Rechtbank Rotterdam, 09-08-2017, ECLI:NL:RBROT:2017:6521, C/10/501267 / HA ZA 16-464
Rechtbank Rotterdam, 09-08-2017, ECLI:NL:RBROT:2017:6521, C/10/501267 / HA ZA 16-464
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 9 augustus 2017
- Datum publicatie
- 23 augustus 2017
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2017:6521
- Zaaknummer
- C/10/501267 / HA ZA 16-464
Inhoudsindicatie
Aanbesteding-bodemzaak. Artikelen 2.38 en 2.39 Aanbestedingswet 2012. 2B-dienst-inbesteding. Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten. In strijd gehandeld met plicht om een openbare aanbestedingsprocedure te volgen? Uitzondering op deze plicht.
Uitspraak
vonnis
Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/10/501267 / HA ZA 16-464
Vonnis van 9 augustus 2017
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GOM SCHOONHOUDEN B.V.,
gevestigd te Schiedam,
eiseres,
advocaat mr. B.K.A. van Rijsbergen,
tegen
1. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE DORDRECHT,
zetelend te Dordrecht,
2. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING DRECHTSTEDEN,
zetelend te Dordrecht,
3. de publiekrechtelijke rechtspersoon
DIENST GEZONDHEID & JEUGD ZUID-HOLLAND ZUID,
zetelend te Dordrecht,
4. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE ALBLASSERDAM,
zetelend te Alblasserdam,
5. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE PAPENDRECHT,
zetelend te Papendrecht,
6. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE ZWIJNDRECHT,
zetelend te Zwijndrecht,
gedaagden,
advocaat mr. A.J. van de Watering.
Partijen zullen hierna ‘GOM’ en ‘Gemeente Dordrecht c.s.’ genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van GOM met producties 1 t/m 28;
- -
-
de conclusie van antwoord van Gemeente Dordrecht c.s. met producties 1 t/m 14;
- -
-
het tussenvonnis (althans de brieven) van deze rechtbank van 27 juli 2016 waarin een comparitie van partijen is bepaald;
- -
-
de brief van mr. Van Rijsbergen van 17 november 2016 met producties 29 t/m 37;
- -
-
het proces-verbaal van comparitie van 2 december 2016, met aangehecht de pleitnotities van partijen alsmede de brieven van mr. Van de Watering van 3 januari 2017 en mr. Van Rijsbergen van 5 januari 2017 met opmerkingen over het proces-verbaal;
- -
-
de akte overlegging productie van Gemeente Dordrecht c.s. van 16 december 2016 met productie 15;
- -
-
de brief van deze rechtbank van 23 december 2016;
- -
-
de akte uitlaten productie van GOM van 8 februari 2017 met productie 38;
- -
-
de akte van Gemeente Dordrecht c.s. van 19 april 2017 met productie 16.
Het proces-verbaal van comparitie is met instemming van partijen buiten hun aanwezigheid opgemaakt. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om de rechtbank per brief te wijzen op eventuele onjuistheden in het proces-verbaal. Bij brieven van 3 respectievelijk 5 januari 2017 hebben GOM en Gemeente Dordrecht c.s. van die gelegenheid gebruik gemaakt. De rechtbank leest het proces-verbaal van comparitie met inachtneming van de opmerkingen die partijen daarover hebben gemaakt in voornoemde brieven. Deze worden - voor zover van belang - hierna in de beoordeling betrokken.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voor zover van belang - het volgende vast:
GOM exploiteert een schoonmaakbedrijf. Na een openbare aanbesteding is GOM met ingang van 1 december 2010 een overeenkomst aangegaan betreffende het schoonmaakonderhoud en de glasbewassing op diverse locaties van Gemeente Dordrecht c.s. (hierna: de Overeenkomst). De Overeenkomst is aangegaan voor een periode van twee jaar met de mogelijkheid om deze maximaal één keer stilzwijgend te verlengen voor een periode van twee jaar.
Alle contacten over (de uitvoering van) de Overeenkomst liepen via het Servicecentrum Drechtsteden (hierna: SCD), een onderdeel van de publiekrechtelijke rechtspersoon Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden (gedaagde sub 2, hierna: GRD). In de offerte-aanvraag van 12 juli 2010 die voorafgaand aan de aanbesteding is uitgebracht is over de rol van SCD onder meer opgenomen:
“Opdrachtgever: De partij waarmee de schoonmaakovereenkomst en/of de glasbewassingsovereenkomst wordt gesloten. Dit is met het Servicecentrum Drechtsteden namens haar klantorganisaties. (...)
Het Servicecentrum Drechtsteden is voor haar onderstaande klantorganisaties de (contract)beheerder voor het schoonmaakonderhoud en glasbewassing:
Gemeente Dordrecht (...)
GRD (...)
Regio Zuid-Holland Zuid (...)
Gemeente Alblasserdam (...)
Gemeente Papendrecht (...)
Gemeente Zwijndrecht (...)
Bovenstaande klantorganisaties van het SCD nemen deel aan deze Europese Aanbesteding Schoonmaakonderhoud en Glasbewassing. Daar waar in dit document gesproken wordt over de Opdrachtgever worden de bovenstaande klantorganisaties (waarbij het SCD de opdrachtgever is namens haar klantorganisaties) bedoeld.
(...)
Er zal per klantorganisatie en per perceel een overeenkomst worden gesloten met de desbetreffende begunstigde leveranciers. Het Servicecentrum Drechtsteden zal als contractant optreden. Servicecentrum Drechtsteden tekent namens haar klantorganisaties de schoonmaakovereenkomst en glasbewassingsovereenkomst.”
Bij e-mail van 23 juni 2014 heeft [medewerker GRD] van GRD aan [medewerker GOM] van GOM (hierna: [medewerker GOM] ) bericht:
“Servicecentrum Drechtsteden is voornemens de huidige schoonmaakovereenkomst (...) d.d. 01-12-2010, expiratiedatum 01-12-2014, te verlengen met een periode van acht (8) maanden met daarna de mogelijkheid telkens met één maand te verlengen, totdat de aanbesteding is afgerond. Op 3 juli a.s. staat een overleg gepland, waarin onze klantorganisatie wordt gevraagd om instemming met bovenstaand verlengingsvoorstel. Indien de klantorganisaties akkoord gaan, wordt het verlengingsvoorstel formeel per aangetekende brief aan jullie verzonden. Dit houdt in dat wij de overeenkomst onder gelijke condities, mits daarover op 3 juli a.s. positief wordt besloten, minimaal willen continueren tot 01-07-2015. Ik ben benieuwd naar de reactie van Gom op bovenstaand verlengingsvoorstel. Kan het voorstel wat Gom betreft doorgang vinden? Ik zie jullie reactie graag uiterlijk vrijdag 27 juni a.s. tegemoet, zodat wij onze klantorganisaties op 3 juli a.s. kunnen berichten dat een eventuele verlenging vanuit jullie kant doorgang kan vinden en geen belemmeringen oplevert. (...)”
In reactie hierop heeft [medewerker GOM] bij e-mail van 24 juni 2014 bericht:
“(...) Vanuit onze kant kan de dienstverlening onder gelijke voorwaarden blijven plaatsvinden. Het verheugd mij dat we de fijne jarenlange samenwerking met Drechtsteden voorlopig nog kunnen continueren. (...)”
Bij e-mail van 19 september 2014 heeft [medewerker SCD] van SCD (hierna: [medewerker SCD] ) aan [medewerker GOM] bericht:
“Kun je mij een formele brief/offerte doen toekomen met jullie aanbod voor verlenging van het contract voor onbepaalde tijd met een opzegtermijn van 2 maanden. En een indexering vanaf het moment dat de verlengde periode in gaat.”
In reactie hierop heeft [medewerker GOM] SCD een brief toegezonden met een aanbod voor verlenging van de Overeenkomst.
Bij brief van 17 oktober 2014 heeft [medewerker SCD] aan [medewerker GOM] bericht:
“Dank je wel voor de brief. Ik zou er mee akkoord willen gaan ware het niet dat men van de juridische afdeling wat huiverig is over het stukje onbepaalde tijd. We willen graag dat er dan wel bij staat dat we van Drechtsteden een nieuwe aanbesteding aan het voorbereiden zijn en dat in verband daarmee het contract verlengd wordt. Zo geven we aan dat het niet een oneindige verlenging is, maar een tijdelijke oplossing. Kun je dat aanpassen?”
In reactie hierop heeft [medewerker GOM] op 23 oktober 2014 een aangepaste brief aan [medewerker SCD] toegezonden waarin onder meer is opgenomen:
“Zoals telefonisch besproken, zijn wij heel erg blij met de verlenging van het contract Drechtsteden. Het is erg fijn dat we ons samenwerkingsverband kunnen blijven continueren. De reden van verlengen is het voorbereiden van een nieuwe aanbesteding door Drechtsteden. Ons voorstel is om het contract te verlengen voor onbepaalde tijd met een opzegtermijn van 2 maanden met ingang van 1 december 2014.”
Naar aanleiding van voornoemde brief is de Overeenkomst met ingang van 1 december 2014 voor onbepaalde tijd verlengd met een opzegtermijn van twee maanden.
Op 13 april 2015 heeft er een bespreking tussen GOM en SCD plaatsgevonden.
Bij e-mail van 17 april 2015 heeft [medewerker GOM] van GOM aan [medewerker FrisFacilitair] van FrisFacilitair (een -niet 100%- dochteronderneming van Drechtwerk, de sociale werkvoorzieningsorganisatie van de Drechtsteden) en [medewerker GRD] van GRD (hierna: [medewerker GRD] ) bericht:
“Hierbij het overzicht van de personeelsleden. Het zijn alle locaties. Als er vragen zijn verneem ik het graag.”
Bij e-mail van 30 oktober 2015 heeft [medewerker SCD] aan [medewerker GOM] van GOM bericht:
“Zoals al eerder besproken zullen wij het contract met GOM Schoonhouden niet meer verlengen. Wij zullen dus het contract per 31 december 2015 beëindigen. Wij verzoeken u om uw operationele werkzaamheden per 24 december 2015 te stoppen en uw schoonmaakapparatuur en benodigdheden dan te verwijderen van de Drechtsteden locaties. Wij danken u hartelijk voor de dienstverlening van de afgelopen contractperiode en wensen u verder veel succes met uw organisatie.”
Een overeenkomst d.d. 28 december 2015 tussen GRD (Opdrachtgever) en Drechtwerk (Opdrachtnemer), geldend van 1 januari 2016 tot en met 31deceber 2017, luidt voor zover thans van belang:
“Overwegende dat:
• Opdrachtgever de behoefte heeft aan de inzet van arbeidskrachten die vallen onder de Participatiewet, arbeidskrachten met een Wsw-indicatie en Wajongers met arbeidsvermogen, WIW, ID arbeidskrachten voor advies en speciale begeleiding ten behoeve van de hiervoor genoemde arbeidskrachten;
Deze arbeidskrachten zijn in dienst van Opdrachtnemer en in dienst van derden. Het is Opdrachtnemer toegestaan om de arbeidskrachten die in dienst zijn van derden aan Opdrachtgever ter beschikking te stellen als bedoeld in deze Overeenkomst;
• inhuur/detachering van arbeidskrachten wordt aangemerkt ais een 2B dienst waarvoor een verlicht aanbestedingsregime geldt;
• geen sprake is van een grensoverschrijdend belang zodat deze opdracht rechtstreeks kan worden gegund met inachtneming van de voor 2B-diensten geldende bepalingen;
• Opdrachtnemer verklaart, specialist te zijn op het gebied van het ter beschikking stellen van arbeidskrachten met een Wsw-indicatie en Wajongers met arbeidsvermogen, een arbeidskracht die valt onder de WIW, of ID-baan en arbeidskrachten voor advies en speciale (sociale) begeleiding van voornoemde arbeidskrachten;
• Opdrachtgever met Opdrachtnemer een (raam)overeenkomst voor de ter beschikking stelling van
voornoemde arbeidskrachten wenst te sluiten;
(...)”
3 Het geschil
GOM vordert samengevat - veroordeling van Gemeente Dordrecht c.s. tot betaling van € 332.443,03, vermeerderd met rente en kosten. Zij stelt hiertoe ten eerste dat SCD de Overeenkomst namens haar klantorganisaties (gedaagden sub 1 t/m 6) heeft gesloten en dat die klantorganisaties daarmee partij zijn geworden bij de Overeenkomst. GOM stelt voorts dat SCD zowel in strijd met het Europese aanbestedingsrecht als met de afspraken die partijen hebben gemaakt heeft gehandeld, door de schoonmaakopdracht na opzegging van de Overeenkomst niet opnieuw openbaar aan te besteden. SCD heeft bovendien verzuimd om GOM hierover concreet en tijdig te informeren. Daarnaast is SCD de toezegging die zij tijdens de bespreking op 13 april 2015 heeft gedaan, namelijk dat zij 30% van het personeel van GOM zou overnemen in het geval dat zou worden overgegaan tot inbesteding, niet nagekomen. Het handelen van SCD levert een tekortkoming in de nakoming van haar verplichtingen jegens GOM op althans een onrechtmatige daad die aan SCD kan worden toegerekend, zodat SCD verplicht is de schade van GOM te vergoeden. De schade van GOM bestaat uit de kosten en ontslagvergoedingen die GOM heeft voldaan, nadat zij noodgedwongen 47 medewerkers heeft moeten ontslaan na afloop van de Overeenkomst.
Gemeente Dordrecht c.s. voeren verweer. Zij voeren aan dat de Overeenkomst uitsluitend is gesloten met SCD als onderdeel en vertegenwoordiger van GRD, dat GOM daarom alleen ontvankelijk is in haar vorderingen jegens GRD en dat zij jegens de overige gedaagden niet-ontvankelijk is. Gemeente Dordrecht c.s. betwisten dat er is gehandeld in strijd met het Europese aanbestedingsrecht, dat SCD en GOM zijn overeengekomen dat de schoonmaakopdracht opnieuw zou worden aanbesteed na opzegging van de Overeenkomst en dat GOM niet is geïnformeerd over het feit dat de schoonmaakopdracht niet opnieuw zou worden aanbesteed via een openbare aanbesteding. Voorts betwisten Gemeente Dordrecht c.s. dat SCD de toezegging heeft gedaan dat 30% van het personeel van GOM zou worden overgenomen in het geval van inbesteding. Ten slotte betwisten Gemeente Dordrecht c.s. de schade van GOM. Zij doen daarbij een beroep op eigen schuld en de schadebeperkingsplicht.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.