Home

Rechtbank Rotterdam, 28-11-2018, ECLI:NL:RBROT:2018:10709, 7177271

Rechtbank Rotterdam, 28-11-2018, ECLI:NL:RBROT:2018:10709, 7177271

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28 november 2018
Datum publicatie
4 januari 2019
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2018:10709
Zaaknummer
7177271

Inhoudsindicatie

WWZ; ontslag op staande voet. Dringende reden; geen transitievergoeding.

Uitspraak

zaaknummer: 7177271 \ VZ VERZ 18-19764

uitspraak: 28 november 2018

beschikking ex artikel 7:681 Burgerlijk Wetboek van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te Hendrik Ido Ambacht,

verzoeker,

tevens verweerder in het voorwaardelijk tegenverzoek,

gemachtigde: mr. A.A.M. Roza-Verwijs (D.A.S. Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V.) te ‘s-Hertogenbosch,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verweerster] ,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Rotterdam,

verweerster,

tevens verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek,

gemachtigde: mr. M.J. op ’t Ende te Rotterdam.

Partijen worden hierna [verzoeker] en [verweerster] genoemd.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

-

het verzoekschrift, ontvangen op 31 augustus 2018, met producties;

-

het verweerschrift, tevens voorwaardelijk tegenverzoek, met producties;

-

de pleitnotitie aan de kant van [verzoeker] .

1.2

De mondelinge behandeling is gehouden op 1 november 2018. [verzoeker] is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Namens [verweerster] is verschenen mevrouw [naam 1] (HR Manager) en de heer [naam 2] (leidinggevende van [verzoeker] ), bijgestaan door de gemachtigde van [verweerster] . Van hetgeen ter zitting is besproken heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

1.3

De beschikking is bepaald op heden.

2 De feiten

In de onderhavige procedure zal van de volgende vaststaande feiten - voor zover van belang - worden uitgegaan.

2.1

[verweerster] is een installatiebedrijf van verwarmings- en luchtbehandelingsapparatuur in de ruimste zin. Bij [verweerster] zijn 251 werknemers in dienst.

2.2

[verzoeker] is op 1 september 2013 in dienst getreden bij [verweerster] in de functie van Cv-monteur. Zijn werkzaamheden bestonden uit het verrichten van installatiewerkzaamheden bij zowel particuliere als zakelijke klanten van [verweerster] . Aan [verzoeker] is in het kader van de uitoefening van zijn werkzaamheden een bedrijfsauto ter beschikking gesteld.

2.3

Het laatstverdiende salaris van [verzoeker] bedraagt € 2.854,15 bruto per maand, exclusief 8 % vakantiegeld.

2.4

De monteurs worden vooraf door [verweerster] ingepland en ontvangen op hun iPad werkopdrachten. In het systeem dienen de monteurs elk klantbezoek en alle uitgevoerde werkzaamheden bij te houden en te registreren op digitale werkbonnen. De werkbonnen zijn voor [verweerster] noodzakelijk voor o.a. haar (garantie)verplichtingen en vormen de basis voor de afhandeling van storingsmeldingen en onderhoudsopdrachten, klachtafhandeling, facturatie en loonadministratie. Alle bedrijfsauto’s van [verweerster] zijn voorzien van een GPS-track-and-trace-systeem waarmee de (zakelijke en privé) ritten worden geregistreerd.

2.5

[verweerster] heeft [verzoeker] op 20 juli 2018 op staande voet ontslagen. De ontslagbrief luidt - voor zover van belang - als volgt:

“(...) Wij hebben zeer recent moeten constateren, dat u privé en zakelijke belangen vermengt heeft. een voorbeeld hiervan is privé werkzaamheden uitvoeren onder werktijd. Tevens zijn er werkzaamheden uitgevoerd bij klanten van [verweerster] voor eigen rekening.

(...) Wij hebben u met de feiten geconstateerd en u heeft uiteindelijk toegegeven dat de voornoemde feiten hebben plaatsgevonden. U heeft tevens aangegeven dat u de consequenties hiervan aanvaard. Het aanhouden van het dienstverband is onmogelijk, omdat uw betrouwbaarheid niet meer kan worden gegarandeerd.

Ik wijs u erop, dat uw handelswijze als hiervoor omschreven voldoende dringende reden opleveren voor een ontslag op staande voet in de zin van artikel 7:678 BW. Er is onder meer sprake van stelselmatige fraude, bedrog en verduistering van uren en vermoedelijk materialen.

(...)”

2.6

Bij brief van 7 augustus 2018 heeft de gemachtigde van [verzoeker] geprotesteerd tegen het aan [verzoeker] verleende ontslag op staande voet en is aanspraak gemaakt op doorbetaling van loon. In reactie hierop heeft de gemachtigde van [verweerster] aan de gemachtigde van [verzoeker] bij brief van 29 augustus 2018 meegedeeld dat het ontslag onverkort wordt gehandhaafd.

2.7

[verzoeker] is per 24 september 2018 in dienst getreden bij [bedrijf] .

3 Het verzoek van [verzoeker] en de grondslag daarvan

3.1

[verzoeker] heeft - na wijziging van verzoek - verzocht:

- [verweerster] primair te veroordelen tot het betalen van een billijke vergoeding ex artikel 7:681 BW, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid tot de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [verweerster] in de kosten van de procedure;

en subsidiair

- [verweerster] te veroordelen tot het betalen van een transitievergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid tot de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [verweerster] in de kosten van de procedure.

3.2

Aan zijn verzoek heeft [verzoeker] - voor zover thans van belang - het volgende ten grondslag gelegd.

3.2.1

[verzoeker] betwist dat hij op onjuiste wijze privé en zakelijke belangen heeft vermengd en dat er sprake is van stelselmatige fraude, bedrog en verduistering van uren en materialen. [verzoeker] heeft in de winter van 2017/2018 met toestemming van zijn toenmalige manager (hierna: [naam 3] ) in privé tijd driemaal bij een klant van [verweerster] een ketel vervangen. Deze klanten hadden naar [verweerster] gebeld maar konden niet meteen geholpen worden in verband met de drukte. Van [naam 3] mochten [verzoeker] en diens collega’s in zo’n geval zelf de klanten bellen en hen in privé tijd helpen.

[verzoeker] heeft in werktijd geen privé werkzaamheden verricht. Wel heeft [verzoeker] samen met een collega een project aangenomen van een vriend van die collega, maar daar heeft [verzoeker] alleen in privé tijd gewerkt.

Het ontslag op staande voet is niet onverwijld gegeven aangezien de voorvallen hebben plaatsgevonden in de winter van 2017/2018 en het ontslag op staande voet pas op 20 juli 2018 is gegeven.

3.2.2

Omdat het ontslag op staande voet niet aan de wettelijke vereisten voldoet, heeft [verweerster] de arbeidsovereenkomst opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. [verzoeker] maakt daarom aanspraak op:

- een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 4.063,27 bruto;

-

de transitievergoeding van € 4.623,72 bruto;

-

een billijke vergoeding van € 20.000,00 bruto. Het dienstverband van [verzoeker] had zeker nog een half jaar voortgeduurd. Daarnaast heeft het ontslag op staande voet enorme financiële consequenties voor [verzoeker] .

4 Het verweer en het voorwaardelijk tegenverzoek van [verweerster]

5 De beoordeling

6 De beslissing