Home

Rechtbank Rotterdam, 16-07-2018, ECLI:NL:RBROT:2018:5742, 6818529

Rechtbank Rotterdam, 16-07-2018, ECLI:NL:RBROT:2018:5742, 6818529

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16 juli 2018
Datum publicatie
23 juli 2018
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2018:5742
Zaaknummer
6818529

Inhoudsindicatie

Ontbindingsverzoek op a-grond; verval van functie staat vast; in geschil is of herplaatsing is geslaagd. wg kon in redelijkheid niet beslissen wn niet in nieuwe functie te plaatsen; onvoldoende duidelijkheid geboden tijdens proefplaatsing. Afwijzing.

Uitspraak

zaaknummer: 6818529 \ VZ VERZ 18-8539

uitspraak: 16 juli 2018

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Strukton Worksphere B.V.,

gevestigd te Utrecht,

verzoekster,

gemachtigde: mr. S.B. Bijkerk,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [plaatsnaam],

verweerder,

gemachtigde: mr. Y. Peters.

Partijen worden hierna aangeduid als “Strukton” respectievelijk “[verweerder]”.

1 Het verloop van de procedure

Van de volgende processtukken is kennisgenomen:

-

het verzoekschrift ex artikel 7:671b lid 1 sub b juncto 7:669 lid 1 en 3 sub a BW met producties, ontvangen op 13 april 2018;

-

het verweerschrift met producties, ontvangen op 11 juni 2018;

-

het bij brief van 22 juni 2018 overgelegde stuk aan de zijde van Strukton;

-

de bij gelegenheid van de mondelinge behandeling overgelegde pleitaantekeningen

aan de zijde van Strukton;

- de bij gelegenheid van de mondelinge behandeling overgelegde pleitaantekeningen aan de zijde van [verweerder].

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 25 juni 2018. Ter zitting zijn namens Strukton verschenen de HR manager dhr. [R.] en business manager mw. [S.], bijgestaan door de gemachtigde van Strukton. [verweerder] is in persoon ter zitting verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Van hetgeen ter zitting is besproken heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

De kantonrechter heeft de uitspraak van deze beschikking bepaald op heden.

2 De feiten

In deze procedure wordt uitgegaan van de volgende feiten:

2.1

[verweerder], geboren op [geboortedatum] 1965, is op 1 oktober 2007 in dienst getreden bij Strukton.

2.2

[verweerder] heeft vanaf 1 juli 2008 tot in ieder geval 1 september 2016 de functie van administratief medewerker uitgeoefend bij Strukton.

2.3

De functie van administratief medewerker is per 1 september 2016 komen te vervallen, als gevolg waarvan op grond van het afspiegelingsbeginsel [verweerder] in beginsel voor ontslag in aanmerking kwam.

2.4

Bij brief van 12 augustus 2016 heeft Strukton het volgende aan [verweerder] geschreven:

“(...) De facturatiewerkzaamheden van de bonnen uit het systeem Focus, jouw voornaamste taak, komen te vervallen. (...) Wat nog binnen Zuid-West valt zijn de facturatiewerkzaamheden van met name 1 klant, welke werkzaamheden uiteindelijk per 1 september 2016 zullen worden overgedragen naar de centrale facturatie afdeling in Son.

De prognose is dat jouw functie per die datum als boventallig wordt aangemerkt, als gevolg van verdergaande automatisering en verbeterde efficiency.

(...)

Je hebt gevraagd of er nog mogelijkheden zijn binnen Strukton Worksphere. (...)

Inmiddels is recent duidelijk geworden dat we mogelijk een alternatieve functie voor je hebben gevonden binnen de regio Zuid-West. Dit betreft de functie van Technisch Administratief Medewerker. Op dit moment is er behoefte aan capaciteit in deze functie voor het project RVB. (...)

Hoewel je huidige functie en deze functie niet één op één aansluiten zien wij wel de nodige raakvlakken en verwachten wij dat deze functie passend wordt.

Op een aantal gebieden zul je je moeten ontwikkelen om deze functie goed te kunnen vervullen en deze ontwikkeling zal zich met name bevinden op het vlak communicatie, pro activiteit, flexibiliteit en jouw probleem oplossend vermogen. In deze functie wordt namelijk veel verwacht van je ten aanzien van het zelfstandig uitprijzen van werkbonnen, waarvoor je pro actief frequent contact zult moeten zoeken met onder andere technici.

Om inzicht te krijgen of jij ook daadwerkelijk past in deze functie, willen we je op korte termijn, vooralsnog voor een periode van een half jaar inzetten op deze functie.

Gedurende deze periode vanaf september 2016 tot 1 maart 2017 zal je functioneren op regelmatige basis worden geëvalueerd. Indien blijkt dat de invulling van de positie naar tevredenheid van alle partijen gaat, zal je na deze periode van een half jaar formeel worden overgeplaatst naar de regio Zuid-West in de genoemde functie. In deze functie zullen je arbeidsvoorwaarden niet wijzigen.

Mocht na dit half jaar blijken dat de functie niet passend is, dan zijn wij helaas genoodzaakt een ontslagvergunning voor je aan te vragen bij het UWV. (...)”

2.5

Op 4 oktober 2016, op 14 november 2016 en op 2 december 2016 hebben voortgangsgesprekken plaatsgevonden tussen Strukton en [verweerder]. In de verslagen die naar aanleiding daarvan zijn opgesteld is opgenomen hoe de nieuwe werkzaamheden [verweerder] afgingen en wat de verbeterpunten waren.

2.6

Partijen hebben met elkaar een afspraak gemaakt voor een beoordelingsgesprek op

9 februari 2017, maar dit beoordelingsgesprek ten aanzien van het functioneren van [verweerder] heeft plaatsgevonden op 3 mei 2017. Tijdens dat gesprek is aan [verweerder] medegedeeld dat zijn functioneren onvoldoende was. Soekhal maakte daartegen bezwaar.

2.7

Na 3 mei 2017 heeft [verweerder] nog werkzaamheden verricht behorend bij de functie van technisch administratief medewerker.

2.8

Bij e-mail van 4 juli 2017 is namens Strukton het volgende aan [verweerder] medegedeeld:

“(...) Uit evaluatiegesprekken met jou, [K.], [M.] en mijn input heb ik besloten om jouw niet te plaatsen op mijn afdeling als Tam’er.

Mijn verwachting is dat jij in de toekomst (binnen 6 maanden) niet in staat bent om de volledige functie van Tam’er op je te kunnen nemen en uit te voeren. In de afgelopen periode heb je ondanks je inzet en hulp van collega’s en ondanks de coaching die jij hebt ontvangen, onvoldoende ontwikkeling laten zien in de benodigde vaardigheden tot het gewenste niveau. Hierbij doel ik op ontwikkeling op het vlak van communicatie, probleemoplossend vermogen, flexibiliteit en pro activiteit, zoals besproken en aangegeven in onze brief van 12 augustus 2016. Mijn besluit heb ik jou aan de hand van het functieprofiel toegelicht en daarbij heb ik ook verwezen naar jouw beoordeling over 2016 en de evaluatie verslagen. (...)

2.9

Bij e-mail d.d. 6 juli 2017 heeft [verweerder] als volgt op deze e-mail gereageerd:

“(...)

De beoordeling betrof alleen over de eerste 3 maanden en niet over het afgelopen halfjaar, waarbij ik weet dat ik nu beter presteer en voortgang is in mijn functioneren.

Vandaar dat ik het niet begrijp waar jouw verwachting op is gebaseerd, dat ik binnen 6 maanden niet in staat zou zijn mijn functie goed uit te voeren. Ik weet dat ik nog niet zover ben, wat er van mij verwacht wordt, maar ik ben bereid hieraan te werken, omdat ik de functie als TAM’er met veel plezier doe. In de e-mail van 22 augustus 2016 had ik gevraagd op welke wijze ik mij moet ontwikkelen op het gebied van coaching, communicatie, pro-activiteit en mijn probleemoplossend vermogen, hierop heb ik geen antwoord gekregen. Een communicatie/coaching training zou mij zeker helpen om mijn functie nog beter uit te voeren.

(...)”

2.10

Op 24 oktober 2017 heeft [verweerder] de werkzaamheden die hij tot en met die dag verrichtte voor Strukton overgedragen aan twee tijdelijke medewerkers en zijn aan hem andere werkzaamheden toegekend.

2.11

Op 1 december 2017 heeft Strukton een ontslagaanvraag voor [verweerder] ingediend bij het UWV op grond van bedrijfseconomische redenen.

2.12

Bij beslissing van 14 februari 2018 heeft het UWV geweigerd toestemming voor het ontslag te verlenen en heeft daartoe als volgt geoordeeld:

(...)

Herplaatsing

(...)

Uit de stukken blijkt dat u werknemer na zijn boventallig verklaring per 1 september 2016 heeft herplaatst in de functie van technisch administratief medewerker. U motiveert dat deze (proef) herplaatsing niet succesvol is verlopen en stelt dat er geen andere mogelijkheden zijn om werknemer een passende functie aan te bieden.

Op basis van de beschikbare informatie concluderen wij echter dat u onvoldoende aannemelijk maakt dat er geen mogelijkheden zijn om werknemer binnen uw organisatie te herplaatsen.

In de brief van 12 augustus 2016 heeft u de afspraken met betrekking tot de herplaatsing als technisch administratief medewerker opgenomen. (...)

Uit de stukken blijkt onvoldoende dat de herplaatsing niet succesvol is verlopen en dat de functie van technisch administratief geen passende functie is voor werknemer. Wij menen dat zes maanden een alleszins redelijke termijn is om tot een beoordeling van het functioneren van werknemer in de functie van technisch administratief medewerker te komen en het had in de rede gelegen om na deze termijn duidelijkheid te verschaffen.

Wij constateren dat u op of rond 1 maart 2017 geen stappen heeft ondernomen om uw standpunt dat werknemer onvoldoende kwaliteiten heeft om de functie van technisch administratief medewerker blijvend te vervullen te formaliseren en daarnaar te handelen. De redenen die u noemt waarom u na de proefperiode van een half jaar geen stappen heeft ondernomen overtuigen, mede bezien in het licht van het verweer van werknemer, onvoldoende . Een kort uitstel vanwege bijvoorbeeld een bezwaarprocedure of ziekteverzuim is wellicht begrijpelijk, maar wij constateren dat er in dit geval sprake is van een groot tijdsverloop tussen de officieel in eerder genoemde brief vastgestelde einddatum van de proefplaatsing (1 maart 2017) en het indienen van de ontslagaanvraag (1 december 2017).

Als we daarbij tevens in ogenschouw nemen dat, gezien de tegengestelde standpunten van partijen, onduidelijkheid is blijven bestaan met betrekking tot de werkzaamheden die werknemer heeft verricht sinds zijn boventallig verklaring en in hoeverre deze werkzaamheden vallen onder de functie van technisch administratief medewerker, dan komen wij tot het oordeel dat het verlenen van een ontslagvergunning in deze niet gerechtvaardigd is.

(...)”

3 Het verzoek en de grondslag daarvan

Strukton heeft verzocht de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden en aan haar verzoek naast de hiervoor genoemde vaststaande feiten het volgende - zakelijk weergegeven en voor zover van belang - ten grondslag gelegd.

Het UWV heeft ten onrechte de toestemming voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst tussen partijen geweigerd. Nadat de functie van administratief medewerker van [verweerder] was komen te vervallen, heeft Strukton getracht [verweerder] te herplaatsen in die functie van technisch administratief medewerker, maar de herplaatsing is niet geslaagd. [verweerder] heeft in de periode die hem daarvoor gegund was niet de functie van technisch administratief medewerker volledig onder de knie gekregen. Hij heeft deze functie nimmer volledig en zelfstandig op het vereiste niveau uitgevoerd, terwijl Strukton hem zo goed mogelijk begeleid heeft door “on the job” suggesties en instructies te geven. Het gesprek tussen partijen waarin aan [verweerder] is medegedeeld dat hij niet herplaatst zou worden heeft eerst op 3 mei 2017 plaatsgevonden, omdat [verweerder] daarvóór volledig arbeidsongeschikt was geraakt. Vanaf mei 2017 heeft [verweerder] nog wel werkzaamheden verricht, die behoren bij de functie van technisch administratief medewerker, maar niet het volledige takenpakket. In de periode vanaf juli tot december 2017 zijn herplaatsingsmogelijkheden onderzocht op andere locaties van Strukton. Gebleken is dat die niet voorhanden waren, zodat op 1 december 2017 de ontslagaanvraag is ingediend.

4 Het verweer

5 De beoordeling

6 De beslissing