Home

Rechtbank Rotterdam, 24-10-2017, ECLI:NL:RBROT:2017:8489, C/10/534311 / KG ZA 17-981

Rechtbank Rotterdam, 24-10-2017, ECLI:NL:RBROT:2017:8489, C/10/534311 / KG ZA 17-981

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24 oktober 2017
Datum publicatie
8 november 2017
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2017:8489
Zaaknummer
C/10/534311 / KG ZA 17-981

Inhoudsindicatie

Aanbesteding. Vordering om het totaalbedrag dat beschikbaar is voor de opdracht (jeugdzorg) te verhogen van circa € 38.200,00 per jaar naar het bedrag van € 54.580,00 per jaar.

Geen sprake van disproportionaliteit. In de onderhavige aanbesteding is niet bepaald dat alle risico’s worden toegewezen aan de inschrijver. Niet voldoende aannemelijk dat de schatting van het benodigde budget voor de opdracht onjuist is. indien het budget en het totaal van de vastgestelde productieplafonds niet toereikend zal blijken kan op grond van de raamovereenkomst het productieplafond van opdrachtnemers met 15% worden verhoogd. Van disproportionaliteit of andere ongeregeldheden die grond zouden opleveren voor ingrijpen door de voorzieningenrechter is niet gebleken.

Uitspraak

vonnis

Team Handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/534311 / KG ZA 17-981

Vonnis in kort geding van 24 oktober 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PARNASSIAGROEP B.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

eiseres,

advocaat mr. T. Raats,

tegen

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon

OPENBAAR LICHAAM JEUGDHULP RIJNMOND,

zetelend te Rotterdam,

2. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE ROTTERDAM,

zetelend te Rotterdam,

gedaagden,

advocaten mrs. S. Groenwold en mr. J.H.C.A. Muller,

en met als tussenkomende partij

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MENTAAL BETER CURE B.V.,

gevestigd te Hilversum,

eiseres in het incident tot tussenkomst,

advocaat mr. R.J. Roks.

Partijen zullen hierna Parnassia, Jeugdhulp Rijnmond, Gemeente Rotterdam en Mentaal Beter genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding

-

de producties van Parnassia

-

de producties van Jeugdhulp Rijnmond en Gemeente Rotterdam

-

de incidentele conclusie tot tussenkomst c.q. voeging van Mentaal Beter

-

de mondelinge behandeling op 10 oktober 2017

-

de pleitnota van Parnassia

-

de pleitnota van Jeugdhulp Rijnmond

-

de pleitnota van Mentaal Beter.

1.2.

Parnassia heeft ter zitting de vordering tegen Gemeente Rotterdam ingetrokken, nu niet (langer) tussen partijen in geschil is dat uitsluitend Jeugdhulp Rijnmond de aanbestedende dienst is. Voor zover de vorderingen van Mentaal Beter zijn ingesteld tegen de aanbestedende dienst, zal (ook) worden aangenomen dat de vorderingen zich richten tegen Jeugdhulp Rijnmond.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Jeugdhulp Rijnmond heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure geïnitieerd voor de opdracht ‘Resultaatsgerichte jeugdhulp voor de samenwerkende gemeenten Jeugdhulp Rijnmond, Opdracht E: Ambulante hulpverlening in thuissituatie’ (hierna ook: Opdracht E).

2.2.

Het beschrijvend document luidt, voor zover van belang, als volgt:

“1.2. Begripsbepalingen

Aanbestedende Dienst

De aanbestedende dienst, de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GR-JR), is Opdrachtgever, vertegenwoordigd door de gemeente Rotterdam.

(...)

2.1.4.

De toegang tot 2e lijns jeugdhulp kan via drie routes plaatsvinden:

• Lokale Team;

• (Huis)arts;

• Justitiële route (via de Gecertificeerde Instellingen (Gis) Jeugd Bescherming Regio

Rijnmond of JBRR, of een andere GI).

In de volgende paragrafen worden deze drie toegangswegen nader toegelicht.

2.1.4.1. Route tot hulp via het Lokale Team

Het Lokale Team bepaalt, samen met de Jeugdige, of er jeugdhulp nodig is om de Jeugdige en/of het gezin te ondersteunen. Bij de beoordeling maakt het Lokale Team gebruik van een vraaganalyse instrument waarin alle relevante aspecten van het gezin en de Jeugdige systematisch aan bod komen. Uiteraard komt de aard en omvang van de problematiek aan bod, maar waar het gaat om de inzet van hulp staat de ondersteuningsbehoefte van de Jeugdige centraal en niet de zorgzwaarte. Het gaat om de vraag welke hulp is nodig om het functioneren van de Jeugdige en het gezin te verbeteren. Als niet helder is wat de aard van de problematiek is kan een beroep worden gedaan op de lokale expertise- en ondersteuningsschil, het regionaal Onderzoeksteam of de regionale Flexibele Pool (voormalig Consultatie en Diagnose Team (CDT)) voor consultatie en/of diagnostiek. Bij complexe casuïstiek kan het Lokale Team ook advies inwinnen bij een van de gecontracteerde Opdrachtnemers (die mogelijk reeds betrokken is bij de betreffende Jeugdige).

Na de vraaganalyse maakt het Lokale Team een Ondersteuningsplan.

(...)

Het Ondersteuningsplan heeft een aantal functies:

(...)

3) het is de basis voor de opdrachtverstrekking aan de Opdrachtnemer;

(...)

De Opdrachtnemer krijgt van het Lokale Team de opdracht, het Arrangement, en de verantwoordelijkheid voor het behalen van het resultaat binnen het vastgestelde budget en termijn. De hulpverlening start binnen 5 werkdagen, getekend vanaf de datum dat Opdrachtgever het 301 (Opdracht aan de Opdrachtnemer) bericht heeft verzonden, ook als Opdrachtnemer nog moet beoordelen of de opdracht kan worden geaccepteerd. De Opdrachtnemer is verplicht om de Jeugdige te accepteren en de gevraagde hulp te leveren voor zover zijn Productieplafond dat toestaat. De Opdrachtnemer bevestigt de acceptatie van de opdracht door het verzenden van een elektronisch bericht (302 bericht) aan Opdrachtgever.

Indien er geen Productievolume (meer) beschikbaar is om de zorg met onmiddellijke ingang te leveren brengt Opdrachtnemer Opdrachtgever hiervan binnen 2 werkdagen op de hoogte. Dit bericht is voorzien van een prognose van wanneer de hulp wel kan starten en welke overbruggingshulp geleverd kan worden. Het Lokale Team heeft vervolgens de keuze om: een andere aanbieder in te zetten, een overbruggingsarrangement af te geven of intern te escaleren als er niet gewacht kan worden op deze hulp. Een overbruggingsarrangement is

eveneens combinatie van resultaatgebieden en eventueel ondersteuningselementen, maar dan gericht op het overbruggen van een wachtperiode. Bijvoorbeeld ambulante hulp in afwachting van vervangende opvoeding.

Zodra de Opdrachtnemer het bericht verstuurt dat hij de opdracht (beoogde resultaat inclusief bijbehorende budget) accepteert (302 bericht) en start met de hulpverlening (kenbaar maken met een 305 bericht) kan deze hulp per periode van vier weken worden gedeclareerd bij de betreffende gemeente en na akkoord van die gemeente worden betaald door de samenwerkende gemeenten Jeugd hulp Rijnmond.

Het Lokale Team heeft bij de screening een risicotaxatie uitgevoerd, de uitkomst van deze risico analyse en eventuele aandachtpunten is opgenomen in het Ondersteuningsplan. Indien er veiligheidsrisico’s worden onderkend vindt er een persoonlijke overdracht plaats van Lokale Team/JBBR naar de Opdrachtnemer. Vanaf het moment dat een Jeugdige bij Opdrachtnemer wordt aangemeld (als 301 bericht verzonden is), is de Opdrachtnemer verantwoordelijk voor de veiligheid van de Jeugdige.

(...)

Omvang onderhavige opdracht E: Ambulante hulpverlening in thuissituatie

Om Inschrijvers een indruk te geven van de totale omzet en aantal Jeugdigen zijn de cijfers over 2015 van de oude’ producten zo goed als mogelijk vertaald naar de indeling in de nieuwe Resultaatgebieden en Ondersteuningselementen. Deze cijfers zijn indicatief en Opdrachtnemers kunnen geen enkel recht aan deze cijfers ontlenen.

Opdracht E

Geschat aantal

Jeugdige op basis van zorg in 2015

Totale geschatte uitgave op basis 2015

E. Ambulante hulpverlening in thuissituatie

15.700

€ 38.200.000,-

Opmerking: Bovengenoemde cijfers is het totale geschatte volume incl. de jeugdhulp die valt onder de overgangstermijn/zorgcontinuïteit zoals beschreven in paragraaf 2.1.12. De inschatting is dat in 2018 ca. 10% van bovenstaand volume onder de overgangstermijn/zorgcontinuïteit valt zoals beschreven in paragraaf 2.1.12.

In verdeling van de toekomstige budgetten over de opdrachten en de percelen is door de samenwerkende gemeenten gekozen voor een beweging die de doelen van de Jeugdwet ondersteunt. Dit is vertaald naar “Beoogde groei en krimp naar 2021 t.o.v. omzet in 2015” , zie onderstaande tabel. Voor de komende jaren wil de GR-JR daarom de volgende ontwikkeling nastreven. Deze cijfers zijn indicatief en Opdrachtnemers kunnen geen enkel recht aan deze cijfers ontlenen.

Gewenste ontwikkeling

Beoogde groei en krimp naar 2021 t.o.v. omzet 2015

(...)

(...)

(...)

Opdracht E

Lichte daling, groei vanuit opdracht B en daling door schuif naar lokale inkoop en Lokale Teams

-5 %

(...)

(...)

(...)

(...)”

2.3.

De raamovereenkomst, productie 5 bij de aanbestedingsstukken, luidt, voor zover van belang, als volgt:

(...)

1.2.6.

Opdrachtnemer kan op basis van deze Overeenkomst alleen Jeugdhulp leveren voor de volgende combinatie van Resultaatgebieden en Ondersteuningselementen: <per aanbieder de toepasselijke combinatie met het tredeniveau [indien van toepassing voor het desbetreffende perceel] vermelden met vastgesteld Productievolume.> Opdrachtnemer is in staat al deze vormen van Jeugdhulp te leveren;

1.2.7.

De onder 1.2.6. genoemde leveringsverplichting geldt voor Opdrachtnemer als een binnen de looptijd van deze overeenkomst geldend Productieplafond. Het Productieplafond kan verhoogd worden indien de trendmatige ontwikkeling van de productie van de Opdrachtnemer uitstijgt boven het vigerende Productieplafond en er budgettaire ruimte is in het perceel. Opdrachtgever kan dit Productieplafond na gunning met maximaal vijftien procent (15%) per jaar verhogen.

1.2.8.

Opdrachtnemer is verplicht om bij tachtig procent (80%) benutting van het onder 1.2.6 en 1.2.7. bedoelde Productieplafond in euro’s, hier binnen 5 werkdagen melding van te maken bij de verantwoordelijke contractmanager van Opdrachtgever. Indien de werkelijke gerealiseerde productie over het contractjaar hoger is dan het Productieplafond, komt het deel van de productie boven het Productieplafond niet voor vergoeding/facturatie in aanmerking. Hiervan kan slechts worden afgeweken indien Opdrachtgever voorafgaand aan de overschrijding schriftelijk akkoord heeft gegeven dat de productie boven het Productieplafond in een vastomlijnde periode is toegestaan.

(...)

2.4.

Parnassia heeft op de aanbesteding ingeschreven, evenals Mentaal Beter.

2.5.

Bij ongedateerde brief, ontvangen op 15 augustus 2017, heeft Jeugdhulp Rijnmond aan Parnassia bericht dat Jeugdhulp Rijnmond voornemens is de opdracht voor perceel E aan Parnassia te gunnen. In de brief is, voor zover van belang, opgenomen:

“Indien de contractering van het minimaal aantal aanbieders, zoals genoemd in paragraaf 5.6.4, ertoe leidt dat de “Totale geschatte uitgave op basis van 2015” per perceel, zoals genoemd in paragraaf 2.1.11, wordt overschreden, dan worden de Productieplafonds voor iedere gecontracteerde Opdrachtnemer voor het betreffende perceel naar rato naar beneden bijgesteld.

Concreet betekent dit, dat 58,45% van het door u ingediende productievoorstel zal gelden als productieplafond voor uw organisatie.”

2.6.

Mentaal Beter heeft ook van Jeugdhulp Rijnmond bericht ontvangen dat Jeugdhulp Rijnmond voornemens is de opdracht voor perceel E (mede) aan Mentaal Beter te gunnen.

3 Het geschil

3.1.

Parnassia vordert – na wijziging van eis en intrekking van de vorderingen jegens Gemeente Rotterdam – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

Primair:

1. Jeugdhulp Rijnmond te gebieden het Totale Productieplafond te verhogen tot € 54.580.000, alsmede Jeugdhulp Rijnmond te gebieden het aan Parnassia toegekende productieplafond naar rato te verhogen;

Subsidiair:

I. Jeugdhulp Rijnmond te verbieden over te gaan tot definitieve gunning van de Opdracht;

II. Jeugdhulp Rijnmond te gebieden om binnen 48 uur na datum van het in dezen te wijzen vonnis de voorlopige gunningsbeslissing d.d. 15 augustus 2017 in te trekken en de Europese aanbesteding voor het vergeven van de Opdracht definitief te staken en gestaakt te houden;

III. Jeugdhulp Rijnmond te gebieden om, voor zover zij de Opdracht opnieuw in de markt zou willen zetten, over te gaan tot heraanbesteding van de Opdracht door middel van het uitschrijven van een nieuwe Europese aanbesteding;

In alle gevallen:

A. indien tot afwijzing van de vorderingen wordt geconcludeerd, het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, zodat Parnassia de zaak in spoedappel aan het Gerechtshof kan voorleggen zonder dat de Opdracht in de tussentijd definitief wordt gegund en er een voldongen feit ontstaat;

B. Jeugdhulp Rijnmond in alle gevallen te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten en nakosten aan de zijde van Parnassia, waaronder begrepen een redelijke tegemoetkoming in de kosten van rechtsbijstand, met bepaling dat de wettelijke rente verschuldigd zal zijn met ingang van veertien dagen na de datum van het te wijzen vonnis;

C. te bepalen dat Jeugdhulp Rijnmond bij overtreding van de hiervoor genoemde veroordelingen, een dwangsom verbeurt van EUR 100.000,-- per overtreding, en tevens voor elk dag(deel) dat die overtreding voortduurt.

3.2.

Jeugdhulp Rijnmond voert verweer.

3.3.

Mentaal Beter vordert, samengevat, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

in het incident

De tussenkomst toe te staan;

in de hoofdzaak

1. Jeugdhulp Rijnmond te gebieden, indien en voor zover zij de opdracht wenst te gunnen, de opdracht aan Mentaal Beter te gunnen.

2. Parnassia te gebieden te gehengen en te gedogen dat Jeugdhulp Rijnmond de opdracht

aan Parnassia alsmede Mentaal Beter gunt.

3. Parnassia te veroordelen in de kosten van deze procedure, een en ander te vermeerderen

met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na het te dezen te wijzen vonnis indien en voor

zover Parnassia deze kosten niet voordien heeft voldaan;

4. Parnassia te veroordelen in de nakosten ten bedrage van respectievelijk € 131,-- zonder

betekening en € 199,-- met betekening, laatstgenoemd bedrag te vermeerderen met de

wettelijke rente indien en voor zover Parnassia dit niet binnen (de wettelijk vereiste

termijn van) twee dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis heeft voldaan.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing