Rechtbank Rotterdam, 28-06-2017, ECLI:NL:RBROT:2017:5076, C/10/504734 / HA ZA 16-633
Rechtbank Rotterdam, 28-06-2017, ECLI:NL:RBROT:2017:5076, C/10/504734 / HA ZA 16-633
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 28 juni 2017
- Datum publicatie
- 3 juli 2017
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2017:5076
- Zaaknummer
- C/10/504734 / HA ZA 16-633
Inhoudsindicatie
Boekenclausule; in de gegeven omstandigheden borgtocht en geen hoofdelijke aansprakelijkheid; geen misbruik machtspositie bank; geen schending zorgplicht bank; geen derogerende werking redelijkheid en billijkheid.
Uitspraak
vonnis
Team haven en handel
zaaknummer / rolnummer: C/10/504734 / HA ZA 16-633
Vonnis van 28 juni 2017
in de zaak van
de naamloze vennootschap
ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres,
advocaat mr. H. Riemersma te Amsterdam,
tegen
1 [gedaagde 1] ,
wonende te Rotterdam,
gedaagde,
advocaat mr. M. Kooiman te Rotterdam,
2. [gedaagde 2],
wonende te Barendrecht,
gedaagde,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ABN Amro, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van 9 juni 2016, met producties;
- -
-
de conclusie van antwoord van [gedaagde 1] , met producties;
- -
-
de brief van de rechtbank van 16 november 2016, waarbij partijen zijn opgeroepen voor de comparitie van partijen;
- -
-
de brief van de rechtbank van 22 december 2016, houdende een zittingsagenda;
- -
-
de akte houdende vermindering van eis en van overlegging producties van ABN Amro van 8 februari 2017, met producties;
- -
-
het proces-verbaal van comparitie van 8 februari 2017;
- -
-
de pleitnotities van mr. Kooiman;
- -
-
de akte houdende overlegging producties van ABN Amro van 3 mei 2017; met producties;
- -
-
de akte uitlaten producties van [gedaagde 1] van 17 mei 2017.
Na de comparitie van partijen heeft de zaak enige tijd op verzoek van partijen op de parkeerrol gestaan.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Op 29 november 2006 zijn ABN Amro en Bouw- en Handelsmaatschappij Govadu II B.V. (hierna: Govadu II) een kredietovereenkomst aangegaan, ingevolge waarvan ABN Amro een kredietfaciliteit van € 350.000,- aan Govadu II heeft verstrekt (hierna: de kredietovereenkomst 2006). In de kredietovereenkomst 2006 is onder meer de volgende tekst opgenomen:
‘Ondergetekende, de heer M.T. [gedaagde 1] , verklaart zich hierbij tegenover ABN AMRO hoofdelijk verbonden voor al hetgeen ABN AMRO nu of te eniger tijd uit hoofde van de onderhavige kredietverhouding van de Kredietnemer te vorderen heeft of zal hebben.’
Onder de bepaling is een handtekeningenblok opgenomen met als onderschrift ‘De heer M.T. [gedaagde 1] ’. Het handtekeningenblok is voorzien van een handtekening.
Op 12 juli 2007 zijn ABN Amro en Govadu II een kredietovereenkomst aangegaan, ingevolge waarvan de kredietfaciliteit van € 350.000,- uit hoofde van de kredietovereenkomst 2006 is verhoogd tot een bedrag van € 2.738.000,- (hierna: de kredietovereenkomst 2007). In de kredietovereenkomst 2007 is onder meer de volgende tekst opgenomen:
‘Zekerheden en verklaringen
- (...)
Hoofdelijke mede-aansprakelijkheid van de heer M.T. [gedaagde 1] , zeker te stellen door: een krediethypotheek ad EUR 650.000,= in hoofdsom, te vermeerderen met 40% voor rente en kosten, op elk van de onroerende zaken te Rotterdam, aan de Bonaventurastraat 58 en te Barendrecht, aan de Carnisseweg 54, één en ander nader te omschrijven in de hypotheekakte.
(...)
Ondergetekende, de heer M.T. [gedaagde 1] , verklaart zich hierbij tegenover ABN AMRO hoofdelijk verbonden voor al hetgeen ABN AMRO nu of te eniger tijd uit hoofde van de onderhavige kredietverhouding van de Kredietnemer alsmede uit hoofde van de hiervoor bedoelde derivatentransacties van de Cliënt te vorderen heeft of zal hebben.’
Onder de hierboven weergegeven bepaling is een handtekeningenblok opgenomen met als onderschrift ‘De heer M.T. [gedaagde 1] ’. Het handtekeningenblok is voorzien van een handtekening.
Op 6 december 2010 zijn ABN Amro en Govadu II een kredietovereenkomst aangegaan, ingevolge waarvan ABN Amro een krediet van € 2.976.199,- aan Govadu II heeft verstrekt (hierna: de kredietovereenkomst 2010). In de kredietovereenkomst 2010 is onder meer de volgende tekst opgenomen:
Zekerheden en verklaringen
(...)
- Hoofdelijke mede-aansprakelijkheid van de heer M.T. [gedaagde 1] , wonende te Barendrecht, zekergesteld door: een krediethypotheek van EUR 650.000,= in hoofdsom, te vermeerderen met 40% voor rente en kosten, op elk van de onroerende zaken te Rotterdam, aan de Bonaventurastraat 58 en te Barendrecht, aan de Carnisseweg 54, één en ander nader te omschrijven in de hypotheekakte.
(...)
Overige Bepalingen
(...)
- Alle betrekkingen tussen Kredietnemer en ABN AMRO zijn onderworpen aan de Algemene Voorwaarden ABN AMRO Bank N.V., bestaande uit I. Algemene Bankvoorwaarden en II. Voorwaarden Cliëntrelatie. (...)
Hoofdelijke mede-aansprakelijkheid
(...)
Ondergetekende, de heer M.T. [gedaagde 1] , heeft zich hoofdelijk verbonden tegenover ABN AMRO Oud op de wijze zoals opgenomen in de Kredietovereenkomst ABN AMRO Oud, hierna te noemen de “Bestaande Hoofdelijkheid”. Op 6 februari 2010 heeft een juridische afsplitsing plaatsgevonden waardoor de vorderingen en andere rechten en plichten uit hoofde van de Bestaande Hoofdelijkheid zijn overgegaan van ABN AMRO Oud naar ABN AMRO.
Ondergetekende, de heer M.T. [gedaagde 1] , bevestigt hierbij dat de bestaande hoofdelijkheid onverminderd ten behoeve van ABN AMRO geldt en verklaart zich hierbij (voor zover nodig) tegenover ABN AMRO hoofdelijk verbonden voor al hetgeen ABN AMRO nu of te eniger tijd uit hoofde van de Bestaande Kredietovereenkomst zoals (gewijzigd) voortgezet en/of aangevuld overeenkomstig deze Kredietovereenkomst te vorderen heeft of zal hebben, met behoud van de vorderingen en andere rechten en plichten uit hoofde van de Bestaande Hoofdelijkheid ten behoeve van ABN AMRO.’
Op de bladzijde na de hierboven weergegeven bepaling is een handtekeningenblok opgenomen met als onderschrift ‘De heer M.T. [gedaagde 1] ’. Het handtekeningenblok is voorzien van een handtekening.
Artikel 18 van de Algemene Voorwaarden ABN AMRO Bank N.V. (hierna: de algemene voorwaarden) bepaalt als volgt:
‘Tegenover cliënt strekt een uittreksel uit de administratie van de bank tot volledig bewijs, behoudens door de cliënt geleverd tegenbewijs. De bank hoeft haar administratie niet langer te bewaren dan de wettelijke bewaartermijnen.’
Op 14 mei 2014 heeft ABN Amro bij brief de aan Govadu II verstrekte kredietfaciliteit opgezegd en haar gesommeerd uiterlijk 5 juni 2014 het ingevolgde de kredietovereenkomst 2010 verschuldigde bedrag te voldoen.
Op 24 mei 2016 heeft ABN Amro een brief gestuurd naar [gedaagde 1] waarin hij wordt aangesproken op grond van zijn verplichtingen onder de kredietovereenkomst 2010 en waarin hij gesommeerd uiterlijk 7 juni 2016 het door hem verschuldigde bedrag te voldoen aan ABN Amro.
Op 20 september 2016 heeft ABN Amro uit hoofde van een hypotheek een bedrag van € 423.978,- ontvangen uit de verkoop van een registergoed van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] aan de Arnhemseweg 23-25 te Barendrecht. Daarvan is een bedrag van € 62.598,18 in mindering is gebracht op de schuld van Govadu II.
Betaling van het resterende bedrag van € 2.033.530,49 aan ABN Amro is uitgebleven.