Home

Rechtbank Rotterdam, 01-08-2018, ECLI:NL:RBROT:2018:6254, C/10/500561 / HA ZA 16-426

Rechtbank Rotterdam, 01-08-2018, ECLI:NL:RBROT:2018:6254, C/10/500561 / HA ZA 16-426

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
1 augustus 2018
Datum publicatie
3 augustus 2018
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2018:6254
Zaaknummer
C/10/500561 / HA ZA 16-426

Inhoudsindicatie

IPR. Zeerecht. Levering van bunkerolie aan zeeschip. Faillissement OW Bunker. Moet scheepseigenaar opdraaien voor de koopprijs die OW Bunker aan de feitelijke leverancier verschuldigd is gebleven? Na beslag op het schip in België?

[redactie: rechtsoverweging r.o. 4.16 moet als volgt luiden: uit hetgeen onder 4.10 en 4.11 is overwogen en geoordeeld, volgt dat de primaire vordering van Barker Hill dient te worden afgewezen]

Uitspraak

vonnis

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/500561 / HA ZA 16-426

Vonnis van 1 augustus 2018

in de zaak van

naamloze vennootschap naar Belgisch recht

TRANSCOR ENERGY N.V.,

gevestigd te Braine l'Alleud, België,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in tussenkomst en in reconventie,

advocaat mr. K.H.L. van Waasbergen te Rotterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

O.W. BUNKER (NETHERLANDS) B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

welke vennootschap met ingang van 21 november 2014 in staat van faillissement is verklaard, mitsdien gedagvaard door:

a. exploot te doen aan het kantoor van de curator de heer mr. [persoon 2] ,

kantoorhoudende te Rotterdam,

b. exploot te doen aan het adres van de bestuurder van de vennootschap de heer [persoon 3] , wonende te Fijnaart,

gedaagde,

niet verschenen,

2. de rechtspersoon naar Panamees recht

BARKER HILL ENTERPRISES SA,

gevestigd te Panama, Republiek Panama,

gedaagde,

eiseres in tussenkomst en in reconventie,

advocaat mr. R.W.J.M. te Pas te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Transcor, OWB NL en Barker Hill genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de gelijkluidende exploten van dagvaarding van 18 en 21 januari 2016 met producties 1 tot en met 8;

-

de incidentele conclusie ex art. 217 Rv van Barker Hill met producties 1 tot en met 5;

-

de conclusie van antwoord in het artikel 217 Rv incident van Transcor;

-

het vonnis in incident van 12 oktober 2016, waarin het Barker Hill is toegestaan om in de hoofdzaak tussen te komen;

-

de conclusie van eis in tussenkomst tevens conclusie van antwoord in de hoofdzaak en eis in reconventie van Barker Hill met producties 6 en 7;

-

de conclusie van antwoord in tussenkomst tevens conclusie van antwoord in reconventie van Transcor met producties 9 tot en met 12;

-

de brief van de rechtbank van 22 maart 2017 waarbij een comparitie van partijen werd bevolen;

-

de zittingsagenda van 14 april 2017;

-

de akte van Transcor met producties 13 tot en met 16;

-

de akte van Barker Hill houdende overlegging van productie 8;

-

de akte houdende samenvatting standpunten van Barker Hill;

-

de bij B-formulier van 21 juni 2017 in het geding gebrachte versie van de brief van mr. D. Noels van 13 juni 2017 met 5 bijlagen aan de zijde van Transcor;

-

de bij B-formulier van 19 juni 2017 in het geding gebrachte brief van mr. A. van Cutsem van 19 juni 2017 aan de zijde van Barker Hill;

-

het proces-verbaal van comparitie van 22 juni 2017;

-

de brief van de rechtbank 13 juli 2017;

-

de brief van de advocaat van Transcor van 19 juli 2017;

-

de brief van de advocaat van Barker Hill van 10 augustus 2017;

-

de brief van de rechtbank van 15 augustus 2017.

1.2.

OWB NL noch de curator in het faillissement van deze is verschenen.

1.3.

Transcor en Barker Hill hebben vonnis gevraagd.

2 De feiten

De rechtbank merkt de volgende feiten en omstandigheden als vaststaand aan, omdat deze door de ene partij zijn gesteld en door de andere partij niet voldoende betwist.

2.1.

Op of omstreeks 22 oktober 2014 heeft Barker Hill via haar manager, NGM Energy SA (hierna: NGM), ten behoeve van het haar in eigendom toebehorende zeeschip ‘Tequila’ twee soorten brandstof (hierna gezamenlijk: bunkerolie) besteld bij OW Bunker Malta Limited (hierna: OWB Malta).

2.2.

OWB Malta heeft aan de met haar in het OW Bunker concern verbonden OWB NL opdracht gegeven om de bunkerolie af te leveren, dan wel de bunkerolie bij OWB NL ingekocht. OWB NL heeft de bunkerolie ingekocht bij Transcor en Trefoil Trading B.V. (hierna: Trefoil).

2.3.

Transcor en Trefoil hebben de bunkerolie aan boord van de ‘Tequila’ afgeleverd in Rotterdam op 24 oktober 2014. Ter zake van de aflevering van het aandeel van Transcor in de bunkerolie is een “bunker delivery receipt” opgesteld dat is ondertekend door de “chief engineer/Master” van de ‘Tequila’ en is gedateerd 24 oktober 2014.

2.4.

Transcor heeft voor de levering van haar aandeel in de bunkerolie aan OWB NL een factuur gestuurd, geadresseerd aan “M/V TEQUILA AND/OR OWNERS/ CHARTERERS OW Bunker Rotterdam B.V.”, met kenmerk “invoice VTB 14/10/395” en gedateerd 29 oktober 2014. Het bedrag van die factuur beloopt US$ 22.022,58. De factuur was betaalbaar “30 days after delivery” en vermeldt als “value date”: 24 november 2014.

2.5.

OWB Malta heeft voor de verkoop en levering van de bunkerolie een factuur, geadresseerd aan “M/V/ TEQUILA AND/OR OWNERS/CHARTERERS NGM [..]” en gedateerd 24 oktober 2014, gestuurd aan het adres van NGM. Die factuur beloopt US$ 44.241,00. De factuur vermeldt als “date of supply” 24 oktober 2014. De factuur was betaalbaar “30 days from date of supply” en vermeldt als “due date” 22 november 2014.

2.6.

In november 2014 is het OW Bunker concern met inbegrip van de dochtermaatschappijen OWB NL en OWB Malta in staat van faillissement geraakt. Bij vonnis van de rechtbank Rotterdam van 21 november 2014 is OWB NL in staat van faillissement verklaard met aanstelling van mrs. [persoon 1] en [persoon 2] tot curatoren.

2.7.

Alle vorderingen van OWB NL en OWB Malta op opdrachtgevers of kopers, waaronder Barker Hill, waren verpand dan wel overgedragen aan ING Bank N.V. (hierna: ING).

2.8.

ING heeft (door tussenkomst van PricewaterhouseCoopers) betaling van Barker Hill geëist van de onder 2.5 genoemde factuur van OWB Malta. Barker Hill heeft die factuur in 2016 ING betaald.

2.9.

In verband met het faillissement van OWB Malta en OWB NL is betaling van de onder 2.4 genoemde factuur van Transcor uitgebleven.

2.10.

Transcor heeft haar vordering tot betaling van haar onder 2.4 genoemde factuur bij de curator in het faillissement van OWB NL ingediend ter verificatie.

2.11.

Transcor heeft op 11 december 2014 bij de Rechtbank van Eerste Aanleg van Antwerpen, België, een verzoekschrift ingediend tot verlof tot het leggen van bewarend (conservatoir) beslag op de ‘Tequila’, die zich toen in Antwerpen bevond, ten laste van OWB NL en “de scheepskapitein Sergiy Bezgodkoc q.q. de wettelijke vertegenwoordiger van de scheepseigenaar” van de ‘Tequila’, tot zekerheid voor het verhaal van haar vordering wegens de levering van haar aandeel in de bunkerolie c.q. haar onder 2.4 genoemde factuur.

De voor deze beoordeling relevante passages van het verzoekschrift luiden als volgt:

“6.1

Aangezien verzoekster [lees: Transcor; rechtbank] via [OWB NL] het verzoek ontving om brandstof te leveren aan boord van het schip [‘Tequila’];

Dat deze verkoopsconfirmatie uitdrukkelijk vermeldt dat de verkoop geschiedt voor rekening van het betrokken schip [‘Tequila’] en tevens [OWB NL];

Dat het betrokken schip [..] de bestelde brandstoffen (bunkers genaamd) ontving en in ontvangst nam en het bunkerontvangstbewijs (bunker delivery receipt genoemd) aftekende;

Dat de betrokken leverantie gefactureerd werd aan het schip vernoemd [..], haar eigenaar en bevrachter alsmede [OWB NL].

Dat de factuur t.b.v. 22.022,58 USD onbetaald en openstaande is;

6.2

Aangezien het schip en dus, zijn eigenaars en bevrachters gehouden zijn tot betaling van de betrokken leverantie nu in de gegeven en uitgevoerd bunkeropdracht duidelijk aangegeven is dat de leverantie voor hun rekening geschiedde,

Dat het betrokken schip zonder voorbehoud de bunkers voor haar besteld aanvaarde:

Dat de facturatie onder meer voor rekening van het schip haar eigenaars en bevrachters geschiedde via de intermediatie van hun tussenpersoon [OWB NL];

6.3

Aangezien ook [OWB NL] gehouden is;

[..]”.

De Beslagrechter heeft het verlof op 11 december 2014 verleend.

Vervolgens heeft Transcor, nog op 11 december 2014, in Antwerpen conservatoir beslag laten leggen op de ‘Tequila’.

2.12.

Barker Hill heeft haar P&I Club, The United Kingdom Mutual Steamship Assurance Association (Europe) Limited (hierna: de UK Club), een garantie laten stellen ter opheffing van het beslag op de ‘Tequila’.

Transcor heeft op 12 december 2014 het beslag opgeheven tegen afgifte van een garantie van de UK Club (hierna: de garantie). De voor deze beoordeling relevante passages van de garantie luiden als volgt:

“In consideration of your releasing and / or refraining from arresting now the mv Tequila presently in the Port of Antwerp for the claim described hereunder;

we, [UK Club] [..]

herewith irrevocably and unconditionally declare to go jointly and severally bail with:

[Barker Hill] [..]

And

[OWB NL] [..]

up to a maximum amount of 31.019,86 USD [..]

in favour of [Transcor] [..]

This guarantee is given in order to secure payment of any amount awarded to [Transcor] in principal, interests and costs by any enforceable decision of a competent court and/or by arbitration award and/or by any written amicable settlement arrived at between the parties in respect of the claim as described in the arrest request and authorisation to arrest by the Antwerp Arrest judge of the 11th December 2014 in respect of invoice [Transcor] VTB 14/10/395 dd. 29/10/2014.

Payment to be done at first written demand directed to our above address accompanied by such amicable settlement and/or enforceable decision.

[..]

This guarantee is given under all reserves and without admission of liability, and is not a recognition of the validity of the arrest and/or the amounts claimed for, the right of disputing in the court the request to arrest being expressly reserved.

This guarantee is governed by Belgian law and only the Antwerp courts are competent.”.

Barker Hill heeft aan UK Club een vrijwaringsbrief verstrekt, waaronder Barker Hill dient te betalen al hetgeen UK Club onder de garantie dient te betalen.

2.13.

Transcor heeft voorts bij exploot van 11 december 2014 gedagvaard “BEZGODKOV Sergiy, scheepskapitein q.q. de wettelijke vertegenwoordiger van de scheepseigenaar van het ms “Tequila”, beweerdelijk zijnde een vennootschap “Baker Hill Enterprises SA, zich thans bevindende aan boord van zijn schip ms “Tequila” te [..] Antwerpen” om voor de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen ter zake van de vordering van US$ 22.022,85 met nevenvorderingen. Het exploot bevat onder meer de volgende stellingen:

“Aangezien verzoekster [lees: Transcor; rechtbank] via [OWB NL] het verzoek ontving om brandstof te leveren aan boord van het schip ms “Tequilar” en de verkoopconfirmatie uitdrukkelijk vermeldt dat de verkoop geschiedt voor rekening van het betrokken schip “Tequila” en tevens [OWB NL]

Dat het betrokken schip de bestelde brandstoffen (“bunkers” genaamd) ontving en in ontvangst nam en het bunkerontvangstbewijs (bunker delivery receipt genoemd) aftekende;

Dat de betrokken leverantie gefactureerd werd aan het schip vernoemd, haar eigenaar en bevrachter alsmede [OWB NL]

Dat de niet-betwiste factuur t.b.v. 22.022,58 USD onbetaald en openstaande is, welk bedrag te verhogen valt met de laattijdigheidsinteresten cfr. de Wet op de Bestrijding van de Betalingsachterstal;

Aangezien onderhavige vordering een niet-betwiste factuur mbt. een aanvaarde levering betreft en bijgevolg bij wege van korte debatten op grond van art. 735 Ger.Wb. behandeld kan worden op de inleidingsziting.”.

2.14.

Bij exploot van 29 oktober 2015 heeft Transcor bij de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen een vordering aanhangig gemaakt tegen OWB NL ter zake van dezelfde vordering.

2.15.

Deze procedures in België zijn aanvankelijk aangehouden in afwachting van de uitkomst van de onderhavige procedure. Teneinde een mogelijke problematiek van litispendentie te vermijden, hebben de advocaten van Transcor ter comparitie toegezegd deze beide procedures te beëindigen.

3 De vorderingen en verweren

3.1.

Transcor vordert – kort gezegd – om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

-

primair OWB NL te veroordelen tot betaling aan Transcor van US$ 22.022,58 aan hoofdsom, US$ 250,00 aan vertragingsboete, contractuele vertragingsrente van 2% per maand over de hoofdsom, € 1.642,13 aan beslagkosten en vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten;

-

subsidiair OWB NL te veroordelen tot het primair gevorderde, met dien verstande dat de titel niet ten laste van de boedel van OWB NL ten uitvoer kan worden gelegd maar slechts op vermogensbestanddelen welke niet tot de boedel behoren;

-

voorts Barker Hill te veroordelen om te gehengen en te gedogen dat de primaire althans de subsidiaire vordering van Transcor tegen OWB NL wordt toegewezen.

3.2.

Daartoe voert Transcor – samengevat weergegeven – het volgende aan.

Transcor vordert nakoming van de verbintenissen onder de koopovereenkomst, namelijk de verplichting tot betaling van de onder 2.4 genoemde factuur, vermeerderd met renten en kosten.

Transcor verlangt een veroordelende titel ten laste van OWB NL te verkrijgen teneinde deze onder de garantie uit te winnen. Barker Hill dient te gehengen en gedogen dat Transcor die titel onder de garantie verhaalt.

3.3.

De conclusie van Barker Hill strekt – kort gezegd – tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van Transcor in de proceskosten, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis.

3.4.

Daartoe voert Barker Hill – samengevat weergegeven – het volgende aan.

Barker Hill kan niet worden aangemerkt als de koper van de bunkerolie ten opzichte van Transcor, dat was OWB NL. OWB NL trad niet op als vertegenwoordiger van Barker Hill. Barker Hill is daarom niet de schuldenaar van de koopprijs.

Barker Hill heeft de koopprijs voor de door haar van OWB Malta gekochte en (door Transcor en Trefoil als uitvoeringshulpen van deze) afgeleverde bunkerolie desgevraagd betaald aan ING, de pandhouder of cessionaris van OWB Malta. Daarmee heeft Barker Hill aan haar verbintenis tot betalen van de koopprijs voldaan.

De vordering tegen OWB NL kan slechts bij de curator worden ingediend, ter verificatie. Transcor heeft die weg ook gevolgd en dient daaraan te worden gehouden.

Ten onrechte tracht Transcor langs de weg van de garantie betaling te verkrijgen, niet van OWB NL maar van UK Club, die voor zodanige betaling regres heeft op Barker Hill. Barker Hill loopt zodoende het risico dat bij toewijzing van de vordering tegen OWB NL (bij verstek) zij twee keer moet betalen voor de aan haar geleverde bunkerolie. Daarom dient de vordering tegen OWB NL niet (bij verstek) te worden toegewezen. Barker Hill behoeft onder deze omstandigheden niet te aanvaarden dat een OWB NL veroordelend vonnis onder de garantie zal worden verhaald.

3.5.

Barker Hill is geïntervenieerd in het geding tussen Transcor en OWB NL. Onder verwijzing naar haar standpunt in conventie, vordert Barker Hill – kort gezegd – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

-

primair Transcor niet ontvankelijk zal verklaren in haar vorderingen tegen OWB NL (althans haar curator, althans haar bestuurder) dan wel deze vorderingen zal afwijzen en voor recht zal verklaren dat Barker Hill niet verplicht is om een tweede keer te betalen voor dezelfde levering van de bunkerolie, waartoe het uitwinnen van de garantie zal leiden;

-

subsidiair, indien Transcor ontvankelijk is in haar vorderingen tegen OWB NL en de vorderingen van Transcor tegen OWB NL niet worden afgewezen, de primaire en/of de subsidiaire vorderingen van Transcor alleen toe te wijzen onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat Transcor enige titel niet ten uitvoer mag leggen onder de garantie;

-

meer subsidiair, indien de primaire en/of subsidiaire vordering(en) van Transcor tegen OWB NL (althans haar curator, althans haar bestuurder) zonder beperking worden toegewezen, tegelijkertijd voor recht zal verklaren dat Transcor gehouden is Barker Hill te vrijwaren tegen alle nadelige gevolgen van een mogelijke tenuitvoerlegging van een tegen OWB NL (althans haar curator, althans haar bestuurder) verkregen titel en Transcor tevens zal veroordelen per omgaande een afroepgarantie van een bank te doen stellen ten gunste van Barker Hill ter hoogte van US$ 50.000,00 of een door de rechtbank te bepalen bedrag;

-

uiterst subsidiair, indien de primaire en/of subsidiaire vordering(en) van Transcor tegen OWB NL (althans haar curator, althans haar bestuurder) zonder beperking worden toegewezen, tegelijkertijd voor recht zal verklaren dat Transcor gehouden is Barker Hill te vrijwaren tegen alle nadelige gevolgen van een mogelijke tenuitvoerlegging van een tegen OWB NL (althans haar curator, althans haar bestuurder) verkregen titel;

met veroordeling van Transcor in de proceskosten.

3.6.

In de zaak tussen haarzelf en Transcor vordert Barker Hill onder verwijzing naar haar standpunt in conventie, in voorwaardelijke reconventie voor het geval haar in tussenkomst ingestelde vorderingen niet slagen – kort gezegd – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

-

primair Transcor niet-ontvankelijk in haar vorderingen tegen OWB NL (althans haar curator, althans haar bestuurder) zal verklaren, althans deze zal afwijzen en voor recht zal verklaren dat Barker Hill niet verplicht is om een tweede keer te betalen voor dezelfde levering van de bunkerolie, waartoe het uitwinnen van de garantie zal leiden;

-

subsidiair voor recht zal verklaren dat enige titel verkregen door Transcor naar aanleiding van het instellen van de in de dagvaarding genoemde vorderingen, niet ten uitvoer mag worden gelegd onder de garantie;

-

meer subsidiair voor recht zal verklaren dat Transcor verplicht is Barker Hill te vrijwaren tegen alle nadelige gevolgen van een mogelijke tenuitvoerlegging van een tegen OWB NL (althans haar curator, althans haar bestuurder) verkregen titel en Transcor tevens zal veroordelen per omgaande een afroepgarantie van een bank te doen stellen ten gunste van Barker Hill ter hoogte van US$ 50.000,00 of een door de rechtbank te bepalen bedrag;

-

uiterst subsidiair, indien de primaire en/of subsidiaire vordering(en) van Transcor tegen OWB NL (althans haar curator, althans haar bestuurder) zonder beperking worden toegewezen, tegelijkertijd voor recht zal verklaren dat Transcor gehouden is Barker Hill te vrijwaren tegen alle nadelige gevolgen van een mogelijke tenuitvoerlegging van een tegen OWB NL (althans haar curator, althans haar bestuurder) verkregen titel;

-

met veroordeling van Transcor in de proceskosten.

3.7.

De conclusies van Transcor in tussenkomst en in voorwaardelijke reconventie strekken tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van Barker Hill in de proceskosten bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis.

3.8.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover voor de beoordeling van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing