Home

Rechtbank Rotterdam, 27-09-2017, ECLI:NL:RBROT:2017:7504, C/10/533764 / KG ZA 17-947

Rechtbank Rotterdam, 27-09-2017, ECLI:NL:RBROT:2017:7504, C/10/533764 / KG ZA 17-947

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27 september 2017
Datum publicatie
3 oktober 2017
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2017:7504
Zaaknummer
C/10/533764 / KG ZA 17-947

Inhoudsindicatie

Aanbesteding WMO gemeente Rotterdam over beoordeling subgunningscriterium inschrijvingen percelen 3,4, en 6.

Vordering tot Herbeoordeling toegewezen voor percelen 4 en 6.

Uitspraak

vonnis

Team Handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/533764 / KG ZA 17-947

Vonnis in kort geding van 27 september 2017

in de zaak van

de stichting

STICHTING PERSPEKTIEF,

gevestigd te Delft,

eiseres,

advocaten mrs. G. Verberne en P.W. Juttmann,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

DE GEMEENTE ROTTERDAM,

zetelend te Rotterdam,

gedaagde,

advocaten mrs. L.M. Engels en J.N.E. Weyne.

Partijen zullen hierna PerspeKtief en Gemeente Rotterdam genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding

-

de producties van PerspeKtief

-

de producties van Gemeente Rotterdam

-

de mondelinge behandeling op 13 september 2017

-

de pleitnota van PerspeKtief

-

de pleitnota van Gemeente Rotterdam.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Gemeente Rotterdam heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure geïnitieerd voor de opdracht ‘De beste Aanbieders Wmo arrangementen Gemeente Rotterdam’ (projectnummer 1-326-16).

Gunningscriterium is de economisch meest voordelige inschrijving (EMVI), waarbij prijs en kwaliteit de twee bepalende criteria zijn.

2.2.

De aanbestede opdracht is onderverdeeld in zes percelen:

Perceel 1: Ouderen en Somatiek

Perceel 2: Lichamelijk Beperkten

Perceel 3: Verstandelijk beperkten extramuraal

Perceel 4: Verstandelijk beperkten intramuraal

Perceel 5: (O)GGZ extramuraal

Perceel 6: (O)GGZ intramuraal

2.3.

Er is per perceel een beschrijvend document opgesteld. In de beschrijvend documenten is opgenomen:

“(...)

1. Inleiding

Noot: Omwille van de leesbaarheid is ervoor gekozen om per perceel een beschrijvend document op te stellen. Hoofdstuk 1, 3 en 4 zijn in de beschrijvende documenten per perceel identiek.

(...) ”

2.4.

Het beschrijvend document terzake perceel 3 ‘Verstandelijk beperkten extramuraal’ luidt voorts, voor zover van belang, als volgt:

5.4

Gunningscriterium

(...)

De Aanbestedende Dienst hanteert de volgende subgunningscriteria.

Subgunningcriteria Weging

1. Goed werkgeverschap en personeel 20 %

2. Integrale levering 40 %

3. Samenwerking 40 %

TOTAAL 100%

(...)

5.6

Subgunningcriterium integrale levering (40 %)

Voor het subgunningcriterium integrale levering wordt u gevraagd onderstaande casus te

beantwoorden.

(...)

5.6.2

Vormvereisten subgunningcriterium Integrale levering

Ter beoordeling van uw kwaliteit ten aanzien van integrale levering dient u de casus uit te werken. In uw casusuitwerking dienen de volgende onderdelen terug te laten komen.

1. Kies in welk van de Rotterdamse gebieden u de ondersteuning levert.

2. Beschrijf de wijze waarop u invulling geeft aan de genoemde subdoelstellingen bij de

resultaatgebieden van de casus, en geef aan hoe u daarin methodisch handelt (hiermee

wordt bedoeld de gestandaardiseerde stappen die u onderneemt om de doelen te bereiken)

3. Beschrijf de wijze waarop er samenhang wordt aangebracht en afstemming plaatsvindt in de uitvoering van de ondersteuning op de verschillende resultaatgebieden. Betrekt hierin de

inzet van uw medewerkers en, voor zover van toepassing, uw onderaannemers.

4. Geef aan hoe u de cliënt en zijn (sociaal) netwerk betrekt.

5. Beschrijf de acties die u onderneemt na verduidelijking/verandering van de situatie van de cliënt.

De uitwerking van uw casus mag maximaal bestaan uit 4 A4 pagina’s bestaan (lettertype Arial punt 10).

5.6.3

Beoordelingsaspecten Subgunningcriterium Integrale levering

De invulling van de casus zal worden beoordeeld op onderstaande beoordelingsaspecten die gezien

hun onderlinge verband geen specifieke weging kennen:

1. De mate waarin blijkt uit de casusbeantwoording dat er sprake is van goede op- en

afschaling van de ondersteuning bij veranderende behoefte van de cliënt.

2. De mate waarin blijkt uit de casusbeantwoording dat op realistische wijze gestreefd wordt naar het optimaliseren van zelfredzaamheid en het verhogen van de eigen regie

3. De mate waarin blijkt uit de casusbeantwoording dat er inzicht is in, en samengewerkt wordt met het sociale netwerk.

5.6.4

Beoordelingsrichtlijn integrale levering

Naarmate de kwalitatieve aspecten van de casusuitwerking beter zijn, wordt de casusbeantwoording beter beoordeeld. De beoordeling van de opgenomen kwalitatieve aspecten vindt plaats op een schaal van 1 t/m 5. Voor ieder kwalitatief aspect wordt een score van 1, 2, 3, 4 of 5 gegeven. De score wordt door de beoordelingscommissie (zie paragraaf 5.9) in consensus wordt vastgesteld.

Richtlijn Rapportcijfer

Uitmuntend : uit de door de Inschrijver verstrekte informatie 5

blijkt dat volledig aan het doel van de Aanbestedende Dienst

wordt beantwoord

Goed: uit de door de Inschrijver verstrekte informatie blijkt 4

dat grotendeels aan het doel van de Aanbestedende Dienst

wordt beantwoord.

Voldoende (....) 3

Onvoldoende (...) 2

Slecht (...) 1

(...)”

2.5.

Het beschrijvend document terzake perceel 4 ‘Verstandelijk beperkten intramuraal’ luidt voorts, voor zover van belang, als volgt:

“(...)

5.6.2

Vormvereisten subgunningcriterium Integrale levering en samenwerking

Ter beoordeling van uw kwaliteit ten aanzien van integrale levering en samenwerking dient u de casus uit te werken. In uw casusuitwerking dient u de volgende onderdelen terug te laten komen.

1. Beschrijf de wijze waarop u invulling geeft aan de genoemde subdoelstellingen bij de

resultaatgebieden van de casus, en geef aan hoe u daarin methodisch handelt (hiermee

wordt bedoeld de gestandaardiseerde stappen die u onderneemt om de doelen te bereiken)

2. Beschrijf de wijze waarop er samenhang wordt aangebracht en afstemming plaatsvindt in de uitvoering van de ondersteuning op de verschillende resultaatgebieden. Betrek hierin de

inzet van uw medewerkers en, indien van toepassing, uw onderaannemers

3. Beschrijf de wijze waarop u de samenwerking op de te leveren ondersteuning heeft

georganiseerd. Betrek hierin de inzet van uw medewerkers en voor zover van toepassing,

uw onderaannemers, het wijknetwerk en eventuele andere samenwerkingspartners.

4. Beschrijf de acties die u onderneemt na verduidelijking/verandering van de situatie van de cliënt.

5. Beschrijf de manier waarop u de afstemming met de cliënt vormgeeft op een manier dat

deze te begrijpen en acceptabel is voor de cliënt en omgeving.

6. Geef aan welke kansen u ziet voor het bevorderen van doorstroom en het borgen van de

uitstroom uit de intramurale setting al dan niet in de wijk en geef aan hoe u daarin

methodisch handelt

7. Laat in uw casus beschrijving zien hoe u innovaties toepast en hoe u gedurende de looptijd van de overeenkomst inspeelt op toekomstbestendige ondersteuning.

