Rechtbank Rotterdam, 26-10-2017, ECLI:NL:RBROT:2017:8384, C/10/534360 / KG ZA 17-985
Rechtbank Rotterdam, 26-10-2017, ECLI:NL:RBROT:2017:8384, C/10/534360 / KG ZA 17-985
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 26 oktober 2017
- Datum publicatie
- 1 november 2017
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2017:8384
- Zaaknummer
- C/10/534360 / KG ZA 17-985
Inhoudsindicatie
Kort geding. Aanbesteding jeugdzorg Rotterdam. Interventie: tussenkomst als voeging gekwalificeerd. Proportionaliteit. Geschiktheidseisen. Klachtplicht. Behoorlijk oplettend en behoorlijk geïnformeerd inschrijver. Geen belangafweging.
Uitspraak
vonnis
Team Handel
zaaknummer / rolnummer: C/10/534360 / KG ZA 17-985
Vonnis in kort geding van 26 oktober 2017
in de zaak van
de stichting
STICHTING FIER,
gevestigd te Leeuwarden,
eiseres,
advocaat mr. J. Tophoff te Alkmaar,
tegen
1. de publiekrechtelijke rechtspersoon
OPENBAAR LICHAAM JEUGDHULP RIJNMOND,
zetelend te Rotterdam,
2. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE ROTTERDAM,
zetelend te Rotterdam,
gedaagden,
advocaten mr. J.H.C.A. Muller en mr. S.B. Groenwold te Den Haag,
en met als interveniërende partijen
de stichting
STICHTING GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG DELFLAND,
gevestigd te Delft,
advocaat mr. E.S. Jacques te Leiden,
en
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MENTAAL BETER CURE B.V.,
gevestigd te Hilversum,
advocaat mr. R.J. Roks.
Partijen zullen hierna Fier en gedaagden genoemd worden. Afzonderlijk zullen gedaagden Jeugdhulp Rijnmond en de gemeente Rotterdam genoemd worden. De interveniërende partijen zullen Delfland en Mentaal Beter Cure worden genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding,
- -
-
de incidentele conclusie tot tussenkomst althans voeging aan de zijde van gedaagden in de hoofdzaak, van Mentaal Beter Cure,
- -
-
de incidentele conclusie tot voeging (aan de zijde van gedaagden) tevens akte houdende overlegging productie, van Delfland,
- -
-
de (overigens) overgelegde producties,
- -
-
de mondelinge behandeling
(op deze zitting zijn vijf zaken gezamenlijk behandeld:
- 533502 / KG ZA 17-927,
- 534360 / KG ZA 17-985,
- 534362 / KG ZA 17-986,
- 534456 / KG ZA 17-989
- 534464 / KG ZA 17-992)
- de pleitnota van Fier,
- de intrekking ter zitting door Fier van haar vorderingen voor zover gericht tegen de gemeente Rotterdam, nadat door de gemeente Rotterdam was betoogd dat zij niet de aanbestedende dienst is,
- -
-
de pleitnota van gedaagden,
- -
-
de pleitnota van Mentaal Beter Cure,
- -
-
de pleitnota van Delfland.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Fier is een landelijk opererend expertise- en behandelcentrum op het terrein van geweld in afhankelijkheidsrelaties (zoals huiselijk geweld, kindermishandeling, eergerelateerd geweld, mensenhandel en loverboyproblematiek). Als zodanig biedt zij Jeugdhulp in de zin van de Jeugdwet.
Sinds 1 mei 2014 is de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond van kracht. Aan deze regeling nemen deel de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne.
Jeugdhulp Rijnmond heeft, als aanbestedende dienst, diverse Europese aanbestedingsprocedures georganiseerd voor de inkoop van het verlenen van jeugdzorg in de zin van de Jeugdwet. Deze aanbestedingen zijn onderverdeeld in de percelen A tot en met F.
Perceel E betreft ambulante hulpverlening in de thuissituatie. De aanbesteding voor perceel E wordt beschreven in een document genaamd:
“Resultaatgerichte jeugdhulp voor de samenwerkende gemeenten Jeugdhulp Rijnmond
Opdracht E: Ambulante hulpverlening in thuissituatie”
(hierna te noemen: het beschrijvend document).
Het beschrijvend document voorziet in het sluiten van raamovereenkomsten met de inschrijvers op de aanbesteding aan wie de opdrachten gegund zullen worden. De initiële duur van een raamovereenkomst is drie jaar, met de mogelijkheid om de overeenkomst twee maal te verlengen, telkens voor een periode van één jaar. De aanbesteding ziet op de volgende cliëntgroepen:
- geestelijke gezondheidszorg voor de jeugd (J-GGZ)
- jeugd en opvoedhulp, inclusief jeugdbescherming (J&O)
- jongeren met een beperking (JmB).
