitigated as much as possible. Therefore it is discussable to adjust the milestones in a mutually convenient way. COMPANY is furthermore entitled to advance starting dates, to earlier mutually convenient dates if deemed necessary and/or possible.
3 TENDERING
CONFIDENTIALITY REQUIREMENTS
The Tenderer (whether his Tender is accepted or not) and all other recipients of the ITT (whether they submit a Tender or not) shall treat the details of the documents private and confidential. Tenderers shall not publish any part of the ITT, disclose, copy or otherwise use the same or any particulars thereof, save insofar as may be necessary for the purposes of preparing a Tender for this ITT, without the prior written consent of the COMPANY.
(...)
CLARIFICATION FROM THE COMPANY
If the Tenderer has any doubt as to the meaning or intent of any of the provisions of the ITT or if he identifies any discrepancies or contradictions he must seek clarification from the COMPANY as soon as possible (...).
LANGUAGE, GOVERNING LAW AND JURISDICTION
(...)
If a Tenderer objects to a decision by the COMPANY with adverse consequences for the Tenderer, that Tenderer may summon the COMPANY to appear before the President of the competent court in summary proceedings. If such court summons is not served to the
COMPANY within 15 days from the date of such decision, a claim in such summary proceedings will not be deemed admissible.
(...)”.
Tecmacon (in samenwerking met de firma [persoon 1] Leiden, vestiging PTL Aberdeen), Fabricom OS, Hertel B.V. (hierna: Hertel) en Ballast Nedam hebben op de onder 2.5 genoemde aanbesteding ingeschreven. Vervolgens zijn Tecmacon en Hertel toegelaten tot de onderhandelingsfase.
Een e-mail namens Eneco WO aan Tecmacon van 23 mei 2013 luidt voor zover hier van belang:
“(...) Herewith PAWP informs you that the updated bid submitted by Tecmacon Structures BV on May 10th 2013 has not been elected for further negotiations.
Along with other bidders your bid did qualify on quality- and HSSE criteria, but another bidder has submitted a more interesting price.
This e-mail constitutes as the first decision in the tender process as described under par. 3.9.3 of the ITT (...)”.
Voor de levering van de onder 2.4 genoemde stalen (upper en lower) supports heeft Eneco WO een aparte onderhandelingsprocedure zonder aankondiging gevolgd. Deze opdracht is gegund aan Tecmacon. Op 30 mei 2013 is een overeenkomst gesloten tussen Eneco WO en Tecmacon voor het vervaardigen en leveren van 1.364 stalen supports, inclusief hulpstukken en gerelateerde werken voor een bedrag van € 895.000,00 (excl. BTW). Deze overeenkomst luidt voor zover hier van belang:
“(...)
Contractor (Tecmacon; opm rb) shall take care of adequate packing, transportation documents and transportation per batch towards COMPANY’s address at
Princess Amaliawindpark:
Industriestraat 31
1976 CT IJmuiden, the Netherlands
Or to a warehouse within 2 km of above address. Final address will be specified in timely manner. Unloading in IJmuiden will not be in the scope of Contractor. The costs of the deliveries are included in the contract price.
(...)
Final payment will be made when all Works are concluded to full satisfaction of Company.
(...)
Company has the right to instruct for variations at any given time during or before realization of the works. For any variation a written and signed variation order from Company will be issued.
Any variations will always be invoiced separately by Contractor. Variations can only be invoiced when Contractor had received a written and signed variation order from Company.
(...)”.
Op 14 juni 2013 heeft Eneco WO de onder 2.5 genoemde opdracht gegund aan Hertel. De gunning is gepubliceerd op 18 juli 2013. Deze publicatie luidt voor zover hier van belang:
“(...)
1) Justification for the choice of the negotiated procedure without publication of a contract notice in the OJEU in accordance with Directive 2004/18/EC
(...)
x Extreme urgency brought about by events unforeseeable by the contracting authority and in accordance with the strict conditions stated in the Directive.
(...)
During site inspections, performed by PAWP, (differential) vertical settlements between the transition piece (TP) and monopile (MP) at several WTG locations have been observed. The settlement of the TP has progressed significantly and at some locations the clearance between temporary supports and the TP is progressively decreasing and at some location the clearance had disappeared at all. The temporary supports in the TP are not part of the main support structure of the WTG’s, but were used during the installation phase of the project for levelling the TP before grouting. The Temporary Supports (TS) are not designed for transferring any loads from the TP to the MP and at the locations were the clearance between TS en MP have disappeared, cracks can be observed. In order to prevent further damage to the WTG foundations and ensure that the wind farm can remain in operation, immediate mitigating measures to prevent further settlement of the WTG TP’s are required.
(...)”.
Op 1 juli 2013 is de overeenkomst tussen Eneco WO en Hertel tot stand gekomen.
Op 6 augustus 2013 heeft Eneco WO in het kader van de onder 2.8 genoemde overeenkomst aan Tecmacon een aanvullende opdracht verstrekt door middel van Variation Order 01 (VO01) voor special upper steel supports en compression plates voor drie windmolens. Deze onderdelen dienden op 16 september 2013 te zijn geleverd.
Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden door Hertel zijn problemen ontstaan. Een brief van Eneco WO aan Hertel van 16 september 2013 luidt voor zover hier van belang:
“(...)
We note that the execution of the project is significantly delayed against the contractual program (...). Where at this point in time the works should get near completion (...) to date only a fraction of the works have been performed (...).
By means of this notice we urge you to remedy this default as quickly as possible and to present a detailed plan of approach which indicates what comprehensive set of remedial actions you will. If such plan is not presented the soonest and / or any such remedial actions do not lead to a timely completion, we reserve the right to terminate the contract (...)”.
Een brief van Eneco WO aan Hertel van 26 september 2013 luidt voor zover hier van belang:
“(...)
2. Quality of Work Performed
In addition to the progress on this project, we also have concerns regarding the quality of the work performed and whether the work is actually performed within the agreed specifications.
On several occasions we have discussed the quality of the actual welding work and the several repairs undertaken after first time completion. Multiple welding operations of the Transition Piece wall may render the weld or the base material to be of inadequate quality. Moreover, you have informed us that a significant number of the steel supports have been incorrectly located, which obviously not only have a negative impact on the quality of the work, but may result in damages to the permanent works.
Eventually, this default could also compromise the certification of the work.
(...) Furthermore, we request you to take all measures necessary to ensure that the work will meet the technical specifications as contractually agreed (...)”.
Een brief van Tecmacon aan Eneco WO van 25 november 2013 luidt voor zover hier van belang:
“(...)
Verbazingwekkend wat jij vertelde dat wij financieel zijn beoordeeld door Eneco, maar ons toch de tender hebben laten aanbieden. Mogelijk hebben wij mede hierdoor ook de tender niet gegund gekregen. Eneco heeft dit onderzoek misschien op een te laat tijdstip plaats laten vinden. Dit soort beoordelingen hadden in een eerder stadium gedaan moeten zijn, voordat wij überhaupt de tender aanvraag zouden krijgen van Eneco. Dit had veel harde euro’s verlies voor ons gescheeld en hadden wij geen € 45.000,00 aan kosten gemaakt voor het offshore tenderproces. Ook zouden wij op deze gronden de support opdracht niet hebben gekregen, dus geen verlies opgelopen. Al met al is ons totale verlies opgelopen tot over de € 350.000,00 incl. de offshore tenderkosten.
Ik ga er vanuit dat Eneco hier een heroverweging maakt om mij hier alsnog in tegemoet te komen. De geboden oplossing voor toekomstige compensatie wordt gewaardeerd, hoewel ik daar nog geen directe toepassing voor zie. Of Eneco zou de opdracht aan Tecmacon Structures moeten gunnen voor de mitigatie van overige 42 WTG’s offshore uitvoering 2014.
In ons gesprek kwam jij een aantal keer met de duidelijke vraag of Tecmacon Structures het offshore project 2014 wil aannemen. Dit heb ik volmondig met ja beantwoord (...).
Voor het vervolg traject 2014 gaf jij aan dat ik financieel een sterke partner zou moeten inbrengen die een stootje kan hebben. Eneco krijgt hierdoor meer financiële zekerheid en wil verder geen risico meer lopen (...).
Logistiek is naar jouw mening de oorzaak voor het falen van het door Hertel uitgevoerde offshore project (...). Deze schepen zaten in onze tender aanbieding en waren ons risico, waar jij overigens erg verbaasd op reageerde. Wij verbaasden ons net zo, dat na het tender proces Eneco deze kosten voor haar rekening heeft genomen i.p.v. Hertel. (deze mogelijkheid is ons nooit geboden).
(...)
Ik heb aangegeven dinsdag antwoord te geven of wij het project in 2014 nog kunnen uitvoeren met onze partners zoals genoemd in mijn tenderaanbieding. Onder voorbehoud dat [persoon 1] hiertoe nog bereid is (...).
Afsluitend wil ik je meegeven dat logistiek een middel is, echter het technische proces is hier leidend. Wat in het hele voortraject voor de mitigatie middels steelsupports en rubber demping door Eneco technisch is ontwikkeld, klopt van A tot Z (...). Deze ontwikkelde methode kunnen wij ook nog op een andere technische manier installeren, waarmee het menselijk falen kan worden geminimaliseerd, dit leg ik je graag uit in het gesprek (...)”.
Eneco WO heeft bij brief van 9 december 2013 de overeenkomst met Hertel met onmiddellijke ingang beëindigd. Hertel had op dat moment aan 17 windmolens werkzaamheden verricht. Deze werkzaamheden waren niet naar behoren verricht.
In januari 2014 is Eneco WO in contact getreden met Van Oord, Fabricom OS, Ballast Nedam en Tecmacon voor het voltooien van de werkzaamheden in het Windpark en het herstel van de gebreken die Hertel had veroorzaakt.
In dat kader heeft op 7 januari 2014 een gesprek plaatsgevonden tussen Tecmacon en Eneco WO. Tijdens dit gesprek heeft Tecmacon voorgesteld om de supports in de windmolens te lassen met behulp van lasrobots. Hiertoe heeft Tecmacon op 28 januari 2014 aan Eneco WO een lasdemonstratie gegeven.
Op 5 februari 2014 heeft Tecmacon aan Eneco WO een aanbieding gedaan. Deze aanbieding luidt voor zover hier van belang:
“(...)
Zoals gisterenmorgen telefonisch besproken doen wij je hierbij onze aanbieding toekomen, inzake het project Prinses Amalia Wind Park, Mitigating Measures Grouted Connections 2014.
De uiteindelijke oplossing om de 42 windmolens te stabiliseren met behulp van las- en slijp robots heeft ons inziens de meeste kans van slagen om het project te realiseren binnen de gestelde tijd, kwaliteitsnormering en budget.
(...)
Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en randvoorwaarden hebben wij ervoor gekozen om het hoofdproces, zijnde het lassen van de Upper- en Lower Supports uit te voeren met las-robots en las-operators. Inmiddels hebben wij in een demonstratie aangetoond dat deze wijze van lassen de kwaliteit, continuïteit en productiviteit van deze arbeidsgang ten goede komt (...).
(...)
Wij bieden deze kwalitatief hoogwaardige, efficiënte en veilige oplossing aan voor een totaal prijs van € 18.786.250,00 (ex BTW).
Deze prijs is exclusief “weather Down days”.
De prijs per “weather down day” begroten wij op: € 95.662,50 (ex BTW)
Ons advies is om, voorafgaande aan het vergeven van de definitieve offshore opdracht van deze 42 Wtg’s, eerst een steekproef te doen op de lassen van de 17 Wtg’s die in 2013 zijn uitgevoerd. Het inzicht wat met deze belangrijke inspectie verkregen wordt, dient ons inziens te worden meegenomen in de besluitvorming aangaande de methode waarop de overige 42 Wtg’s het beste in opdracht gegeven kunnen worden (...)”.
Op 6 februari 2014 heeft Eneco WO de onder 2.16 bedoelde opdracht gegund aan Fabricom OS.
Op 13 februari 2014 heeft een telefoongesprek plaatsgevonden tussen de heer [persoon 2] van Tecmacon en de heer [persoon 3] van Eneco WO. Tijdens dat telefoongesprek heeft de heer [persoon 3] aan de heer [persoon 2] medegedeeld dat de opdracht niet aan Tecmacon gegund zou worden.
Een e-mail van Tecmacon aan Eneco WO van 20 februari 2014 luidt voor zover hier van belang:
“(...) Ik ben even benieuwd of jullie op dit moment al ver gevorderd zijn met de aannemers selectie?
Ik heb mijn vriend managing director [persoon 4] van Hollandia gesproken over jullie project (...). Dit bedrijf is van de familie [persoon 5] en hebben een separate offshore organisatie en heel veel lassers waarmee wij misschien met onze kennis van het project een aanbieding naar Eneco kunnen maken (...).
Als Eneco overtuigd is om het op de traditionele manier te willen uitvoeren en een organisatie als Hollandia kan dit aannemen in samenwerking met onze kennis van het project, zou het zo kunnen zijn dat dit voor Eneco een mogelijke oplossing zou kunnen zijn (...).
Ik zie dat de tijd dringt. Ik hoor wel of jij wil dat ik dit verder oppak.
(...)”.
Op 4 maart 2014 is tussen Eneco WO en Fabricom OS een Memorandum of Understanding tot stand gekomen. Hierin zijn Eneco WO en Fabricom OS overeengekomen dat de opdracht voor de herstelwerkzaamheden in fases zou worden verdeeld: een opdracht voor inspectie van de windmolens (inspection contract) en vervolgens een opdracht voor de uitvoering van de herstelwerkzaamheden aan alle palen (works contract).
Op 9 april 2014 is tussen Eneco WO en Fabricom OS het onder 2.21 bedoelde inspectiecontract tot stand gekomen.
Een e-mail van Eneco WO aan Tecmacon van 12 juni 2014 luidt voor zover hier van belang:
“(...) In navolging van de mail d.d. 3 sept 2013 (...) inzake het nog niet vrijgeven van de overige delen (...) van Variation Order 01 (specials) (...).
Zoals we al vaststelden uit het leveringsschema PAWP IJmuiden rev. 0 d.d. 13-09-2013 van Birkhoff blijkt dat deze delen tot op heden niet zijn geleverd.
Ik kan vooralsnog, tenzij jij anders kan achterhalen middels afleverbonnen niet anders concluderen dan wat er in het leveringsschema staat (...)”.
Een e-mail van Tecmacon aan Eneco WO van 13 juni 2014 luidt voor zover hier van belang:
“(...) Indien wij niet kunnen aantonen dat wij de special compressionplates hebben geleverd, zal ik zorgdragen deze alsnog z.s.m. te leveren.
(...)
Ik heb wel het gevoel, zoals ik ook heb genoemd dat het PAWP project nog niet helemaal in de hand is (...).
Ik hoop daarom dan ook dat jullie mijn voorstel om het volstorten met onze zeolite flexibele beton als plan B wil onthouden. Mijn aanbieding van afgelopen jaar lag ergens op € 21.000.000,00 incl Weatherdays. Wij hebben nu berekend dat wij met het volstorten van de Wtg’s ergens een aanbieding kunnen maken van € 10.000.000,00 (...).
Misschien zouden we parallel een onderzoek kunnen starten of plan B in samenwerking met onze partner Strukton plan A zou kunnen worden (...)”.
Een e-mail van Eneco WO aan Tecmacon van 18 juni 2014 luidt voor zover hier van belang:
“(...) Voor alle duidelijkheid, Eneco heeft op dit moment geen enkele reden om te twijfelen aan de aanpak zoals deze is gekozen.
Echter, om onnodige vertraging in de huidige aanpak te voorkomen wil ik je wel hierbij vragen de ontbrekende onderdelen van Variation Order 01 alsnog aan Eneco per direct te leveren (...)”.
De reactie van Tecmacon op deze mail luidt voor zover hier van belang:
“(...) Ik kan jou helaas niet verder helpen om de ontbrekende special comp.plates te traceren. Misschien liggen ze net als de ontbrekende supports op de bodem van de Noordzee of zijn ze door het ongeregelde projectteam van vorig jaar ergens achter gelaten op een van de 60 molens of ontvreemd (...)”.
Op 1 juli 2014 hebben Eneco WO en Fabricom OS een Letter of Commitment getekend voor het uitvoeren van een pilot aan vier palen om de door Fabricom OS voorgestelde lasmethode en de logistieke aanpak te testen.
In september 2014 heeft Fabricom OS herstelwerkzaamheden uitgevoerd aan de 17 windmolens waaraan Hertel reeds had gewerkt.
Een brief van Strukton Systems B.V. aan Eneco c.s. van 9 oktober 2014 luidt voor zover hier van belang:
“(...) Dit heeft er onder andere toe geleid dat Tecmacon begin 2014 een voorstel heeft gedaan voor robotlassen welke door Eneco gewaardeerd is met een opdracht voor een demonstratie (...). De succesvolle demonstratie heeft niet geleid tot verdere afspraken. Eneco heeft ervoor gekozen om het project uit te voeren met Fabricom.
Het is Tecmacon Structures duidelijk geworden dat Eneco Wind de voorkeur geeft aan een gerenommeerde grote aannemer boven een MKB bedrijf. Met dit inzicht heeft Tecmacon struktures zich gewend tot Strukton om de krachten te bundelen teneinde dit project tot een voor alle partijen succesvolle voltooiing in 2015 te brengen. Dit ook gezien het feit dat de twee geselecteerde partners 2013 en 2014 door Eneco gecontracteerd de mitigating uit te voeren, daar allebei niet in zijn geslaagd.
Gezien deze ontstane situatie, zouden wij (...) voor een persoonlijk gesprek (...) worden uitgenodigd teneinde deze problematiek te bespreken (...)”.
Op 17 december 2014 is tussen Eneco WO en Fabricom OS een overeenkomst tot stand gekomen op grond waarvan Fabricom OS in opdracht van Eneco WO de 38 resterende palen heeft gerepareerd
Een brief van de advocaat van Tecmacon aan Eneco c.s. van 8 januari 2015 luidt voor zover hier van belang:
“(...)
Telltale (thans Eneco WO; opm rb) heeft in het kader van de reparatiewerkzaamheden aan het Prinses Amalia Windpark meerdere malen onrechtmatig gehandeld jegens Tecmacon. Niet alleen heeft zij Tecmacon in 2013 ten onrechte niet aangewezen als winnaar van de aanbestedingsprocedure, maar ook heeft zij nagelaten de uiteindelijk wezenlijk gewijzigde opdracht opnieuw aan te besteden conform de Aanbestedingswet 2012.
(...)
De recente onderhandse, niet openbare gunning van de vervolgopdracht aan Fabricom is, zoals gezegd, in strijd met artikel 3.32 Aw (...). Namens Tecmacon roep ik deze vernietigbaarheid hierbij in.
(...)”.
Bij dagvaarding van 6 februari 2015 heeft Tecmacon Eneco c.s. en Fabricom c.s. in kort geding gedagvaard voor de voorzieningenrechter te Rotterdam. In die procedure vorderde Tecmacon – voor zover hier van belang – Eneco c.s. en Fabricom c.s. te verbieden in enige vorm uitvoering te geven aan de overeenkomst van 17 december 2014, althans deze uitvoering te staken en gestaakt te houden en Eneco c.s. te gebieden de opdracht aan te besteden conform één van de in artikel 2.32 Aanbestedingswet 2012 (Aw) bedoelde procedures en Tecmacon als gegadigde uit te nodigen tot een inschrijving. Bij vonnis van 9 maart 2015 heeft de voorzieningenrechter de vorderingen van Tecmacon afgewezen, met veroordeling van Tecmacon in de proceskosten. Dit vonnis luidt voor zover hier van belang:
“(...)
4. De beoordeling
(...)
Tussen partijen is niet in geschil dat de opdracht om de fundering van het Windpark te herstellen op 6 februari 2014 aan Fabricom Offshore is gegund en dat Eneco WO (bedoeld zal zijn Tecmacon; opm rb) hiervan op 13 februari 2014 op de hoogte was. Op vragen van de voorzieningenrechter heeft Tecmacon dit ter zitting bevestigd (...)”.
Tecmacon heeft tegen het onder 2.32 genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Partijen hebben ter gelegenheid van het pleidooi in deze procedure een minnelijke regeling getroffen. Deze procedure is daarop geroyeerd.
De herstelwerkzaamheden aan de fundaties van de windmolens in het Windpark zijn in augustus 2015 afgerond.