Home

Rechtbank Rotterdam, 26-10-2017, ECLI:NL:RBROT:2017:8380, C/10/533502 / KG ZA 17-927

Rechtbank Rotterdam, 26-10-2017, ECLI:NL:RBROT:2017:8380, C/10/533502 / KG ZA 17-927

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26 oktober 2017
Datum publicatie
1 november 2017
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2017:8380
Zaaknummer
C/10/533502 / KG ZA 17-927

Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding jeugdzorg Rotterdam. Interventie: tussenkomst als voeging gekwalificeerd. Proportionaliteit. Geschiktheidseisen. Klachtplicht. Behoorlijk oplettend en behoorlijk geïnformeerd inschrijver. Geen belangafweging.

Uitspraak

vonnis

Team Handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/533502 / KG ZA 17-927

Vonnis in kort geding van 26 oktober 2017

in de zaak van

de stichting

STICHTING FIER,

gevestigd te Leeuwarden,

eiseres,

advocaat mr. J. Tophoff te Alkmaar,

tegen

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon

OPENBAAR LICHAAM JEUGDHULP RIJNMOND,

zetelend te Rotterdam,

2. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE ROTTERDAM,

zetelend te Rotterdam,

gedaagden,

advocaten mr. J.H.C.A. Muller en mr. S.B. Groenwold te Den Haag,

en met als interveniërende partij

de stichting

STICHTING PAMEIJER

gevestigd te Rotterdam,

advocaten mr. M.M. Fimerius en mr. N.A.D. Groot te Eindhoven.

Partijen zullen hierna Fier en gedaagden genoemd worden. Afzonderlijk zullen gedaagden Jeugdhulp Rijnmond en de gemeente Rotterdam genoemd worden. De interveniërende partij zal Pameijer genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 21 augustus 2017,

-

de “incidentele conclusie met verzoek (de voorzieningenrechter begrijpt: vordering) tot tussenkomst, althans voeging” van Pameijer,

-

de akte eiswijziging van Fier,

-

de overgelegde producties,

- de mondelinge behandeling op 12 oktober 2017

(op deze zitting zijn vijf zaken gezamenlijk behandeld:

- 533502 / KG ZA 17-927,

- 534360 / KG ZA 17-985,

- 534362 / KG ZA 17-986,

- 534456 / KG ZA 17-989

- 534464 / KG ZA 17-992),

-

de pleitnota van Fier,

-

de intrekking ter zitting door Fier van haar vorderingen voor zover gericht tegen de gemeente Rotterdam, nadat door de gemeente Rotterdam was betoogd dat zij niet de aanbestedende dienst is,

-

de pleitnota van gedaagden,

-

de pleitnota van Pameijer.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Fier is een landelijk opererend expertise- en behandelcentrum op het terrein van geweld in afhankelijkheidsrelaties (zoals huiselijk geweld, kindermishandeling, eergerelateerd geweld, mensenhandel en loverboyproblematiek). Als zodanig biedt zij Jeugdhulp in de zin van de Jeugdwet.

2.2.

Sinds 1 mei 2014 is de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond van kracht. Aan deze regeling nemen deel de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne.

2.3.

Jeugdhulp Rijnmond heeft, als aanbestedende dienst, diverse Europese aanbestedingsprocedures georganiseerd voor de inkoop van het verlenen van jeugdzorg in de zin van de Jeugdwet. Deze aanbestedingen zijn onderverdeeld in de percelen A tot en met F.

2.4.

Perceel B betreft “Bed en Behandeling.” De aanbesteding wordt beschreven in een document genaamd:

Jeugdhulp 2018 GR-JR en Inkoopbureau H-10 Opdracht B: Opname (Bed en Behandeling) nummer project: 1-293-17

(hierna te noemen: het beschrijvend document).

2.5.

Het beschrijvend document voorziet (in paragraaf 2.1.13) in het sluiten van raamovereenkomsten met de inschrijvers op de aanbesteding aan wie de opdrachten gegund zullen worden. De initiële duur van een raamovereenkomst is drie jaar, met de mogelijkheid om de overeenkomst twee maal te verlengen, telkens voor een periode van één jaar. De aanbesteding ziet op de volgende cliëntgroepen:

- geestelijke gezondheidszorg voor de jeugd (J-GGZ)

- jeugd en opvoedhulp, inclusief jeugdbescherming (J&O)

- jongeren met een beperking (JmB).

2.6.

Perceel B is onderverdeeld in vier delen: deel B1 t/m B4. Fier heeft ingeschreven op deel B3.

2.7.

Het minimaal aantal aanbieders (inschrijvers) dat zal worden geselecteerd voor de opdracht van perceel B3 bedraagt 7 (paragraaf 5.6.4).

2.8.

Om te kunnen voldoen aan de (na te melden) geschiktheidseisen kan een inschrijver een beroep doen op derden, die dan wel met name moeten worden genoemd in de inschrijving. Paragraaf 3.1.2 van het beschrijvend document bepaalt in dit verband onder meer:

“3.1.2. Beroep op derden

Door een Inschrijver kan in het kader van de in deze aanbestedingsprocedure gestelde geschiktheidseisen een beroep worden gedaan op de kwalificaties en / of middelen van derden. In het geval de Inschrijver niet zelfstandig aan de geschiktheidseisen voldoet kan een beroep worden gedaan op de kwalificaties en / of middelen van een derde om voor gunning in aanmerking te kunnen komen.

Indien een Inschrijver een dergelijk beroep op een derde doet, dient hij dat expliciet in het ‘Uniform Europees Aanbesteding Document’ (Bijlage 2) te vermelden. [...]”

2.9.

Paragraaf 5.5 van het beschrijvend document bevat de Technische Geschiktheidseisen. Een inschrijver dient een referentieopdracht te omschrijven waarmee hij dient aan te tonen dat hij beschikt over de gevraagde ervaring. De tekst luidt als volgt:

5.5. Technische geschiktheidseisen

5.5.1.

Kerncompetentie

De Aanbestedende Dienst heeft voor het toetsen van de technische geschiktheid onderstaande kerncompetentie vastgesteld. Gegadigde dient aan de hand van een (of meer) referentieopdracht(en) voor het perceel waar hij op inschrijft aan te tonen dat hij beschikt over de gevraagde kerncompetentie/ervaring op de percelen zoals opgenomen in paragraaf 2.1.11. Een referentieopdracht moet zijn uitgevoerd in de drie jaar voorafgaand aan de uiterste datum van Inschrijving. De referentieopdracht hoeft niet te zijn afgerond. Indien een referentieopdracht meerdere zorgaspecten behelst mag deze meerdere keren worden opgevoerd om aan te tonen dat Gegadigde beschikt over de vereiste kerncompetentie voor het perceel waarop hij inschrijft.

De Aanbestedende Dienst heeft een format ‘Referenties” (Bijlage 7) vastgesteld. Dit format dient te worden ingevuld en bijgevoegd bij de Inschrijving op het Aanbestedingsplatform. In het format dient een omschrijving te worden gegeven van de referentieopdracht en dienen tevens de uitgevoerde werkzaamheden te worden beschreven. Hieruit dient te blijken dat de referentieopdracht relevant is voor de hieronder per perceel weergegeven kerncompetentie.

De Aanbestedende Dienst heeft voor wat betreft de technische geschiktheid de navolgende kerncompetentie vastgesteld:

• Kennis en ervaring met alle cliëntgroepen (J-GGZ, JmB en J&O), problematieken en bijbehorende dienstverlening in het betreffende perceel;

De relevantie van de referentieopdracht wordt beoordeeld aan de hand van de onderstaande eisen:

Vergelijkbare aard: Onderstaand wordt per perceel aangegeven welke aspecten in elk geval onderdeel moeten zijn geweest van de opdracht(en), gelet op vastgestelde kerncompetentie;

Voor Perceel BI t/m B4 geldt:

Ondersteuningselement, 02: Ervaring met jeugdhulp met betrekking tot:

• Dagbehandeling van psychologische en/of psychiatrische aard;

• Dagbehandeling van gedragstherapeutische aard;

• Dagbesteding voor jeugdigen met een beperking of stoornis;

• Daghulp voor jeugdigen met een beperking en/of stoornis.

Resultaatgebied 1, R1: Ervaring met Jeugdhulp met betrekking tot het bieden van begeleiding en ondersteuning gericht op:

• Het vergroten en/of stabiliseren van de leeftijdsadequate zelfstandigheid van jeugdigen;

• Jeugdigen met een normale ontwikkeling, een verstandelijke of lichamelijke beperking of

(ontwikkelings-)stoornis;

• Jeugdigen met gedragsproblemen en/of delictgedrag;

• Het aanleren en/of versterken van vaardigheden op het gebied van de sociale redzaamheid (de

mogelijkheid om het eigen gedrag te reguleren, door begeleiding, training, het aanleren van

sociale en praktische vaardigheden en het kunnen reguleren van het eigen gedrag);

• Geheel of gedeeltelijke deelname aan de arbeidsmarkt (18-23 jaar);

• Bemoeizorg;

• Deelname aan onderwijs op school of zinvolle daginvulling;

• Verzorging van jeugdigen met een beperking of stoornis;

• Het kunnen werken met ouder(s) met een verstandelijk en/of psychische beperking.

Resultaatgebied 2, R2: Ervaring met jeugdhulp met betrekking tot:

• Het behandelen, doen verminderen en stabiliseren van problematiek als gevolg van een

(ontwikkelings-)stoornis en/of gedragsproblemen;

• Jeugdigen met een normale ontwikkeling, een verstandelijke of lichamelijke beperking of

(ontwikkelings-)stoornis;

• Diagnostiek, eventueel door middel van observatie, als onderdeel van de behandeling;

• Jeugdigen met gedragsproblemen en/of delictgedrag;

• Behandeling van gedragstherapeutische aard;

• Behandeling van psychologische en/of psychiatrische aard;

• Het kunnen werken met ouder(s) met een verstandelijk en of psychische beperking.

Resultaatgebied 3, R3: Ervaring met opvoedondersteuning voor de ouders van jeugdigen met betrekking

tot:

• Het bieden van veiligheid, het stimuleren van de sociale en affectieve ontwikkeling van de

jeugdige, gedragsregulatie, gezondheid en opleiding;

• De veiligheid van de jeugdige;

• Het voorkomen van verwaarlozing en kindermishandeling;

• Het kunnen omgaan met eventuele stoornissen en beperkingen van de jeugdige;

• Het kunnen werken met ouder(s) met een verstandelijk en of psychische beperking.

[...]

Voor Perceel B3 geldt tevens:

Ondersteuningselement, O1: ervaring met jeugdhulp met betrekking tot:

• Pleegzorg;

• Gezinshuis;

• Training zelfstandig wonen/kamer training;

• Open residentiële zorg, behandelgroep basis;

• Open residentiële zorg, klinische opname, behandelsetting, behandelcentrum;

[...]

Indien een Inschrijver zich beroept op een referentieopdracht die (deels) door een derde is uitgevoerd dient inzichtelijk te worden gemaakt welk deel van de betreffende opdracht door de Inschrijver is uitgevoerd en welk deel door een derde.”

2.10.

In bijlage 7, die voor de referentieopdracht dient te worden gebruikt, moet een inschrijver aangeven of de ervaring uitsluitend door inschrijver of door een onderaannemer, consortium of combinatie daarvan is opgedaan.”

2.11.

Ten aanzien van het vragen van verduidelijking en het vragen van bewijsstukken na voorgenomen gunning staat in het beschrijvend document:

4.2.13. Verduidelijking en bewijsstukken

In het geval de Inschrijving van Inschrijver onduidelijkheden bevat kan de Aanbestedende Dienst om verduidelijking vragen.

De Aanbestedende Dienst zal bij de Inschrijver aan wie vermoedelijk het voornemen tot gunning zal worden uitgebracht de juistheid nagaan van de door de betreffende Inschrijver verstrekte gegevens en inlichtingen en daartoe de nodige bewijsstukken opvragen ter controle op uitsluitingsgronden en geschiktheidseisen. Indien Inschrijver het gevraagde bewijs niet dan wel niet binnen de daartoe gestelde termijn aanlevert, wordt zijn Inschrijving terzijde gelegd, behoudens in het geval van overmacht (dit ter beoordeling aan de Aanbestedende Dienst).”

2.12.

Op bladzijde 57 van het beschrijvend document staat onder meer:

Aandachtspunten met betrekking tot inschrijvingen voor Inschrijvers

[...]

“ Let op knock-outcriteria: bij niet volledig voldoen volgt uitsluiting;”

2.13.

Van de aanbestedingstukken maken deel uit twee Nota’s van Inlichtingen.

2.14.

Jeugdhulp Rijnmond heeft op 24 juni 2017 de navolgende verduidelijkingsvraag gesteld aan Fier:

“In paragraaf 5.5.1. is de technische geschiktheidseis beschreven. Het is ons niet duidelijk of u aan deze eis voldoet vandaar dat we concreet en eenduidig antwoord willen ontvangen op de volgende vragen.

1. Uit de door u ingediende bijlage 7 Referenties kunnen we niet beoordelen of voldaan wordt aan alle aspecten voor alle doelgroepen (JMB, J&O en J-GGZ) van de paragraaf 5.5.1. beschreven technische geschiktheidseis. Wij willen u een toelichting vragen waaruit blijkt dat u aan alle ervaringseisen voor alle doelgroepen zoals beschreven in paragraaf 5.5.1. voldoet. Hiervoor volledig de meegestuurde excel ‘B3 Fier Fryslan Invultemplate referentie check opdracht B3’ retourneren.

2. Heeft u onderaannemers nodig om te voldoen aan de ervaringseis? Indien u hiervoor onderaannemers nodig heeft dient u ook deze onderaannemers in de beschrijving van uw referentie te noemen en de ervaring die zij inbrengen. Tevens dient per onderaannemer Bijlage 4 ingevuld en ingediend te worden.

BELANGRIJKE OPMERKING: BIJ DE UITWERKING VAN DEZE VRAAG KUNNEN ALLEEN ONDERAANNEMERS/DERDEN GENOEMD WORDEN DIE U REEDS GEMELD HEEFT BIJ HET INDIENEN VAN DE INITIËLE INSCHRIJVING.

Graag uiterlijk woensdag 28 juni a.s. voor 12.00u de gevraagde gegevens via een Negometrix bericht aanleveren. ”

2.15.

De tekst van het bijgevoegde template bestaat een opsomming van alle onderdelen van resultaatgebied R1, van Ondersteuningselement 01 en van Ondersteuningselementen 02 in paragraaf 5.5 van het beschrijvend document (zoals hiervoor onder 2.9 geciteerd).

2.16.

Fier heeft de template ingevuld en geretourneerd aan Jeugdzorg Rijnmond. Fier heeft op een aantal punten “ja” geantwoord op de vraag of zij op het desbetreffende onderdeel voldoende ervaring had, en dit voor alle drie de cliëntgroepen (JmB, J&O en

J-GGZ). Op de navolgende onderdelen heeft Fier deze vraag ten aanzien van alle drie de cliëntgroepen (JmB, J&O en J-GGZ) met “nee” beantwoord:

- het resultaatgebied R1, met betrekking tot het onderdeel:

“• Verzorging van jeugdigen met een beperking of stoornis;”

- het ondersteuningselement O1, met betrekking tot het onderdeel:

“• Pleegzorg;”

- het ondersteuningselement O1, met betrekking tot het onderdeel:

“• Gezinshuis.”

2.17.

Jeugdzorg Rijnmond heeft Fier bij ongedateerde brief, ontvangen door Fier op 1 augustus 2017, medegedeeld dat zij niet voor gunning in aanmerking komt. In deze brief staat onder meer:

“U komt niet voor gunning in aanmerking, omdat uw inschrijving niet voldoet aan de geschiktheidseisen. Zoals beschreven in Hoofdstuk 5 Beoordeling Inschrijvingen op pagina 47 van het Beschrijvend Document worden inschrijvingen van inschrijvers slechts verder beoordeeld als zij op basis van de uitsluitingsgronden en de geschiktheidseisen aan de formele eisen voldoen.

U voldoet niet aan de gestelde technische geschiktheidseisen zoals geformuleerd in paragraaf 5.5.1. Kerncompetentie van het Beschrijvend document. Ter verduidelijking hebben wij u vragen gesteld op 24 juni 2017.

U heeft onvoldoende inzichtelijk gemaakt aan de hand van de ingediende referentie opdracht dat u beschikt over de gevraagde kerncompetentie/ ervaring:

Resultaatgebied 1: Ervaring met jeugdhulp met betrekking tot

Verzorging jeugdigen met beperking/stoornis; In het antwoord op onze verduidelijkingsvraag geeft u aan dat uw referentie geen betrekking heeft op dit aspect, zie excel INVULTEMPLATE REFERENTIE Fier Fryslan OPDRACHT B3. Derhalve kunnen wij niet opmaken uit uw referentie dat u over deze ervaring beschikt.

Ondersteuningselement, 01: Ervaring met jeugdhulp met betrekking tot

Pleegzorg en Gezinshuis; In het antwoord op onze verduidelijkingsvraag geeft u aan dat uw referentie geen betrekking heeft op Pleegzorg en Gezinshuis, hetgeen bevestigd wordt door uw reactie op de excel INVULTEMPLATE REFERENTIE Fier Fryslan OPDRACHT B3. Derhalve kunnen wij niet opmaken uit uw referentie dat u over deze ervaring beschikt.”

2.18.

Fier heeft tegen deze afwijzing bezwaar aangetekend bij brief van 7 augustus 2017, gericht aan “Rotterdam-Rijnmond.” In deze brief staat onder meer:

“[...]

De afwijzing is gebaseerd op het feit dat Fier in het invultemplate referentie Fier Fryslân ‘nee’ heeft ingevuld als het gaat om ervaring met Jeugdhulp t.a.v. het bieden van begeleiding en ondersteuning gericht op: a) Verzorging jeugdigen met beperking/stoornis, b) Pleegzorg en c) Gezinshuis.

[..]

Pleegzorg en gezinshuis

Fier biedt zelf geen pleegzorg en heeft ook geen gezinshuizen, maar maakt daarvoor gebruik van onderaannemers. Fier betrekt onderaannemers zodra een minderjarige baat heeft bij pleegzorg of een gezinshuis. Fier heeft er bewust niet voor gekozen om op voorhand al de keuze te maken voor een aanbieder van pleegzorg of van gezinshuiszorg. Onze ervaring is namelijk dat als jongeren niet terug kunnen naar huis er bijna altijd maatwerk nodig is [...]”

2.19.

Jeugdhulp Rijnmond heeft bij brief van 15 augustus 2017 aan Fier medegedeeld, samengevat, dat niet zal worden teruggekomen op het besluit van 1 augustus 2017 om de inschrijving van Fier af te wijzen.

2.20.

Pameijer heeft eveneens ingeschreven op deze aanbesteding. Jeugdhulp Rijnmond heeft Pameijer medegedeeld voornemens zijn de opdracht (mede) aan haar te gunnen.

3 Het geschil

3.1.

Fier vordert bij vonnis in kort geding (na akte eiswijziging en na intrekking van haar vorderingen voor zover gericht tegen de gemeente Rotterdam), voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om

Primair:

a. Jeugdhulp Rijnmond te gebieden de aanbesteding te staken en gestaakt te houden en tot heraanbesteding over te gaan indien zij nog tot gunning wensen over te gaan,

Subsidiair:

a. Jeugdhulp Rijnmond te gebieden de gunningbeslissing, waarin de inschrijving van Fier is afgewezen in te trekken, en

b. Jeugdhulp Rijnmond te gebieden Fier toe te staan de omissie te herstellen en alsnog op drie plaatsen “ja” in te vullen op de template en

c. haar inschrijving alsnog in de aanbestedingsprocedure te betrekken en deze te

beoordelen,

d. Jeugdhulp Rijnmond te verbieden om tot definitieve gunning van de opdracht over te gaan voordat zij de inschrijving van Fier (mede) heeft beoordeeld;

Primair en subsidiair:

a. alles op straffe van verbeurte van een dwangsom,

b. Jeugdhulp Rijnmond te veroordelen in de (na)kosten van dit geding en de wettelijke rente daarover.

3.2.

Gedaagde voert verweer.

3.3.

Pameijer voert eveneens verweer en Pameijer vordert, samengevat, veroordeling van Jeugdhulp Rijnmond om, indien zij nog voornemens is de opdracht te gunnen, dit te doen (mede) aan Pameijer, alsmede veroordeling van Fier om zulks te gehengen en gedogen.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing