Rechtbank Rotterdam, 05-12-2017, ECLI:NL:RBROT:2017:10372, C/10/536075 / KG ZA 17-1083
Rechtbank Rotterdam, 05-12-2017, ECLI:NL:RBROT:2017:10372, C/10/536075 / KG ZA 17-1083
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 5 december 2017
- Datum publicatie
- 24 januari 2018
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2017:10372
- Zaaknummer
- C/10/536075 / KG ZA 17-1083
Inhoudsindicatie
Kort geding aanbesteding. Herstel eenvoudige omissie is geen recht van de inschrijver maar een bevoegdheid van de aanbesteder. Die bevoegdheid vervalt als sprake is van een knock-outcriterium. Dan mag herstel niet.
Uitspraak
vonnis
Team Handel
zaaknummer / rolnummer: C/10/536075 / KG ZA 17-1083
Vonnis in kort geding van 5 december 2017
in de zaak van
1. de stichting
STICHTING RBO GRONINGEN,
gevestigd te Groningen,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GILDE-BT SOFTWARE B.V.,
gevestigd te Venlo,
eiseressen,
advocaten mr. A.L. Appelman en mr. J.F. Hoff te Zwolle,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE ROTTERDAM,
zetelend te Rotterdam,
gedaagde,
advocaat mr. J.A. de Rooij te Rotterdam.
Partijen zullen hierna de Combinatie en de gemeente Rotterdam genoemd worden. Afzonderlijk zullen eisers RBO en Gilde-BT genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding
- -
-
de overgelegde producties
- -
-
de mondelinge behandeling
- -
-
de pleitnota van de Combinatie
- -
-
de pleitnota van de gemeente Rotterdam.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
De gemeente Rotterdam heeft op 1 juni 2017 een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor het contracteren van een Opleidings- en scholingsmakelaar. De initiële duur van de overeenkomst bedraagt twee jaar, met als beoogde ingangsdatum 1 november 2017. Er bestaat een optie tot verlenging van de raamovereenkomst van maximaal één maal voor een periode van één jaar. Gunningcriterium is de beste prijs-kwaliteitverhouding.
Paragraaf 5.6.2. van het Beschrijvend Document luidt, voor zover van belang:
“5.6.2. Minimumeisen
Een inschrijving die niet voldoet aan één of meer minimumeisen komt niet voor gunning in aanmerking. Het is de Inschrijver niet toegestaan varianten voor te stellen. De inschrijving dient te voldoen aan de volgende minimumeisen:
A. Compleetheid van de inschrijving.
[...].”
Van de aanbestedingsstukken maken deel uit drie nota’s van inlichtingen.
De Combinatie heeft ingeschreven op deze aanbesteding, met RBO als penvoerder.
Inschrijvers moesten bij hun inschrijving ook het Uniform Europees aanbestedingsdocument (UEA) indienen. RBO heeft het door haar ingeleverde UEA niet volledig ingevuld. RBO heeft in onderdeel III B van het UEA (Uitsluitingsgronden, Gronden die verband houden met de betalingen van belastingen of sociale premies) nagelaten om één van de twee opties (ja/nee) aan te vinken bij de vraag:
“Heeft de ondernemer voldaan aan al zijn verplichtingen met betrekking tot betaling van belasting of sociale premies, zowel in het land waar hij is gevestigd als in een lidstaat van de aanbestedende dienst of aanbestedende entiteit indien dit een ander land dan thans van vestiging?
|Belastingen O ja O nee |Sociale premies O ja O nee”
De gemeente Rotterdam heeft bij brief van 8 september 2017 aan de Combinatie medegedeeld dat er twee inschrijvingen zijn ontvangen op de aanbesteding en dat zij voornemens is de opdracht te gunnen aan de andere inschrijver, Conclusion B.V. (hierna te noemen: “Conclusion”).
Ook staat in deze brief dat er twee redenen zijn waarom de inschrijving van de Combinatie niet voor gunning in aanmerking komt. De eerste reden heeft de gemeente Rotterdam later, bij e-mailbericht van 27 september 2017, ingetrokken, na bezwaar van de Combinatie. De tweede reden is niet ingetrokken. Deze reden houdt in dat de inschrijving van de Combinatie niet voldoet aan de minimumeis onder A, zoals opgenomen in paragraaf 5.6.2 van het beschrijvend document, waar wordt geëist dat een inschrijving compleet is, dit omdat RBO de onder deel IIIB van het UEA beschreven uitsluitingsgronden ‘Belastingen en Sociale premies’ niet had ingevuld.
3 De vordering
De Combinatie vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, op alle dagen en uren, alsmede op de minuut:
Primair:
A. de gemeente Rotterdam te gebieden haar voorlopig gunningsvoornemen van 8 september 2017 met betrekking tot de Europese openbare aanbestedingsprocedure ten behoeve van Opleidings- en scholingsmakelaar, met kenmerk 1-263-16 en publicatienummer 2017/S 106-212571 binnen veertien dagen na het in deze zaak te wijzen vonnis in te trekken, althans binnen een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen termijn, op straffe van verbeurte van een eenmalige dwangsom van € 100.000,-, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen geldbedrag;
de gemeente Rotterdam te gebieden de inschrijving van de Combinatie alsnog geldig te verklaren, aan de Combinatie de mogelijkheid te bieden om een volledige UEA te verstrekken respectievelijk te uploaden en de inschrijving van de Combinatie alsnog mee te nemen in de beoordeling, op straffe van verbeurte van een eenmalige dwangsom van € 100.000,-, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen geldbedrag;
Subsidiair:
de gemeente Rotterdam te gebieden de aanbestedingsprocedure binnen veertien dagen na het in deze zaak te wijzen vonnis te staken en gestaakt te houden, op straffe van verbeurte van een eenmalige dwangsom van € 100.000,-, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen geldbedrag;
de gemeente Rotterdam de gemeente Rotterdam te gebieden over te gaan tot heraanbesteding van de onderhavige opdracht met inachtneming van het aanbestedingsrecht, binnen drie maanden na het in deze zaak te wijzen vonnis, voor zover de gemeente Rotterdam de opdracht die voorwerp is van deze aanbesteding alsnog wil doen laten plaatsvinden, op straffe van verbeurte van een eenmalige dwangsom van € 100.000,- althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen geldbedrag;
Zowel primair als subsidiair:
de gemeente Rotterdam te veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis tot aan de dag van algehele voldoening;
de gemeente Rotterdam te veroordelen om aan de Combinatie te betalen de nakosten ten bedrage van € 131,- zonder betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis, vermeerderd met € 68,- in geval van betekening.
De Combinatie stelt daartoe het volgende.
De Combinatie erkent dat RBO haar UAE niet volledig heeft ingevuld, maar de Combinatie acht de uitsluiting disproportioneel. Ten onrechte is aan de Combinatie geen mogelijkheid geboden om de omissie te herstellen, door alsnog - slechts - twee vinkjes te mogen plaatsen bij het antwoord “ja.” De Combinatie beroept zich voor het recht op herstel van haar inschrijving op het SAG-arrest (HvJ-EU 29 maart 2012, ECLI:EU:C:2012:191) en op het Manova-arrest (HvJ-EU 10 oktober maart 2013, ECLI:EU:C:2013:647). Ook wijst de Combinatie er op dat het - weliswaar hier niet toepasselijke - ARW in een herstelmogelijkheid voorziet (art. 4.22.6 ARW).
De gemeente Rotterdam voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.