Rechtbank Rotterdam, 07-11-2017, ECLI:NL:RBROT:2017:9193, C/10/534463 / KG ZA 17-991
Rechtbank Rotterdam, 07-11-2017, ECLI:NL:RBROT:2017:9193, C/10/534463 / KG ZA 17-991
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 7 november 2017
- Datum publicatie
- 22 november 2017
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2017:9193
- Zaaknummer
- C/10/534463 / KG ZA 17-991
Inhoudsindicatie
aanbesteding. tussenkomst verliezend inschrijver afgewezen. vordering kg afgewezen. betoogde uitleg beoordelingsmatrix onjuist. niet aannemelijk dat onjuist is beoordeeld. niet aannemelijk dat beperkte uitwerking onderaannemers ten onrechte is meegewogen in beoordeling.
Uitspraak
vonnis
Team Handel
zaaknummer / rolnummer: C/10/534463 / KG ZA 17-991
Vonnis in kort geding van 7 november 2017
in de zaak van
de stichting
STICHTING YULIUS,
gevestigd te Dordrecht,
eiseres,
advocaat mr. A. Stellingwerff Beintema,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
OPENBAAR LICHAAM JEUGDHULP RIJNMOND,
zetelend te Rotterdam,
gedaagde,
advocaten mrs. J.H.A.C. Muller en S. Groenwold,
en met als interveniërende partij
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PARNASSIAGROEP B.V.,
gevestigd te 's-Gravenhage,
eiseres in het incident tot tussenkomst,
advocaat mr. T. Raats,
Partijen zullen hierna Yulius, Jeugdhulp Rijnmond, Parnassia en Horizon genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding
- -
-
de producties van Yulius
- -
-
de productie van Jeugdhulp Rijnmond die alleen aan de voorzieningenrechter is verstrekt,
- -
-
de producties van Horizon
- -
-
de mondelinge behandeling op 24 oktober 2017
- -
-
de pleitnota van Yulius
- -
-
de pleitnota van Jeugdhulp Rijnmond
- -
-
de pleitnota van Parnassia
- -
-
de pleitnota van Horizon
De voorzieningenrechter heeft op 16 oktober 2017 een incidentele conclusie tot primair tussenkomst en subsidiair voeging ontvangen van de stichting Stichting Horizon Jeugdzorg En Speciaal Onderwijs, gevestigd te Rotterdam, advocaat mr. A.H. Klein Hofmeijer (hierna: Horizon). De incidentele vorderingen zijn ter zitting afgewezen op zowel procesrechtelijke als inhoudelijke gronden.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de incidentele conclusie van Horizon niet voldoet aan de procesrechtelijke eisen. De gronden voor de vorderingen die Horizon voornemens is in te stellen zijn niet in de conclusie zijn opgenomen. In haar conclusie stelt Horizon het grotendeels eens te zijn met de bezwaren van Yulius, maar zij onderbouwt niet op grond waarvan zij zelf een vordering in dit geding wenst in te stellen en waaruit haar eigen belang kan worden afgeleid.
Een dag voor de mondelinge behandeling heeft Horizon een akte met producties in het geding gebracht. In die akte kondigt zij slechts aan ter zitting haar standpunt uit een te zullen zetten. Die uiteenzetting ter zitting zou, aldus Horizon, onder meer zien op de eigen inschrijving van Horizon en de door Horizon behaalde scores. Het pas ter zitting innemen van een standpunt levert strijd met eisen van een goede procesorde op, zodat dit niet kan worden toegestaan.
Voor zover Horizon zich erop heeft beroepen dat ook Jeugdhulp Rijnmond geen akte heeft genomen om haar standpunt kenbaar te maken, miskent Horizon dat haar positie in dit geding een heel andere is. Jeugdhulp Rijnmond is gedaagde, terwijl Horizon wenst te interveniëren. Daarbij is nog van belang dat Horizon een afgewezen inschrijver is, die zelf geen kort geding aanhangig heeft gemaakt. Uit vaste jurisprudentie volgt dat een afgewezen inschrijver niet mag ‘meeliften’ op een door een derde tijdig ingestelde procedure.
Nu Horizon kennelijk blijkens haar akte alsnog de beoordeling van haar eigen inschrijving wenst te toetsen, en zij meent er belang bij te hebben dat de vorderingen van Yulius tot herbeoordeling of heraanbesteding worden toegewezen, is materieel sprake van een situatie waarin Horizon wenst mee te liften.
Bij deze stand van zaken kan ook voor de subsidiair gevorderde voeging niet voldoende rechtsgeldig belang worden aangenomen, nu niet valt in te zien hoe Horizon, gelet op haar positie, nadelige gevolgen kan ondervinden van afwijzing van de vorderingen van Yulius.
Jeugdhulp Rijnmond heeft in dit geding verweer gevoerd tegen de vorderingen van Horizon en daaraan meerdere pagina’s van haar pleitaantekeningen gewijd.
Nu de incidentele vorderingen zijn afgewezen, zal Horizon in de proceskosten van Jeugdhulp Rijnmond worden veroordeeld. Ten aanzien van de overige partijen is niet is gebleken dat zij als gevolg van de vorderingen van Horizon extra kosten hebben moeten maken. Daarom zal een proceskostenveroordeling ten aanzien van hen achterwege blijven.
De vordering van Parnassia tot interventie, waartegen door Yulius en Jeugdhulp Rijnmond geen verweer is gevoerd, is ter zitting toegewezen. Het belang van Parnassia bij interventie is evident nu zij een (voorlopige) winnaar van een aanbestedingsprocedure is.
Of het om een tussenkomst of voeging gaat is aan de rechter om te beoordelen. Niet de kwalificatie die de interveniërende partij zelf aan haar processuele hoedanigheid heeft gegeven (voeging of tussenkomst), maar de beoordeling van haar processuele positie door de rechter aan de hand van haar opstelling in het geding is beslissend voor haar processuele hoedanigheid (HR 22 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9067).
Een gevoegde partij heeft overigens het recht om zelfstandig in hoger beroep te komen van de uitspraak (HR 9 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK4549). In zoverre behoeft een interveniënt zich niet te laten weerhouden voor de keuze voor voeging in plaats van tussenkomst. Naar het oordeel is in dit geval materieel sprake van een gewenste voeging. Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat Parnassia hetzelfde verlangt als Jeugdhulp Rijnmond, namelijk gestanddoening van het oorspronkelijke gunningsvoornemen. Parnassia maakt niet duidelijk waarom zij zou mogen menen dat Jeugdhulp Rijnmond dit voornemen niet (meer) zou hebben. Parnassia wordt daarom als voegende en niet als tussenkomende partij aangemerkt en toegelaten.
De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding een proceskostenveroordeling uit te spreken voor de kosten in het incident.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Sinds 1 mei 2014 is de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond van kracht. Aan deze regeling nemen deel de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne.
Jeugdhulp Rijnmond heeft, als aanbestedende dienst, diverse Europese aanbestedingsprocedures georganiseerd voor de inkoop van het verlenen van jeugdzorg in de zin van de Jeugdwet. Deze aanbestedingen zijn onderverdeeld in de opdrachten A tot en met F.
De opdracht D betreft ‘Resultaatsgerichte jeugdhulp voor de samenwerkende gemeenten Jeugdhulp Rijnmond, Opdracht D: Steun, hulp of behandeling overdag’(hierna ook: Opdracht D).
Het beschrijvend document voor opdracht D luidt, voor zover van belang, als volgt:
“(...)
2 Inhoud van de opdracht
Beschrijving van de opdracht
Inleiding
(...)
De samenwerkende gemeenten realiseren zich dat de implementatie van de nieuwe inkoopsystematiek een forse opgave betekent voor de Opdrachtnemers, de Lokale Teams en de deelnemende gemeenten. Samen optrekken en co-creatie zijn hierin sleutelwoorden. Hiertoe zullen door Opdrachtgever drie initiatieven worden genomen:
• Een implementatietafel;
• Een praktijktafel;
• Een convenant met de gegunde aanbieders.
De implementatietafel is een overlegplatform waar alle geïnteresseerde Inschrijvers aan kunnen deelnemen. Dit platform zal reeds v66r de definitieve gunning actief worden. Alle Inschrijvers kunnen hieraan deelnemen en kunnen zich hiervoor aanmelden via het mailadres jeugdhulprijnmondrotterdam.nl tot uiterlijk 14 april 2017.
Deelnemers van Opdrachtgever aan deze implementatietafel zullen op geen enkele wijze betrokken zijn of worden bij de beoordeling van de Inschrijvingen en dit zal ook op geen enkele wijze onderwerp van gesprek zijn tijdens deze bijeenkomsten. Het doel van de implementatietafel is het delen van informatie over de implementatie zodat de implementatie na definitieve gunning zo efficiënt mogelijk zal verlopen. Na de definitieve gunning zal de
implementatietafel over gaan in een praktijktafel. De praktijktafel is een platform waarin met de Opdrachtnemers wordt samengewerkt bij de implementatie, het delen van kennis, het zo vroeg mogelijk detecteren en oplossen van knelpunten en het monitoren van de uitvoering.
(...)
Gunning
Gunningscriterium
In deze aanbestedingsprocedure wordt als overkoepelend gunningscriterium dat van de economisch meest voordelige inschrijving (EMVI) gehanteerd. Het is de Inschrijver niet toegestaan varianten voor te stellen. De Aanbestedende Dienst hanteert de navolgende subgunningscriteria:
1. Kennis, kunde en ervaring personeel
2. Behandelmethoden\
3. Implementatie resultaatgerichte jeugdhulp
4. Samenwerking
Opmerking:
I. Prijs is geen subgunningcriterium aangezien Inschrijver onvoorwaardelijk en ondubbelzinnig akkoord dient te gaan met de beschrijving van de Resultaatgebieden, Ondersteuningselementen en bijbehorende tarieven zoals
geformuleerd in Bijlage 8: Beschrijving Resultaatgebieden, Ondersteuningselementen en tarieven.
(...)
De Inschrijving wordt beoordeeld aan de hand van de navolgende subgunningscritena.
Sub-gunningcriterium 1: Kennis, kunde en ervaring personeel met doelgroepen
Doel
Het doel van dit criterium is te bepalen in welke mate een Inschrijver meer dan het geëiste minimum zoals geformuleerd in paragraaf 5.5.1. aan kennis, kunde en ervaring met de doelgroepen beschikbaar heeft.
De aanbieder:
Wordt gevraagd een beschrijving aan te leveren over de wijze waarop voldoende kennis, kunde en ervaring van personeel in uw Organisatie geborgd is om maatwerk per Jeugdige te leveren die tegemoet komt aan de specifieke behoefte van de betreffende Jeugdige. In uw beschrijving dient u in ieder geval in te gaan op de volgende aspecten:
a. De mate waarin kennis en ervaring bij het personeel aanwezig is van alle doelgroepen. Indien u gebruik maakt van onderaannemers ook beschrijven hoe dit bij onderaannemers geborgd is:
b. De wijze waarop uw medewerkers zijn opgeleid/getraind/uitgerust om met Jeugdigen resultaatgericht te werken. Indien u gebruik maakt van onderaannemers ook beschrijven hoe dit bij onderaannemers geborgd is:
c. De wijze waarop in uw Organisatie geborgd is dat er gedurende de contractperiode voldoende kwalitatief personeel beschikbaar is en blijft met kennis en ervaring van de doelgroepen. Indien u gebruik maakt van onderaannemers ook beschrijven hoe dit bij onderaannemers geborgd is. Indien u gebruik maakt van onderaannemers ook beschrijven hoe dit bij onderaannemers geborgd is;
d. De wijze waarop door uw personeel de specifieke behoefte per Jeugdige bepaalt en maatwerk per Jeugdige wordt ingezet/georganiseerd rekening houdend met onder andere levensbeschouwing, religie, seksuele voorkeur en culturele identiteit. Indien u gebruik maakt van onderaannemers ook beschrijven hoe dit bij onderaannemers
geborgd is.
(...)
Subgunningcriterium 3: Implementatie resultaatgerichte jeugdhulp
Doel
Het Algemeen Bestuur van de GR-JR heeft besloten om resultaatgerichte bekostiging als uitgangspunt te nemen bij de opdrachtverstrekking aan Opdrachtnemers voor jeugdhulp. De belangrijkste redenen voor deze keuze zijn:
• Het creëren van meer samenhang bij het verlenen van jeugdhulp door één aanbieder de verantwoordelijkheid te geven voor het hulptraject:
o bij gelijktijdige hulp: meer samenhang door betere afstemming;
o bij volgtijdelijke hulp: op- en afschalen versoepelen.
• Innovatie wordt gestimuleerd;
• Professionals krijgen meer ruimte bij de manier waarop hulp verleend wordt.
De aanbieder:
Wordt gevraagd een beschrijving aan te leveren over de wijze waarop u de nieuwe methodiek van resultaatgerichte bekostiging in uw Organisatie heeft vormgegeven of gaat vormgeven, om voor uzelf, de GR-JR en Jeugdigen succesvol te kunnen zijn. In uw beschrijving dient u in ieder geval in te gaan op de volgende aspecten, tevens dient u concreet per aspect aan te geven of hetgeen u beschrijft reeds aanwezig is op het moment van Inschrijving of dat u hieraan gaat voldoen in de loop van de contractpenode (indien u niets aangeeft wordt er in de beoordeling vanuit gegaan dat u pas gedurende de contractperiode gaat voldoen aan
hetgeen u beschrijft):
a. De wijze waarop uw Organisatie is toegerust om op effectieve en efficiënte gebruik gaat maken van de vrijheid die uw organisatie krijgt in de nieuwe resultaatgerichte methodiek om doelen, prioriteiten en de benodigde acties te bepalen en de wijze waarop tijd en middelen beschikbaar worden gesteld om de resultaten voor de Jeugdige te kunnen realiseren; Beschrijf tevens in welke mate dit is ingebouwd in de standaard werkwijze (zorgprogrammering) van de instelling;
b. De mate waarin uw organisatie risico’s onderkent, beheerst en managet bij introductie van methodiek van resultaatbekostiging en het leveren van integrale zorg. U dient een beschrijving te geven van de risico’s die u onderkent en de wijze waarop u deze beheerst (of gaat beheersen) en managet (of gaat managen);
c. De wijze waarop uw organisatie het leveren van integrale zorg in de volle breedte zoals die deel uitmaakt van onderhavige opdracht heeft ingericht, beschrijf daarin ook de samenwerking en de regierol van uw Organisatie met andere 2e lijns zorgaanbieders, indien hiervan gebruik gemaakt wordt.
(...)
Subgunningcriterium 4: Samenwerking
Doel
Om de uitvoering van jeugdhulp beter, slimmer en minder duur te organiseren dient een transformatie plaats te vinden. Doel is jeugdhulp sneller en passender in te zetten tegen maatschappelijke aanvaardbare kosten, waarbij de druk op de specialistische zorg afneemt en normalisatie wordt bereikt.
In de regio is een door een gemeenten en aanbieders gezamenlijk opgestelde Transformatie Agenda GR-JR, zie Bijlage 11, opgesteld die de ontwikkelkansen in vier belangrijke actielijnen heeft verwoord:
• Actielijn 1: Lokale infrastructuur: spil van de transformatie:
• Actielijn 2: Specialistische jeugdhulp: vraaggericht, integraal, verbindend en in
samenhang:
• Actielijn 3: Veiligheid vraagt om samenwerking:
• Actielijn 4: Leren van elkaar: Lerende professionals en lerende netwerken.
De bekostigingsstructuur van de hulpverlening wordt zodanig vormgegeven dat dit een stimulerend effect heeft op de transformatiedoelstellingen
De aanbieder:
Wordt gevraagd een beschrijving aan te leveren van de wijze waarop u reeds samenwerkt of in de toekomst gaat samenwerken met andere actoren in het veld, zoals eigen netwerk Jeugdige, JBRR, gemeenten, (huis)artsen, ZVW, 0e (welzijnsaanbieders) en je lijns (Lokale teams) zorgaanbieders, WMO aanbieders, sportclubs en onderwijs.
In uw beschrijving dient u in ieder geval in te gaan op de volgende aspecten, tevens dient u concreet aan te geven per aspect of hetgeen u beschrijft reeds aanwezig is op het moment van Inschrijving of dat u hieraan gaat voldoen in de loop van de contractperiode (indien u niets aangeeft wordt er in de beoordeling vanuit gegaan dat u pas gedurende de contractperiode gaat voldoen aan hetgeen u beschrijft):
a. De actoren waarmee en de wijze waarop u met deze actoren samenwerkt of gaat samenwerken en hoe u hiermee invulling geeft aan de actielijnen van de transformatie agenda GR-JR, zie Bijlage 11. U dient hierbij duidelijk aan te geven welke samenwerking met actoren reeds bestaat voor welke zorgprogramma’s, sinds wanneer deze samenwerking bestaat en welke samenwerking in de toekomst zal worden ingericht:
b. U dient hierbij ook inzicht te geven op welke wijze de samenwerking is geïmplementeerd in de standaard werkwijze van de samenwerkingspartners en per zorgprogramma te onderbouwen welk volume t.o.v. het totale volume van het betreffende zorgprogramma daadwerkelijk middels samenwerking met andere actoren wordt gerealiseerd:
c. De GR-JR bestaat uit meerdere gemeenten die allen individueel nadere opdrachten onder de raamovereenkomst aan u gaan verstrekken. Beschrijf de (flexibele vorm van) samenwerking die u aangaat met de diverse gemeenten en ga ook in op de wijze waarop u omgaat met de diversiteit van de gemeenten.
(...)
Beoordeling kwaliteit
Naarmate de kwalitatieve aspecten van de Inschrijving beter zijn, wordt de Inschrijving beter beoordeeld. De beoordeling van de in paragraaf 5.6.1. opgenomen kwalitatieve aspecten vindt plaats op een schaal van 0 t/m 5. Voor ieder kwalitatief aspect wordt een score van 0, 1, 3, 4 of 5 gegeven. Er worden alleen hele cijfers toegekend door de individuele leden van het beoordelingsteam.
Richtlijn Rapportcijfer
Uitmuntend : uit de door de Inschrijver verstrekte informatie 5
blijkt dat uitmuntend aan het in 2.1.2 van dit Beschrijvend
Document en het per subcriterium omschreven doel van de
Aanbestedende Dienst wordt beantwoord.
Goed: uit de door de Inschrijver verstrekte informatie blijkt 4
dat goedaan het in 2.1.2 van dit Beschrijvend
Document en het per subcriterium omschreven doel van de
Aanbestedende Dienst wordt beantwoord.
Voldoende: (...) 3
Onvoldoende (...) 1
Slecht (...) 0
(...)”
Het beoordelingsteam bestaat uit minimaal 5 leden. De leden van het beoordelingsteam bekleden de functie van beleidsmedewerker en/of contractmanager binnen de GR-JR. De leden van het beoordelingsteam beoordelen de Inschrijvingen ieder afzonderlijk, waarna het definitieve rapportcijfer na onderling overleg door consensus tot stand komt. Hierna wordt het aantal punten per aspect bepaald door het maximaal aantal punten te vermenigvuldigen met het definitieve rapportcijfer en te delen door 5. De totaalscore wordt afgerond op 2 decimalen.
In onderstaande tabel is per subgunningcritenum en per aspect het maximaal aantal punten weergegeven.
|
Opdracht |
Subgunningscriterium |
Maximaal aantal punten |
Maximaal aantal punten per aspect |
|
Opdracht D |
1. Kennis en ervaring personeel 2. Behandelmethoden 3. Implementatie nieuwe methodiek 4. Samenwerking |
20 20 45 15 |
alle aspecten 5 alle aspecten 5 aspect 3a. 20 2 overige aspecten 12,5 alle aspecten 5 |
(...)”
Yulius heeft ingeschreven voor opdracht D.
In het Uniform Europees Aanbestedingsdocument heeft Yulius aangegeven geen gebruik te zullen maken van onderaannemers.
Bij ongedateerde brief, verzonden op 15 augustus 2017, heeft Jeugdhulp Rijnmond bericht dat Yulius niet voor gunning van opdracht D in aanmerking kwam, kort gezegd, omdat zij 77 punten had gescoord en drie andere inschrijvers meer punten hadden gescoord.
Bij e-mail van 15 augustus 2017 heeft Yulius aan Jeugdhulp Rijnmond bericht het niet eens te zijn met de gunningsbeslissing. De e-mail luidt, voor zover van belang, als volgt:
“(...)
Op opdracht D is Yulius niet gegund, wij zitten 2,5 punt onder de nummer 3 van de gegunde
partijen.
Op meerdere plekken hebben wij de feedback gekregen “onderaannemers worden beperkt meegenomen in uw beschrijving’. Het ziet er naar uit dat wij hierdoor zijn gekort in de puntentoekenning.
Voor opdracht D hebben wij echter geen enkele onderaannemer opgevoerd. Het is dan ook niet
nodig dat wij in onze ingediende stukken onderaannemers vermelden dan wel beschrijven. Wij zijn
zelfstandig in staat om integraal de gevraagde zorg te bieden zoals gevraagd in opdracht D. In
onze technische referentie is de onderbouwing hiervan uitgebreid te lezen.
Ons inziens lijkt er sprake van een fout. Wij verzoeken om een verhelderend gesprek op zeer korte termijn, ruimschoots binnen de termijn waarop formeel bezwaar kan worden aangetekend.(...)”
Jeugdhulp Rijnmond heeft aan Yulius bericht geen aanleiding te zien tot het aanpassen van haar beslissingen.
3 Het geschil
Yulius vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
1.
PRIMAIR
( a) Jeugdhulp Rijnmond te gebieden om binnen 48 uur na de datum van het in deze te wijzen vonnis de voorgenomen gunningsbeslissing van Jeugdhulp Rijnmond van 15 augustus 2017 in het kader van de onderhavige aanbestedingsprocedure in te trekken;
( b) Jeugdhulp Rijnmond te gebieden om binnen 48 uur na de datum van het in deze te wijzen vonnis, de opdracht op basis van de onderhavige aanbestedingsprocedure te gunnen aan Yulius, voor zover Jeugdhulp Rijnmond de opdracht nog altijd wenst te gunnen.
SUBSIDIAIR
( a) Jeugdhulp Rijnmond te gebieden om binnen 48 uur na de datum van het in deze te wijzen vonnis de voorlopige gunningsbestissing van Jeugdhulp Rijnmond in het kader van de onderhavige aanbestedingsprocedure in te trekken;
( b) Jeugdhulp Rijnmond te gebieden om binnen 14 dagen na de datum van het in deze te wijzen vonnis de in het kader van de onderhavige aanbestedingsprocedure gedane inschrijving van Yulius te laten herbeoordelen, met inachtneming van het in deze te wijzen vonnis;
( c) Jeugdhulp Rijnmond te gebieden om binnen 14 dagen na de hiervoor gevorderde herbeoordeling (subsidiair onder (b)) een nieuwe voorlopige gunningsbeslissing te nemen.
MEER SUBSIDIAIR
( a) Jeugdhulp Rijnmond te gebieden om binnen 48 uur na de datum van het in deze te wijzen vonnis de voorgenomen gunningsbeslissing van Jeugdhulp Rijnmond in het kader van de onderhavige aanbestedingsprocedure in te trekken;
( b) Jeugdhulp Rijnmond te gebieden om binnen 14 dagen na de datum van het in deze te wijzen vonnis de onderhavige opdracht tot het leveren van Steun, hulp of behandeling overdag in overeenstemming met de kernbeginselen van het (Europese) aanbestedingsrecht, opnieuw aan te besteden, voor zover Jeugdhulp Rijnmond deze opdracht nog altijd wenst te gunnen.
MEER SUBSIDIAIR
Elke andere voorlopige voorziening te treffen die uw rechtbank in goede justitie passend acht en die recht doet aan de belangen van Yulius.
2.
Jeugdhulp Rijnmond te veroordelen tot betaling aan Yulius:
a. a) aan nakosten een bedrag van € 131 zonder betekening, verhoogd met een bedrag van € 68,00 in geval van betekening, met bepaling dat, als deze kosten niet binnen zeven dagen na de dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis worden voldaan daarover vanaf de achtste dag na dagtekening van het vonnis wettelijke rente is verschuldigd;
b) De kosten van deze procedure met bepaling dat, als deze kosten niet binnen zeven dagen na de dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis worden voldaan, daarover vanaf de achtste dag na dagtekening van het vonnis wettelijke rente is verschuldigd.
Jeugdhulp Rijnmond voert verweer.