De uitwerking van uw casus mag maximaal bestaan uit 8 A4 pagina’s bestaan (lettertype Arial lettergrote 10).

5.6.3

Beoordelingsaspecten Subgunningcriterium Integrale levering en samenwerking

De invulling van de casus zal worden beoordeeld op onderstaande beoordelingsaspecten die gezien hun onderlinge verband geen specifieke weging kennen:

1. De mate waarin blijkt uit de casusbeantwoording dat er sprake is van passende

ondersteuning en goede op- en afschaling van ondersteuning bij veranderende behoefte van

cliënt

2. De mate waarin blijkt uit de casusbeantwoording dat op realistische wijze gestreefd wordt

naar het optimaliseren van zelfredzaamheid en het verhogen van de eigen regie

3. De mate waarin blijkt uit de casusbeantwoording dat er inzicht is in, en samengewerkt wordt met het sociale netwerk.

4. De mate waarin blijkt uit de casusbeantwoording dat er inzicht is in, en gebruik wordt

gemaakt van innovatie in de ondersteuningsmix.

5.6.4

Beoordelingsrichtlijn integrale levering en samenwerking

Naarmate de kwalitatieve aspecten van de casusuitwerking beter zijn, wordt de casusbeantwoording beter beoordeeld. De beoordeling van de opgenomen kwalitatieve aspecten vindt plaats op een schaal van 1 t/m 5. Voor ieder kwalitatief aspect wordt een score van 1, 2, 3, 4 of 5 gegeven. De score wordt door de beoordelingscommissie (zie paragraaf 5.9) in consensus wordt vastgesteld.

Richtlijn Rapportcijfer

Uitmuntend (...) 5

Goed (...) 4

Voldoende (....) 3

Onvoldoende (...) 2

Slecht (...) 1

(...)”

2.6.

Het beschrijvend document terzake perceel 6 ‘(O)GGZ Intramuraal / Verstandelijk beperkten intramuraal’ luidt voorts, voor zover van belang, als volgt:

“(...)

5.4

Gunningscriterium

(...)

De Aanbestedende Dienst hanteert de volgende subgunningscriteria.

Subgunningcriteria Weging

1. Goed werkgeverschap en personeel 20 %

2. Integrale levering en samenwerking 80 %

TOTAAL 100%

(...)

5.6

Subgunningscriterium integrale levering en samenwerking (80%)

Voor het subgunningscriterium integrale levering wordt u gevraagd één van de onderstaande 5 casussen (...) te beantwoorden. U mag zelf bepalen welk van de casussen het best bij u als Aanbieder past.

(...)

5.6.5

Vormvereisten subgunningcriterium Integrale levering en samenwerking

Ter beoordeling van uw kwaliteit ten aanzien van integrale levering en samenwerking dient u één van bovenstaande casussen uit te werken. In uw casusuitwerking dient u de volgende onderdelen terug te laten komen.

1. De keuze en motivatie welke casus u uitwerkt

2. Beschrijf de wijze waarop u invulling geeft aan de genoemde subdoelstellingen bij de

resultaatgebieden van de casus, en geef aan hoe u daarin methodisch handelt (hiermee

wordt bedoeld de gestandaardiseerde stappen die u onderneemt om de doelen te bereiken)

3. Beschrijf de wijze waarop er samenhang wordt aangebracht en afstemming plaatsvindt in de uitvoering van de ondersteuning op de verschillende resultaatgebieden. Betrek hierin de

inzet van uw medewerkers en, indien van toepassing, uw onderaannemers

4. Beschrijf de wijze waarop u de samenwerking op de te leveren ondersteuning heeft

georganiseerd. Betrek hierin de inzet van uw medewerkers en voor zover van toepassing,

uw onderaannemers, het wijknetwerk en eventuele andere samenwerkingspartners.

5. Beschrijf de acties die u onderneemt na verduidelijking/verandering van de situatie van de cliënt.

6. Beschrijf de manier waarop u de afstemming met de cliënt vormgeeft op een manier dat

deze te begrijpen en acceptabel is voor de cliënt en omgeving.