Het minimaal aantal aanbieders (inschrijvers) dat zal worden geselecteerd voor de opdracht bedraagt 8 (paragraaf 5.6.4).
Om te kunnen voldoen aan de (na te melden) geschiktheidseisen kan een inschrijver een beroep doen op derden, die dan wel met name moeten worden genoemd in de inschrijving. Paragraaf 3.1.2 van het beschrijvend document bepaalt in dit verband onder meer:
“3.1.2. Beroep op derden
Door een Inschrijver kan in het kader van de in deze aanbestedingsprocedure gestelde geschiktheidseisen een beroep worden gedaan op de kwalificaties en / of middelen van derden. In het geval de Inschrijver niet zelfstandig aan de geschiktheidseisen voldoet kan een beroep worden gedaan op de kwalificaties en / of middelen van een derde om voor gunning in aanmerking te kunnen komen.
Indien een Inschrijver een dergelijk beroep op een derde doet, dient hij dat expliciet in het ‘Uniform Europees Aanbesteding Document’ (bijlage 2) te vermelden. [...]”
Paragraaf 5.5 van het beschrijvend document bevat de Technische Geschiktheidseisen. Een inschrijver dient een referentieopdracht te omschrijven waarmee hij dient aan te tonen dat hij beschikt over de gevraagde ervaring. De tekst luidt als volgt:
“5.5. Technische geschiktheidseisen
Kerncompetentie
De Aanbestedende Dienst heeft voor het toetsen van de technische geschiktheid onderstaande kerncompetentie vastgesteld. Gegadigde dient aan de hand van een (of meer) referentieopdrachten voor het perceel waar hij op inschrijft aan te tonen dat hij beschikt over de gevraagde kerncompetentie/ervaring op de percelen zoals opgenomen in paragraaf 2.1.11. Een referentieopdracht moet zijn uitgevoerd in de drie jaar voorafgaand aan de uiterste datum van Inschrijving. De referentieopdracht hoeft niet te zijn afgerond.
De Aanbestedende Dienst heeft een format ‘Referenties” (bijlage 7) vastgesteld. Dit format dient te worden ingevuld en bijgevoegd bij de Inschrijving op het Aanbestedingsplatform. In het format dient een omschrijving te worden gegeven van de referentieopdracht en dienen tevens de uitgevoerde werkzaamheden te worden beschreven. Hieruit dient te blijken dat de referentieopdracht relevant is voor de hieronder per perceel weergegeven kerncompetentie.
De Aanbestedende Dienst heeft voor wat betreft de technische geschiktheid de navolgende kerncompetentie vastgesteld:
• Kennis en ervaring met alle cliëntgroepen (J-GGZ, JmB en J&O), problematieken en bijbehorende dienstverlening;
De relevantie van de referentieopdracht wordt beoordeeld aan de hand van de onderstaande eisen:
Vergelijkbare aard: Onderstaand wordt aangegeven welke aspecten in elk geval onderdeel moeten zijn geweest van de opdracht(en), gelet op vastgestelde kerncompetentie;
Opdracht E: ambulante hulpverlening in thuissituatie
Resultaatgebied 1, R1: Ervaring met Jeugdhulp met betrekking tot het bieden van begeleiding en
ondersteuning gericht op:
• Het vergroten en/of stabiliseren van de leeftijdsadequate zelfstandigheid van jeugdigen;
• Jeugdigen met een normale ontwikkeling, een verstandelijke of lichamelijke beperking of (ontwikkelings-) stoornis;
• Jeugdigen met gedragsproblemen en/of delictgedrag;
• Het aanleren en/of versterken van vaardigheden op het gebied van de sociale redzaamheid (de mogelijkheid om het eigen gedrag te reguleren, door begeleiding, training, het aanleren van sociale en praktische vaardigheden en het kunnen reguleren van het eigen gedrag);
• Geheel of gedeeltelijke deelname aan de arbeidsmarkt (18-23 jaar);
• Bemoeizorg;
• Deelname aan onderwijs op school of zinvolle daginvulling;
• Verzorging van jeugdigen met een beperking of stoornis;
• Het kunnen werken met ouder(s) met een verstandelijk en of psychische beperking.
Resultaatgebied 2, R2: Ervaring met jeugdhulp met betrekking tot:
• Het behandelen, doen verminderen en stabiliseren van problematiek als gevolg van een (ontwikkelings-) stoornis en/of gedragsproblemen;
• Jeugdigen met een normale ontwikkeling, een verstandelijke of lichamelijke beperking of (ontwikkelings-) stoornis;
• Diagnostiek, eventueel door middel van observatie, als onderdeel van de behandeling;
• Jeugdigen met gedragsproblemen en/of delictgedrag;
• Behandeling van gedragstherapeutische aard;
• Behandeling van psychologische en/of psychiatrische aard;
• Het kunnen werken met ouder(s) met een verstandelijk en of psychische beperking.
• Kindergeneeskunde voor zover dit valt onder de Jeugdwet.
Resultaatgebied 3, R3: Ervaring met opvoedondersteuning voor de ouders van jeugdigen met betrekking tot:
• Het bieden van veiligheid, het stimuleren van de sociale en affectieve ontwikkeling van de jeugdige, gedragsregulatie, gezondheid en opleiding;
• De veiligheid van de jeugdige;
• Het voorkomen van verwaarlozing en kindermishandeling;
• Het kunnen omgaan met eventuele stoornissen en beperkingen van de jeugdige;
• Het kunnen werken met ouder(s) met een verstandelijk en of psychische beperking.
Indien een inschrijver zich beroept op een referentieopdracht die (deels) door een derde is uitgevoerd dient inzichtelijk te worden gemaakt welk deel van de betreffende opdracht door de inschrijver is uitgevoerd en welk deel door een derde.”
In bijlage 7, die voor de referentieopdracht dient te worden gebruikt, moet een inschrijver aangeven of de ervaring uitsluitend door inschrijver of door een onderaannemer,
consortium of combinatie daarvan is opgedaan.
Ten aanzien van het vragen van verduidelijking en het vragen van bewijsstukken na voorgenomen gunning staat in het beschrijvend document:
“4.2.13. Verduidelijking en bewijsstukken
In het geval de Inschrijving van Inschrijver onduidelijkheden bevat kan de Aanbestedende Dienst
om verduidelijking vragen.
De Aanbestedende Dienst zal bij de Inschrijver aan wie vermoedelijk het voornemen tot gunning
zal worden uitgebracht de juistheid nagaan van de door de betreffende Inschrijver verstrekte gegevens en inlichtingen en daartoe de nodige bewijsstukken opvragen ter controle op uitsluitingsgronden en geschiktheidseisen. Indien Inschrijver het gevraagde bewijs niet dan wel niet binnen de daartoe gestelde termijn aanlevert, wordt zijn Inschrijving terzijde gelegd, behoudens in het geval van overmacht (dit ter beoordeling aan de Aanbestedende Dienst).”
Op bladzijde 54 van het beschrijvend document staat onder meer:
“Aandachtspunten met betrekking tot inschrijvingen voor Inschrijvers
[...]
“ Let op knock-outcriteria: bij niet volledig voldoen volgt uitsluiting;”
Van de aanbestedingstukken maken deel uit twee Nota’s van Inlichtingen.
In de eerste Nota van Inlichtingen (zoals overgelegd als productie 2 bij dagvaarding), luiden vraag 609 (inzake paragraaf 5.5.1 kerncompetentie) en het antwoord daarop als volgt.
Vraag:
“Aan welk soort of niveau referenten en referentieopdrachten wordt gedacht? Het is niet helder wat hiervan de verwachtingen zijn? Gaat dit over enkele uitgevoerde behandelingen of over groepen jeugdigen in zorg? Kunt u dit nog nader toelichten?”
Antwoord:
“Er is ons niet duidelijk wat u bedoelt met ‘welk soort of niveau referenten en referentie-opdrachten”, graag de vraag nogmaals stellen in de tweede nota van inlichtingen als het volgende antwoord onduidelijk is voor u. Er wordt niet om een tevredenheidsverklaring gevraagd maar slechts om ingevulde Bijlage(n) 7. In de referentie opdracht dient u aan te tonen dat u voldoet aan hetgeen beschreven [is] in paragraaf 5.5.1 te weten ervaring met de diverse doelgroepen en de jeugdhulp zoals per perceel beschreven in paragraaf 5.5.1. Het gaat niet om individuele uitgevoerde behandelingen.”
Fier heeft ingeschreven op de aanbesteding. Zij heeft daarbij aangegeven dat de
ervaring van de referentie-opdracht uitsluitend door haar zelf is opgedaan.
Jeugdzorg Rijnmond heeft op 24 juni 2017 de navolgende verduidelijkingsvraag gesteld aan Fier:
“In paragraaf 5.5.1. is de technische geschiktheidseis beschreven. Het is ons niet duidelijk of u aan deze eis voldoet vandaar dat we concreet en eenduidig antwoord willen ontvangen op de volgende vragen.
1. Uit de door u ingediende bijlage 7 Referenties kunnen we niet beoordelen of voldaan wordt aan alle aspecten voor alle doelgroepen (JMB, J&O en J-GGZ) van de paragraaf 5.5.1. beschreven technische geschiktheidseis. Wij willen u een toelichting vragen waaruit blijkt dat u aan alle ervaringseisen voor alle doelgroepen zoals beschreven in paragraaf 5.5.1. voldoet. Hiervoor volledig de meegestuurde excel ‘Invultemplate referentie eis opdracht E’ retourneren inclusief kolom F van de bijgevoegde Excel “Indien ja, altijd toelichten hoe dit aspect voor alle doelgroepen onderdeel is geweest van de opgegeven referenties/casus.
2. Heeft u onderaannemers nodig om te voldoen aan de ervaringseisen? Indien u hiervoor onderaannemers nodig heeft dient u ook deze onderaannemers in de beschrijving van uw referentie te noemen en de ervaring die zij inbrengen. Tevens dient per onderaannemer Bijlage 4 ingevuld en ingediend te worden.
BELANGRIJKE OPMERKING: BIJ DE UITWERKING VAN DEZE VRAAG KUNNEN ALLEEN ONDERAANNEMERS/DERDEN GENOEMD WORDEN DIE U REEDS GEMELD HEEFT BIJ HET INDIENEN VAN DE INITIËLE INSCHRIJVING.
Graag uiterlijk woensdag 28 juni a.s. voor 12.00u de gevraagde gegevens via een Negometrix bericht aanleveren. ”
De tekst van het bijgevoegde template bestaat uit een opsomming van alle onderdelen van de resultaatgebieden R1 tot en met R3 in paragraaf 5.5 van het beschrijvend document (zoals hiervoor onder 2.8 geciteerd). In het template staat onder meer de vraag of voldaan wordt aan de eis van:
“Ervaring met jeugdhulp met betrekking tot het bieden van begeleiding en ondersteuning gericht op:
[..]
Verzorging jeugdigen met beperking/stoornis”
Deze vraag moest worden beantwoord voor alle drie de cliëntgroepen (JmB, J&O
en J-GGZ).
Fier heeft bij de in 2.14 genoemde vraag als antwoord driemaal “nee” ingevuld, dus zowel wat betreft JmB, J&O als J-GGZ. Als toelichting op dit antwoord heeft Fier ingevuld: “zie regel 6. Fier biedt geen verzorging/verpleegkunde aan jeugdigen met een lichamelijke beperking.”
Jeugdzorg Rijnmond heeft Fier bij ongedateerde brief, ontvangen door Fier op 15 augustus 2017, medegedeeld dat zij niet voor gunning in aanmerking komt. In deze brief staat onder meer:
“U komt niet voor gunning in aanmerking, omdat uw inschrijving niet voldoet aan de geschiktheidseisen.
Zoals beschreven in Hoofdstuk 5 Beoordeling Inschrijvingen van het Beschrijvend Document worden inschrijvingen van inschrijvers slechts verder beoordeeld als zij op basis van de uitsluitingsgronden en de geschiktheidseisen aan de formele eisen voldoen.
U voldoet niet aan de gestelde technische geschiktheidseisen zoals geformuleerd in paragraaf 5.5.1. Kerncompetentie van het Beschrijvend document. Ter verduidelijking hebben wij u vragen gesteld op 24 juni 2017. Ook daaruit is niet gebleken dat u voldoet aan de eisen.
U heeft onvoldoende inzichtelijk gemaakt aan de hand van de ingediende referentie opdracht dat u beschikt over de gevraagde kerncompetentie/ ervaring:
• Kennis en ervaring met diverse cliëntgroepen (J-GGZ, JmB en J&O), problematieken
en bijbehorende dienstverlening in deze opdracht;
In uw reactie op de Excel INVULTEMPLATE REFERENTIE Fier Fryslan Opdracht E geeft u aan dat u met alle doelgroepen werkt binnen de resultaatgebieden. Dat is echter niet gebleken uit uw ingediende referentie, waarin u vooral ingaat op de volledig geïntegreerde jeugdhulp en jeugd-ggz binnen uw organisatie in combinatie met Geweld in Afhankelijkheidsrelaties. De specifieke kennis en expertise met de (L)VB- doelgroep wordt hierbij gemist. U geeft aan dat u met alle doelgroepen werkt; maar niet duidelijk wordt dat u ervaring heeft met de
problematieken en alle bijhorende dienstverlenging voor alle doelgroepen.
• Resultaatgebied 1, R1: Ervaring met Jeugdhulp met betrekking tot het bieden van begeleiding en ondersteuning gericht op:
o Het vergroten en/of stabiliseren van de leeftijdsadequate zelfstandigheid van
jeugdigen;
o Jeugdigen met een normale ontwikkeling, een verstandelijke of lichamelijke
beperking of (ontwikkelings-)stoornis;
o Jeugdigen met gedragsproblemen en/of delictgedrag;
o Het aanleren en/of versterken van vaardigheden op het gebied van de sociale
redzaamheid (de mogelijkheid om het eigen gedrag te reguleren, door
begeleiding, training, het aanleren van sociale en praktische vaardigheden en
het kunnen reguleren van het eigen gedrag);
o Geheel of gedeeltelijke deelname aan de arbeidsmarkt (18-23 jaar);
o Bemoeizorg;
o Deelname aan onderwijs op school of zinvolle daginvulling;
o Verzorging van jeugdigen met een beperking of stoornis;
o Het kunnen werken met ouder(s) met een verstandelijk en of psychische
beperking.
In uw antwoord op onze verduidelijkingsvraag geeft u aan dat u geen ervaring heeft met de doelgroepen JmB,
J-GGZ en J&O op het aspect verzorging van jeugdigen met een beperking of stoornis binnen resultaatgebied 1. Zie ook uw reactie op de Excel INVULTEMPLATE REFERENTIE Fier Fryslan Opdracht E. Daarnaast maakt u de combinatie met Geweld en Afhankelijkheidsrelatie. U schrijft zelf: ‘We zien jeugdigen die te maken hebben met de (gevolgen van) geweld in afhankelijkheidsrelaties in combinatie met....’ Uit de door u ingediende referentie blijkt daarmee onvoldoende dat u ervaring heeft op alle genoemde en gevraagde onderdelen met alle doelgroepen. Daarmee heeft u ervaring op de verschillende aspecten van R1 niet voldoende kunnen aantonen.”
Delfland en Mentaal Beter Cure hebben eveneens ingeschreven op deze aanbesteding. Jeugdhulp Rijnmond heeft hen medegedeeld voornemens zijn de opdrachten (mede) aan hen te gunnen.
De advocaat van Fier heeft in een e-mailbericht van 25 augustus 2017 onder meer aan Jeugdhulp Rijnmond geschreven:
“Uit de wijze waarop cliënt het template heeft ingevuld zou specifieke kennis en ervaring met de doelgroep worden gemist zulks ten onrechte.
Dat Fier aan de geschiktheidseis voldoet heeft zij aangetoond door middel van de door haar ingebrachte referentie-opdracht. Immers, daarin wordt de (L)VB doelgroep letterlijk genoemd [...]”
3 Het geschil
Fier vordert bij vonnis in kort geding (na intrekking van haar vorderingen voor zover gericht tegen de gemeente Rotterdam), voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om
Primair:
a. Jeugdhulp Rijnmond te gebieden de aanbesteding te staken en gestaakt te houden en tot heraanbesteding over te gaan indien zij nog tot gunning wenst over te gaan,
Subsidiair:
a. Jeugdhulp Rijnmond te gebieden de gunningbeslissing, waarin de inschrijving van Fier is afgewezen in te trekken, en
b. Jeugdhulp Rijnmond te gebieden Fier toe te staan de omissie te herstellen en alsnog op drie plaatsen “ja” in te vullen op de template en
c. haar inschrijving alsnog in de aanbestedingsprocedure te betrekken en deze te beoordelen,
c. Jeugdhulp Rijnmond te verbieden om tot definitieve gunning van de opdracht over te gaan voordat zij de inschrijving van Fier (mede) heeft beoordeeld;
Primair en subsidiair:
a. alles op straffe van verbeurte van een dwangsom,
b. Jeugdhulp Rijnmond te veroordelen in de (na)kosten van dit geding en de wettelijke rente daarover.
Gedaagden voeren verweer.
Delfland en Mentaal Beter Cure voeren eveneens verweer. Mentaal Beter Cure vordert daarnaast, samengevat, veroordeling van Jeugdhulp Rijnmond om, indien zij nog voornemens is de opdracht te gunnen, dit te doen (mede) aan Mentaal Beter Cure, alsmede veroordeling van Fier om zulks te gehengen en gedogen.
Op de stellingen en weren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.