Home

Rechtbank Rotterdam, 04-08-2017, ECLI:NL:RBROT:2017:6107, 5957378

Rechtbank Rotterdam, 04-08-2017, ECLI:NL:RBROT:2017:6107, 5957378

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
4 augustus 2017
Datum publicatie
13 september 2017
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2017:6107
Zaaknummer
5957378

Inhoudsindicatie

rechtsgeldig gegeven ontslag op staande voet ivm 'shop in shop'

Uitspraak

zaaknummer: 5957378 VZ VERZ 17-11333

uitspraak: 4 augustus 2017

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonend te [plaatsnaam] ,

verzoeker,

gemachtigde: mr. H.B. Dekker te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Werzalit B.V.,

gevestigd te Nieuwerkerk aan den IJssel

verweerster,

gemachtigde: mr. A. W. Brantjes te Amsterdam.

Partijen worden hieronder aangeduid als “ [verzoeker] ” en “Werzalit”.

1 Het verloop van de procedure

Van de volgende processtukken is kennisgenomen:

-

het verzoekschrift, met bijlagen, ontvangen op 1 mei 2017;

-

het verweerschrift met bijlagen, houdende een (voorwaardelijk) tegenverzoek, ontvangen op 12 juni 2017;

-

de akte van [verzoeker] houdende een vermeerdering van eis, tevens ter overlegging van aanvullende producties;

-

de door Werzalit overgelegde productie 20 (sub 20a);

-

de bij gelegenheid van de mondelinge behandeling overgelegde pleitnotities van beide gemachtigden;

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 juni 2017. [verzoeker] verscheen in persoon, vergezeld van de heer [C.] en bijgestaan door mr. H.B. Dekker. Werzalit verscheen bij de heren [W.] en [F.] , alsmede een tolk in de Duitse taal, bijgestaan door mr. Brantjes en mr. Neijtzell de Wilde.

2 De feiten

In deze procedure wordt uitgegaan van de volgende feiten:

2.1

Werzalit is een onderneming die haar bedrijf maakt van de groothandel in bouwmaterialen, vensterbanken gevelbekleding en tafelbladen. Aandeelhouder (100%) van Werzalit is Werzalit GmbH, een onderneming gevestigd in Duitsland. Een deel van de Werzalit producten wordt in een fabriek van Werzalit GmbH in Duitsland geproduceerd. Werzalit verzorgt de verkoop van de producten van Werzalit GmbH, inclusief de levering en service in Nederland en België.

2.2

Bestuurders van Werzalit zijn [C.] (tot 20 maart 2017) en [W.] die tevens grootaandeelhouder is van de GmbH. [W.] heeft als standplaats zijn kantoor in Duitsland en bestuurt de onderneming derhalve op afstand.

2.3

[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1970 en thans 46 jaar oud, is op 1 mei 2011 in dienst getreden bij de rechtsvoorganger van Werzalit en is sedert 1 januari 2017 werkzaam in de functie van Verkoopleider Nederland. [verzoeker] hield zich bezig met de verkoop van losse tafelbladen ten behoeve van de tussenhandel. Het salaris van [verzoeker] bedraagt € 5.082,- bruto per maand exclusief vakantietoeslag en exclusief provisie/bonus. De opzegtermijn is twee maanden. In de arbeidsovereenkomsten tussen Werzalit en [verzoeker] is een verbod nevenwerkzaamheden, een relatiebeding, een concurrentiebeding, en een geheimhoudingsbeding opgenomen.

2.4

Tot 12 april 2017 was [C.] medebestuurder en aandeelhouder van Werzalit. [C.] is in de algemene vergadering van aandeelhouders van Werzalit op 12 april 2017 per direct ontslagen als bestuurder.

2.5

De echtgenote en dochters van [C.] hebben in 1993 een eigen onderneming opgericht (handelsonderneming Mopaco BV, hierna: “Mopaco ”). Het handelsregister vermeldt als haar activiteiten: ‘groothandel gespecialiseerd in overige bouwmaterialen. Groothandel in bouwmaterialen en producten van kunststof, hout, metaal en stof, alles in de ruimste zin des woords’.

2.6

De aandeelhouders van Mopaco zijn mevrouw [X.] , [Y.] en [Z.] , respectievelijk echtgenote en dochters van [C.] . Bestuurders van Mopaco zijn mevrouw [X.] en [verzoeker] (sinds 1 september 2013). [verzoeker] heeft een relatie met voornoemde [Y.] .

2.7

Op 15 maart 2017 heeft Werzalit een verzoekschrift tot het verkrijgen van verlof voor het leggen van conservatoir beslag ingediend ten laste van [verzoeker] , [C.] , [X.] en Mopaco. Op 20 maart 2017 is na verkregen verlof het beslag gelegd.

2.8

Ingevolge een uitnodiging van 16 maart 2017 heeft op 20 maart 2017 een gesprek plaatsgevonden tussen Werzalit en [verzoeker] waarbij [verzoeker] werd geconfronteerd met de resultaten van een onderzoek dat - naar de mening van Werzalit - concrete aanwijzingen inhield dat sprake is van een shop-in-shop opzet binnen Werzalit en de betrokkenheid van [verzoeker] daarbij. Enkele uren later is [verzoeker] telefonisch ontslag op staande voet aangezegd. Bij brief van 21 maart 2017 is [verzoeker] onder vermelding van de ontslagronden op staande voet ontslagen. Die gronden komen - kort gezegd - neer op de betrokkenheid van [verzoeker] bij de shop-in-shop opzet binnen Werzalit en de schending van het verbod op nevenwerkzaamheden en het concurrentiebeding, alsmede overtreding van het geheimhoudingsbeding.

2.9

Bij brief van 21 maart 2017 heeft [verzoeker] aan Werzalit bericht niet in te stemmen met het ontslag en bereid en beschikbaar te zijn om zijn werkzaamheden op eerste afroep te hervatten.

3 Het verzoek van [verzoeker]

3.1

verzoekt na wijziging van eis:

Primair:

I. Het aan [verzoeker] gegeven ontslag op staande voet te vernietigen;

II. Werzalit te verplichten om [verzoeker] binnen 24 uur na betekening van de ten deze te

wijzen beschikking weer toe te laten tot het verrichten van de bedongen

werkzaamheden, op straffe van een dwangsom van € 500,-- voor iedere dag of gedeelte

van de dag dat Werzalit hiermee in gebreke blijft;

III. Werzalit te veroordelen om aan [verzoeker] te voldoen het overeengekomen salaris ad

€ 5.882,- bruto per maand te vermeerderen met alle overeengekomen emolumenten,

vanaf 1 maart 2017 tot aan de datum waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal

zijn geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW vanaf

de dag van opeisbaarheid van het salaris en het aldus verhoogde bedrag te

vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van verschuldigdheid tot aan de

dag der algehele voldoening, onder toezending van een deugdelijke specificatie op

straffe van een dwangsom van € 200,- per dag dat Werzalit daarmee in gebreke blijft;

IV. Werzalit te veroordelen tot de terbeschikkingstelling van de bedrijfsauto, laptop en

mobiele telefoon aan [verzoeker] , op straffe van een dwangsom van € 500,-- per dag

voor iedere dag of gedeelte van de dag, vanaf vier dagen na betekening van de te dezen

te wijzen beschikking, dat Werzalit hiermee in gebreke blijft.

Subsidiair:

V. Werzalit te veroordelen tot betaling aan [verzoeker] van het achterstallige loon over de periode van 1 maart 2017 tot en met 20 maart 2017, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW vanaf de dag van opeisbaarheid van het salaris en het aldus verhoogde bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van verschuldigdheid tot aan de dag der algehele voldoening, onder toezending van een

deugdelijke specificatie op straffe van een dwangsom van € 200,- per dag dat Werzalit

daarmee in gebreke blijft;

VI. Werzalit te veroordelen om over te gaan tot een correcte eindafrekening van het door

[verzoeker] tot en met 20 maart 2017 opgebouwde vakantiegeld en per die datum

resterende vakantiedagen (uitgaande van een maandloon van € 5.082,- bruto te

vermeerderen met 8% vakantiegeld en de pensioenbijdrage van € 104,63 per maand)

en tot betaling daarvan aan [verzoeker] over te gaan, onder toezending van een

deugdelijke specificatie op straffe van een dwangsom van € 200,- per dag dat Werzalit

daarmee in gebreke blijft;

VII. Werzalit te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding aan [verzoeker] ad

€ 50.000,- bruto, zoals vermeld in punt 44 van het verzoekschrift, dan wel een door de kantonrechter te bepalen billijke vergoeding.

VIII. Werzalit te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding aan [verzoeker] ad

€ 10.429,- zoals vermeld onder punt 45 van het verzoekschrift, dan wel een door de kantonrechter te bepalen transitievergoeding;

IX. Werzalit te veroordelen tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige

opzegging aan [verzoeker] ad € 10.377,12 bruto, zoals vermeld onder punt 46 van het

verzoekschrift, dan wel een door de kantonrechter te bepalen vergoeding;

X. Voor recht te verklaren dat [verzoeker] niet gehouden is aan enig concurrentie- en/of

relatiebeding;

Xl. Ook voor het geval de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] wel terecht zou zijn

geëindigd door het ontslag op staande voet, Werzalit te veroordelen tot betaling van een

transitievergoeding aan [verzoeker] ad € 10.429 bruto, zoals vermeld onder punt 47 van

het verzoekschrift, dan wel een door de kantonrechter te bepalen transitievergoeding.

Primair, subsidiair en meer subsidiair:

XII. Werzalit te veroordelen tot betaling aan [verzoeker] van de wettelijke rente vanaf de

datum van opeisbaarheid van de hiervoor genoemde bedragen tot aan de dag der algehele voldoening;

XIII. Werzalit te veroordelen om de navolgende rectificatie te zenden aan alle personen

werkzaam binnen Werzalit, onder gelijke toezegging van de adressenlijst die daarbij

wordt gevolgd aan [verzoeker] met de navolgende tekst:

“De kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam heeft op ................ 2017 te kennen

gegeven dat Werzalit de heer [verzoeker] in maart 2017 ten onrechte op staande voet

heeft ontslagen en dat Werzalit geen redenen heeft kunnen waarmaken op grond

waarvan dat ontslag is verleend. De kantonrechter heeft daarbij aangegeven dat een

rectificatie op zijn plaats is, teneinde de met het ontslag op staande voet toegebrachte

schade zoveel mogelijk teniet te doen. Wij betreuren het leed dat aan de heer [verzoeker]

is toegebracht.”

XIV. Deze beschikking zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2

[verzoeker] voert daartoe aan dat het gegeven ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven gezien het tijdsverloop. Blijkbaar bestond reeds op 22 februari 2017 bij Werzalit het vermoeden dat er sprake zou zijn van onregelmatigheden die de basis vormden voor het nader onderzoek, resulterend in het leggen van conservator beslag, waartoe op 15 maart 2017 een verlofrekest werd ingediend. Door pas op 20 maart 2017 het ontslag op staande voet aan te zeggen handelt Werzalit met onvoldoende voortvarendheid. Daarbij heeft er geen deugdelijke procedure van hoor en wederhoor hoor plaatsgevonden. Daarnaast meent [verzoeker] dat Werzalit geen deugdelijke gronden had voor het ontslag op staande voet. Het ontslag is enkel gegeven op basis van vermoedens en haar eigen interpretatie van bepaalde feiten.

4 Het verweer en de tegenverzoeken van Werzalit

5 Het verweer van [verzoeker] tegen de verzoeken van Werzalit

6 De beoordeling van het verzoek van [verzoeker]

7 De beoordeling van het tegenverzoek van Werzalit

8 De beslissing