7. Geef aan welke kansen u ziet voor het bevorderen van doorstroom en het borgen van de

uitstroom uit de intramurale setting al dan niet in de wijk en geef aan hoe u daarin

methodisch handelt

8. Laat in uw casus beschrijving zien hoe u innovaties toepast en hoe u gedurende de looptijd van de overeenkomst inspeelt op toekomstbestendige ondersteuning.

(...)

5.6.6

Beoordelingsaspecten Subgunningcriterium Integrale levering en samenwerking

De invulling van de casus zal worden beoordeeld op onderstaande beoordelingsaspecten die gezien

hun onderlinge verband geen specifieke weging kennen:

1. De mate waarin blijkt uit de casusbeantwoording dat er sprake is van passende

ondersteuning en goede op- en afschaling van de ondersteuning bij veranderende behoefte

van de cliënt

2. De mate waarin blijkt uit de casusbeantwoording dat op realistische wijze gestreefd wordt naar het optimaliseren van zelfredzaamheid en het verhogen van de eigen regie

3. De mate waarin blijkt uit de casusbeantwoording dat er inzicht is in, en samengewerkt wordt met het sociale netwerk.

4. De mate waarin blijkt uit de casusbeantwoording dat er inzicht is in, en gebruik wordt

gemaakt van innovatie in de ondersteuningsmix.

5.6.7

Beoordelingsrichtlijn integrale levering en samenwerking

Naarmate de kwalitatieve aspecten van de casusuitwerking beter zijn, wordt de casusbeantwoording beter beoordeeld. De beoordeling van de opgenomen kwalitatieve aspecten vindt plaats op een

schaal van 1 t/m 5. Voor ieder kwalitatief aspect wordt een score van 1, 2, 3, 4 of 5 gegeven. De score wordt door de beoordelingscommissie (zie paragraaf 5.9) in consensus wordt vastgesteld.

Richtlijn Rapportcijfer

Uitmuntend (...) 5

Goed (...) 4

Voldoende (....) 3

Onvoldoende (...) 2

Slecht (...) 1

(...)”

2.7.

PerspeKtief heeft op de aanbesteding ingeschreven voor de percelen 3, 4, 5 en 6.

2.8.

Bij brief van 4 augustus 2017 heeft Gemeente Rotterdam aan PerspeKtief bericht dat zij ter zake perceel 6 niet voor gunning in aanmerking komt, omdat door PerspeKtief een “2” is gescoord op Subgunningscriterium 2 ‘Integrale Levering en Samenwerking’. De brief luidt, voor zover van belang, als volgt:

“(...)

De motivatie van de beoordelingscommissie op dit subgunningcritenum is als volgt:

Beoordelingsaspect 1: Aanbieder geeft blijk van een beperkt inzicht in het begeleiden van cliënten met de beschreven psychiatrische problematiek. Het uitzoeken van een mogelijk traumatisch verleden met de AIVD is bijvoorbeeld geen passende actie bij iemand die lijdt aan psychotische verschijnselen. Het opnemen van contact met de behandelaar is wel een adequate actie, maar dat men ook nog een arts raadpleegt en daarnaast’ onderzoekt of behandeling/therapie mogelijk is en medicatiesuggesties doet, getuigt van beperkt inzicht in de wijze waarop de samenwerking met een ggz-aanbieder doorgaans georganiseerd is. We betwijfelen sterk of het inzetten van uitsluitend huismeesters/nachtwakers gedurende de nacht passend is. Volgens het plan Goed Werkgeverschap van PerspeKtief is de huismeester van niveau mbo-2. Het risico bestaat dus dat de huismeester onvoldoende gekwalificeerd is om de juiste hulp te bieden aan cliënten en situaties zo nodig te de-escaleren.

Inschrijver heeft oog voor op- en afschaling van de ondersteuning en van de onderliggende indicatie. Het gefaseerde traject van beschermd via begeleid naar zelfstandig wonen kan een snellere doorstroom van cliënten bevorderen, wat positief is. De overweging dat er mogelijk een verstandelijke beperking in het spel is, is goed. Maat liever hadden we gezien dat de IQ-test/kwaliteitentest zou worden uitgevoerd door een deskundige derde.

Beoordelingsaspect 2: Er wordt aanvankelijk in kleine stapjes toegewerkt naar meer zelfredzaamheid, ook is sprake van hand-in-hand begeleiding. Onduidelijk blijft hoe aanbieder verder toewerkt naar zelfredzaamheid. Uitzondering hierop is de huisvesting waarin dit wel concreet is uitgewerkt.

Beoordelingsaspect 3: Inschrijver maakt bewust afwegingen met betrekking tot het sociale netwerk: men neemt acties richting familie en uitbreiding sociale netwerk! participatie. Er wordt beschreven dat de begeleiding contact opneemt met de zus, maar niet duidelijk is of dit met medeweten en instemming van cliënt gebeurt.

Beoordelingsaspect 4: Aanbieder toont weinig initiatief tot innovatie in de ondersteuningsmix. Wel wordt gebruik gemaakt van voorzieningen in de wijk.

(...)”

2.9.

Bij brief van 9 augustus 2017 heeft Gemeente Rotterdam aan PerspeKtief bericht dat zij ter zake perceel 3 niet voor gunning in aanmerking komt, omdat door PerspeKtief een “2” is gescoord op Subgunningscriterium 2 ‘Integrale Levering’.

De brief luidt, voor zover van belang, als volgt:

“(...)

De motivatie van de beoordelingscommissie op dit subgunningcriterium is als volgt:

Beoordelingsaspect 1: De aanbieder laat niet zien dat hij de integrale regierol pakt. Er wordt te weinig verantwoordelijkheid genomen of regie gepakt. De cliënt wordt gevolgd maar de keuzes worden bij andere partijen neergelegd. Het is goed dat er wordt afgestemd met de reclassering, echter de regie wordt te veel bij

hen gelegd. De maatregelen qua opschaling zijn niet passend. Zo wordt er al nagedacht over intramurale plaatsing. Er wordt erg snel de conclusie getrokken dat de cliënt niet toe is aan zelfstandig wonen. Deze overweging is op dit moment niet passend.

Beoordelingsaspect 2: De ambitie om de cliënt zelfstandiger te maken wordt gemist in de uitwerking van de casus. Ook hierin lijkt de aanbieder de regie bij een andere partij te leggen. De optie voor de dagbesteding bij Reakt is niet passend bij de cliënt uit de casus. Deze cliënt hoort niet thuis bij een GGZ- dagbestedingsaanbieder.

Beoordelingsaspect 3: Er wordt een koppeling gemaakt naar het Huis van de wijk en een

sportclub. De rol van de broer wordt goed beschreven; hij kan broer blijven maar heeft wel

een stimulerende rol. Het negatieve netwerk wordt echter onderbelicht.

(...)”

2.10.

Bij brief van 4 augustus 2017 heeft Gemeente Rotterdam aan PerspeKtief bericht dat zij ter zake perceel 4 niet voor gunning in aanmerking komt, omdat een 2 is gescoord op

Subgunningscriterium 2 ‘Integrale Levering en Samenwerking’.

De brief luidt, voor zover van belang, als volgt:

“(...)

De motivatie van de beoordelingscommissie op dit subgunningcriterium is als volgt:

Beoordelingsaspect 1: De analyse van het ondersteuningsplan en de daaruit volgende ondersteuning is voor een deel goed beschreven. Het toezicht in het algemeen is onduidelijk. De invulling van de casus geeft blijk van een ernstige tekortkoming ten aanzien van de inzet voor het nachtelijk toezicht door inzet van een huismeester niveau 2. Nachtelijk toezicht is ondersteuning bij het sociaal en persoonlijk functioneren in de nacht. Inzet op niveau 2 is niet het verplicht gestelde niveau dat ‘s nachts geleverd moet worden. Niveau 2 heeft altijd een assisterende rol in de ondersteuning van een medewerker met een zelfstandige verantwoordelijkheid. Bij alle resultaatgebieden behalve bij nachtelijk toezicht worden concrete acties en doelstellingen geformuleerd.

Beoordelingsaspect 2: Weinig concrete plannen voor door- en uitstroom. Het doel om binnen een jaar zelfstandig te gaan wonen blijft vrijwel onbesproken.

Beoordelingsaspect 3: Er wordt niet echt gewerkt aan reguliere sociale contacten. Client blijft binnen het maatschappelijk netwerk dat de instelling in de buurt heeft opgebouwd. De ouders en verdere familie worden wel betrokken, maar wat daarover wordt gezegd is minimaal.

Beoordelingsaspect 4: Innovatie is beperkt beschreven. De beschreven innovatie wordt door het beoordelingsteam echter als weinig innovatief beoordeeld.

(...)”

2.11.

Bij brief van 10 augustus 2017 heeft PerspeKtief aan Gemeente Rotterdam bericht het niet eens te zijn met de gunningsbeslissing ter zake perceel 4 en 6.

2.12.

Op 18 augustus 2017 heeft Gemeente Rotterdam aan PerspeKtief bericht geen aanleiding te zien voor het aanpassen van haar beslissingen.

2.13.

Bij brief van 18 augustus 2017 heeft PerspeKtief aan Gemeente Rotterdam bericht het niet eens te zijn met de gunningsbeslissing ter zake perceel 3.

3 Het geschil

3.1.

PerspeKtief vordert – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad –

1. De Gemeente te gebieden:

a. haar gunningsvoornemen d.d. 9 augustus 2017 inzake perceel 3 in te trekken;

b. haar gunningsvoornemen d.d. 4 augustus 2017 inzake perceel 4 in te trekken;

c. haar gunningsvoornemen d.d. 4 augustus 2017 inzake perceel 6 in te trekken;

2. De Gemeente te gebieden ten aanzien van perceel 3, perceel 4 en perceel 6 een

nieuw gunningsvoornemen bekend te maken met inachtneming van wat de voorzieningenrechter heeft overwogen in zijn vonnis;

Alsmede:

Primair

3. de Gemeente te gebieden de beoordeling te herzien en aan PerspeKtief alsnog een score van minimaal 3 (Voldoende) toe te kennen op:

a. het subgunningscriterium ‘Integrale levering’ op perceel 3;

b. het subgunningscriterium ‘Integrale levering en samenwerking’ op perceel 4;

c. het subgunningscriterium ‘Integrale levering en samenwerking’ op perceel 6.

Subsidiair

4. de Gemeente te gebieden over te gaan tot herbeoordeling door een nieuw in te stellen

beoordelingscommissie (niet bestaande uit leden die lid waren van de oorspronkelijke

beoordelingscommissie) van de inschrijving van PerspeKtief op:

a. het subgunningscriterium ‘Integrale levering’ op perceel 3;

b. het subgunningscriterium ‘Integrale levering en samenwerking’ op perceel 4;

c. het subgunningscriterium ‘Integrale levering en samenwerking’ op perceel 6.

Meer subsidiair

5. de Gemeente te gebieden over te gaan tot herbeoordeling van de inschrijving op

a. het subgunningscriterium ‘Integrale levering’ op perceel 3;

b. het subgunningscriterium ‘Integrale levering en samenwerking’ op perceel 4;

c. het subgunningscriterium ‘Integrale levering en samenwerking’ op perceel 6.

Nog meer subsidiair

6. de Gemeente te gebieden over te gaan tot heraanbesteding van perceel 3, perceel 4 en perceel 6;

Alsmede:

7. iedere (andere) voorziening te treffen die de voorzieningenrechter juist acht om aan de in deze dagvaarding beschreven belangen van eiseres tegemoet te komen;

8. gedaagde te veroordelen in de kosten van dit geding, vermeerderd met de nakosten;

9. een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 100.000,00 per dag of per dagdeel dat gedaagde in gebreke blijft bij de naleving van het vonnis.

3.2.

Gemeente Rotterdam voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing